Inleiding
Olifant : emotioneel /reflexbrein
Basisemoties, geautomatiseerd gedrag, basisbehoeften, …
Bijrijder : denkbrein
Aandacht, plannen, organiseren, rationeel beslissen , …
Wat is psychologie
= de wetenschap van het gedrag en mentale processen van een individu
Functieleer = functies van de menselijke psychologie
Pseudowetenschap = persoonlijke mening, willekeurige observaties,
storende variabelen
Hoofdstuk 3 – de waarneming
Waarneming = de hersenen die een beeld construeren uit vele
binnenkomende prikkels, er een betekenis aangeven ( diepgaande
verwerking ) – actieve verwerking van prikkels
Gewaarwording = prikkels die binnen komen waardoor we een
onmiddellijk bewustzijn krijgen ( onmiddellijk resultaat van de prikkels ) –
overkomt je gewoon
Niemand heeft dus de zelfde waarnemingen
Waarnemingsproces
Waarneming is niet zomaar registreren. De hersenen halen uit de vele
prikkels die prikkels die nodig zijn om je gedrag te kunnen aanpassen aan
de omgeving.
Hoe gaat dit proces :
1. Fysische prikkels met receptoren bereiken de zintuigen
2. Transductie : receptoren zetten prikkels om in zenuwimpulsen
3. Zenuwimpulsen geven ruwe info door aan de hersenen ( visuele
cortex )
4. Hersenen maken een waarneming van deze impulsen
Ook andere factoren spelen een rol in waarnemen :
Motoriek : we zoeken prikkels actief op of gaan ze uit de weg
1
Psychologie
, Geheugen : zorgt ervoor dat we iets herkennen en hier meteen
dingen aan linken
Fantasie en denken : dingen zien of horen die er niet zijn
Behoeften, interesses en emoties : bepalen welke selectie we
maken uit alle info
Psychologische wetmatigheden die een rol spelen bij waarneming :
1. We gebruiken een beperkt deel van de prikkels, een groot deel
dringt nooit tot ons bewustzijn door ( = waarnemen is selectief )
2. prikkels die binnekomen spelen op elkaar in ( = waarnemen is een
structurele activiteit
3. de dingen die we waarnemen zorgen voor bepaalde herinneringen
( = waarnemen is een zingevende activiteit )
waarnemen is selecteren
we krijgen heel veel prikkels, maar slechts een deel komt tot ons
bewustzijn. Een prikkel moet door diverse hindernissen
wat we waarnemen hangt af van het gebruikte zintuig.
Waarneembaar spectrum
= wat de ogen kunnen waarnemen. Ieder zintuig is gespecialiseerd in het
opvangen van een bepaald soort prikkel (bv. kegeltjes van ogen nemen
licht weer )
Slechts een beperkt deel van alle stralingen is met het ook zichtbaar
Sommige prikkels die niet zichtbaar zijn, kunnen we wel in een
andere vorm waarnemen bv. infrarood stralen in warmte
Er is een verschil tussen ‘ gevoelig zijn voor ‘ en ‘ waarnemen van ‘
de straling
Adequate prikkel = energievorm waarvoor receptor meest gevoelig is
Waarom we prikkels wel of niet opvangen, hangt af van wat nodig is om te
overleven voor die soort. Overbodige info nemen we dus niet waar ( en
maar goed soms )
Minimumintensiteit van de prikkels
2
Psychologie
,Prikkels moeten voldoende intens zijn voordat we ze effectief kunnen
waarnemen
Absolute drempel = minimum intensiteit die je drempel moet hebben
voor we die kunnen waarnemen ( verschilt van persoon tot persoon,
veranderd )
Maximumdrempel is er niet, je max drempel is intense pijn ( pijngrens ligt
niet altijd gelijk met het punt van weefselschade )
Prikkels die sterk op elkaar gelijken, nemen we vaak hetzelfde waar.
Minimumverschil die odig is om ze van elkaar te onderscheiden =
differentiële drempel / Verschildrempel ( afhankelijk van
uitgangsprikkel
Selectieve aandacht
= wat trekt je aandacht
Aandachtsmechanisme doet aan actieve selectie van wat als dan niet
wordt waargenomen. – zo worden we niet overprikkeld
We zijn niet in staat om even veel aandacht te geven aan alle info die
binnenkomt.
interne factoren : relevantie, behoefte, interesse
externe factoren : kenmerken van de prikkel : intensiteit, contrast,
verandering, beweging
maar … habituatie = als een prikkel lang aanwezig is, verlies je er je
aandacht voor ( gewenning )
je kan ook onbewust waarnemen :
cocktailpartyfenomeen : een gesprek niet volgen maar plots je
naam horen
blindzien : blind zijn want hersen nemen de prikkels niet waar,
maar je reageert toch omdat je op onbewust niveau wel nog ziet
waarnemen is structureren
= hersenen gaan de prikkels ordenen tot een overzichtelijk geheel ( info
wordt weg gefilterd, gebundeld , .. )
Beeld opdelen in voor & achtergrond
Gebeurt automatisch, tenzij er geen differentiatie aanwezig is in de
prikkel. De prikkel wordt een ding die losgemaakt is van de omgeving. De
figuur krijgt andere kenmerken dan de achtergrond
grens geven aan figuur
3
Psychologie
, figuur springt vooruit, achtergrond loopt door
bewegingen worden toegeschreven aan de figuur
meer aandacht voor details
we zijn hier zo aan gewend dat we het als evident beschouwen.
Voor en achtergrond kunnen wisselen, de opdeling ligt niet vast
structureringsfactoren
prikkels worden gegroepeerd
wet van nabijheid : prikkels dicht bij elkaar worden
als één structuur gezien
wet van gelijkheid : dingen die op elkaar gelijken
horen samen
wet van geslotenheid : brein gaat lijnen aanvullen
om er een figuur van te maken,
wet van gemeenschappelijk lot : iets die een
andere richting aanneemt, wordt als een andere
groep gezien, maakt linken omdat het logisch is, ze
ondergaan hetzelfde dus zullen ze wel hetzelfde zijn
wet van continuïteit : brein vind patronen in
prikkels
dit zijn gestaltwetten ( aangeboren , andere zeggen aangeleerd )
waarnemen gebeurt niet enkel van prikkel persoon, maar ook van
persoon prikkel. Je hebt verwachtingen en zal daardoor meer aandacht
hebben of een bepaalde prikkel zoeken = top-down
herkennen van gestalten
de structuren die we waarnemen zijn gestaltes. Het zijn gehelen met
toegevoegde waardes
gestaltekwaliteiten = kenmerken die niet zichtbaar zijn in willekeurige
samenvoeging, maar als je ze op een bepaalde manier ordent , komen ze
naar voor je ziet dus ook soms dingen die er niet zijn.
4
Psychologie