Hoofdstuk 1: inleiding
Auditieve en visuele communicatie
Bouwstenen van een communicatiemodel
Belangrijkste functie ‘natuurlijke talen’: communicatie tussen mensen mogelijk maken
Communicatie opvatten als beweging van boodschap van bij zender tot bij ontvanger
▪ Zender wil ontvanger laten delen in ideeën, ervaringen, gevoelens
≠ bron bv. woordvoerder (zender) van organisatie (bron)
▪ Ontvanger ≠ doel
▪ Boodschap ingebed in ruimere context concrete communicatiesituatie & realiteit
▪ Communicatie in eerste instantie om betekenis → geslaagd wanneer ontvanger begrijpt
wat zender bedoelt
Verdere uitwerking model taalprocutie van psycholinguïst W.JM. Levelt & klassike communicatiemodel linguïst Roman Jakobson
Grijze deel = 6 componenten taal => communicatiemodel Jakobsen
Witte deel = reeks concepten
1. Coderen / formuleren boodschap
➔ Zender moet kiezen voor bepaalde code / verbaal systeem
➔ Abstracte, mentale niveau
➔ Abstracte betekenis gekoppeld aan concrete vorm
taalsysteem = grote verzameling conventies/afspraken over relatie betekenis – vorm
2. Medium (communicatiemiddel/kanaal) kiezen
▪ Visuele strategie
▪ Auditieve strategie
➔ Gelijktijdigheid & samenwerking strategieën mogelijk bv. smog, ondertiteling
➔ Boodschap concreet fysisch tastbaar
▪ Beelden
▪ Geluiden
, 3. Waarnemen: zien/horen (ontvanger)
‘klassieke’ geval communicatie: verbale systeem
▪ Geschreven vorm → schrifttekens (lezen)
▪ Gesproken vorm → spraakgeluid (horen)
4. Decoderen
➔ Koppeling concrete vorm → abstracte betekenis
➔ Boodschap verstaan → veronderstelling: code/taalsysteem kennen
➔ Woorden & woordgroepen identificeren & koppelen aan conventionele betekenis
om integreren tot betekenisvol geheel (zelfde bij verstaan niet-talige geluiden
(paraverbaal) & niet-talige beelden (extraverbaal))
➔ Veel kan fout lopen
5. Uiteindelijke interpretatie: begrijpen onderliggende bedoeling zender
De module code binnen het communicatiemodel
▪ Verbaal communicatiesysteem: fonologie (klankleer), morfologie (woordleer), syntaxis
(zinsleer), semantiek (woord- en zinsbetekenis) & pragmatiek (taalgebruik)
➔ Relatief strikt toepassen om begrijpelijk communiceren
▪ Paraverbaal communicatiesysteem: fonologie: prosodische kenmerken (toonhoogte,
luidheid, duur, pauze) en prosodische componenten (intonatie, klemtoon, tempo, ritme)
➔ Slechts deels bepaald door verbale kenmerken
➔ Prosodische componenten realiseren met combinatie prosodische kenmerken
▪ Extraverbaal of non-verbaal communicatiesysteem: houding, bewegingen, gebaren,
blik, mimiek, afstand, aanraking, toewending = lichaamstaal
➔ Meer/mindere mate samenhangen met wat spreker zegt
Bij paraverbaal & extraverbaal ook een code => verzameling afspraken/conventies met betrekking
op relatie vorm – betekenis
➔ Omzetten in beeld bv. gebaren
➔ Omzetten in klank bv. intonatiepatronen
Niet alle gebruik spraak/schrift automatisch taal: expressieve uitroepen & non-sense-woorden
➔ Taal => betekenis aan gekoppeld
▪ Spraak hanteren zonder dat het om taal gaat (1) bv. ‘wauw’, ‘inneminnemutte’
▪ Lettertekens hanteren zonder dat het om taal gaat (2) bv. graffiti
Gebruik spraak vereist gebruik stem / andere klanken
➔ Klanken produceren die niet tot spraak behoren (3) bv. neuriën, hoesten
Gebruik schrifttekens vereist gebruik beelden
➔ Niet alle visuele tekens = schrifttekens (4) bv. gebarentaal, pictogrammen
Communicatielus = hele proces vanaf bedoeling zender tot begrijpen ontvanger – waarbij
gesprekspartners beurtelings rol zender & ontvanger op zich nemen
➔ Op elk niveau kunnen 2 fenomenen voordoen: ruis & feedback
➔ Elke stap kan onzuiverheden bevatten
➔ Verhinderen die vlotte doorstroom informatie naar volgende component => ruis
,Ruis
▪ Kan in elke stap communicatiemodel
