based handelen
Evidence-based handelen
Algemene informatie
Information overload: Te veel informatie, vaak op hetzelfde moment.
Lack of ecvidence: Te weinig informatie om tot een duidelijk antwoord te komen.
We moeten het verschil tussen feiten en opinies van elkaar onderscheiden en het verschil
tussen reclame en informatie herkennen. ‘Meten is weten’ en ‘gissen is wissen’.
4 onderzoekende houdingen
1. Opmerkzaam, we moeten alles gezien hebben
Als je iets niet opmerkt dan kan je het ook niet in je verslag zetten. Zoals een
cliënt die een taalfout maakt, maar je merkt het niet op. Dan is de kans groot dat
je een verkeerde diagnose opstelt. Het kunnen observeren is de basisvaardigheid
van een hulpverlener. Details goed moeten kunnen zien.
2. Nieuwsgierigheid
Je moet geïnteresseerd zijn in hetgene dat je niet snapt. Je bent nieuwsgierig hoe
het in elkaar zit en hoe het in zijn werk gaat.
3. Bedachtzaam, je moet nadenken “is het wel zo”?
“als het te mooi is om waar te zijn, dan is het niet waar”.
4. Kritisch
Bronnen gebruiken om tot een goede conclusie of antwoord te komen.
Inleiding evidence based handelen
,Logopedisten nemen dagelijks klinische beslissingen: welke behandeling starten, of
het beter is om nog even af te wachten, enzovoort. Om goede keuzes te maken,
voortdurend vragen stellen en verschillende bronnen van kennis afwegen.
Traditionele manieren van beslissen
Beslissingen werden vroeger vaak genomen op basis van:
Ervaring: Kennis jarenlange praktijk, risico op niet toepassen nieuwe methoden.
Traditie: Handelen uit gewoonte, zonder te weten of dit meest efficiënte manier is.
Opleiding: Baseren op wat men geleerd heeft, maar opleidingen kunnen
verouderde kennis bevatten.
Experts: Vertrouwen op de mening van ervaren collega, al is dit niet altijd
gebaseerd op feiten.
Selectieve literatuur: Gebruik van één/ enkele artikels eenzijdig beeld.
Wat is evidence based handelen (EBH)?
Werken op basis van beste beschikbare wetenschappelijke evidentie, gecombineerd
met klinische expertise en de voorkeuren van de cliënt. Wetenschappelijke kennis
vertalen naar dagelijkse praktijk, met oog voor individuele context van elke cliënt.
1. Vandaag veel meer wetenschappelijke evidentie beschikbaar. Levenslang leren is
dus essentieel.
2. Door digitalisering is toegang tot evidentie makkelijker geworden.
3. Vragen uit de praktijk leiden vaak tot nieuw onderzoek.
4. Veel onbeantwoorde evidentie, niet elke cliënt volledig ondersteunen.
5. Verschil tussen wetenschap en praktijk. Praktijk loopt meestal voor op onderzoek.
EBH: gepersonaliseerd, klinisch en cyclisch proces. Geen “blind volgen” van richtlijnen,
maar doordachte afweging tussen wetenschap, ervaring en cliëntvoorkeuren.
Definitie
David Sackett, EBH: “het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig nemen van beslissingen
over de zorg voor patiënten.” Concept komt uit geneeskunde (“evidence based
medicine”) en bestaat al meer dan 25 jaar.
Bewijsniveaus
Evidence: kennis uit verschillende bronnen (kwalitatief & kwantitatief onderzoek).
Proof: harde bewijs, hoe meer evidence, hoe dichter men bij proof komt.
Hiërarchie van bewijs: hoe hoger in piramide, hoe betrouwbaarder onderzoek.
Levels of evidence.
Geaggregeerde evidentie: Meerdere afzonderlijke studies of gegevens
samenvoegen om tot een betrouwbaarder totaalbeeld te komen.
Peer review: Beoordeling vakgenoten. Niet op Google.
Factoren bij klinische beslissingen
1. Wetenschappelijke evidentie
2. Beschikbare middelen (tijd, geld, personeel)
3. Expertise van de behandelaar (ervaring, competenties, overtuigingen)
4. Voorkeuren van de cliënt (doelen, wensen, verwachtingen)
, EBH-cyclus
1. Klinisch probleem formuleren: omzetten naar concrete vraag (bv. PICO-methode).
2. Evidentie zoeken: via wetenschappelijke databanken met gerichte zoektermen.
3. Evidentie beoordelen: nagaan of studies methodologisch sterk en toepasbaar zijn.
4. Implementeren in de praktijk: toepassen van gevonden kennis op cliëntsituatie.
5. Evalueren van het proces: reflecteren over beslissing. Nieuwe vragen.
Nieuwe cyclus
Beoordeling van bronnen
Niet-wetenschappelijke bronnen beoordelen op betrouwbaarheid: CRAAP-test
Currency: hoe actueel is de informatie?
Relevance: past de informatie bij de vraag?
Authority: wie is de auteur en is die betrouwbaar?
Accuracy: is de informatie correct en controleerbaar?
Purpose: wat is het doel van de tekst (objectief of beïnvloed)?
Evidentiepiramide
Toont de wetenschappelijke waarde van verschillende soorten bronnen.
Onderaan: veel studies met lage wetenschappelijke waarde.
Bovenaan: weinig, maar sterk wetenschappelijk onderbouwde bronnen.
Alle niveaus hebben waarde, maar voor evidence-based handelen baseer je je
vooral op de bronnen bovenaan.