psychofarmaca
Hoe communiceren neuronen?
Neuronen communiceren met elkaar via synapsen (contactpunten tussen cellen).
Er zijn 2 soorten communicatie:
Elektrisch (direct, snel)
Chemisch (meest voorkomend, gecontroleerd en flexibel)
Elektrische synaps
Bij elektrische synapsen:
Zijn cellen direct met elkaar verbonden
Via gap junctions (kanaaltjes tussen cellen)
Ionen stromen rechtstreeks van de ene cel naar de andere
Gevolg:
Supersnel
Cellen werken vaak tegelijk (synchroon)
Nadeel:
Geen fijne controle → alles “gaat samen aan”
Daarom worden ze minder gebruikt in de hersenen dan chemische synapsen.
1
, Chemische synaps = belangrijkste systeem
Hier gebeurt communicatie via neurotransmitters (chemische stoffen)
Stap-voor-stap proces (synaptische transmissie)
1. Elektrisch signaal komt aan → actiepotentiaal bereikt het uiteinde van het
neuron
2. Vrijstelling neurotransmitter → blaasjes (vesikels) geven neurotransmitters
vrij in de synaptische spleet
3. Diffusie → neurotransmitter gaat naar de
volgende cel
4. Binding aan receptor → alleen als de
volgende cel de juiste receptoren heeft →
reactie
5. Stoppen van signaal → neurotransmitter
wordt heropgenomen (reuptake) of
afgebroken door enzymen
Dit zorgt voor:
Controle
Selectiviteit
Geen “ruis” in het brein
Waarom chemische transmissie zo belangrijk is
In tegenstelling tot elektrische synapsen kan het:
Cellen activeren (exciteren)
Cellen remmen (inhiberen)
Signalen versterken of verzwakken
Dus: veel meer nuance en controle
Welke neurotransmitters bestaan er?
Er zijn verschillende types, elk met eigen functie en locatie.
Bekende neurotransmitters
Acetylcholine → spieren, geheugen
Dopamine → beloning, motivatie Verschillende
Serotonine → stemming, slaap hersengebieden
Noradrenaline → stress, alertheid gebruiken
Glutamaat → belangrijkste exciterende stof verschillende
GABA → belangrijkste remmende stof
2
, 3 grote groepen neurotransmitters
Kleine moleculen
Snel effect
Kortdurend
Voorbeeld: dopamine, serotonine
Neuropeptiden
Grotere moleculen (eiwitachtig)
Trager maar langdurig effect
Werken als modulatoren
Speciale stoffen (retrograde)
Gaan achteruit (van post → pre neuron)
Voorbeeld:
Endocannabinoïden
Stikstofmonoxide (NO)
Reguleren hoeveel neurotransmitter wordt vrijgegeven
Ontdekking van neurotransmitters
Belangrijk experiment door:
Otto Loewi
Henry Dale
Wat deden ze?
Werkten met kikkerharten
Stimuleerden een zenuw → hart vertraagde
Toonden aan dat er een chemische stof vrijkwam
Die stof bleek: Acetylcholine
→ Eerste bewijs van chemische communicatie → Nobelprijs
Psychofarmaca (invloed van stoffen)
3
, Psychofarmaca = stoffen die het zenuwstelsel beïnvloeden
Ze werken door:
Meer of minder neurotransmitter vrij te maken
Receptoren te blokkeren of stimuleren
Voorbeelden:
Antidepressiva → beïnvloeden serotonine
ADHD-medicatie → dopamine/noradrenaline
De “zwarte kant” (verslaving)
Sommige stoffen verstoren het systeem
Voorbeelden:
Drugs verhogen dopamine → sterk beloningsgevoel
Hersenen passen zich aan → verslaving
Gevolgen:
Minder natuurlijke beloning
Steeds meer nodig (tolerantie)
Moeilijk stoppen
Samenvatting
Neuronen communiceren via synapsen
Meestal via chemische neurotransmitters
Proces: vrijstelling → binding → effect → afbraak
Verschillende stoffen = verschillende functies
Psychofarmaca kunnen dit systeem beïnvloeden
Sommige stoffen → verslaving
Receptorfamilies
Receptoren in chemische transmissie
4