1. Omzetting bedoeling zender → codering gedachten bv. oorlog uitleggen aan kind
2. Omzetting code → uitspraak klanken bv. lippen stijf door kou
3. Overdracht vorm die spreker/schrijver aan boodschap geeft → vorm die
toehoorder/lezer ontvangt bv. slecht handschrift, omgevingslawaai
4. Bv. naar discotheek → tijdelijke beschadiging binnenoor → minder informatie om klanken
opvangen & verstaan
5. Omzetting verstaan → begrijpen bv. beperkte talenkennis
▪ 3 dimensies
▪ Plaats
▪ Interne ruis: problemen op mentale niveau zender/ontvanger (stap 1/5 in
communicatiemodel)
➔ Abstracte betekenis
▪ Externe ruis: omzetting formulering/codering in spraak, overdracht
boodschap spreker naar ontvanger via spraakgeluid & omzetting opgevangen
klanken naar verstaan (stap 2/3/4 in communicatiemodel)
➔ Concrete vorm
▪ Duur (hoelang blijft probleem aanhouden)
▪ Inherente/permanente ruis: niet tijd-/situatiegebonden storingen, vast
kenmerk spreker/ontvanger/medium
▪ Situationele/tijdelijke ruis: snel opgelost / op andere momenten niet
voorkomt / situatiegebonden
▪ Graad waarin ruis mondelinge communicatie stoort (hoe erg is probleem)
▪ Lichte ruis
▪ Ernstige ruis
➔ Indeling afhankelijk van bepaalde context
Feedback
Feedback = terugkoppelende informatie met signalen over noodzaak bijsturen communicatie
▪ Mondelinge communicatie: zender & ontvanger gedeelte parallel
▪ Zender zelf
▪ Toehoorder volgt proces zender → reageren als zender uitgesproken of terwijl
zender gedachten omzet naar gesproken taal
▪ Feedback ontvanger: verbaal, paraverbaal, extraverbaal
▪ Ontvanger geeft ook zichzelf feedback
▪ Inhoud feedback bepaalt verloop verdere communicatie
▪ Betrekking op elk niveau communicatiemodel & omvat terugkoppeling
communicatiepartners naar zichzelf & elkaar
, ▪ Schriftelijke communicatie: serieel → zender heeft boodschap afgewerkt tot niveau vorm
voor ontvanger boodschap die krijgt
▪ Feedback op elk niveau aan zichzelf/partner => opeenvolgende stappen in
communicatieproces
Meer ruis → grotere noodzaak duidelijke feedback
Communicatie helemaal complex als feedback ruis vertoont
Probleem spraaksynthese: geen paraverbale laag (bv. je weet niet wanneer zin eindigt doordat
toonhoogte niet omlaaggaat)
Het communicatiemodel in de praktijk
Voordelen inzicht in communicatiemodel hebben
▪ Verband tussen verschillende onderdelen mondelinge communicatie begrijpen
bv. relatie bestuderen tussen gesproken – geschreven taalgebruik, vaststellen anders
naargelang schriftsysteem
▪ Eigen mondelinge communicatie verbeteren: overzicht domeinen waaraan werken
▪ Problemen in communicatie opsporen → interventie/remediëring
▪ Elk onderdeel communicatiemodel uitgebreid => specialisatiedomein
▪ Neurologische aspect: detecteren, discrimineren & identificeren spraakgeluiden
▪ Taalsysteem: analyse structuur woorden, zinnen, betekenis & gebruik in context
▪ Domeinoverschrijdend onderzoek tussen verschillende specialisatiedomeinen →
communicatiemodel verfijnen
▪ Eenzelfde communicatiemodel hanteren bij onderzoek, onderwijs & klinische praktijk →
resultaten & inzichten vergelijken (verschillende talen, verschillende teams / doelgroepen
/ centra)
De wetenschappelijk studie van het spraakgeluid
Fonetiek versus fonologie
Fonetiek = wetenschappelijke studie van de productie, transmissie en perceptie van spraakgeluid
(onderste deel communicatiemodel)
Fonologie (middelste deel communicatiemodel: verbale code)
➔ Bijdragen spraakgeluid tot betekenisverschil tussen woorden in concrete taal
➔ Betekenisbijdrage aparte klanken, interpretatieve effecten van fenomenen zoals ritme,
klemtoon & intonatie die individuele klaksegmenten overstijgen
▪ Segmentale fonologie (prosodische deel verbale systeem)
▪ Suprasegmentale fonologie (paraverbale systeem)
