Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 29 páginas
Otro

Begrippenlijst Psychologie Hoofdstuk 1 | UGent | 2020/21

Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 29 páginas

Dit is een begrippenlijst voor Psychologie aan de Universiteit Gent, onderdeel van de Bachelor in de Pedagogische Wetenschappen. De lijst dekt Hoofdstuk 1 'Wat is psychologie?' en behandelt kernbegrippen zoals de wetenschappelijke revolutie, mentale chronometrie, evolutietheorie, en grote psychologische stromingen (structuralisme, behaviorisme, functionalisme). Ideaal voor studenten die de fundamentele concepten en definities willen consolideren voor toetsen en examens.

Vista previa del contenido

Begrippenlijst psychologie
Hoofdstuk 1 wat is psychologie?
Psychologie: een wetenschap waarbij het gedrag bestudeerd wordt en waarbij die
gedragsevidentie gebruikt wordt om de interne processen te begrijpen die aan dat gedrag
ten grondslag liggen.
Wetenschappelijke revolutie: de overtuiging dat ware kennis gebaseerd is op nadenken,
intuïtief aanvoelen en goddelijke ingevingen-> systematische observatie en actief
ingrijpen in de wereld. In Europa ontstond deze revolutie in de 16de- 17de eeuw.
Factoren die een rol gespeeld hebben in de verandering van denken zijn , de verminderde
macht van de kerk, een herwaardering van handel en handenarbeid, de uitvinding van de
boekdrukkunst, de ontdekkingsreizen en de confrontatie van de westerse wereld met de
islamitische en Chinese beschavingen, de oprichting van universiteiten en een periode
van relatieve welvaart.
Copernicaanse revolutie: De revolutie, met als begin een hypothese, dat de
hemellichamen niet rond de aarde draaien, maar dat de aarde en de andere planeten rond
de zon draaien. Nieuwe observaties werden mogelijk gemaakt door de uitvinding van de
telescoop.
Mentale chronometrie: een techniek waarbij men de psychologische processen in
informatiewerking probeert te achterhalen door te kijken naar de tijd die mensen nodig
hebben om allerhande taken uit te voeren.
Evolutietheorie: volgens deze theorie waren levende wezens het resultaat van een
aanpassingsproces aan veranderende omstandigheden.
Genetische variatie: binnen elke soort bestaan aangeboren individuele verschillen,
waardoor niet elke eigenschap bij elk lid van de soort in even grote mate aanwezig is.
Natuurlijke selectie: eigenschappen die goed aansluiten bij de omgeving, zorgen ervoor
dat het individu goed gedijt en veel nakomelingen heeft. Eigenschappen die niet goed
aansluiten bij de omgeving, bedreigen de overleving- en voortplantingskansen van het
individu.
Struggle for life/ survival of the ttest: de omgeving veranderd voortdurend en telkens
bieden bepaalde eigenschappen meer voordelen dan andere. Dieren en planten die daar
goed ik kenmerken hebben, kunnen zich met meer succes voortplanten, terwijl andere
dieren en planten (met slechte kenmerken) meer moeite krijgen om in de veranderende
omgeving te overleven en zich voortplanten. Daarom zullen zij uitsterven.
Dit zorgt ervoor dat dieren en planten continu veranderen onder invloed van de lokale
omgeving.
Dualisme: verwijst naar de overtuiging dat mensen uit twee onafhankelijke elementen
bestaan: lichaam en geest. De geest heeft een vrije wil en is dus niet onderhevig aan de
natuurwetten en vormt de kern van het menselijk denken. Het lichaam is niets meer dan
een omhulsel van de geest en heeft geen enkele invloed op de geest. Dualisme sloot aan
bij de beschouwingen van Plato en de katholieke kerk. -> Descartes


1


fi

, Rationalisme: stelt dat ware kennis gebaseerd is op de rede, die door het toepassen van
logica nieuwe informatie a eidt uit de bestaande.
Nativisme: verwijst naar de overtuiging dat de mens aangeboren kennis heeft, die het
uitgangspunt vormt van alle andere, afgeleide kennis. Opnieuw zie je hier de invloed van
Plato, Aristoteles en de katholieke kerk.
Empirisme: de inhoud van de geest wordt niet gevormd door aangeboren ideeën en
afgeleide inzichten, maar via zintuiglijke ervaring die met elkaar geassocieerd worden.
Volgens Locke kwam alle menselijke kennis voort uit ervaringen met externe, voelbare
voorwerpen en niet vanuit aangeboren ideeën. Met de term associaties van ideeën wordt
bedoeld dat hogere-ordekennis tot stand kwam door combinaties (associaties) van
eenvoudigere ideeën. Als twee dingen tegelijk ervaren word, dan hebben ze veel kans om
mentaal met elkaar geassocieerd te worden
Introspectie: het kijken naar het eigen bewust zijn van binnen uit -> een proef opzet
waarbij de proefpersoon in gestandaardiseerde situatie geplaatst wordt, eenzelfde proef
herhaaldelijk uitvoerde en diende te reageren met eenvoudige, kwanti ceerbare
antwoorden.
Structuralisme: een stroming in de psychologie op basis van introspectie de structuur
van het bewust zijn proberen te ontdekken.
Functionalisme:
Behaviorisme: een psychologische stroming waarin men het standpunt huldigt dat enkel
observeerbare, meetbaar gedrag het onderwerp kan vormen van het psychologisch
onderzoek en theorievorming.
Positivisme: een beweging die ervan uitging dat de natuurwetenschappen de meest
succesvolle manier gebleken waren om de wereld te begrijpen en kennis te genereren.
Daarom was het van belang om te expliciteren wat de wetenschappelijke methode
precies in hield, zodat de methode beschikbaar kan worden gesteld voor nieuwe
disciplines. Het eerste idee was dat we de theorie moet baseren op directe observaties
die door anderen herhaald konden worden. Dit betekent dat moet de concepten moest
de niëren in termen van de gebruikte meetprocessen en zo concreet mogelijke
begrippen.
Operationele de nitie: een concrete de nitie over de concepten in termen van de
gebruikte meetprocessen.
S-R -psychologie: een stimulus lokt een respons uit;
Psychoanalyse: het bewustzijn en het gedrag zijn slechts zeer oppervlakkige fenomenen
en ligt de ware oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen en mentale
stoornissen bij onbewuste krachten.
Hermeneutiek: een onderzoeksmethode waar de nadruk meer ligt op het begrijpen van
het verleden dan op het onderzoek van een natuurwetenschapper.
Theorie: een samenhangend geheel van ideeën dat gebruikt wordt om een fenomeen te
verklaren. Meestal is een theorie het resultaat van jarenlang onderzoek en nadenken.
Literatuurstudie: het opzoeken van vorige werken die al informatie bevatten over het
onderwerp waar jijzelf onderzoek over doet .

2


fi fi fl fi fi

, Naturalistische observatie: onderzoekstechniek waarbij het gedrag systematisch
geobserveerd wordt in de natuurlijke context. De onderzoekers noteren hoe vaak,
wanneer en in welke context allerhande gedragingen vertoond worden.
Reactieve gedragingen: wanneer de aanwezigheid van de onderzoeker invloed heeft op
het geobserveerde gedrag.
Vragenlijst: reeks van vragen die te ondervragen in hun eigen tempo beantwoorden,
gewoonlijk zonder dat de onderzoeker aanwezig is.
Gestructureerd interview: de ondervrager heeft een vaste lijst van vragen die in een
bepaalde volgorde aan bod komen
Ongestructureerd interview: hier liggen de vragen niet van tevoren vast (behalve
misschien de eerste), maar wordt ingehaakt op wat er ondervraagde zegt.
Sociale wenselijkheid: de neiging die mensen hebben om op vragen te reageren op een
manier die maatschappelijk gewaardeerd wordt, waardoor ze in sociaal opzicht een
gunstige indruk maken.
Opiniepeiling: een inventaris van de opinies bij een representatieve steekproef van de
bevolking, op basis waarvan mijn conclusies trekt over de hele populatie.
Gestandaardiseerde test: procedures voor het meten van vaardigheden of
eigenschappen die aan een zorgvuldig en uitgebreid vooronderzoek onderworpen
werden, zodat de onderzoeker een duidelijk beeld heeft van de scores die verwacht
kunnen worden en voldoende waarborgen heeft dat de test op een betrouwbare manier
de vaardigheid of eigenschap meter die men wil meten.
Gevalstudie: een intensief, gedetailleerd onderzoek over een persoon of een gebeurtenis,
in de hoop principes te vinden die gelden voor het fenomeen in het algemeen.
Focus groep: een groep van personen die een bepaalde situatie aan de lijve
ondervonden heeft en onderling ervaringen en visies uitwisselt.
Variabele: Elke kenmerk dat kan veranderen en dat gemeten kan worden (in een getal
uitgedrukt.)
Correlatie: verwijst naar de mate waarin twee verjaardagen met elkaar samenhangen,
naar de mate waarin de wijzigingen in de ene variabele gepaard gaan met wijzigingen in
de andere variabelen.
Correlatiecoë ciënt: om de correlatie tussen twee variabelen te beschrijven, maken
onderzoekers gebruik van de correlatiecoë ciënt. Dit is een getal tussen -1,00 en +1,00
dat de maat en de richting van het verband tussen de twee variabelen uitdrukt.
Nulcorrelatie: een correlatie dicht bij 0,00.
Experimenteel onderzoek: bij experimenteel onderzoek grijpen onderzoekers actief in;
zij manipuleren een (of meer) variabele(n) en kijken of dit e ect heeft op een andere
variabele. Als dit zo is dan hebben ze goede evidentie dat de gemanipuleerde variabelen
e ectief het e ect veroorzaakt heeft. Daarbij is het essentieel dat alleen de geplande
manipulatie een verschil teweegbrengt tussen de condities en dat al de rest constant
blijft. Daarna gaat me na wat het e ect van de manipulatie geweest is op het gedrag
waarvoor men zich interesseert.


3


ff

ffi
ff ff ffi ff

Información del documento

Estudio
Subido en
28 de julio de 2026
Número de páginas
29
Escrito en
2021/2022
Tipo
Otro
Personaje
Desconocido
$14.85

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
15
Última venta
-


Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes