INTRODUCTIE TOT HET OPLEIDINGSONDERDEEL
● Kennis van de basisregels van alle takken van het fiscaal recht
− Focus op “fiscale geletterdheid” als burger, én als jurist
• Inzicht
− O.m. Door toepassingen
− Verbanden tussen hoorcolleges
− Zelfstudie van rechtspraak
• Kennismaken met het werkveld
− Gastspreker met casussen
− Praktijkassistent met oefeningen
● Overzicht hoorcolleges:
Deel 1 – Kapstokken van het fiscaal recht (3-tal hoorcolleges)
− Basisbegrippen – fiscale bevoegdheidsverdeling
− Algemene beginselen
Deel 2 – Personenbelasting (3-tal hoorcolleges)
− 4 soorten inkomsten belastbaar: roerende inkomsten,
onroerende inkomsten, inkomsten uit
bedrijvigheid/beroepsinkomsten en diverse inkomsten (Steven
Peeters)
− Belastbare grondslag, aftrekbare bestedingen en
belastingberekening
Deel 3- BTW (1 hoorcollege)
Deel 4 – Fiscale procedure (1 hoorcollege)
− M.i.v. evolutie inzake internationale fiscale procedure
Deel 5 – Registratierecht en erfbelasting (1 hoorcollege)
Deel 6 – Rechtspersonenbelasting en vennootschapsbelasting (1
hoorcollege)
− Onderscheid rechtspersonenbelasting en vennootschapsbelasting
(Steven Peeters)
− Basis berekening vennootschapsbelasting
Deel 7 – Toelichting examen en oplossing oefeningen
− Pieter Holmstock
1
, ● Oefencolleges:
− 13 februari (= toelichting bij de oefeningen)
− 18 mei (= indienen van de oplossingen oefeningen, staat niet op
punten)
− 22 mei (= toelichting bij de oplossingen van de oefeningen) -->
maakt deel uit v/d leerstof
● Rechtspraak: Hoe gaat de rechtspraak ermee om? arresten lezen en
proberen te begrijpen --> maakt deel uit v/d leerstof
● Examen 2 juni 2026, op de computer.
− Gebruik van codex en rekenmachine toegestaan (geen eigen
rekenmachine, rekenmachine v/d computer).
− Meerkeuzevragen (gokken mag, geen giscorrectie, 50% punten)
− 2 open vragen (50% punten)
− Belangrijk: zie dat je alle takken van het fiscaal recht leert, want er
wordt rekening mee gehouden als je over bepaalde takken niets kan
zeggen!!
− Leerstof:
o Slides + Nota’s + oefeningen + rechtspraak ter zelfstudie
o BAMA Codex + Addendum Fiscaal Recht = wetboek waarop
we ons baseren
INTRODUCTIE TOT HET FISCAAL RECHT
DE STAAT VAN DE STAAT
● BBP: 620 miljard euro
● Belastingdruk: 42,6% BBP – 264 miljard Euro
● Overheidsuitgaven: 54% BBP – 334 miljard Euro
● Overheidsschuld: 105% BBP – 651 miljard Euro
● Overheidstekort: 4,4% BBP - 27 miljard Euro (3% Maastrichtnorm…)
2
, ● Verdeling Belgische overheidsuitgaven
PLAATS VAN HET FISCAAL RECHT TEGENOVER ANDERE RECHTSTAKKEN
● Fiscaal recht: onderdeel van het publiekrecht
− Relatie tussen de overheid en de burgers, maar ook de relatie
tussen overheden
− Gevolg:
o Toepasselijkheid algemene beginselen van administratief
recht
▪ Vooral voor formeel fiscaal recht – hoe kan de fiscale
administratie de fiscale regels afdwingen (zie HC over
fiscale procedure)
o Regels van openbare orde
▪ Absolute nietigheid
▪ Kan door iedereen worden ingeroepen, zelfs
ambtshalve door de rechter
• Rol van het privaat recht:
− Ook de overheid is soms aan het privaat recht onderworpen
o bv. sluiten van overeenkomsten met de belastingplichtige
− Privaat recht = “gemeen recht” -> een begrip dat niet door de
fiscale wet wordt omschreven heeft de “gemeenrechtelijke
betekenis”
= Wanneer er bepaalde zaken niet geregeld zijn i/h fiscaal recht,
vallen we terug op het privaatrecht. Het privaatrecht is dus van
aanvullend recht.
o Bv. begrip “inkomen”: geen definitie in de fiscale wet ->
gemeen recht?
3
, ▪ Rechtspraak: burgerrechtelijke betekenis: “inkomen is
alles wat een zaak periodiek aan vruchten voortbrengt,
zonder haar wezen te veranderen of haar substantie
aan te tasten”
▪ Gevolg: meerwaarde is geen inkomen (tenzij de fiscale
wet dit bepaalt)
o Bv. begrip “winst” (van een onderneming): geen definitie in
de fiscale wet -> gemeen recht?
▪ Bepalen volgens de regels van het boekhoudrecht
(tenzij de fiscale wet afwijkt)
▪ “primauteit van het boekhoudrecht”
BEGRIP BELASTING
● Belasting
− Klassieke definitie (rechtsleer en rechtspraak, het fiscaal recht zelf
geeft geen definitie):
« een betaling eenzijdig opgelegd door de overheid, teneinde haar
middelen te verschaffen om in haar uitgaven van alle aard te
voorzien »
− Vier kenmerken (Hof van Cassatie en Grondwettelijk Hof):
1. Door de overheid opgelegd (soevereiniteit)
= een staat kan binnen de grenzen van het territorium regels
opleggen m.b.t. belasttingen.
2. Eenzijdig opgelegde en verplichte bijdrage (dwingend
karakter)
3. Territorialiteit (nexus)
= Men kan maar belastingen heffen als overheid als er een band
is met het grondgebied waar de soevereiniteit v/d staat zich
afspeelt.
Wat kan die band zijn?
Bijv. Personenbelasting – A woont in België, A woont niet in
België maar werkt wel in België, ...
4. Financiering algemeen nut (geen rechtstreekse /
individuele tegenprestatie)
− Onderscheid met andere inkomsten van de overheid
o Bv. Boetes -> waarom?
Een boete is niet ter financiering v/h algemeen nut en de
uitgaven v/d overheid. Het doel ervan is bepaald gedrag
bestraffen.
o Bv. Schenking of legaat aan de overheid -> waarom?
4