Auditieve en visuele communicatie
Bouwstenen van een communicatiemodel
Belangrijkste functie ‘natuurlijke talen’: communicatie tussen mensen mogelijk maken
Communicatie opvatten als beweging van boodschap van bij zender tot bij ontvanger
▪ Zender wil ontvanger laten delen in ideeën, ervaringen, gevoelens
≠ bron bv. woordvoerder (zender) van organisatie (bron)
▪ Ontvanger ≠ doel
▪ Boodschap ingebed in ruimere context concrete communicatiesituatie & realiteit
▪ Communicatie in eerste instantie om betekenis → geslaagd wanneer ontvanger begrijpt
wat zender bedoelt
Verdere uitwerking model taalprocutie van psycholinguïst W.JM. Levelt & klassike communicatiemodel linguïst Roman Jakobson
Grijze deel = 6 componenten taal => communicatiemodel Jakobsen
Witte deel = reeks concepten
1. Coderen / formuleren boodschap
➔ Zender moet kiezen voor bepaalde code / verbaal systeem
➔ Abstracte, mentale niveau
➔ Abstracte betekenis gekoppeld aan concrete vorm
taalsysteem = grote verzameling conventies/afspraken over relatie betekenis – vorm
2. Medium (communicatiemiddel/kanaal) kiezen
▪ Visuele strategie
▪ Auditieve strategie
➔ Gelijktijdigheid & samenwerking strategieën mogelijk bv. smog, ondertiteling
➔ Boodschap concreet fysisch tastbaar
▪ Beelden
▪ Geluiden
, 3. Waarnemen: zien/horen (ontvanger)
‘klassieke’ geval communicatie: verbale systeem
▪ Geschreven vorm → schrifttekens (lezen)
▪ Gesproken vorm → spraakgeluid (horen)
4. Decoderen
➔ Koppeling concrete vorm → abstracte betekenis
➔ Boodschap verstaan → veronderstelling: code/taalsysteem kennen
➔ Woorden & woordgroepen identificeren & koppelen aan conventionele betekenis
om integreren tot betekenisvol geheel (zelfde bij verstaan niet-talige geluiden
(paraverbaal) & niet-talige beelden (extraverbaal))
➔ Veel kan fout lopen
5. Uiteindelijke interpretatie: begrijpen onderliggende bedoeling zender
De module code binnen het communicatiemodel
▪ Verbaal communicatiesysteem: fonologie (klankleer), morfologie (woordleer), syntaxis
(zinsleer), semantiek (woord- en zinsbetekenis) & pragmatiek (taalgebruik)
➔ Relatief strikt toepassen om begrijpelijk communiceren
▪ Paraverbaal communicatiesysteem: fonologie: prosodische kenmerken (toonhoogte,
luidheid, duur, pauze) en prosodische componenten (intonatie, klemtoon, tempo, ritme)
➔ Slechts deels bepaald door verbale kenmerken
➔ Prosodische componenten realiseren met combinatie prosodische kenmerken
▪ Extraverbaal of non-verbaal communicatiesysteem: houding, bewegingen, gebaren,
blik, mimiek, afstand, aanraking, toewending = lichaamstaal
➔ Meer/mindere mate samenhangen met wat spreker zegt
Bij paraverbaal & extraverbaal ook een code => verzameling afspraken/conventies met betrekking
op relatie vorm – betekenis
➔ Omzetten in beeld bv. gebaren
➔ Omzetten in klank bv. intonatiepatronen
Niet alle gebruik spraak/schrift automatisch taal: expressieve uitroepen & non-sense-woorden
➔ Taal => betekenis aan gekoppeld
▪ Spraak hanteren zonder dat het om taal gaat (1) bv. ‘wauw’, ‘inneminnemutte’
▪ Lettertekens hanteren zonder dat het om taal gaat (2) bv. graffiti
Gebruik spraak vereist gebruik stem / andere klanken
➔ Klanken produceren die niet tot spraak behoren (3) bv. neuriën, hoesten
Gebruik schrifttekens vereist gebruik beelden
➔ Niet alle visuele tekens = schrifttekens (4) bv. gebarentaal, pictogrammen
Communicatielus = hele proces vanaf bedoeling zender tot begrijpen ontvanger – waarbij
gesprekspartners beurtelings rol zender & ontvanger op zich nemen
➔ Op elk niveau kunnen 2 fenomenen voordoen: ruis & feedback
➔ Elke stap kan onzuiverheden bevatten
➔ Verhinderen die vlotte doorstroom informatie naar volgende component => ruis
,Ruis
▪ Kan in elke stap communicatiemodel
1. Omzetting bedoeling zender → codering gedachten bv. oorlog uitleggen aan kind
2. Omzetting code → uitspraak klanken bv. lippen stijf door kou
3. Overdracht vorm die spreker/schrijver aan boodschap geeft → vorm die
toehoorder/lezer ontvangt bv. slecht handschrift, omgevingslawaai
4. Bv. naar discotheek → tijdelijke beschadiging binnenoor → minder informatie om klanken
opvangen & verstaan
5. Omzetting verstaan → begrijpen bv. beperkte talenkennis
▪ 3 dimensies
▪ Plaats
▪ Interne ruis: problemen op mentale niveau zender/ontvanger (stap 1/5 in
communicatiemodel)
➔ Abstracte betekenis
▪ Externe ruis: omzetting formulering/codering in spraak, overdracht
boodschap spreker naar ontvanger via spraakgeluid & omzetting opgevangen
klanken naar verstaan (stap 2/3/4 in communicatiemodel)
➔ Concrete vorm
▪ Duur (hoelang blijft probleem aanhouden)
▪ Inherente/permanente ruis: niet tijd-/situatiegebonden storingen, vast
kenmerk spreker/ontvanger/medium
▪ Situationele/tijdelijke ruis: snel opgelost / op andere momenten niet
voorkomt / situatiegebonden
▪ Graad waarin ruis mondelinge communicatie stoort (hoe erg is probleem)
▪ Lichte ruis
▪ Ernstige ruis
➔ Indeling afhankelijk van bepaalde context
Feedback
Feedback = terugkoppelende informatie met signalen over noodzaak bijsturen communicatie
▪ Mondelinge communicatie: zender & ontvanger gedeelte parallel
▪ Zender zelf
▪ Toehoorder volgt proces zender → reageren als zender uitgesproken of terwijl
zender gedachten omzet naar gesproken taal
▪ Feedback ontvanger: verbaal, paraverbaal, extraverbaal
▪ Ontvanger geeft ook zichzelf feedback
▪ Inhoud feedback bepaalt verloop verdere communicatie
▪ Betrekking op elk niveau communicatiemodel & omvat terugkoppeling
communicatiepartners naar zichzelf & elkaar
, ▪ Schriftelijke communicatie: serieel → zender heeft boodschap afgewerkt tot niveau vorm
voor ontvanger boodschap die krijgt
▪ Feedback op elk niveau aan zichzelf/partner => opeenvolgende stappen in
communicatieproces
Meer ruis → grotere noodzaak duidelijke feedback
Communicatie helemaal complex als feedback ruis vertoont
Probleem spraaksynthese: geen paraverbale laag (bv. je weet niet wanneer zin eindigt doordat
toonhoogte niet omlaaggaat)
Het communicatiemodel in de praktijk
Voordelen inzicht in communicatiemodel hebben
▪ Verband tussen verschillende onderdelen mondelinge communicatie begrijpen
bv. relatie bestuderen tussen gesproken – geschreven taalgebruik, vaststellen anders
naargelang schriftsysteem
▪ Eigen mondelinge communicatie verbeteren: overzicht domeinen waaraan werken
▪ Problemen in communicatie opsporen → interventie/remediëring
▪ Elk onderdeel communicatiemodel uitgebreid => specialisatiedomein
▪ Neurologische aspect: detecteren, discrimineren & identificeren spraakgeluiden
▪ Taalsysteem: analyse structuur woorden, zinnen, betekenis & gebruik in context
▪ Domeinoverschrijdend onderzoek tussen verschillende specialisatiedomeinen →
communicatiemodel verfijnen
▪ Eenzelfde communicatiemodel hanteren bij onderzoek, onderwijs & klinische praktijk →
resultaten & inzichten vergelijken (verschillende talen, verschillende teams / doelgroepen
/ centra)
De wetenschappelijk studie van het spraakgeluid
Fonetiek versus fonologie
Fonetiek = wetenschappelijke studie van de productie, transmissie en perceptie van spraakgeluid
(onderste deel communicatiemodel)
Fonologie (middelste deel communicatiemodel: verbale code)
➔ Bijdragen spraakgeluid tot betekenisverschil tussen woorden in concrete taal
➔ Betekenisbijdrage aparte klanken, interpretatieve effecten van fenomenen zoals ritme,
klemtoon & intonatie die individuele klaksegmenten overstijgen
▪ Segmentale fonologie (prosodische deel verbale systeem)
▪ Suprasegmentale fonologie (paraverbale systeem)