VOTE
POLITICOLOGIE
BA1 SEM2 AJ 2025-
2026
RECHTEN-UANTWERPEN
Prof. Van Zimmeren
,Inhoud
H1 Politiek en politieke wetenschap.............................................................2
H2 Staat en macht.....................................................................................10
H3 Breuklijnen en ideologieën...................................................................17
H4 Democratie...........................................................................................29
H14 Democratie in beweging.....................................................................38
H5 Politieke participatie en sociale bewegingen........................................42
H6 Politieke partijen...................................................................................52
H7 Stemgedrag en kiessystemen..............................................................57
H8 Scheiding der machten(trias politicas).................................................63
H9 Administratie, bestuur en beleid...........................................................76
H10 Federalisme en democratie................................................................82
H11 Internationale politiek& EU.................................................................89
Evaluatienormen
1
,Schriftelijk PC Examen (20p)
Gesloten boek
10p meerkeuzevragen+ 10p open vragen
4 Tussentijdse opdrachten
0,25 bonuspunten, max. 1 bonuspunt
Op vrijwillige basis
Bonus geldt voor ZIT1 en ZIT2
H1 Politiek en politieke wetenschap
1.1. Belang van politiek
Waarom is politiek belangrijk?
Politiek is overal waar mensen samenleven en afspraken moeten maken.
Voorbeeld fietsclub:
Kleine groep → eenvoudige afspraken (bv. welke route nemen we?).
Grotere groep → meer afspraken nodig.
Afspraken worden vaak opgeschreven zodat men kan terugvallen op
regels bij conflict.
Hoe groter de groep, hoe formeler en uitgebreider de regels worden.
Politiek heeft een grote impact
Voorbeeld: invoering autogordel (1975)
Veel verzet in het begin.
Toch groot effect: naar schatting 30.000 minder doden in België en
Nederland.
Politieke beslissingen kunnen letterlijk levens redden.
Maar… politiek heeft grenzen
Men spreekt van beperkte maakbaarheid van de samenleving
= De samenleving is niet volledig “maakbaar” of controleerbaar door
politici.
Voorbeelden:
Vluchtelingencrisis
Radicalisering
Niet alles wordt door politici bepaald:
Technologiebedrijven zoals Apple hebben enorme invloed.
2
, Mediarevolutie: politici bereiken burgers via sociale media.
Nationale politiek verliest deels macht door internationale invloed.
De Belgische socioloog Luc Huyse stelde dat nationale politiek grip verliest
door:
Europese richtlijnen
Internationalisering
Ideologische verschillen
Liberalen → overheid moet zich zo weinig mogelijk moeien.
Linkse partijen → overheid moet actief tussenkomen in veel
domeinen.
De rol van de overheid is dus een politieke discussie.
Comparative Politics = landen vergelijken.
Volgens Seymour Martin Lipset:
“If you only know one country, you do not know any country at all.”
Voorbeelden:
Vergelijken van rechts-populistische partijen in Vlaanderen vs.
Franstalig België.
Politiek (politica)= alles wat te maken heeft met het besturen van een
samenleving.
Dat betekent:
Regels maken.
Afspraken maken.
Conflicten oplossen.
Het woord komt van het Griekse πολιτικά (politika)
= zaken die met de polis (staat) te maken hebben.
Aristoteles noemde de mens een ‘zoon politikon’= een sociaal wezen dat
van nature met anderen samenleeft.
Plato sprak over ‘Politeia’ waarbij het bestuur in handen is van wijze, goed
opgeleide mannen.
Politiek bevat altijd conflicten
Er zijn altijd:
3
, Meningsverschillen
Verschillende ideeën over hoe de samenleving moet worden
ingericht
Brede definitie van politiek
Politiek bestaat:
In staten
In verenigingen
In organisaties
Ook een sportclub heeft dus “politiek”.
1.2 Variaties in politiek
a) Territorium
Politiek kan territoriaal afgebakend zijn. Het gaat over een duidelijk
geografisch territorium. De regels en beslissingen gelden voor iedereen
die zich binnen dat gebied bevindt.
- Omvattend : de overheid houdt zich bezig met veel verschillende
domeinen(onderwijs, veiligheid, belastingen)
- Dwingend : de burgers moeten de regels naleven , ook als ze het er
niet eens mee zijn. De overheid kan sancties opleggen.
- Voorbeelden: Europese Unie, NAVO, gemeentes etc.
Een staat: heeft een grondgebied en zijn regels gelden
daar(=soevereiniteit)
= binnen de grenzen van die samenleving ben je onderworpen aan de
regels ervan, erbuiten niet, bestuur van samenlevingen op een territorium.
= De wereld is verdeeld in staten die elk een grondgebied hebben dat ze
intern besturen en beschermen tegen externe vijanden.
Soevereiniteit (Max Weber)= hoogste politieke macht, geen macht boven
zich. België is soeverein op Belgisch grondgebied.
Politiek kan niet-territoriaal afgebakend zijn. Hier gaat om het om
organisaties die niet gebaseerd zijn op een bepaald grondgebied, maar op
een gemeenschappelijk doel, belang of overtuiging.
- Functioneel: Ze richten zich op een specifieke activiteit of
doelstelling.
- Relatief vrijblijvend: mensen kiezen of ze lid worden en kunnen vaak
ook weer uitstappen.
4
, - Voorbeelden : sportverenigingen, religieuze gemeenschappen,
studentenverenigingen.
b) Culturele variaties
Period
Type staat Kenmerken Taken van de overheid
e
Defensie, justitie,
19e Nachtwakerssta Beperkte rol van de
binnenlandse zaken,
eeuw at overheid
financiën en belastingen
Sociale zekerheid,
20e Sociale Actieve overheid die onderwijs,
eeuw welvaartsstaat burgers beschermt gezondheidszorg,
werkgelegenheid
Overheid stuurt en Regulering van bedrijven,
21e Regulerende
controleert steeds privacy, milieu, financiële
eeuw staat
meer via regels sector, energie
19e eeuw: Nachtwakersstaat
= Staat die zich beperkt tot:
Defensie(bescherming grenzen)
Justitie
Binnenlandse zaken
Financiën(burgers die belastingen betalen)
Vandaag Welvaartstaat: 1950 Marshall belang voor sociale rechten naast
burgerlijke.
Geen volwaardig burger indien je geen toegang hebt tot huisvesting
of onderwijs.
Sociale zekerheid
Milieu
Onderwijs
Huwelijk (bv. homohuwelijk)
Corona-maatregelen
5
,De grens tussen privé (waar politiek niet aanwezig mag zijn)en publiek
verschuift voortdurend door evolutie van ongeschreven regels bv. in
Noorwegen OVH alcohol.
Reguleringsstaat= staat waarbij de overheid zelf minder uitvoert maar
bepaalt hoe bedrijven en diensten moeten werken zodat alles goed
verloopt. Bv. de overheid bepaalt de regels voor de banken,
energiebedrijven en de bedrijven moeten zich hier aan houden
c) Vormen van politiek (politieke regimes)
1. Democratie vs. autoritair regime
Democratie: bv België
Tijdelijke macht
Macht verspreid over verschillende groepen
Verkiezingen
Fundamentele rechten beschermd bv. recht om vrij te spreken.
Autoritair regime: bv. Noord-Korea
Macht geconcentreerd
Minder of geen verkiezingen
Minder rechten bv. geen recht op vrije meningsuiting
2. Unitaire vs. federale staat
Unitaire staat: bv. Frankrijk
Macht gecentraliseerd bij centrale nationale overheid.
Eén beslissingscentrum.
Federale staat: bv. België
Macht verdeeld tussen federale overheid en deelstaten.
Bevoegdheden op verschillende niveaus.
