Tentamen — vragen (zonder antwoorden)
Casus 1
Mevrouw Demi Starreaux heeft de nationaliteit van EU-lidstaat X en is woonachtig in derdeland A.
Starreaux is een wereldberoemde DJ, bekend om haar kenmerkende ritmes en melodieën. In de
zomerperiodes draait Starreaux haar populaire sets in clubs en op festivals in landen wereldwijd. Ook
deze zomer doet Starreaux verschillende EU-lidstaten aan waar zij in hotels en resorts verblijft, in de buurt
van de clubs en/of festivalterreinen waar zij optreedt. Voor ieder optreden neemt zij haar crew mee, die
verantwoordelijk is voor alles dat nodig is om haar optredens en shows vlekkeloos te laten verlopen
(artiestenmanagement, organisatie, logistiek, techniek, administratie, beveiliging).
Deze zomer verzorgt Starreaux onder meer gedurende 2 maanden wekelijks optredens bij clubs en
festivals op verschillende locaties in EU-lidstaat Y. EU-lidstaat Y staat bekend om de zomerzon,
toeristische aantrekkelijkheid en trendy dancescene. Starreaux verzorgt haar optredens in EU-lidstaat Y
steeds voor dezelfde opdrachtgever, SunLivingEntertainment Co (SLECo). SLECo is een Y-landse
organisator en exploitant van diverse grootschalige festivals en feesten in EU-lidstaat en andere landen.
SLECo ontvangt Starreaux graag en betaalt haar goed voor de DJ-optredens. Voor SLECo leveren de
optredens van Starreaux gegarandeerd zakelijk succes. SLECo betaalt Starreaux voor haar optredens in
EU-lidstaat Y een gage van €2 miljoen. Er bestaat géén gezagsrelatie tussen SLECo en Starreaux.
Starreaux is zelfstandig ondernemer. Haar zakelijke kosten (vergoedingen crewleden, reis-/verblijfkosten,
materiaal, beveiliging, etc.) bedragen €1,3 miljoen en worden door Starreaux zelf gedragen.
EU-lidstaat Y heft over de brutogage van Starreaux een bronbelasting van 15%. Dit is tevens een
eindheffing. SLECo is inhoudingsplichtig voor deze Y-landse bronbelasting. EU-lidstaat Y heft van
Starreaux dus €300 duizend belasting (15% van €2 miljoen). Vergelijkbare binnenlandse artiesten worden
in EU-lidstaat Y belast met inkomstenbelasting over de netto-inkomsten tegen 30%. In haar woonland is
Starreaux geen inkomstenbelasting verschuldigd. A-land kent geen inkomstenbelasting.
1a (8.0p) Is de Y-landse bronbelasting over de gage verenigbaar met de
EU-verdragsvrijheden?
Op enig moment verlegt Starreaux haar fiscale woonplaats van A-land naar EU-lidstaat X. Starreaux richt
een kapitaalvennootschap op naar X-lands rechtspersonenrecht, StarCo, waarin zij al haar DJ-activiteiten
en copyrights op de door haar ontwikkelde DJ-content onderbrengt. Ook haar crew betaalt zij voortaan
vanuit StarCo. StarCo is binnenlandse belastingplichtige voor de X-landse vennootschapsbelasting.
Starreaux is enig aandeelhouder/bestuurder van StarCo.
Die zomer verzorgt Starreaux haar optredens voor SLECo in EU-lidstaat Y vanuit StarCo. Gedurende 6
weken verzorgt zij wekelijks optredens in clubs en op festivals in EU-lidstaat Y. StarCo ontvangt daarvoor
van SLECo een gage van €1,8 miljoen. De met deze gage samenhangende zakelijke kosten
(vergoedingen crewleden, reis-/verblijfkosten, materiaal, beveiliging, etc.) bedragen €1,2 miljoen en
worden gedragen door StarCo.
EU-lidstaat Y heft over de brutogage van StarCo een bronbelasting van 15%. Dit is tevens een
eindheffing. SLECo is inhoudingsplichtig voor deze Y-landse bronbelasting. EU-lidstaat Y heft van StarCo
dus €270 duizend belasting (15% van €1,8 miljoen). Vergelijkbare binnenlandse
artiestenvennootschappen worden in EU-lidstaat Y belast met vennootschapsbelasting over de nettowinst
tegen 30%. In EU-lidstaat X is StarCo geen vennootschapsbelasting verschuldigd. EU-lidstaat X geeft
, voor de Y-landse winst van StarCo een objectieve vrijstelling.
1b (10.0p) Is de Y-landse bronbelasting over de gage verenigbaar met de
EU-verdragsvrijheden? U kunt er bij de beantwoording vanuit gaan dat het vrij verkeer van
diensten van toepassing is.
Laten we aannemen dat StarCo geen starcompany is van een beroemde DJ maar een X-landse
investeringsmaatschappij, MoneyMakers Corp (MMCorp). MMCorp is fiscaal gevestigd in EU-lidstaat X en
aldaar vanwege het investeringsfondskarakter subjectief vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
MMCorp neemt een belang van 10% in het Y-landse SLECo. MMCorp ontvangt op enig moment van
SLECo vanuit EU-lidstaat Y een dividend van €18 miljoen. De hiermee verband houdende zakelijke kosten
zijn €12 miljoen, te weten €11 miljoen financieringskosten (rente) en €1 miljoen overige kosten
(inningskosten, kosten juridische bijstand, etc.).
EU-lidstaat Y heft over het brutodividend een bronbelasting (dividendbelasting) van 15%. Dit is tevens een
eindheffing. MMCorp betaalt als opbrengstgerechtigde dus €2,7 miljoen dividendbelasting in EU-lidstaat Y
(15% van €18 miljoen). Vergelijkbare binnenlandse investeringsmaatschappijen belast EU-lidstaat Y met
vennootschapsbelasting over de nettowinst tegen 30%. In EU-lidstaat Y is ten laste van
vennootschapsbelastingplichtigen ingehouden dividendbelasting met de verschuldigde
vennootschapsbelasting verrekenbaar. Voorzover de ingehouden dividendbelasting de verschuldigde
vennootschapsbelasting overstijgt, krijgt belastingplichtige het meerdere terugbetaald (met rente). In
EU-lidstaat X is MMCo als gezegd subjectief vrijgesteld van X-landse vennootschapsbelasting.
1c (10.0p) Is de Y-landse bronbelasting over het dividend verenigbaar met de
EU-verdragsvrijheden?
Casus 2
Profit Co (PCo) is een kapitaalvennootschap opgericht naar het rechtspersonenrecht van Res.-Land. PCo
is feitelijk in Res.-Land gevestigd. PCo is binnenlandse belastingplichtige voor de Res.-Landse
vennootschapsbelasting. PCo verricht actieve ondernemingsactiviteiten in PE-land vanuit een aldaar
gelegen vaste inrichting (permanent establishment, PE). PCo is buitenlandse belastingplichtige voor de
PE-Landse vennootschapsbelasting.
PCo geeft een immaterieel vermogensbestanddeel (intellectueel eigendom, IP) dat PCo in eigendom heeft
tegen een royaltyvergoeding in gebruik aan een licentienemer, Lic.Co, een derde partij, die fiscaal
gevestigd is in Lic.-Land. Lic.Co betaalt voor het IP-gebruiksrecht een royaltyvergoeding ter hoogte van €1
miljoen aan PCo. Ingevolge het nationale belastingrecht van Lic.-Land moet op de royaltybetaling ten laste
van opbrengstgerechtigde PCo een bronbelasting worden ingehouden van 20%. Het IP en de
royaltybetalingen zijn toerekenbaar aan het vermogen van de vaste inrichting van PCo in PE-Land. Het
effectieve belastingtarief in PE-Land over de vaste-inrichtingswinst bedraagt 7%.
Tussen de betrokken landen gelden belastingverdragen overeenkomstig het OESO-Modelverdrag 2017.
Het internationale belastingbeleid van Res.-Land is voor actief inkomen (ondernemingswinst) gebaseerd
op overwegingen van importneutraliteit. Voor passief inkomen is het belastingbeleid van Res.-Land
gebaseerd op overwegingen van exportneutraliteit. Ingevolge het Belastingverdrag Lic.-Land-Res.-Land is
de belastingheffing op uitgaande royalty's gemaximeerd op 10%. Ingevolge het Belastingverdrag
Lic.-Land-PE-Land is de belastingheffing op uitgaande royalty's gemaximeerd op 5%. Voor toepassing van
genoemde verdragen is PCo verdragsinwoner van Res.-Land. Voor zover niet anders vermeld is het
nationale recht in genoemde landen gelijk aan dat in Nederland.
2a (6.0p) Op basis van welk(e) heffingsbeginsel(en) gaan Res.-Land, PE-Land en Lic.-Land
over tot vennootschaps-/bronbelastingheffing bij PCo en wat is daarvan het gevolg?