• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 67 páginas
Resumen

Samenvatting Spraak en Taal Assessment 1 | Logopedie | Arteveldehogeschool | 2025/26

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 67 páginas

Studiemateriaal voor het vak 'Spraak en taal: assessment en therapie 1' uit het tweede semester van de Bachelor Logopedie aan Arteveldehogeschool. Het document behandelt klinisch redeneren in spraak- en taalproductie, het psycholinguïstische model van Levelt, het model van Stackhouse, Wells & Fox, en praktische kwalitatieve analysemethoden voor zinsformulering en zinherhaling. Ideaal voor examenvoorbereiding en als naslagwerk voor het begrijpen van spraakproductiemechanismen en therapeutische implicaties.

Vista previa del contenido

Spraak en taal assessment 1
Semester 2

Spraakproductiemodellen

Kernbegrippen: code, decoderen en (en)coderen

Klinisch redeneren vertrekt vanuit het idee dat spraak- en taalproductie gebaseerd zijn op
codes. Dat zijn regelsystemen en representaties of templates die:
 Ontdekt worden
 Opgeslagen worden in het geheugen
 Vastgehouden en geleerd worden
 Toegepast worden in communicatie



Decoderen
Herkennen en uitpakken van input. Bv. klanken, woorden, structuren, …

(En)coderen
Opgeslagen codes selecteren en inzetten om output te produceren  spraak.

Spraakproductie is dus geen simpele uitvoer, maar een actief coderingsproces dat
steunt op opgeslagen kennis, regels en representaties.



Psycholinguïstisch spraakproductiemodel
Het model van Willem Levelt
Het klassieke psycholinguïstische model beschrijft spraakproductie van intentie tot
articulatie als een interagerend systeem.
De kinderen die een spraakontwikkelingsstoornis hebben, hebben problemen met spraak,
articulatie en de verwerving van taal. Dit is een heterogene groep.

Hoofdcomponenten
1. Conceptualisatie
Ontstaan van idee en communicatieve intentie.
Leidt tot een preverbale boodschap.

2. Formulering
Preverbale boodschap wordt geformuleerd.
 Grammaticale encodering: Gebruik maken van codes of representaties die
al opgeslagen zijn. Zinsbouw, woordvormen, volgorde.

 Fonologische encodering: selectie en ordening van klanken.
o Fonologische representaties: Dit zijn de mentale klankopslagen
van woorden in ons brein. Ze bevatten informatie over hoe een
woord klinkt (de klanken en hun volgorde).

o Distinctieve kenmerken: Dit zijn de kleine klankeigenschappen
die klanken van elkaar onderscheiden. Elke spraakklank bestaat uit
een combinatie van zulke kenmerken. Distinctieve kenmerken

, helpen verklaren waarom sommige klankverwisselingen voorkomen
bij taalontwikkeling of stoornissen.
o Klinische implicatie: Dit betekent: wat betekent deze theorie voor
de praktijk (bijvoorbeeld logopedie)? Als een kind problemen heeft
met fonologische representaties of bepaalde kenmerken niet goed
onderscheidt, kan dat leiden tot: Klankverwisselingen,
vereenvoudigingen en moeilijk verstaanbare spraak.



3. Fonetisch plan
Motorisch bewegingsplan: vorm, timing en volgorde van articulatorische
bewegingen. Tijdens het uitvoeren wordt er waargenomen hoe de bewegingen
voelen. Hierop wordt er feedback gegeven om de bewegingen eventueel bij te
sturen. Programma, plan en commando.

4. Articulatie
Motorische uitvoering van het plan  hoorbare spraak. Alle articulatoren en
spieren werken samen en we verkrijgen een akoestisch spraaksignaal.

5. Lexicon
Opslag van woorden, klankregels en grammaticale informatie (codes).

6. Monitor (feedback)
Zelfcontrole via auditieve en somatosensorische waarneming tijdens spreken.
Fouten kunnen worden opgemerkt en bijgestuurd.

Dit model stelt een ontwikkeld systeem voor, maar helpt om te begrijpen welke processen
ook in ontwikkeling moeten groeien.



Het model van Stackhouse, Wells & Fox
Dit model toont wat er precies wordt opgeslagen in het mentale lexicon.
 Semantische representatie: Betekenis
 Fonologische representatie: Klankstructuur. Fonologische codes. Distinctieve
kenmerken die betekenisverschil aanduiden. Je hebt sensomotorische en
akoestische externe informatie nodig om verschillen te kunnen aantonen.
 Motorische representatie: Bewegingspatronen/ motorische programma’s
 Auditieve en somatosensorische representaties: Hoe klanken klinken en aanvoelen

Bij ontwikkelende kinderen verlopen deze representaties niet gelijktijdig en niet perfect
geïntegreerd. Er is:
 Perifeer auditief waarnemen
 Fonologische herkenning
 Fonetische discriminatie
 Fonologische representatie
Ontwikkeling betekent hier geleidelijk sterker wordende associaties tussen deze
representaties.