1.3 Politieke wetenschap
Veel mensen praten over politiek:
Burgers
Journalisten
Kunstenaars (bv. Guernica van Pablo Picasso)
6
,Maar politieke wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en
instellingen proberen
Beschrijven
Begrijpen
Verklaren
a) Intellectuele distantie= Emotionele afstand nemen.
= Politieke wetenschappers moeten afstandelijk en neutraal zijn. Ze
mogen niet zeggen hoe het moet en hoe het niet moet.
b) Wetenschappelijke methode
Kenmerken:
1. Systematische dataverzameling
- Principe van openheid= altijd zeggen wat je doet en
waarom.
2. Vergelijking tussen cases
3. Keuze tussen:
o Kwantitatief (cijfers)
o Kwalitatief (diepte-analyse)
4. Transparantie
5. Repliceerbaarheid
6. Cumulatief onderzoek
7. Publicatie na beoordeling door collega’s via peerreview.
1.4 Instrumenten van de politieke wetenschap
Politieke wetenschappers gebruiken drie belangrijke instrumenten=
hulpmiddelen die het mogelijk maken politieke gebeurtenissen te ontleden
en te classificeren.
1.Concepten
Concept = een duidelijk afgebakend begrip.
Voorbeelden:
Politieke partij
Particratie
7
, Gender bv. om verschil tussen man en vrouw te identificeren.
Een concept:
Geeft essentiële kenmerken.
Helpt classificeren.
Helpt vergelijken.
Zonder concepten kunnen we niet helder denken.
Polyarchie(Dahl)= Soort politiek systeem, regime dat lijkt op een
democratie maar ideaal.
Controle over de regering en het beleid is in handen van
mandatarissen
Verkiezingen verlopen vrij en eerlijk.
De meeste volwassenen hebben het recht hun stem uit te brengen.
De meeste volwassenen hebben het recht om zich kandidaat te
stellen.
Burgers genieten van vrijheid van meningsuiting en vrijheid om het
bestuur te bekritiseren.
Burgers hebben vrij toegang tot informatie die niet door het bestuur
gecontroleerd wordt.
De burgers mogen zich verenigen in belangenorganisaties en
politieke partijen.
2. Modellen
Model = vereenvoudigde voorstelling van de realiteit.
Voorbeeld: wegenkaart
→ Niet elk detail, enkel wat nodig is.
Voorbeeld: Politieke kringloop van David Easton
Politiek systeem als kringloop:
1. Input
o Eisen (verwachtingen die bij de bevolking leven)
o Steun (vertrouwen in systeem)
Passief bv. gehoorzaam zijn, belastingen betalen, ID
hebben etc.
Actief bv. betogen bij militaire staatsgreep.
Volume overload= wanneer de eisen te talrijk zijn waardoor er niet
voldoende tijd is om ze allemaal te behandelen.
8
, Content overload= wanneer de eisen te gevarieerd zijn kunnen ze
ook niet allemaal behandeld worden.
2. Conversie
o Politieke beslissingen
Gatekeepers/sluiswachters= politieke instellingen en structuren bv.
politieke partijen en belangenorganisaties bundelen eisen tot
algemene principes.
3. Output
o Wetten en beleid
4. Feedback
o Burgers reageren → nieuwe eisen
3. Theorieën
Theorie = verklaring van waarom verschijnselen samenhangen.
Belangrijk:
Theorie ≠ vaststelling.
Theorie legt causaliteit uit.
Voorbeeld: Waarom stemmen mensen op CD&V?
4.Hypothese
Hypothese = toetsbare voorspelling gebaseerd op een theorie, resultaat
van waarnemingen en onderzoek.
Voorbeeld:
Theorie: vrouwen hechten meer belang aan zachte waarden.
Hypothese: vrouwen stemmen vaker op Groen.
Onderzoek moet dit testen.
MC vragen
De klassieke definitie van macht van Dahl is:
1. A oefent macht over B uit wanneer ze B beïnvloedt op een manier
die in strijd is met de belangen van B
2. A oefent macht uit over B wanneer ze B iets laat doen wat deze
anders niet zou hebben gedaan
9
POLITICOLOGIE
BA1 SEM2 AJ 2025-
2026
RECHTEN-UANTWERPEN
Prof. Van Zimmeren
,Inhoud
H1 Politiek en politieke wetenschap.............................................................2
H2 Staat en macht.....................................................................................10
H3 Breuklijnen en ideologieën...................................................................17
H4 Democratie...........................................................................................29
H14 Democratie in beweging.....................................................................38
H5 Politieke participatie en sociale bewegingen........................................42
H6 Politieke partijen...................................................................................52
H7 Stemgedrag en kiessystemen..............................................................57
H8 Scheiding der machten(trias politicas).................................................63
H9 Administratie, bestuur en beleid...........................................................76
H10 Federalisme en democratie................................................................82
H11 Internationale politiek& EU.................................................................89
Evaluatienormen
1
,Schriftelijk PC Examen (20p)
Gesloten boek
10p meerkeuzevragen+ 10p open vragen
4 Tussentijdse opdrachten
0,25 bonuspunten, max. 1 bonuspunt
Op vrijwillige basis
Bonus geldt voor ZIT1 en ZIT2
H1 Politiek en politieke wetenschap
1.1. Belang van politiek
Waarom is politiek belangrijk?
Politiek is overal waar mensen samenleven en afspraken moeten maken.
Voorbeeld fietsclub:
Kleine groep → eenvoudige afspraken (bv. welke route nemen we?).
Grotere groep → meer afspraken nodig.
Afspraken worden vaak opgeschreven zodat men kan terugvallen op
regels bij conflict.
Hoe groter de groep, hoe formeler en uitgebreider de regels worden.
Politiek heeft een grote impact
Voorbeeld: invoering autogordel (1975)
Veel verzet in het begin.
Toch groot effect: naar schatting 30.000 minder doden in België en
Nederland.
Politieke beslissingen kunnen letterlijk levens redden.
Maar… politiek heeft grenzen
Men spreekt van beperkte maakbaarheid van de samenleving
= De samenleving is niet volledig “maakbaar” of controleerbaar door
politici.
Voorbeelden:
Vluchtelingencrisis
Radicalisering
Niet alles wordt door politici bepaald:
Technologiebedrijven zoals Apple hebben enorme invloed.
2
, Mediarevolutie: politici bereiken burgers via sociale media.
Nationale politiek verliest deels macht door internationale invloed.
De Belgische socioloog Luc Huyse stelde dat nationale politiek grip verliest
door:
Europese richtlijnen
Internationalisering
Ideologische verschillen
Liberalen → overheid moet zich zo weinig mogelijk moeien.
Linkse partijen → overheid moet actief tussenkomen in veel
domeinen.
De rol van de overheid is dus een politieke discussie.
Comparative Politics = landen vergelijken.
Volgens Seymour Martin Lipset:
“If you only know one country, you do not know any country at all.”
Voorbeelden:
Vergelijken van rechts-populistische partijen in Vlaanderen vs.
Franstalig België.
Politiek (politica)= alles wat te maken heeft met het besturen van een
samenleving.
Dat betekent:
Regels maken.
Afspraken maken.
Conflicten oplossen.
Het woord komt van het Griekse πολιτικά (politika)
= zaken die met de polis (staat) te maken hebben.
Aristoteles noemde de mens een ‘zoon politikon’= een sociaal wezen dat
van nature met anderen samenleeft.
Plato sprak over ‘Politeia’ waarbij het bestuur in handen is van wijze, goed
opgeleide mannen.
Politiek bevat altijd conflicten
Er zijn altijd:
3
, Meningsverschillen
Verschillende ideeën over hoe de samenleving moet worden
ingericht
Brede definitie van politiek
Politiek bestaat:
In staten
In verenigingen
In organisaties
Ook een sportclub heeft dus “politiek”.
1.2 Variaties in politiek
a) Territorium
Politiek kan territoriaal afgebakend zijn. Het gaat over een duidelijk
geografisch territorium. De regels en beslissingen gelden voor iedereen
die zich binnen dat gebied bevindt.
- Omvattend : de overheid houdt zich bezig met veel verschillende
domeinen(onderwijs, veiligheid, belastingen)
- Dwingend : de burgers moeten de regels naleven , ook als ze het er
niet eens mee zijn. De overheid kan sancties opleggen.
- Voorbeelden: Europese Unie, NAVO, gemeentes etc.
Een staat: heeft een grondgebied en zijn regels gelden
daar(=soevereiniteit)
= binnen de grenzen van die samenleving ben je onderworpen aan de
regels ervan, erbuiten niet, bestuur van samenlevingen op een territorium.
= De wereld is verdeeld in staten die elk een grondgebied hebben dat ze
intern besturen en beschermen tegen externe vijanden.
Soevereiniteit (Max Weber)= hoogste politieke macht, geen macht boven
zich. België is soeverein op Belgisch grondgebied.
Politiek kan niet-territoriaal afgebakend zijn. Hier gaat om het om
organisaties die niet gebaseerd zijn op een bepaald grondgebied, maar op
een gemeenschappelijk doel, belang of overtuiging.
- Functioneel: Ze richten zich op een specifieke activiteit of
doelstelling.
- Relatief vrijblijvend: mensen kiezen of ze lid worden en kunnen vaak
ook weer uitstappen.
4
, - Voorbeelden : sportverenigingen, religieuze gemeenschappen,
studentenverenigingen.
b) Culturele variaties
Period
Type staat Kenmerken Taken van de overheid
e
Defensie, justitie,
19e Nachtwakerssta Beperkte rol van de
binnenlandse zaken,
eeuw at overheid
financiën en belastingen
Sociale zekerheid,
20e Sociale Actieve overheid die onderwijs,
eeuw welvaartsstaat burgers beschermt gezondheidszorg,
werkgelegenheid
Overheid stuurt en Regulering van bedrijven,
21e Regulerende
controleert steeds privacy, milieu, financiële
eeuw staat
meer via regels sector, energie
19e eeuw: Nachtwakersstaat
= Staat die zich beperkt tot:
Defensie(bescherming grenzen)
Justitie
Binnenlandse zaken
Financiën(burgers die belastingen betalen)
Vandaag Welvaartstaat: 1950 Marshall belang voor sociale rechten naast
burgerlijke.
Geen volwaardig burger indien je geen toegang hebt tot huisvesting
of onderwijs.
Sociale zekerheid
Milieu
Onderwijs
Huwelijk (bv. homohuwelijk)
Corona-maatregelen
5
,De grens tussen privé (waar politiek niet aanwezig mag zijn)en publiek
verschuift voortdurend door evolutie van ongeschreven regels bv. in
Noorwegen OVH alcohol.
Reguleringsstaat= staat waarbij de overheid zelf minder uitvoert maar
bepaalt hoe bedrijven en diensten moeten werken zodat alles goed
verloopt. Bv. de overheid bepaalt de regels voor de banken,
energiebedrijven en de bedrijven moeten zich hier aan houden
c) Vormen van politiek (politieke regimes)
1. Democratie vs. autoritair regime
Democratie: bv België
Tijdelijke macht
Macht verspreid over verschillende groepen
Verkiezingen
Fundamentele rechten beschermd bv. recht om vrij te spreken.
Autoritair regime: bv. Noord-Korea
Macht geconcentreerd
Minder of geen verkiezingen
Minder rechten bv. geen recht op vrije meningsuiting
2. Unitaire vs. federale staat
Unitaire staat: bv. Frankrijk
Macht gecentraliseerd bij centrale nationale overheid.
Eén beslissingscentrum.
Federale staat: bv. België
Macht verdeeld tussen federale overheid en deelstaten.
Bevoegdheden op verschillende niveaus.
1.3 Politieke wetenschap
Veel mensen praten over politiek:
Burgers
Journalisten
Kunstenaars (bv. Guernica van Pablo Picasso)
6
,Maar politieke wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en
instellingen proberen
Beschrijven
Begrijpen
Verklaren
a) Intellectuele distantie= Emotionele afstand nemen.
= Politieke wetenschappers moeten afstandelijk en neutraal zijn. Ze
mogen niet zeggen hoe het moet en hoe het niet moet.
b) Wetenschappelijke methode
Kenmerken:
1. Systematische dataverzameling
- Principe van openheid= altijd zeggen wat je doet en
waarom.
2. Vergelijking tussen cases
3. Keuze tussen:
o Kwantitatief (cijfers)
o Kwalitatief (diepte-analyse)
4. Transparantie
5. Repliceerbaarheid
6. Cumulatief onderzoek
7. Publicatie na beoordeling door collega’s via peerreview.
1.4 Instrumenten van de politieke wetenschap
Politieke wetenschappers gebruiken drie belangrijke instrumenten=
hulpmiddelen die het mogelijk maken politieke gebeurtenissen te ontleden
en te classificeren.
1.Concepten
Concept = een duidelijk afgebakend begrip.
Voorbeelden:
Politieke partij
Particratie
7
, Gender bv. om verschil tussen man en vrouw te identificeren.
Een concept:
Geeft essentiële kenmerken.
Helpt classificeren.
Helpt vergelijken.
Zonder concepten kunnen we niet helder denken.
Polyarchie(Dahl)= Soort politiek systeem, regime dat lijkt op een
democratie maar ideaal.
Controle over de regering en het beleid is in handen van
mandatarissen
Verkiezingen verlopen vrij en eerlijk.
De meeste volwassenen hebben het recht hun stem uit te brengen.
De meeste volwassenen hebben het recht om zich kandidaat te
stellen.
Burgers genieten van vrijheid van meningsuiting en vrijheid om het
bestuur te bekritiseren.
Burgers hebben vrij toegang tot informatie die niet door het bestuur
gecontroleerd wordt.
De burgers mogen zich verenigen in belangenorganisaties en
politieke partijen.
2. Modellen
Model = vereenvoudigde voorstelling van de realiteit.
Voorbeeld: wegenkaart
→ Niet elk detail, enkel wat nodig is.
Voorbeeld: Politieke kringloop van David Easton
Politiek systeem als kringloop:
1. Input
o Eisen (verwachtingen die bij de bevolking leven)
o Steun (vertrouwen in systeem)
Passief bv. gehoorzaam zijn, belastingen betalen, ID
hebben etc.
Actief bv. betogen bij militaire staatsgreep.
Volume overload= wanneer de eisen te talrijk zijn waardoor er niet
voldoende tijd is om ze allemaal te behandelen.
8
, Content overload= wanneer de eisen te gevarieerd zijn kunnen ze
ook niet allemaal behandeld worden.
2. Conversie
o Politieke beslissingen
Gatekeepers/sluiswachters= politieke instellingen en structuren bv.
politieke partijen en belangenorganisaties bundelen eisen tot
algemene principes.
3. Output
o Wetten en beleid
4. Feedback
o Burgers reageren → nieuwe eisen
3. Theorieën
Theorie = verklaring van waarom verschijnselen samenhangen.
Belangrijk:
Theorie ≠ vaststelling.
Theorie legt causaliteit uit.
Voorbeeld: Waarom stemmen mensen op CD&V?
4.Hypothese
Hypothese = toetsbare voorspelling gebaseerd op een theorie, resultaat
van waarnemingen en onderzoek.
Voorbeeld:
Theorie: vrouwen hechten meer belang aan zachte waarden.
Hypothese: vrouwen stemmen vaker op Groen.
Onderzoek moet dit testen.
MC vragen
De klassieke definitie van macht van Dahl is:
1. A oefent macht over B uit wanneer ze B beïnvloedt op een manier
die in strijd is met de belangen van B
2. A oefent macht uit over B wanneer ze B iets laat doen wat deze
anders niet zou hebben gedaan
9