Steven Lierman
,H1. Het bestuur: basisbegrippen en centrale thema’s
Afdeling 1. Begrip en evolutie van het bestuur
‘Verschillende staatsmachten moeten elkaar in evenwicht houden’
→ scheiding der machten + checks and balances
Schilderij ‘het goede bewind’
- Hierop staan de 3 staatsmachten afgebeeld
- Vrouw met touw → verbind alle machten → ze staan dus niet volledig los
van elkaar
- Moeten elkaar in evenwicht houden; geen willekeur/arbitraire beslissingen.
Staatsstructuur: trias politica (Locke + Montesquieu)
= principe van machtenscheiding op 2 manieren:
1. Absolute machtenscheiding (horizontale) => moeten elk 3 onafhankelijke organen
worden
2. Evenwicht (checks and balances - voorkomen van machtsconcentratie)
DOEL: machtsconcentratie voorkomen (door onderling controleren + wederzijdse
participatie in elkaars functie)
Horizontale machtenscheiding (of functionele) → binnen 1 niveau de RM, WM en
UM
- Verschillende taken en bevoegdheden van de OH binnen 1 en hetzelfde
overheidsverband aan verschillende ambten of organen toebedelen
Impact horizontale machtenscheiding
Bestuur = organen en instellingen van de UM (ook gemeentelijke provincies die besturen op
lokaal niveau)
UM → staan altijd onder een minister
- Meer dan ‘uitvoerende taken’ :
bepaalde bestuurlijke handelingen hebben een materieel wetgevende inhoud bv.
gemeentereglement
bestuurlijke rechtscolleges oefenen een rechtsprekende functie uit en zijn geen
besturen bv. Raad van State
Ook WM en RM nemen bestuurlijke beslissingen bv. gunning overheidsopdracht,
aanwerving personeel, pc bestellen voor personeelsleden,…
→ kunnen ook reglementair of verordenend optreden, algemene
rechtsregels aannemen
→ gaan wetten in materiële zin aannemen
Kritiek op bureaucratiemodel
Bureaucratiemodel van max weber:
– primaat van de politiek (niet ambtenaar, maar minister moet zich i/h parlement
verantwoorden -> politiek en ambtenarij STRIKT onderscheden takenpakket)
2
, – Minister legt administratie zijn wil op; administratie voert instructies uit als
willoze machine
– onderworpen aan formele regels en procedures
– gekenmerkt door een depersonalisering van onderlinge verhoudingen (geen
vriendjespolitiek, willekeur of ongelijkheid)
– en een strikte hiërarchie
→ gewijzigde perceptie van bureaucratie: log, duur, niet flexibel,
gebruiksonvriendelijk,...
Evolutie van het bestuur
Overheidsapparaat is steeds verder uitgebouwd in meest uiteenlopende aangelegenheden
Vb: OV, gezondheidszorg, burgerlijke stand, cultuur, TV,...
=> Burgers + ondernemingen komen dagelijks vaker in contact m/d overheidsadministratie
Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes
- Modernisering naar het beeld van het private ondernemerschap
- Verzelfstandiging door beroep op gespecialiseerde diensten en instellingen
(functionele decentralisatie)
- Kerntakendebat en privatisering van overheidstaken
Elk bestuursniveau beschikt over eigen administratie (binnen verticale verdeling)
Resultaat: uiterst complexe organisatievorm van verschillende bestuursniveaus
Afdeling 2. Besturen in de gelaagde rechtsorde
“Burger maakt deel uit van verschillende overheidsniveaus”
Verticale machtenscheiding
dit leidt tot gelaagde rechtsorde: burger maakt deel uit van verschillende
overheidsniveaus/verbanden Vb. gemeente, Vlaams Gewest,… + verdeling taken tussen
verschillende niveaus (lokaal, regionaal,…)
→ ‘hoe verhouden de verschillende overheidsniveaus zich tov elkaar’
- Technieken van federale machtenscheiding: federalisme (autonoom)/ decentralisatie
(ondergeschikt)
= territoriale machtenspreiding
- Bevoegdheden van de overheden spreiden over verschillende territoriaal
omschreven overheidsverbanden, verdeling tussen de verschillende niveau’s
● Verdeling gebeurd door meerdere technieken, onder andere federalisme en
decentralisatie
Federalisme en decentralisatie
Federalisme = de spreiding van bevoegdheden tussen verschillende autonome rechtsordes
Decentralisatie = centrale overheid kent taken toe aan ondergeschikte (lokale) besturen
- Eigen rechtspersoonlijkheid (geen onderdeel v/d centrale overheid) vb. UGent
- Bestuurlijk (ipv hiërarchisch) toezicht (= minder verregaande vorm van toezicht)
- Niet volledig autonoom; blijven onderworpen aan de wetten/ toezicht van het centrale
niveau en hun regels hebben zelf geen kracht van wet
3
, deconcentratie = delegatie van bepaalde taken vanuit het centrale bestuur naar
lagere instanties of ambten
- Geen aparte rechtspersoonlijkheid, blijven onderdeel van centraal bestuur
Bv: FOD (in naam van minister)
- Onder hiërarchisch toezicht (=sterker toezicht)
MAAR gelaagde rechtsorde confronteert ons met constitutioneel pluralisme
- Subsidiariteitsbeginsel: hogere OH net moet inlaten met taken die ook door lagere
instanties kunnen worden afgehandeld
- Het toekennen van beslissingsautonomie aan kleinere, territoriaal omschreven
regio’s verstevigt het draagvlak voor het constitutioneel bestel
Territoriale versus functionele decentralisatie
Territoriale decentralisatie (lokale besturen)
- Algemeen omschreven bevoegdheden
- Publiekrechtelijke lichamen, gesteund op politieke vertegenwoordiging en toegekend
aan overheden die voor een bepaald grondgebied bevoegd zijn
Bevoegdheden toegewezen binnen een gespecialiseerd domein bv. afval,…
Democratische vertegenwoordiging op lokaal niveau (gemeentes, provincies,…) = op
laagste niveau
Functionele decentralisatie
- Specifiek omschreven bevoegdheden toekennen aan overheidsdiensten die in een
bepaald beleidsdomein over de nodige expertise beschikken (meer efficiëntie)
- Organieke autonomie, niet gesteund op politieke vertegenwoordiging
- Evolutie naar meer verzelfstandiging op alle bestuursniveaus
Slaan niet enkel op gezagsstructuur maar worden gebruikt als organisatiebeginsel
1. UM,WM + RM vormen samen federale overheid, tegenover lokaal gedecentraliseerde
besturen Vb. gemeentes en provincies
2. Gemeentes en provincies zijn ook centraal georganiseerd (die evenmin ontsnappen aan
decentralicatie en deconcentratie)
=> verzelfstandiging op alle bestuursniveaus
Decentralisatie en federalisme zijn complementaire staatsvormen (Vb. België: beide)
Afdeling 3. Het bestuur
Het bestuur is in beginsel voorbehouden voor organen en instellingen die vallen onder de
UM => Toch vallen ook lokale besturen hieronder (geen UM)
Bestuur vervult niet enkel taken inzake tenuitvoerlegging, ook taken met normatieve inhoud
UITZONDERING!! ⇒ bestuurlijke/administratieve rechtscolleges (UM) zijn GEEN
besturen, zij oefenen rechtsprekende functie uit.
4