Ontwikkelingsfasen in spraak
De spraakontwikkeling verloopt in verschillende fasen:
1. Pre-lexicale fase (rond 1 jaar)

, Brabbelen zonder stabiele woordbetekenis. Canoniek brabbelen.

2. Hele-woordfase/ éénwoordfase (rond 2 jaar)
Woorden als globale gehelen opgeslagen

3. Fase van systeemvereenvoudiging (2;6 – 4 jaar)
Kind gebruikt vereenvoudigde patronen

4. Assmemblagefase (rond 3 à 4 jaar)
Woorden worden opgebouwd uit kleinere fonologische eenheden.

5. Metafonologische fase (vanaf 5 jaar)
Bewustzijn van klanken en klankstructuren.

De ontwikkeling verloopt dus van globaal  analytisch  regelgebaseerd.



Neuraal netwerkmodel van spraakverwerving – computermodel

Het DIVA-model
Het DIVA-model beschrijft spraakverwerving als een feedforward–feedback systeem in
een neuraal netwerk:
 Feedforward: vooraf geprogrammeerde motorische commando’s.
 Feedback: auditieve & somatosensorische terugkoppeling om fouten te corrigeren.

Spraakklanken zijn gekoppeld aan:
 Auditieve doelen (hoe moet het klinken?),
 Somatosensorische doelen (hoe moet het voelen?),
 Motorische plannen (hoe moet ik bewegen?).

Multifactoriële probleem bij kinderen met spraakontwikkelingsdyspraxie (Ozanne):
 Fonologisch coderen en encoderen.
 Assembleren van fonetisch plan (bewegingsplan)
 Implementatie van dat bewegingsplan

Ontwikkelingsimplicaties
1/ Brabbelen
Bij de eerste vormen van brabbelen worden de articulatiebewegingen gebruikt om de
relaties te leren tussen de motorische commando’s, auditieve en somatosensorische
consequenties. De ouders gaan mee brabbelen waardoor de baby door imitatie de
akoestiek beter kan begrijpen en zelf toepassen



2/ Imitatie
Er is een auditief doel voor elke spraakklank. Er ontstaan motorische commando’s, die
feedforwardcommando’s worden genoemd, door verschillende pogingen om een klank
te produceren. We zijn in staat om via feedback ons auditief doel te bereiken. Als wat we
produceren niet overeenkomt met ons doel, dan kunnen we dit aanpassen, tot het
accuraat genoeg is.

, Uit onderzoek blijkt dat brabbelen wereldwijd met dezelfde klanken gebeurt. Vanaf de
leeftijd van 1 jaar vinden er brabbelmonologen plaats die afkomstig zijn van de thuistaal.
Het auditief vermogen is dus zeer belangrijk om een specifieke taal eigen te worden.
Als kinderen er niet in slagen om de feedforwardcommando’s op te slaan en bij te sturen,
dan zullen deze nooit goed functioneren.



Proto-syllabary en vroege representaties
De eerste stabiele associaties ontstaan tussen:
 Betekenis
 Motorische commando’s
 Auditieve en somatosensorische representaties

Vaak in de vorm van één syllabe  proto-syllabary. Pas daarna kunnen fonologische
codes en regels ontstaan en erop verder bouwen.



Het watervalmodel: geen modulair systeem

Het watervalmodel beschrijft spraakproductie als een continu interagerend proces,
niet als losse modules:
 Fonologische regels
 Fonologisch plan (template)
 Motorische planning
 Motorische programmering
 Uitvoering
 Feedback

Kernidee
Processen werken niet apart, maar beïnvloeden elkaar continu. Ontwikkeling = leren van
associaties tussen processen.
 Symptomen kunnen overlappen.
 Eenzelfde waarneembaar probleem kan verschillende onderliggende oorzaken
hebben.




Motorische planning en programmering
Motorische planning
 Selectie van articulatorische bewegingsdoelen.
 Opbouw van bewegingsconfiguraties (dynamisch).
 Eerder telkens opnieuw opgebouwd.
 Door herhaling ontstaan gegeneraliseerde motorische representaties (GMR).



Motorische programmering
 Parametrisatie: afstemmen op context (lichaamspositie, achtergrondlawaai,
luisteraar, beginsituatie articulatoren, …).

Información del documento

Estudio
Subido en
24 de julio de 2026
Número de páginas
67
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$10.39

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
emmameuleneire
4.5
(4)
Vendido
30
Seguidores
0
Artículos
12
Última venta
1 día hace

Reseñas de compradores verificados




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes