Werkcolleges: orthopedagogische doelgroepen en werkvelden 1
0. Inleiding
1. Personen met een verstandelijke beperking
Stelling 1
Tijdens de voorbereiding van een nieuwe speelpleinweek hoor je dit:
“Volgende week komt er een speciaal kindje naar de speelpleinwerking. Het gaat om
Joppe, 9 jaar, en hij is matig mentaal gehandicapt. Dus qua niveau is hij te vergelijken
met Sara want ze hebben een even hoog IQ.”
Motivatie wat fout is
Niet kind met een mentale handicap, maar verstandelijke beperking.
- Het woord gehandicapte zeggen we niet, we zeggen personen met een
beperking. Hierbij leg je de focus op de persoon, en niet op de beperking.
- Het woord mentaal zeggen we niet, het moet verstandelijk zijn omdat mentaal
ook iets zegt over de geest. Hiermee is niets mis.
- Het woord matig gebruiken we niet meer in de nieuwe definitie, omdat het IQ
van iemand niet veel zegt. Er zijn nog heel veel andere zaken die belangrijk zijn.
De vergelijking met Sara.
- We vergelijken niet meer.
- We kijken niet alleen naar het IQ, We moeten kijken naar 5 dimenties
1. Verstandelijke mogelijkheden
2. Adaptief gedrag
3. Gezondheid
4. Participatie, interactie en sociale rollen
5. Context
1
, Stelling 2
Geef de dimensie en leg uit.
1. Tijdens een bezoek aan de opendeurdag van de school werd dat bevestigd en voelden
we direct dat Féline welkom zou zijn.
- Dimensie 5: de context
- Meso-systeem (de buurt, de gemeenschap waar Féline deel vanuit maakt)
- De stelling gaat vooral over het school
2. Samen zijn we dan begonnen met knippen, strijken en stikken.
- Dimensie 2: adaptieve vaardigheden
- Het gaat over alledaagse uitdagingen die ze kan uitvoeren (mits een beetje hulp)
3. Meest positieve dat we ervaren, is dat Féline gezien wordt als een gewone leerling.
- Dimensie 4: participatie, interactie en sociale rollen
- Ze wordt als individu gezien, maar toch als deel van de school
4. Mondmasker maken bleek realistisch en het is bovendien een uitgelezen kans voor Féline
om tastbaar bezig te zijn met iets wat door haar niet te vatten valt (Corona-crisis).
- Dimensie 1: intellectueel functioneren
- Ze kan de corona-crisis niet of moeilijk vartten
- De corona-crisis is niet tastbaar
5. Ze heeft vrienden en vriendinnen;
- Dimensie 4: participatie, interactie en sociale rollen
- Ze vervuld de rol van vriendin
6. Soms voert ze eenvoudige taken uit in de refter, zoals borden en bestek klaarleggen
voor de leerlingen die een warm middagmaal nemen.
- Dimensie 2: adaptieve vaardigheden
- Het gaat over alledaagse vaardigheden die ze kan uitvoeren
2
, Stelling 3
Verstandelijke beperking is niet langer een persoonskenmerk, maar een gevolg van een
complex samenspel tussen mogelijkheden en beperkingen van een persoon met de eisen
van de omgeving.
Motivatie van de betekenis van de stelling
Een verstandelijke beperking is een multi-dimensioneel gebeuren. Het wordt
ondersteund door de sterkte en zwakte analyse van de 5 dimensies.
1. Verstandelijke mogelijkheden
2. Adaptief gedrag
3. Gezondheid
4. Participatie, interactie en sociale rollen
5. Context
Geen persoonskenmerk, omdat er een complex samenspel is tussen kind, omgeving en de
ondersteuning die het kind krijgt. Deze ondersteuning bepaalt het individueel functioneren
en dit functioneren geeft aan waar de ondersteuning van het kind aangepast moet worden.
Stelling 4
Pas het theoretisch model van de AAIDD toe op het filmpje (dia 14)
1. Dimensie 1: verstandelijke mogelijkheden
- Kan een gewoon gesprek voeren met zijn begeleider
- Kan plannen
- Denkt op voorhand na
2. Dimensie 2: adaptief gedrag
- Inzicht in de dagelijkse activiteiten
- Hij woont alleen
- Hij doet zeer veel zelf
- Hij heeft veel mogelijkheden
- Scoort hoog
3. Dimensie 3: gezondheid
- Op het eerste zicht lijkt hij gezond
4. Dimensie 4: participatie, interactie en sociale rollen
- De omgeving onderschat hem
- Hij wordt door de gemeenschap in de rol van een kind geduwd
- Hij heeft meerdere sociale rollen (partner, vriend,…)
5. Dimensie 5: context
- Mesocontext onderschat hem en denken dat hij niet veel kan
- Zijn begeleidster geeft hem zeer veel kansen
Goodness of fit = in micro-context en meso-context = ja, in macro-context neen.
3
, Stelling 5
Over welk soort risicofactor voor het ontstaan van verstandelijke beperking gaat het?
Kolom 1
- B = biomedische
- S = Sociaal-, gedrag, opvoeding
Kolom 2
- Prenataal
- Postnataal
- Perinataal
Kolom 1 Kolom 2
Ouders met een beperking S Postnataal
Kindermisbruik S Prenataal
Tekort aan toegang tot zorg bij de geboorte S Prenataal
Leeftijd van de ouders B Prenataal
Prematuriteit B Perinataal
Chromosomale afwijkingen B Prenataal
Stelling 6
Juist of fout + argumenteer.
De enige bedoeling van de AAIDD is om via een beeldvorming van de persoon en zijn
context aan de hand van een sterkte-zwakte analyse op vijf verschillende dimensies te
komen tot het stellen van een diagnose.
Antwoord + argumenten
Fout, dit is niet het enige. Er is ook een goed ondersteuningsplan nodig. Dit bovenop
de sterkte-zwakte analyse op de 5 dimensies. Er zijn 3 stappen en deze zijn allemaal
belangrijk.
AAIDD als systeem dat best in 3 stappen uitgevoerd wordt
1. Stap 1: beeldvorming
Beeldvorming van persoon en de contexten via sterkte-zwakte analyse m.b.t 5 ≠ dimensies
2. Stap 2: diagnose
- Stellen van de diagnose
- Het label ‘verstandelijke beperking’
3. Stap 3: ondersteuningsplan
Opstellen en uitwerken van een persoonlijk ondersteuningsplan
4
0. Inleiding
1. Personen met een verstandelijke beperking
Stelling 1
Tijdens de voorbereiding van een nieuwe speelpleinweek hoor je dit:
“Volgende week komt er een speciaal kindje naar de speelpleinwerking. Het gaat om
Joppe, 9 jaar, en hij is matig mentaal gehandicapt. Dus qua niveau is hij te vergelijken
met Sara want ze hebben een even hoog IQ.”
Motivatie wat fout is
Niet kind met een mentale handicap, maar verstandelijke beperking.
- Het woord gehandicapte zeggen we niet, we zeggen personen met een
beperking. Hierbij leg je de focus op de persoon, en niet op de beperking.
- Het woord mentaal zeggen we niet, het moet verstandelijk zijn omdat mentaal
ook iets zegt over de geest. Hiermee is niets mis.
- Het woord matig gebruiken we niet meer in de nieuwe definitie, omdat het IQ
van iemand niet veel zegt. Er zijn nog heel veel andere zaken die belangrijk zijn.
De vergelijking met Sara.
- We vergelijken niet meer.
- We kijken niet alleen naar het IQ, We moeten kijken naar 5 dimenties
1. Verstandelijke mogelijkheden
2. Adaptief gedrag
3. Gezondheid
4. Participatie, interactie en sociale rollen
5. Context
1
, Stelling 2
Geef de dimensie en leg uit.
1. Tijdens een bezoek aan de opendeurdag van de school werd dat bevestigd en voelden
we direct dat Féline welkom zou zijn.
- Dimensie 5: de context
- Meso-systeem (de buurt, de gemeenschap waar Féline deel vanuit maakt)
- De stelling gaat vooral over het school
2. Samen zijn we dan begonnen met knippen, strijken en stikken.
- Dimensie 2: adaptieve vaardigheden
- Het gaat over alledaagse uitdagingen die ze kan uitvoeren (mits een beetje hulp)
3. Meest positieve dat we ervaren, is dat Féline gezien wordt als een gewone leerling.
- Dimensie 4: participatie, interactie en sociale rollen
- Ze wordt als individu gezien, maar toch als deel van de school
4. Mondmasker maken bleek realistisch en het is bovendien een uitgelezen kans voor Féline
om tastbaar bezig te zijn met iets wat door haar niet te vatten valt (Corona-crisis).
