• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 151 páginas
Resumen

Samenvatting Volkenrecht | Universiteit Antwerpen | 2025/26 (15/20 behaald!)

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 151 páginas

Samenvatting Volkenrecht bestaat volledig uit lesnotities soms aangevuld met boek! 15/20 behaald in eerste zit met deze samenvatting

Vista previa del contenido

SAMENVATTING VOLKENRECHT

LES 1: INTRODUCTIE

Examen
- 1 Juni
- 10 meerkeuzevragen (50 % van de punten)
- 1 inhoudsvraag (25-35 % van de punten)
-> toepassing van internationaal recht, verbinding verschillende leerstukken, VAAK uit
actualiteit
- 2 kennisvagen (15 – 25% van de punten)

Wat kennen van key arresten?
- in broodtekst (de tekst die niet in de voetnoten staat, wordt vaak verwezen naar
arresten, je moet enkel de key arresten kennen, die staan in zwart onderlijnd op de slide,
en op key arresten lijst in het boek, enkel die arresten in kleur moet je kennen)
- wat moet je kennen van key arresten? (de naam van de rechtbank of instelling, de naam
van de case, en dan moesten er partijen zijn (niet altijd het geval denk aan
adviesopinie)).

Het verhaal achter een arrest moet je ook niet kennen, maar het kan wel helpen die een
beetje te kennen.

De blauwe staan ook in het bronnenboek, de groene niet maar moet je ook kennen. (les
19/02)

KORTE GESCHIEDENIS & EIGENTIJDSE KRITIEKEN


VROEGE SPOREN VAN INTERNATIONAAL RECHT

 Culturen komen al millennia met elkaar in contact
 Behoefte aan regels, zekerheid en voorspelbaarheid
 Modern internationaal recht heeft wortels in Europa (p. 3)

-> het internationaal recht heeft zeer oude wortels, culturen komen al decennia lang met
elkaar in contact en daarbij is er een bepaalde behoefte aan regels, zekerheid en
voorspelbaarheid, het moderne internationaal recht heeft echter de wortels in Europa.


LAAT-MIDDELEEUWS EUROPA (15E–16E EEUW)

 Meerdere niveaus van loyaliteiten, rechten en verplichtingen
 Transnationale krachten
- Romeinse Rijk
- Katholieke Kerk (Paus)
 Transnationale netwerken van ridders en kooplieden

-> In het Laat Middeleeuws Europa ontstaan meerdere niveaus van loyaliteiten, rechten
en verplichtingen met twee centrale centra van macht die over grenzen heen gaan, die
over kleine samenlevingen heen een enorme macht uitoefenen.


NATUURRECHT EN JUS GENTIUM


1

, Natuurrecht: Tijdloze allesomvattende verzameling ideeën over het natuurlijke en
sociale leven in het universum
- gericht op individuen en hun relaties tot de wereld
- ook van toepassing op staten
 Jus Gentium: Afgeleide ‘dagelijkse’ recht van volkeren/naties

-> Klassiek gezien werd er toen gesproken over het natuurrecht, dus het heeft een zeer
sterke filosofische connotatie, men ging zeggen wat is juist en wat niet.

-> als we dat iets concreter maken, Jus Gentium = volkenrecht in het Latijn, zegt hoe we
dit concreet toepassen om de relaties tussen volkeren en later naties kunnen reguleren.


FRANCISCO DE VITORIA (1483–1546)

 Spaanse Dominicaanse professor
 Beroemde lezingen: De Indis et De Iure Belli (1532)
 Inheemse bevolkingen deel van menselijke samenleving
 Verwierp verovering door
- 'ontdekking' (moeilijk te ontdekken dat lokale bevolking al heeft 'gevonden’)
- pauselijke toekenning (p. 4)

-> De Indis: de inheems bevolking die de Spanjaarden serieus gekoloniseerd hebben in
Zuid/Noord Amerika, Francisco stelde zich de vraag of dit wel kon, hij was er heel vroeg
mee, hij vond het moeilijk iets te ontdekken wat anderen al ontdekt hadden, het is
moeilijk land te ontdekken waar andere mensen al op wonen, hij vond bovendien dat de
paus niet het recht had om deze gronden aan Spanje toe te kennen.

