INLEIDING TOT RECHT
1e bachelor – sociaal werk – Layla De Moor
, DEEL 1: WAT IS RECHT?
1. Kenmerken en defintie van het recht
1.1. Kenmerken van het recht
Iedereen komt dagdagelijks in contact, of je dat nu wil of nt, met het recht
à het recht bepaalt wat je mag, moet of niet mag doen => recht is overal
à bv. stemmen, huis kopen, door rood licht rijden, erfenis, voogd…
Het recht bestaat uit verschillende rechtstakken: verkeersrecht, strafrecht,
aansprakelijkheidsrecht, erfrecht, fiscaal recht, personen- en familierecht…
Dit toont aan dat recht onmisbaar is in het dagelijkse leven -> om te begrijpen wat het
precies is en hoe het zich onderscheidt van andere regels, moet men kijken nr de
fundamentele kenmerken vh recht
1.1.1. Het recht heeft als doel de samenleving te ordenen
Mensen willen overleven, doelen bereiken & gelukkig zijn
à om dat te doen, moeten ze handelen & daarbij gebruikmaken van middelen zoals:
• hun eigen vermogens (lichamelijk & verstandelijk)
• en stoffelijke zaken (goederen, geld, rechten…)
Om ordelijk te kunnen samenleven, moet duidelijk zijn:
- wie wat mag doen
- met welke middelen
- en in welke mate
Zonder zulke afspraken zou er voortdurend conflict ontstaan over bezit & gebruik vd middelen
à drm bestaan er in alle samenlevingen, van premitieve tot moderne, regels die bepalen:
• wie over welke goederen en rechten mag beschikken
• wat we van anderen moeten respecteren
• en hoe we ordelijk met elkaar kunnen omgaan
Deze regels vormen het recht, en dat recht heeft als belangrijkste taak
ð orde scheppen in samenleving, zodat mensen vreedzaam & doeltreffend samenleven
1.1.2. Het recht wordt opgelegd door de samenleving
De oorsprong vh recht ligt in de wil vd samenleving zelf
à wnr mensen samenleven, ontstaan er problemen die oplossingen vereisen
à daaruit groeit het recht: regels die aangepast w aan de nieuwe omstandigheden &
de maatschappelijke evoluties
Voorbeeld:
Bij de opkomst van e-commerce (online winkelen) ontstond een nood aan extra
consumentenbescherming (bv. wnr een gekocht product nr overeenkomt met verwachtingen)
In de moderne samenleving w het maken, aanpassen & afschaffen van rechtsregels
toevertrouwd aan de wetgevende organen -> zoals het parlement
- parlement vertegenwoordigt de wil vh volk (de stem vd samenleving)
- als het parlement akkoord gaat met de nieuwe regels, betekent dat dat wij als
samenleving die regels gaan aanvaarden!
Het tot stand komen van wetten gebeurt volgens strikte wettelijke procedures
à alleen als die procedures correct w gevolgd, is de wet geldig & afdwingbaar
,Zelfs het bepalen wie mag stemmen of verkozen w is vastgelegd in het recht!
à het recht bepaalt wie deelneemt aan het politieke besluitsvormingsproces
à mag bv. maar stemmen vanaf 18 jaar
1.1.3. De naleving van het recht kan worden afgedwongen
Rechtsregels verschillen an andere maatschappelijke gedragsregels, zoals:
• morele regels (bv. liefdadigheid)
• conventionele regels (beleefdheidsvormen)
• religieuze regels (geloofsplichten)
• sportregels (afspraken binnen een sport)
Deze regels:
- gelden meestal vrijwillig
- hebben gn officiële, georganiseerde structuur om ze af te dwingen
- en gelden vaak alleen binnen een bepaalde groep (kerk, club…)
Rechtsregels zijn anders: ze zijn bindend voor iedereen & kunnen w afgedwongen
à wie een rechtsregel overtreedt, krijgt juridische gevolgen (bv. boete, schadevergoeding…)
à om dit te verzekeren bestaan er officiële instellingen zoals:
à de politie, de fiscus, het parket & de rechtbanken
à zij zorgen dat de rechten kunnen w afgedwongen of dat overtredingen
gestraft worden, desnoods ‘met de arm der wet’ (= hulp vd overhied)
1.2. Soorten regels
Het recht is een geheel van regels die samen het samenleven ordenen
à die regels kunnen w onderverdeeld in 3 grote categorieën:
n GEDRAGSREGELS
o deze regels bepalen hoe mensen zich moeten gedragen in de samenleving
o ze ordenen het gedrag & leggen de subjectieve rechten vast vd burgers
à dat zijn de bevoegdheden van personen of rechtspersonen om over
bepaalde middelen te beschikken (zoals eigendom, geld, rechten…)
o ze geven dus aan wat je wel of niet mag doen
bv. je hebt het recht om eigenaar te zijn v/e huis of fiets, maar je mag dat eigendom
van iemand anders nt schenden
n TOEPASSINGSREGELS EN STRUCTUREN
o deze regels treden in werking als iemand zich nt aan de gedragsregels houdt
o ze zorgen ervoor dat de naleving vh recht kan w afgedwonen (evt. met geweld)
o daarvoor bestaan instellingen & structuren zoals: rechtbanken, parket, gevang…
bv. wie een misdrijf pleegt, kan door de politie w opgepakt en door de rechter w
veroordeeld
n REGELS OVER HET VERANDEREN VAN REGELS
o het recht staat nt stil: regels moeten kunnen evolueren met de maatschappij
o drm bestaan regels die bepalen hoe wetten w gemaakt/ gewijzigt/ afgeschaft
o die regels & procedures zorgen ervoor dat veranderingen ordelijk verlopen
bv. de procedure om de Grondwet te wijzigen of nieuwe wetten te nemen in parlement
Wettige zelfverdediging -> je mag je alleen met geweld verdedigen, op het moment dat je
eigen fysieke zelf in gevaar is en dat er gn enkele andere manier is om te vluchten.
, Afdwingbaarheid kun je doen met geweld, maar dat geweld is enkel een voorrecht vd
overheid. Bij al de andere mag men gn geweld gebruiken om iets af te dwingen.
1.3. Defintie van het recht
Recht heeft 4 essentiële kenmerken:
• Wat? Het recht is een geheel van regels:
o sommige regelen het gedrag vd mensen
o andere bepalen de instellingen en procedures om het recht tot te passen
o nog andere regelen hoe bestaande wetten w gewijzigd
• Waarom? De regels hebben als doel de samenleving te ordenen
• Wat als? De regels nt w nageleefd, dan krijg je een sanctie via het wettelijke systeem
• Van waar? De regels w opgelegd door de samenleving, via haar vertegenwoordigers
Recht is de geïnstitutionaliseerde ordening vh menselijke handelen in de samenleving.
Of
Het recht is het geheel van afdwingbare regels die het menselijke handelen in de samenleving
ordenen.
1.4. Rechtsmisbruik
Iedereen heeft subjectieve rechten (= rechten die toekomen aan personen, zoals: eigendom,
vrije meningsuitingen…) -> die rechten mag je vrij gebruiken, maar nt misbruiken!
Rechtsmisbruik = iemand zijn recht op een manier gebruikt die op het eerste gezicht wettig
lijkt, maar zo onredelijk of schadelijk is dat het als onrechtmatig w beschouwd.
Er is sprake van rechtsmisbruik wnr iemand zijn recht uitoefent met de enige bedoeling een
ander te schaden, of wnr hij een schadelijke manier kiest om zijn recht uit te oefenen zonder
er zelf enig belang bij te hebben. (def.) -> vastgelegd in artikel 1.10 BW
Belangrijke kenmerken van rechtsmisbruik:
• oogmerk te schaden: recht w gebruikt met als enige doel een ander te benadelen
• afwezigheid van belang: je hebt er zelf gen belang bij of juist wel een voordeel
• abnormale rechtsuitoefening: je kiest bewust het schadelijkste voor de anderen
Rechtsgrond en citaat uit de rechtspraak: cassatiehof, 10 september 1971
Rechtsmisbruik is wnr iemand zijn recht uitoefent op een wijze die ‘kennelijk de grenzen te
buiten gaat vd normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig & bezorgd persoon’
Sancties bij rechtsmisbruik: wnr de rechter vaststelt dat er sprake is van rechtsmisbruik
- herstel in de grote oorspronkelijke toestant (herstel in natura)
à bv. terugdraaien/ neutraliseren vh misbruikte recht
- schadevergoeding (als het herstel nt mogelijk is)
De juridische basis voor deze sancties ligt in de foutaansprakelijkheid van artikel 6.6 BW