- Dimensie 1: intellectueel functioneren
- Ze kan de corona-crisis niet of moeilijk vartten
- De corona-crisis is niet tastbaar
5. Ze heeft vrienden en vriendinnen;
- Dimensie 4: participatie, interactie en sociale rollen
- Ze vervuld de rol van vriendin
6. Soms voert ze eenvoudige taken uit in de refter, zoals borden en bestek klaarleggen
voor de leerlingen die een warm middagmaal nemen.
- Dimensie 2: adaptieve vaardigheden
- Het gaat over alledaagse vaardigheden die ze kan uitvoeren
2
, Stelling 3
Verstandelijke beperking is niet langer een persoonskenmerk, maar een gevolg van een
complex samenspel tussen mogelijkheden en beperkingen van een persoon met de eisen
van de omgeving.
Motivatie van de betekenis van de stelling
Een verstandelijke beperking is een multi-dimensioneel gebeuren. Het wordt
ondersteund door de sterkte en zwakte analyse van de 5 dimensies.
1. Verstandelijke mogelijkheden
2. Adaptief gedrag
3. Gezondheid
4. Participatie, interactie en sociale rollen
5. Context
Geen persoonskenmerk, omdat er een complex samenspel is tussen kind, omgeving en de
ondersteuning die het kind krijgt. Deze ondersteuning bepaalt het individueel functioneren
en dit functioneren geeft aan waar de ondersteuning van het kind aangepast moet worden.
Stelling 4
Pas het theoretisch model van de AAIDD toe op het filmpje (dia 14)
1. Dimensie 1: verstandelijke mogelijkheden
- Kan een gewoon gesprek voeren met zijn begeleider
- Kan plannen
- Denkt op voorhand na
2. Dimensie 2: adaptief gedrag
- Inzicht in de dagelijkse activiteiten
- Hij woont alleen
- Hij doet zeer veel zelf
- Hij heeft veel mogelijkheden
- Scoort hoog
3. Dimensie 3: gezondheid
- Op het eerste zicht lijkt hij gezond
4. Dimensie 4: participatie, interactie en sociale rollen
- De omgeving onderschat hem
- Hij wordt door de gemeenschap in de rol van een kind geduwd
- Hij heeft meerdere sociale rollen (partner, vriend,…)
5. Dimensie 5: context
- Mesocontext onderschat hem en denken dat hij niet veel kan
- Zijn begeleidster geeft hem zeer veel kansen
Goodness of fit = in micro-context en meso-context = ja, in macro-context neen.
3
, Stelling 5
Over welk soort risicofactor voor het ontstaan van verstandelijke beperking gaat het?
Kolom 1
- B = biomedische
- S = Sociaal-, gedrag, opvoeding
Kolom 2
- Prenataal
- Postnataal
- Perinataal
Kolom 1 Kolom 2
Ouders met een beperking S Postnataal
Kindermisbruik S Prenataal
Tekort aan toegang tot zorg bij de geboorte S Prenataal
Leeftijd van de ouders B Prenataal
Prematuriteit B Perinataal
Chromosomale afwijkingen B Prenataal
Stelling 6
Juist of fout + argumenteer.
De enige bedoeling van de AAIDD is om via een beeldvorming van de persoon en zijn
context aan de hand van een sterkte-zwakte analyse op vijf verschillende dimensies te
komen tot het stellen van een diagnose.
Antwoord + argumenten
Fout, dit is niet het enige. Er is ook een goed ondersteuningsplan nodig. Dit bovenop
de sterkte-zwakte analyse op de 5 dimensies. Er zijn 3 stappen en deze zijn allemaal
belangrijk.
AAIDD als systeem dat best in 3 stappen uitgevoerd wordt
1. Stap 1: beeldvorming
Beeldvorming van persoon en de contexten via sterkte-zwakte analyse m.b.t 5 ≠ dimensies
2. Stap 2: diagnose
- Stellen van de diagnose
- Het label ‘verstandelijke beperking’
3. Stap 3: ondersteuningsplan
Opstellen en uitwerken van een persoonlijk ondersteuningsplan
4