Samenvatting fiscale procedure
Iedereen zal, al dan niet na een fiscale controle, na de aangifte een aanslag krijgen. Dat gaat
gepaard met de incohiering (= de opname v/d belastingschuld in het cohier (= een lijst van
belastingschuldigen met daarnaast de belastingschuld)). Het cohier is een authentieke akte,
die meteen ook geldt als een uitvoerbare titel. De fiscus kan dus de belastingschuld
invorderen onder dwang, zonder dat ze daarvoor naar de rechter moet stappen. Indien er
dingen verkeerd lopen in de aangifteverplichting, kan de fiscus sancties opleggen en kan er
bovendien evt. een strafklacht worden ingesteld tegen u. Eens de aanslag gevestigd is, volgt
eventueel een geschillenfase. Ten slotte is er de invordering.
Hoofdstuk 1. Taxatieprocedure
Afdeling 1. Aangifte
§ 1. Vermoeden van juistheid
De belastingadministratie draagt de initiële bewijslast v/h bestaan en het bedrag v/d fiscale
vordering. De wetgever heeft echter voorzien in een aangifteplicht waardoor de
belastingplichtige verplicht is om mee te werken aan de bewijsvoering door de administratie.
Om de belastingplichtige aan te zetten een correcte aangifte in te dienen zijn aan de niet-
aangifte, laattijdige, onvolledige of onjuiste aangifte sancties verbonden. Bovendien is
voorzien in een rapporteringsplicht in hoofde van bepaalde derden om bepaalde info te
verstrekken m.b.t. de door hen vooral uitbetaalde inkomsten, bv. WG’s. Daarnaast worden
bepaalde belastingen, zoals de roerende voorheffing, de bedrijfsvoorheffing en de
onroerende voorheffing, reeds ingehouden aan de bron.
Aan de aangifte is een vermoeden van juistheid verbonden. D.i. een tweesnijdend zwaard.
Enerzijds zal de administratie de gegevens v/d aangifte tegen de belastingplichtige kunnen
inroepen om de juistheid v/d o.g.v. de aangifte gevestigde aanslag te staven (art. 339, lid 1
WIB). Wanneer de administratie wil afwijken v/d gegevens zal zij hiervoor de
rectificatieprocedure moeten volgen (art. 346 WIB) (supra). In dat geval is het, omwille v/h
1
,vermoeden van juistheid, evenwel aan de fiscus om de eventuele onjuistheid aan te tonen
(andere zijde).
Tijdens de aangiftetermijn kan de belastingplichtige echter steeds terugkomen op zijn
aangifte. Ook na het verstrijken van die termijn kan de belastingplichtige die aantoont dat hij
zich in feite of in rechte vergist heeft nog een wijzigingsaangifte doen. Wanneer de
wijzigingsaangifte na de normale periode wordt ingediend, is de fiscale administratie echter
gerechtigd m alleen met de oorspronkelijke aangifte rekening te houden. In dit geval kan zij
de belasting vestigen zonder de rectificatieprocedure te moeten volgen voor de
wijzigingsaangifte.
Het vermoeden van juistheid is dus, zowel voor de fiscus als voor de belastingplichtige, een
weerlegbaar vermoeden.
§ 2. Personen gehouden tot de aangifte
Belastingplichtigen die aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de
rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, alsook sommige belastingplichtigen onderworpen
aan de belasting van niet-inwoners zijn ertoe gehouden elk jaar een aangifte in te dienen in
de vormen en binnen de termijnen omschreven in de artikelen 307 tot 311 WIB (art. 305, lid
1 WIB).
D.i. een persoonlijke verplichting, maar:
In de praktijk veel lastgeving
Bij overlijden moet de aangifte worden gedaan door de erfgenamen, algemene
legatarissen of begiftigden (art. 305, lid 2 WIB)
Bij wettelijk onbekwaamverklaarden gebeurt de aangifte door de wettelijke
vertegenwoordiger
Bij ontbonden vennootschappen door de vereffenaar of de overnemende/verkrijgende
vennootschap bij ontbinding zonder vereffening
Hulp mogelijk van medewerkers FOD Financiën bij invullen v/d aangifte
O.b.v. art. 306, § 1, lid 2 WIB j° art. 178, § 2 KB/WIB zijn bepaalde categorieën van
belastingplichtigen vrijgesteld v/d aangifteplicht, zoals genieters v/e pensioen,
vervangingsinkomsten, enz., tenzij zij hiertoe uitdrukkelijk worden uitgenodigd (art. 306, § 1,
lid 2 WIB).
Indien een vrijstelling v.t. is, zal wel een voorstel van vereenvoudigde aangifte worden
gedaan (dit houdt in dat de overheid een reeds ingevulde aangifte voorziet). Ofwel wordt dit
aanvaard door de belastingplichtige, in welk geval de aanslag wordt gevestigd o.b.v. dat
voorstel. Ofwel wordt dit niet aanvaard door de belastingplichtige, in welk geval hij een
mededeling v/d motieven voor niet akkoord moet doen binnen de maand na de datum v/d
verzending. Binnen dezelfde termijn moet de belastingplichtige iedere onjuistheid of
onvolledigheid v/h voorstel van vereenvoudigde aangifte aan de fiscale administratie
meedelen (art. 306, § 3 WIB).
§ 3. Aangiftetermijn
I.g.v. een papieren aangifte moeten natuurlijke personen voor wie op 1 januari v/h
aanslagjaar de gronden voor belastbaarheid inzake de personenbelasting aanwezig zijn, hun
2
, aangifte doen toekomen bij de dienst die op het formulier is vermeld, ten laatste op 30 juni
v/h aanslagjaar. Bij een elektronische aangifte via ‘Taks-on-web’ moet de aangifte in principe
ten laatste op 15 juli v/h jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, worden gedaan. Men
heeft evenwel steeds minstens een maand vanaf de verzending v/h aangifteformulier/de
terbeschikkingstelling v/h elektronisch platform (als er bv. problemen mee zouden zijn) (art.
308, § 1, lid 1 WIB).
Voor rechtspersonen is de uiterste datum van indiening v/d aangifte in principe vastgesteld
op de laatste dag v/d zevende maand volgend op het afsluiten v/h boekjaar (art. 310, lid 1
WIB). Rechtspersonen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, de
rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners moeten in principe hun aangifte
via elektronische weg indienen (art. 307bis, § 3, lid 1 WIB).
De administrateur-generaal (of zijn gedelegeerde) kunnen afwijkingen toestaan. Zo is een
uitstel van indiening mogelijk, mits aanvraag bij de administratie én mits ernstige redenen of
overmacht (art. 311 WIB).
Afdeling 2. Controle
§ 1. Algemeen
Het fiscaal samenwerkingsmodel noodzaakt fiscale controle. De fiscus moet m.n. de
correctheid v/d aangifte kunnen nagaan en niet aangegeven belastbare materies kunnen
opsporen. Dit bepaalt meteen ook de doelgebondenheid v/h fiscaal onderzoek. Elke
handeling die de fiscus stelt, moet een fiscale finaliteit hebben. De wet- en decreetgever
hebben hiervoor voorzien in bijzondere fiscale onderzoeksbevoegdheden. Een
onderzoeksbevoegdheid impliceert wel steeds een inbreuk op de individuele vrijheid,
waardoor ze restrictief moeten worden geïnterpreteerd.
§ 2. Duur van het onderzoek (art. 333 WIB)
Er zijn drie onderzoekstermijnen:
3j i.g.v. een tijdige aangifte maar waarbij de fiscus controleert of de werkelijk
verschuldigde belasting niet hoger is dan de belasting die blijkt uit de aangifte, te
rekenen vanaf 1 januari v/h aanslagjaar (dus bv. aangifte ingediend in 2027 fiscus
heeft het recht om deze aangifte te controleren tot 2029).
4j i.g.v. een laattijdige aangifte, niet-aangifte of complexe aangifte. Een complexe
aangifte is een aangifte met een verweven internationale component (details NK).
7j bij vermeende fraude (hier geldt wel de vereiste dat de fiscus een voorafgaande
kennisgeving van aanwijzingen van belastingontduiking moet doen).
§ 3. Onderzoeksbevoegdheden
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de onderzoeksbevoegdheden t.a.v. de
belastingplichtige zelf, deze t.a.v. derden en deze t.a.v. overheden.
1. De onderzoeksbevoegdheden t.a.v. de belastingplichtige zelf
Deze vallen uiteen in:
3
Iedereen zal, al dan niet na een fiscale controle, na de aangifte een aanslag krijgen. Dat gaat
gepaard met de incohiering (= de opname v/d belastingschuld in het cohier (= een lijst van
belastingschuldigen met daarnaast de belastingschuld)). Het cohier is een authentieke akte,
die meteen ook geldt als een uitvoerbare titel. De fiscus kan dus de belastingschuld
invorderen onder dwang, zonder dat ze daarvoor naar de rechter moet stappen. Indien er
dingen verkeerd lopen in de aangifteverplichting, kan de fiscus sancties opleggen en kan er
bovendien evt. een strafklacht worden ingesteld tegen u. Eens de aanslag gevestigd is, volgt
eventueel een geschillenfase. Ten slotte is er de invordering.
Hoofdstuk 1. Taxatieprocedure
Afdeling 1. Aangifte
§ 1. Vermoeden van juistheid
De belastingadministratie draagt de initiële bewijslast v/h bestaan en het bedrag v/d fiscale
vordering. De wetgever heeft echter voorzien in een aangifteplicht waardoor de
belastingplichtige verplicht is om mee te werken aan de bewijsvoering door de administratie.
Om de belastingplichtige aan te zetten een correcte aangifte in te dienen zijn aan de niet-
aangifte, laattijdige, onvolledige of onjuiste aangifte sancties verbonden. Bovendien is
voorzien in een rapporteringsplicht in hoofde van bepaalde derden om bepaalde info te
verstrekken m.b.t. de door hen vooral uitbetaalde inkomsten, bv. WG’s. Daarnaast worden
bepaalde belastingen, zoals de roerende voorheffing, de bedrijfsvoorheffing en de
onroerende voorheffing, reeds ingehouden aan de bron.
Aan de aangifte is een vermoeden van juistheid verbonden. D.i. een tweesnijdend zwaard.
Enerzijds zal de administratie de gegevens v/d aangifte tegen de belastingplichtige kunnen
inroepen om de juistheid v/d o.g.v. de aangifte gevestigde aanslag te staven (art. 339, lid 1
WIB). Wanneer de administratie wil afwijken v/d gegevens zal zij hiervoor de
rectificatieprocedure moeten volgen (art. 346 WIB) (supra). In dat geval is het, omwille v/h
1
,vermoeden van juistheid, evenwel aan de fiscus om de eventuele onjuistheid aan te tonen
(andere zijde).
Tijdens de aangiftetermijn kan de belastingplichtige echter steeds terugkomen op zijn
aangifte. Ook na het verstrijken van die termijn kan de belastingplichtige die aantoont dat hij
zich in feite of in rechte vergist heeft nog een wijzigingsaangifte doen. Wanneer de
wijzigingsaangifte na de normale periode wordt ingediend, is de fiscale administratie echter
gerechtigd m alleen met de oorspronkelijke aangifte rekening te houden. In dit geval kan zij
de belasting vestigen zonder de rectificatieprocedure te moeten volgen voor de
wijzigingsaangifte.
Het vermoeden van juistheid is dus, zowel voor de fiscus als voor de belastingplichtige, een
weerlegbaar vermoeden.
§ 2. Personen gehouden tot de aangifte
Belastingplichtigen die aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de
rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, alsook sommige belastingplichtigen onderworpen
aan de belasting van niet-inwoners zijn ertoe gehouden elk jaar een aangifte in te dienen in
de vormen en binnen de termijnen omschreven in de artikelen 307 tot 311 WIB (art. 305, lid
1 WIB).
D.i. een persoonlijke verplichting, maar:
In de praktijk veel lastgeving
Bij overlijden moet de aangifte worden gedaan door de erfgenamen, algemene
legatarissen of begiftigden (art. 305, lid 2 WIB)
Bij wettelijk onbekwaamverklaarden gebeurt de aangifte door de wettelijke
vertegenwoordiger
Bij ontbonden vennootschappen door de vereffenaar of de overnemende/verkrijgende
vennootschap bij ontbinding zonder vereffening
Hulp mogelijk van medewerkers FOD Financiën bij invullen v/d aangifte
O.b.v. art. 306, § 1, lid 2 WIB j° art. 178, § 2 KB/WIB zijn bepaalde categorieën van
belastingplichtigen vrijgesteld v/d aangifteplicht, zoals genieters v/e pensioen,
vervangingsinkomsten, enz., tenzij zij hiertoe uitdrukkelijk worden uitgenodigd (art. 306, § 1,
lid 2 WIB).
Indien een vrijstelling v.t. is, zal wel een voorstel van vereenvoudigde aangifte worden
gedaan (dit houdt in dat de overheid een reeds ingevulde aangifte voorziet). Ofwel wordt dit
aanvaard door de belastingplichtige, in welk geval de aanslag wordt gevestigd o.b.v. dat
voorstel. Ofwel wordt dit niet aanvaard door de belastingplichtige, in welk geval hij een
mededeling v/d motieven voor niet akkoord moet doen binnen de maand na de datum v/d
verzending. Binnen dezelfde termijn moet de belastingplichtige iedere onjuistheid of
onvolledigheid v/h voorstel van vereenvoudigde aangifte aan de fiscale administratie
meedelen (art. 306, § 3 WIB).
§ 3. Aangiftetermijn
I.g.v. een papieren aangifte moeten natuurlijke personen voor wie op 1 januari v/h
aanslagjaar de gronden voor belastbaarheid inzake de personenbelasting aanwezig zijn, hun
2
, aangifte doen toekomen bij de dienst die op het formulier is vermeld, ten laatste op 30 juni
v/h aanslagjaar. Bij een elektronische aangifte via ‘Taks-on-web’ moet de aangifte in principe
ten laatste op 15 juli v/h jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, worden gedaan. Men
heeft evenwel steeds minstens een maand vanaf de verzending v/h aangifteformulier/de
terbeschikkingstelling v/h elektronisch platform (als er bv. problemen mee zouden zijn) (art.
308, § 1, lid 1 WIB).
Voor rechtspersonen is de uiterste datum van indiening v/d aangifte in principe vastgesteld
op de laatste dag v/d zevende maand volgend op het afsluiten v/h boekjaar (art. 310, lid 1
WIB). Rechtspersonen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, de
rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners moeten in principe hun aangifte
via elektronische weg indienen (art. 307bis, § 3, lid 1 WIB).
De administrateur-generaal (of zijn gedelegeerde) kunnen afwijkingen toestaan. Zo is een
uitstel van indiening mogelijk, mits aanvraag bij de administratie én mits ernstige redenen of
overmacht (art. 311 WIB).
Afdeling 2. Controle
§ 1. Algemeen
Het fiscaal samenwerkingsmodel noodzaakt fiscale controle. De fiscus moet m.n. de
correctheid v/d aangifte kunnen nagaan en niet aangegeven belastbare materies kunnen
opsporen. Dit bepaalt meteen ook de doelgebondenheid v/h fiscaal onderzoek. Elke
handeling die de fiscus stelt, moet een fiscale finaliteit hebben. De wet- en decreetgever
hebben hiervoor voorzien in bijzondere fiscale onderzoeksbevoegdheden. Een
onderzoeksbevoegdheid impliceert wel steeds een inbreuk op de individuele vrijheid,
waardoor ze restrictief moeten worden geïnterpreteerd.
§ 2. Duur van het onderzoek (art. 333 WIB)
Er zijn drie onderzoekstermijnen:
3j i.g.v. een tijdige aangifte maar waarbij de fiscus controleert of de werkelijk
verschuldigde belasting niet hoger is dan de belasting die blijkt uit de aangifte, te
rekenen vanaf 1 januari v/h aanslagjaar (dus bv. aangifte ingediend in 2027 fiscus
heeft het recht om deze aangifte te controleren tot 2029).
4j i.g.v. een laattijdige aangifte, niet-aangifte of complexe aangifte. Een complexe
aangifte is een aangifte met een verweven internationale component (details NK).
7j bij vermeende fraude (hier geldt wel de vereiste dat de fiscus een voorafgaande
kennisgeving van aanwijzingen van belastingontduiking moet doen).
§ 3. Onderzoeksbevoegdheden
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de onderzoeksbevoegdheden t.a.v. de
belastingplichtige zelf, deze t.a.v. derden en deze t.a.v. overheden.
1. De onderzoeksbevoegdheden t.a.v. de belastingplichtige zelf
Deze vallen uiteen in:
3