Les 35
OEFENING 4
a) Nederlands blijft belangrijk maar hun moedertaal is een deel van hun persoonlijkheid en
mag niet worden gestraft.
b) Taal is zeer belangrijk voor de identiteitsontwikkeling. Als ze willen dat onderwijs een
gezamenlijk platform is, waar zowel leerkrachten als ouders en leerlingen samen aan werken
en dus eigenlijk allemaal hun behoefte op dezelfde manier kunnen ingevuld zien, zien we dat
daar geen overeenkomst is voor het onderwijs, leerlingen en ouders.
c) Hautekiet begon over de irrationele gedachtegang van de leerkrachten, hoe zij voelen dat
die leerlingen zich afzonderen van de gemeenschap. Hij treedt Clyck bij als het gaat over het
Chinees en hoe het in het takenpakket komt terwijl de kinderen die Turks of Marokkaans
spreken worden gestraft.
d) Vlaamse ouders hebben veel meer belang naar he Chinees dan bv het Turks en het
Marokkaans terwijl het eigenlijk het soort van hetzelfde principe is. Er is ook een economisch
voordeel voor het kennen van het Marokkaans bv met handelsrelaties met Turkije.
e) Leerkrachten moeten er speelser en niet zo verkrampt mee omgaan.
OEFENING 6
a) Suzanne is 50 jaar geleden in Gent naar school gegaan. Toen ze daar studeerde, werd er
veel Pools en Oekraïens gesproken op de speelplaats. Ze beleefde dat zeer negatief en
storend. Ze vond het onbeleefd. Ze had aangeleerd van thuis dat je je moest aanpassen aan
het land.
b) Er kwam een Portugees meisje en omdat zij Frans sprak mocht ik haar opvangen. Ze sprak
er Frans tegen tot als ze Vlaams verstond en een beetje kon spreken. Ze vond de taal in
het land waar je spreekt zeer belangrijk.
c) Het spreken van uw moedertaal is niet slecht en mag af en toe, maar niet hele
gesprekken. Het is onbeleefd.
OEFENING 4
a) Nederlands blijft belangrijk maar hun moedertaal is een deel van hun persoonlijkheid en
mag niet worden gestraft.
b) Taal is zeer belangrijk voor de identiteitsontwikkeling. Als ze willen dat onderwijs een
gezamenlijk platform is, waar zowel leerkrachten als ouders en leerlingen samen aan werken
en dus eigenlijk allemaal hun behoefte op dezelfde manier kunnen ingevuld zien, zien we dat
daar geen overeenkomst is voor het onderwijs, leerlingen en ouders.
c) Hautekiet begon over de irrationele gedachtegang van de leerkrachten, hoe zij voelen dat
die leerlingen zich afzonderen van de gemeenschap. Hij treedt Clyck bij als het gaat over het
Chinees en hoe het in het takenpakket komt terwijl de kinderen die Turks of Marokkaans
spreken worden gestraft.
d) Vlaamse ouders hebben veel meer belang naar he Chinees dan bv het Turks en het
Marokkaans terwijl het eigenlijk het soort van hetzelfde principe is. Er is ook een economisch
voordeel voor het kennen van het Marokkaans bv met handelsrelaties met Turkije.
e) Leerkrachten moeten er speelser en niet zo verkrampt mee omgaan.
OEFENING 6
a) Suzanne is 50 jaar geleden in Gent naar school gegaan. Toen ze daar studeerde, werd er
veel Pools en Oekraïens gesproken op de speelplaats. Ze beleefde dat zeer negatief en
storend. Ze vond het onbeleefd. Ze had aangeleerd van thuis dat je je moest aanpassen aan
het land.
b) Er kwam een Portugees meisje en omdat zij Frans sprak mocht ik haar opvangen. Ze sprak
er Frans tegen tot als ze Vlaams verstond en een beetje kon spreken. Ze vond de taal in
het land waar je spreekt zeer belangrijk.
c) Het spreken van uw moedertaal is niet slecht en mag af en toe, maar niet hele
gesprekken. Het is onbeleefd.