 Oorlogen tegen inheemse bevolkingen moeten op natuurrecht gebaseerd zijn
 Rechtvaardiging omdat
- verzet tegen Christelijke missionarissen
- oppositie tegen vrije doorgang en handel door de Spanjaarden

-> evenwel had hij toch de neiging om oorlogen tegen de inheems bevolkingen te
justificeren o.b.v. het natuurrecht, het mag omdat het natuurrecht het toestaat, enerzijds
omdat die bevolking zich verzet tegen Christelijke missionarissen en anderzijds omdat
Spanjaarden toch ook wel vrije handel mogen voeren en de bevolking zich hier ook tegen
verzette.


17E–18E EEUW

 Internationaal recht ontwikkelt zich vanuit jus gentium
 Fundament voor praktische juridische kaders
 Francisco Suárez: De Legibus ac Deo Legislatore (1612)
 Emmerich de Vattel: Le Droit des Gens (1758)
 Hugo Grotius: Mare Liberum (De Vrijheid van de Zeeën) (1609)
 De Jure Belli ac Pacis (Recht van Oorlog en Vrede) (1625)

-> internationaal recht verder ontwikkeld volgens Just Gentium.


VREDE VAN WESTPHALIA (1648)

 Einde van de Dertigjarige Oorlog in Europa
 Vrede van Munster en Verdragen van Munster en Osnabrück


2

, Creëerde orde en structuur
 Verminderde macht van Romeinse rijk en Kerk (p. 4)

-> einde van 30 jarige oorlog, toen nog niet de natiestaten van vandaag maar je herkend
wel veel staten.

 Staat werd primaire bron van autoriteit
 Toenemende loyaliteit van burgers aan hun natiestaat
 Internationale orde van staten met gelijke juridische status
 Europese origine

-> je hebt een land (natie) dat in connectie bestaat met andere naties, interessant is dat
er minder loyaliteit is aan eigen klasse, maar meer aan eigen land, opkomst nationaal
gevoel, erg Europees systeem uiteindelijk ge-exporteerd naar de hele wereld.


JEAN BODIN (1530–1596)

 Conceptualiseerde staatssoevereiniteit
 Originele denker: Franse jurist vóór Vrede van Westphalia
 Beïnvloed door chaos van godsdienstoorlogen in Frankrijk
 Six Livres de la République (1576) (p. 5)

-> die had het hier al vroeger over, die zei van het zou goed zijn om een concept te
hebben van staatssoevereiniteit met allerhande gelijke naties (deed dit al voor het Vrede
van Westfalen tot stand kwam), was beïnvloedt door de godsdienstoorlogen in Frankrijk.

 Soeverein bezit 'absolute en ondeelbare' macht
 Verantwoording alleen aan God
 Soeverein staat boven de wet

-> in die tijd nog gesteld, dat er enkel verantwoording nodig was aan god, de soeverein
staat zelf boven de wet, kan de wet creeëren en breken en is gebonden aan niemand.


TIJDPERK VAN POSITIVISME

 Aanval op wil van God en natuurrecht
 Positivisme: enige ware bron van recht is de wil van de staat
 Primair belang van staatstoestemming (expliciet via verdrag of impliciet via
gewoonte)
 Consensuele theorie: geen verplichting zonder toestemming

-> dit is ook het tijdperk van het positivisme, het is de moment waarop voor het eerst het
recht als de enige ware bron en de wil van de staat wordt gezien, dus het wordt niet
gezien zoals bij Jean Bodin als de wil van god en natuurrecht, maar na het Vrede van
Westfalen dan gaan we echt via het recht zelf redeneren, cruciaal is in het internationale
recht dat de staat zelf als soevereine natie kiest waarmee het toestemt, er is altijd
toestemming nodig zonder dit zijn er geen verplichtingen voor staten (kijk bv naar Noord
Korea, soeverein sluit zich niet aan, aan verdagen).


OPKOMST VAN FORMELE INSTITUTIES

 Positivisme kreeg aantrekkingskracht door institutionele ontwikkeling
- 1865 International Telegraph Union


3

, - 1874 Universal Postal Union
 1899 Permanent Hof voor Arbitrage

-> dat positivisme en die kracht van het redeneren vanuit het recht en in het recht, hangt
samen met de opkomst van formele instituties, instituties die ontwikkeld werden bij het
internationaal recht hadden een enorme aantrekkingskracht.

 Eerste multilaterale verdragen over gewapende conflicten
- 1856 Verklaring van Parijs: Juridische limieten op verovering van privébezit op zee
- 1868 Verklaring van St. Petersburg: Verbod op explosieve kogels
 1899 en 1907: Twee Haagse Vredesconferenties over oorlogsvoering

-> ook de moment van de opkomst van verdragen, vredesconferenties over
oorlogsvoering.


KOLONIALISME

 Zuid-Amerika: onafhankelijkheid in eerste helft 19e eeuw
 Kolonialisme piekte in Azië en vooral Afrika
 1884-1885 Conferentie van Berlijn (p. 5)

-> terwijl veel Zuid Amerikaanse landen onafhankelijk werden, gingen de Europese
machtshebbers volop Afrika en Azië koloniseren, voornamelijk op conferentie van Parijs,
we leren hieruit dat het positivisme, het recht vanuit het recht redeneren heel veel
verhuld en bepaalde dynamieken onzichtbaar maakt.

-> in het internationaal recht is er ook een stroming van rechtsgeleerden dat zich
hiermee bezig houdt, dit is TWAIL.


VOLGENS TWAIL

 Bias is inherent en moeilijk om te zien
 We leven midden in het neoliberalisme
 De taal van het globale Noorden is weerspiegeld in internationaal recht om armoede
en onderontwikkeling in de ‘Derde Wereld’ te bestendigen (p. 16)

-> TWAIL staat voor Third World Approaches in International Law, is een onafhankelijke
stroming die bias in internationale recht gaat laten zien, moelijk te zien omdat we leven
in een wereld van neoliberalisme en vrije markt kapitalisme.


VOLGENS FTAIL

 Bias is inherent en moeilijk om te zien
 Ervaringen en ideeën van mannen weerspiegeld in internationaal recht
 We leven midden in het patriarchiaat = ‘privilegeren van mannen in sociale relaties’
(p. 16)

-> FTAIL staat voor Feminist approaches to international law, ook hier is bias inherent en
zeer moeilijk te zien, omdat we leven in het patriarchiaat.


MAAR… INTERNATIONAAL RECHT

 Was gecreëerd voor stabiliteit


4

Índice general

  1. 01 Samenvatting Volkenrecht 1
  2. 02 Les 1: Introductie 1
    1. KORTE GESCHIEDENIS & EIGENTIJDSE KRITIEKEN 1
    2. STRUCTUREN VAN INTERNATIONAAL RECHT p. 10-11, 16 6
    3. RELATIE TUSSEN INTERNATIONAAL EN NATIONAAL RECHT 7
  3. 03 Les 2: Bronnen 9
    1. VOLKENRECHT 9
    2. BRONNEN 9
    3. INTERNATIONAAL RECHT 9
    4. Art. 38(1) ICJ Statuut (hierin staan de meeste bronnen) 9
    5. Art 38(1)(a) ICJ Statuut VERDRAGEN 10
    6. Art 38(1)(b) ICJ Statuut INTERNATIONAAL GEWOONTERECHT 11
    7. WAT ALS EEN VERPLICHTING ZOWEL VOORKOMT IN VERDRAG ALS IN INTERNATIONAAL GEWOONTERECHT? 14
    8. Art 38(1)(c) ICJ Statuut ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN 15
    9. ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN 15
    10. ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN: OVERZICHT 16
    11. Art 38(1)(d) ICJ Statuut BESLISSINGEN VAN RECHTERS 17
    12. Art 38(1)(d) ICJ Statuut OPVATTINGEN VAN DE MEEST BEVOEGDE SCHRIJVERS 18
    13. UNILATERALE VERKLARINGEN 19
    14. HIËRARCHIE tussen die bronnen 20
    15. ERGA OMNES 23
    16. SOFT LAW 24
  4. 04 Les 3: verdragen 25
    1. HERHALING 25
    2. CONCEPT verdrag 26
    3. BEVOEGDHEID OM EEN VERDRAG TE SLUITEN 28
    4. INSTEMMING (‘CONSENT’) 30
    5. INWERKINGTREDING 32
    6. VALIDITEIT AANGETAST? 33
    7. RESERVATIES 34
    8. INTERPRETATIE van verdragen Art 31,32,33 VCLT 36
    9. AMENDEMENTEN 37
    10. BEËINDIGING, TERUGTREKKING EN OPSCHORTING 38
  5. 05 Les 4: Actoren 39
    1. INTRODUCTIE 39
    2. STATELIJKE ACTOREN 40
    3. NIET-STATELIJKE ACTOREN 40
    4. STATEN: ERKENNING 41
    5. VAN RECHT OP ZELFBESCHIKKING NAAR RECHT OF AFSCHEIDING? 43
    6. VERWERVING TERRITORIUM 45
    7. STATEN: OPVOLGING 46
    8. STATEN: VERDWIJNING 47
    9. NIET-STATELIJKE ACTOREN 47
  6. 06 Les 5: Jurisdictie 51
    1. B2 VN HANDVEST (1945) 51
    2. CONCEPT: JURISDICTIE 51
    3. 3 SOORTEN JURISDICTIE 51
    4. VOORSCHRIJVENDE JURISDICTIE 52
    5. AFDWINGINGSJURISDICTIE (de verboden vorm) 57
    6. ADJUDICERENDE JURISDICTIE 58
  7. 07 Les 6: staatsaansprakelijkheid 59
    1. OVERZICHT 59
    2. INTRODUCTIE 59
    3. BASISPRINCIPES 60
    4. TOEREKENBAARHEID IN MEER DETAIL (Artikel 2[a] ARSIWA) 61
    5. ARTIKEL 4 ARSIWA ‘ORGANEN VAN DE STAAT’ 61
    6. ARTIKEL 5 ARSIWA 62
    7. Artikel 6 ARSIWA 62
    8. ARTIKEL 7 ARSIWA 63
    9. ARTIKEL 8 ARSIWA 63
    10. Artikel 11 ARSIWA 64
    11. Artikel 10 ARSIWA 64
    12. HULP EN ONDERSTEUNING (Artikel 16 ARSIWA) 65
    13. OMSTANDIGHEDEN DIE ONRECHTMATIGHEID UITSLUITEN (B16 Hoofdstuk V ARSIWA) 66
    14. ARTIKEL 20 ARSIWA INSTEMMING (‘consent’) 66
    15. ARTIKEL 21 ARSIWA: ZELF-VERDEDIGING 67
    16. ARTIKEL 23(1) ARSIWA FORCE MAJEURE 67
    17. ARTIKEL 24(1) ARSIWA ‘DISTRESS’ 67
    18. Artikel 24 ARSIWA ‘Distress’ 68
    19. Artikel 25(1-2) ARSIWA ‘Noodzaak’ 68
    20. ARTIKEL 22 ARSIWA: TEGENMAATREGELEN 69
    21. WIE MAG INBREUK INROEPEN? 70
    22. GEVOLGEN VAN ONRECHTMATIGHEID 72
    23. ARTIKEL 29 ARSIWA 72
    24. ARTIKEL 30 ARSIWA 72
    25. ARTIKEL 31 ARSIWA ‘HERSTEL’ 72
    26. ARTIKELS 40-41 ARSIWA ‘JUS COGENS’ 73
    27. DIPLOMATIEKE BESCHERMING 73
  8. 08 Les 7: geschillenbeslechting 73
    1. INTRODUCTIE EN OVERZICHT 73
    2. ZONDER RECHTBANK OF TRIBunaal 74
    3. ARBITRAGETRIBUNALEN 77
    4. INTERNATIONAAL GERECHTSHOF 78
    5. GESPECIALISEERDE TRIBUNALEN EN RECHTBANKEN 84
  9. 09 Les 8: mensenrecht 86
    1. OVERZICHT MENSENRECHTEN 86
    2. INTRODUCTIE 86
    3. AFDWINGING 87
    4. BRONNEN 89
    5. CATEGORIEËN 90
    6. REGIONALE SYSTEMEN 92
    7. PUBLIEKE NOODTOESTAND 95
    8. TERRITORIAAL TOEPASSINGSGEBIED? 96
    9. VLUCHTELINGEN 96
  10. 10 Les 9: milieurecht 97
    1. OVERZICHT COLLEGE MILIEU 97
    2. WAT IS MILIEU(RECHT)? 98
    3. CONFERENTIES 99
    4. BRONNEN 100
    5. PRINCIPES 101
    6. VAN ‘NO HARM’ PRINCIPE 102
    7. NAAR ALGEMEEN PREVENTIE PRINCIPE 102
    8. MILIEU-EFFECTEN BEOORDELING (EIA): Bronnen 103
    9. VOORZORGSPRINCIPE: Bronnen 103
    10. ‘VERVUILER BETAALT’ PRINCIPE 104
    11. PRINCIPE VAN GEMEENSCHAPPELIJKE MAAR GEDIFFERENTIEERDE VERANTWOORDELIJKHEDEN (CBDR) 104
    12. PRINCIPE VAN INTERGENERATIONELE GELIJKHEDEN 105
    13. SUBSTANTIEVE REGULERING: ATMOSFEER EN MARITIEM MILIEU 105
    14. LUCHTVERVUILING LIMITEREN 105
    15. OZONLAAG BESCHERMEN 106
    16. MARIENE MILIEU BESCHERMEN 106
    17. KLIMAATVERANDERING BESTRIJDEN 106
    18. SUBSTANTIEVE REGULERING: CONSERVEREN 108
    19. SCHADELIJKE STOFFEN 110
    20. AFDWINGING EN COMPENSATIE 112
  11. 11 Les 10: economisch recht 114
    1. Introductie 114
    2. WEG NAAR BRETTON WOODS instellingen 115
    3. INTERNATIONAAL HANDELSRECHT 117
    4. INTERNATIONAAL MONETAIR RECHT 121
    5. INTERNATIONAAL INVESTERINGSRECHT 124
  12. 12 Les 11: Zeerecht 127
    1. INTRODUCTIE 127
    2. BRONNEN 127
    3. DE ZEE, OPGEDEELD 127
    4. INTERNE WATEREN EN TERRITORIALE WATEREN 128
    5. AANSLUITENDE ZONE 131
    6. EXCLUSIEVE ECONOMISCHE ZONE (EEZ) 131
    7. CONTINENTAAL PLAT & THE AREA 131
    8. Opdracht 132
    9. HOGE ZEEËN 132
    10. + INTERNATIONALE ZEESTRAAT 133
    11. PIRATERIJ 135
    12. MARIENE LEVEN 135
    13. GESCHILLENBESLECHTING 136
  13. 13 Les 12: VREDE EN VEILIGHEID 136
    1. BASISREGEL: VERBOD OP GEWELD 136
    2. OVERZICHT: 7 BEGRIPPEN 137
    3. UITZONDERING OP ARTIKEL 2(4) HANDVEST: INSTEMMING 138
    4. ONDER DE DREMPEL VAN GEWELD IN ARTIKEL 2(4) HANDVEST:INBREUKEN OP SOEVEREINITEIT ANDERE STAAT 138
    5. ONDER DE DREMPEL VAN GEWELD IN ARTIKEL 2(4) HANDVEST:INBREUKEN OP VERBOD NIET-INTERVENTIE 139
    6. GEEN GEWELD IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2(4) HANDVEST: VN VEILIGHEIDSRAAD RESOLUTIES 140
    7. GEEN GEWELD IN DE ZIN VAN ARTIKEL 2(4) HANDVEST: ZELFVERDEDIGING 145
    8. ONDANKS DEBATTEN, NOG STEEDS GEWELD IN ZIN ARTIKEL 2(4) VN HANDVEST: UNILATERALE HUMANITAIRE INTERVENTIE 148
    9. ONDANKS DEBATTEN, NOG STEEDS GEWELD IN ZIN ARTIKEL 2(4) VN HANDVEST: REDDING BURGERS IN HET BUITENLAND 149

Información del documento

Estudio
Subido en
17 de julio de 2026
Número de páginas
151
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$15.17

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
1
Última venta
-



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes