AP Hogeschool
Professionele Bachelor Toegepaste Psychologie
STATISTIEK 1
Academiejaar 2022-2023
Gebaseerd op het boek ‘Inleiding in de Statistiek voor de Gedragswetenschappen’
door Guido Valkeneers
Samenvatting door Sara
Vanderwegen
1
Samenvatting SVDW
, Hoofdstuk 1: De statistiek in het onderzoek
1.1 Wat is statistiek?
Statistiek = de wetenschap van het verzamelen van gegevens, het classificeren,
samenvatten, organiseren, analyseren en interpreteren van deze informatie
Beschrijvende vs. inductieve statistiek
- Beschrijvende: verzamelen, samenvatten, analyseren van de steekproef a.d.h.v.
kengetallen of grafische representaties
- Inductieve: op grond van de gegevens van de steekproef uit de beschrijvende
statistiek iets trachten te besluiten over de populatie
1.2 Dit is onderzoek
Doel onderzoek = ware en algemene uitspraken over de werkelijkheid o.b.v. waarnemingen
wanneer is een onderzoek wetenschappelijk?
- Objectiviteit
- Controleerbaarheid
- Herhaalbaarheid
- Systematiek
o Onderzoeker volgt een bepaalde lijn – de onderzoeken sluiten aan bij elkaar
en volgen elkaar logischerwijze op
In menswetenschappen bestaan weinig deterministische wetmatigheden, meer
probabilistische uitspraken
- Onafhankelijke variabele (OV) = oorzaak
- Afhankelijke variabele (AV) = gevolg de onderzochte variabele
Gedragswetenschappen 2 types onderzoek:
Experimentele opzet Survey-onderzoek
Manipulatie van variabele + impact op AV Geen manipulatie van variabelen
- Groepsvergelijkende experimenten Steekproeftrekking en dan een reeks
= between subjects vragen/tests
- Experimenten met herhaalde
metingen = within subjects
Mogelijkheid tot besluiten causale relaties Geen mogelijkheid tot besluiten causale
relaties
4 voorwaarden causale relaties:
- De oorzaak en het gevolg moeten in een tijdruimtelijke structuur samen voorkomen
- De oorzaak dient vooraf te gaan aan het gevolg
- Het gevolg zal nooit optreden zonder het voorkomen van de oorzaak
- Indien de oorzaak aanwezig is, moet het gevolg er ook zijn
1.3 Fasen in het onderzoeksproces
1) Vraagstelling
2) Literatuuronderzoek
3) Operationalisering
2
Samenvatting SVDW
, 4) Steekproefopzet
1. Vraagstelling:
5) Verzamelen van de gegevens
Ontstaat vanuit van
6) Analyse theorie of praktijk (bv spontane observaties of toegepast onderzoek)
de resultaten
De onderzoekshypothese
7) De rapportage wordt gesteld in termen van meetbare kenmeren (de variabelen)
3 typen van vragen:
- Voorkomen van iets
- Verschillen tussen groepen
- Samenhang tussen variabelen
3. Operationalisering
= meetbaar maken van een begrip
vaak maakt met gebruik van:
- Bestaande vragenlijsten
- Nieuwe vragenlijst
o Gesloten vragen, Likertschaal, voorkomen sociaal wenselijkheid, voorkomen
antwoordtendensen
4. Steekproefopzet
Steekproef n Populatie N
Selectie van individuen uit de populatie Geheel van individuen waar onderzoeker
iets over wil vaststellen
Op grond hiervan willen we iets kunnen Iedereen komt in aanmerking voor
zeggen over de populatie onderzoek
Goedkoper en sneller Census = indien alle individuen uit populatie
deelnemen
- Aselecte steekproef: elk individu van de populatie heeft evenveel kans om in de
steekproef terecht te komen en waarbij deze kans groter is dan nul
- Niet-aselecte steekproef: elk individu van de populatie heeft niet evenveel kans om
in de steekproef terecht te komen
4.1 aselecte steekproef
Voordelen Nadelen
Generalisering naar de populatie is mogelijk Levert geografisch verspreide individuen op
met bijkomende kosten en tijdsinvestering
Veel statistische technieken mogelijk Kan wel of niet leiden tot representatieve
steekproef
Voor een aselecte steekproef hebben we een steekproefkader nodig; een lijst van al de
individuen van de populatie
- Volledig aselecte steekproef (simple random sampling)
o Computer kiest aantal nummers van personen
- Systematisch aselecte steekproef (systematic sampling)
o Kies een willekeurig eerste persoon en de volgende proef-
persoon heeft telkens een nummer dat x aantal hoger ligt
- Gestratificeerde steekproef (stratified sampling)
o Populatie in strata (subgroepen) onderverdelen en dan aselecte steekproef
Proportioneel: verhoudingen parallel met populatie
Disproportioneel: verhoudingen niet parallel
- Clustersteekproef (cluster sampling)
3 o Heterogene subgroepen, selectie aantal subgroepen,
Samenvatting SVDW
elk individu van die subgroepen wordt bevraagd
- Getrapte steekproef (multistage sampling): combinatie
, 4.2 Niet-aselecte steekproef
Voordelen Nadelen
Geschikt boor verkennend onderzoek Resultaten kunnen niet veralgemeend
worden naar de populatie
Geschikt om meetinstrumenten te testen
Goedkoop en snel
- Gemakkelijkheidssteekproef (convenience sampling)
o Individuen binnen handbereik of gemakkelijkst benaderd
- Beoordelingssteekproef (judgement sampling)
o Bevoorrechte getuigen
- Sneeuwbalsteekproef (snowball sampling)
o De eerste respondent levert volgende
respondent op
o Wordt gebruikt voor het bestuderen van
populaties die zich moeilijk laten benaderen
- Quotasteekproef (quota sampling)
o We hebben oog voor de parallel tussen de samenstelling van de steekproef
en de populatie
o Populatie in subgroepen verdelen en uit elke subgroep een
gemakkelijkheidssteekproef trekken
overeenkomst tussen gestratificeerde en quotasteekproef
o Verschil tussen beide is dat er bij een quota sampling geen sprake is van een
aselecte proefgroep, terwijl dit bij de gestratificeerde steekproef wel zo is
- Routemethode (random walk)
o Vooraf vastgesteld wandeltraject, individuen op route kiezen
o Wordt gebruikt als we respondenten willen zoeken op toeval, maar niet
beschikken over een steekproefkader
6. Analyse van de resultaten
- Beschrijvende statistiek: overzichtelijke weergave van gegevens
o Frequentieverdeling, grafische voorstelling, centrale tendens, variabiliteit, ect
- Inductieve statistiek: betekenis van deze resultaten in relatie tot de populatie
o Deductieve redenering: uitgaande van bestaande
waarheden nieuwe kennis opbouwen
o Inductieve redenering: uitgaande van empirische
observaties een wet formuleren
Een stelling formuleren die betrekking heeft op alle mensen d.m.v. 2
tegengestelde beweringen:
Alternatieve hypothese = stelling die de onderzoeker zal
trachten te bewijzen (vb. “mensen zijn sterfelijk”)
Nulhypothese = vormt het tegengestelde van deze alternatieve
hypothese (vb. “mensen zijn onsterfelijk”)
indien men uit de empirie gegevens kan vinden die de
nulhypothese onderuithalen, is de alternatieve hypothese
aangetoond
4
Samenvatting SVDW
Professionele Bachelor Toegepaste Psychologie
STATISTIEK 1
Academiejaar 2022-2023
Gebaseerd op het boek ‘Inleiding in de Statistiek voor de Gedragswetenschappen’
door Guido Valkeneers
Samenvatting door Sara
Vanderwegen
1
Samenvatting SVDW
, Hoofdstuk 1: De statistiek in het onderzoek
1.1 Wat is statistiek?
Statistiek = de wetenschap van het verzamelen van gegevens, het classificeren,
samenvatten, organiseren, analyseren en interpreteren van deze informatie
Beschrijvende vs. inductieve statistiek
- Beschrijvende: verzamelen, samenvatten, analyseren van de steekproef a.d.h.v.
kengetallen of grafische representaties
- Inductieve: op grond van de gegevens van de steekproef uit de beschrijvende
statistiek iets trachten te besluiten over de populatie
1.2 Dit is onderzoek
Doel onderzoek = ware en algemene uitspraken over de werkelijkheid o.b.v. waarnemingen
wanneer is een onderzoek wetenschappelijk?
- Objectiviteit
- Controleerbaarheid
- Herhaalbaarheid
- Systematiek
o Onderzoeker volgt een bepaalde lijn – de onderzoeken sluiten aan bij elkaar
en volgen elkaar logischerwijze op
In menswetenschappen bestaan weinig deterministische wetmatigheden, meer
probabilistische uitspraken
- Onafhankelijke variabele (OV) = oorzaak
- Afhankelijke variabele (AV) = gevolg de onderzochte variabele
Gedragswetenschappen 2 types onderzoek:
Experimentele opzet Survey-onderzoek
Manipulatie van variabele + impact op AV Geen manipulatie van variabelen
- Groepsvergelijkende experimenten Steekproeftrekking en dan een reeks
= between subjects vragen/tests
- Experimenten met herhaalde
metingen = within subjects
Mogelijkheid tot besluiten causale relaties Geen mogelijkheid tot besluiten causale
relaties
4 voorwaarden causale relaties:
- De oorzaak en het gevolg moeten in een tijdruimtelijke structuur samen voorkomen
- De oorzaak dient vooraf te gaan aan het gevolg
- Het gevolg zal nooit optreden zonder het voorkomen van de oorzaak
- Indien de oorzaak aanwezig is, moet het gevolg er ook zijn
1.3 Fasen in het onderzoeksproces
1) Vraagstelling
2) Literatuuronderzoek
3) Operationalisering
2
Samenvatting SVDW
, 4) Steekproefopzet
1. Vraagstelling:
5) Verzamelen van de gegevens
Ontstaat vanuit van
6) Analyse theorie of praktijk (bv spontane observaties of toegepast onderzoek)
de resultaten
De onderzoekshypothese
7) De rapportage wordt gesteld in termen van meetbare kenmeren (de variabelen)
3 typen van vragen:
- Voorkomen van iets
- Verschillen tussen groepen
- Samenhang tussen variabelen
3. Operationalisering
= meetbaar maken van een begrip
vaak maakt met gebruik van:
- Bestaande vragenlijsten
- Nieuwe vragenlijst
o Gesloten vragen, Likertschaal, voorkomen sociaal wenselijkheid, voorkomen
antwoordtendensen
4. Steekproefopzet
Steekproef n Populatie N
Selectie van individuen uit de populatie Geheel van individuen waar onderzoeker
iets over wil vaststellen
Op grond hiervan willen we iets kunnen Iedereen komt in aanmerking voor
zeggen over de populatie onderzoek
Goedkoper en sneller Census = indien alle individuen uit populatie
deelnemen
- Aselecte steekproef: elk individu van de populatie heeft evenveel kans om in de
steekproef terecht te komen en waarbij deze kans groter is dan nul
- Niet-aselecte steekproef: elk individu van de populatie heeft niet evenveel kans om
in de steekproef terecht te komen
4.1 aselecte steekproef
Voordelen Nadelen
Generalisering naar de populatie is mogelijk Levert geografisch verspreide individuen op
met bijkomende kosten en tijdsinvestering
Veel statistische technieken mogelijk Kan wel of niet leiden tot representatieve
steekproef
Voor een aselecte steekproef hebben we een steekproefkader nodig; een lijst van al de
individuen van de populatie
- Volledig aselecte steekproef (simple random sampling)
o Computer kiest aantal nummers van personen
- Systematisch aselecte steekproef (systematic sampling)
o Kies een willekeurig eerste persoon en de volgende proef-
persoon heeft telkens een nummer dat x aantal hoger ligt
- Gestratificeerde steekproef (stratified sampling)
o Populatie in strata (subgroepen) onderverdelen en dan aselecte steekproef
Proportioneel: verhoudingen parallel met populatie
Disproportioneel: verhoudingen niet parallel
- Clustersteekproef (cluster sampling)
3 o Heterogene subgroepen, selectie aantal subgroepen,
Samenvatting SVDW
elk individu van die subgroepen wordt bevraagd
- Getrapte steekproef (multistage sampling): combinatie
, 4.2 Niet-aselecte steekproef
Voordelen Nadelen
Geschikt boor verkennend onderzoek Resultaten kunnen niet veralgemeend
worden naar de populatie
Geschikt om meetinstrumenten te testen
Goedkoop en snel
- Gemakkelijkheidssteekproef (convenience sampling)
o Individuen binnen handbereik of gemakkelijkst benaderd
- Beoordelingssteekproef (judgement sampling)
o Bevoorrechte getuigen
- Sneeuwbalsteekproef (snowball sampling)
o De eerste respondent levert volgende
respondent op
o Wordt gebruikt voor het bestuderen van
populaties die zich moeilijk laten benaderen
- Quotasteekproef (quota sampling)
o We hebben oog voor de parallel tussen de samenstelling van de steekproef
en de populatie
o Populatie in subgroepen verdelen en uit elke subgroep een
gemakkelijkheidssteekproef trekken
overeenkomst tussen gestratificeerde en quotasteekproef
o Verschil tussen beide is dat er bij een quota sampling geen sprake is van een
aselecte proefgroep, terwijl dit bij de gestratificeerde steekproef wel zo is
- Routemethode (random walk)
o Vooraf vastgesteld wandeltraject, individuen op route kiezen
o Wordt gebruikt als we respondenten willen zoeken op toeval, maar niet
beschikken over een steekproefkader
6. Analyse van de resultaten
- Beschrijvende statistiek: overzichtelijke weergave van gegevens
o Frequentieverdeling, grafische voorstelling, centrale tendens, variabiliteit, ect
- Inductieve statistiek: betekenis van deze resultaten in relatie tot de populatie
o Deductieve redenering: uitgaande van bestaande
waarheden nieuwe kennis opbouwen
o Inductieve redenering: uitgaande van empirische
observaties een wet formuleren
Een stelling formuleren die betrekking heeft op alle mensen d.m.v. 2
tegengestelde beweringen:
Alternatieve hypothese = stelling die de onderzoeker zal
trachten te bewijzen (vb. “mensen zijn sterfelijk”)
Nulhypothese = vormt het tegengestelde van deze alternatieve
hypothese (vb. “mensen zijn onsterfelijk”)
indien men uit de empirie gegevens kan vinden die de
nulhypothese onderuithalen, is de alternatieve hypothese
aangetoond
4
Samenvatting SVDW