Casus 1
Mw. Van der Steegen is onderdaan van Land A en fiscaal in Land A woonachtig. Van der
Steegen wordt in Land A als onbeperkt binnenlandse belastingplichtige in de A-landse
inkomstenbelastingheEing betrokken. Van der Steegen is sinds enige tijd werkzaam als
project manager in de zonne-energiesector en verricht haar werkzaamheden als
werknemer, in fulltime dienstbetrekking, voor haar werkgever, SolarExperience Ltd,
fiscaal gevestigd in Land B. Land B is het buurland van Land A. Een Ltd is de B-landse
variant van onze BV. Van der Steegen ontvangt van haar werkgever SolarExperience voor
haar werkzaamheden een jaarsalaris van EUR 100.000. Zij heeft met haar werkgever
afgesproken twee dagen (40%) vanuit huis te werken en de rest van de week te forensen.
Zij werkt op maandagen en vrijdagen thuis. De overige drie werkdagen (60%) verricht Van
der Steegen haar werkzaamheden op het hoofdkantoor van haar werkgever in de
hoofdstad van Land B. In Land B wordt Van der Steegen als beperkt buitenlandse
belastingplichtige in de B-landse inkomstenbelastingheEing betrokken. Tussen Land A
en Land B geldt een belastingverdrag, Belastingverdrag A-B, dat waar relevant gelijk is
aan het OESO-Modelverdrag (2017). De inkomstenbelastingsystemen van Land A en
Land B zijn waar van belang en niet anders aangegeven gelijk aan het Nederlandse.
1A)
Hoe verloopt in de gegeven feiten en omstandigheden de verdeling van
he8ingsbevoegdheid over het salaris van mw. Van der Steegen onder toepassing
van het Belastingverdrag A-B?
Nabespreking
Verdeling heffingsbevoegdheid over salaris
Rechtsgrond: Art. 15 OESO-Modelverdrag 2017
1. Stap 1 – Personele en materiële werkingssfeer:
o Art. 1 MV: beide partijen zijn verdragsinwoner (Van der Steegen in A,
werkgever in B)
o Art. 2 MV: inkomstenbelasting op salaris valt onder verdragsbereik
2. Stap 2 – Toepassing Art. 15(1)
o Hoofdregel: woonstaat (Land A) mag heffen
o Uitzondering: werkstaat (Land B) mag heffen over het deel van het salaris
dat is toe te rekenen aan werkzaamheden aldaar
o 60% van het werk wordt verricht in Land B, 40% in Land A
3. Stap 3 – Art. 15(2):
o Geen toepassing, want werkgever is gevestigd in werkstaat → werkstaat
mag heffen
4. Conclusie:
o Land A: heffingsrecht over 40% (EUR 40.000)
o Land B: heffingsrecht over 60% (EUR 60.000)
o Land A moet dubbele belasting voorkomen via art. 23A/23B MV
(verrekenings- of vrijstellingsmethode)
1
, Internationaal en Europees belastingrecht 05-07-2025
1B)
Laten we aannemen dat Land A en Land B lidstaten van de EU zijn. Mw. Van der Steegen
woont in een woning in Land A/EU-lidstaat A die zij in eigendom heeft. De aankoop van
deze woning financierde zij met een hypothecaire rentedragende geldlening bij de bank.
De rentermijnen die Van der Steegen de bank verschuldigd is, bedragen dit jaar in totaal
EUR 20.000. Woonland A/EU-lidstaat A kent geen fiscale tegemoetkomingen voor
eigenwoningbezitters. In Woonland A komt Van der Steegen derhalve niet in aanmerking
voor enige fiscale tegemoetkoming. Bronland B/EU-lidstaat B kent wel een fiscale
tegemoetkoming voor eigenwoningbezitters, voor de lasten ter financiering van een
eigen woning. Betaalde hypotheekrente kan naar B-lands nationaal belastingrecht van
het belastbare arbeidsinkomen worden afgetrokken, maar alleen indien betrokken
belastingplichtige haar fiscale woonplaats in Land B heeft. Zou mw. Van der Steegen
haar fiscale woonplaats in Land B/EU-lidstaat B hebben gehad, dan zou zij, onder overig
gelijke omstandigheden, eEectief 60% van haar hypotheekrente, EUR 12.000 rente
derhalve, ten laste van haar B-landse arbeidsinkomen, in casu EUR 60.000, hebben
kunnen brengen. Omdat Van der Steegen in Land A woont, komt zij naar B-lands
nationale belastingrecht echter niet in aanmerking voor de B-landse
hypotheekrenteaftrek. Mw. Van der Steegen kan haar hypotheekrente dientengevolge
niet in aftrek brengen in zowel EU-lidstaat A als EU-lidstaat B.
Indien ervan wordt uitgegaan dat het vrije verkeer van werknemers van toepassing
is, is de niet-toekenning van hypotheekrenteaftrek aan mw. Van der Steegen in EU-
lidstaat A met de EU-verdragsvrijheden verenigbaar?
Nabespreking
Hypotheekrenteaftrek geweigerd in Woonstaat A
EU-vrijheid: Vrij verkeer van werknemers (art. 45 VWEU)
• Geen schending → Er is sprake van een dispariteit:
o Woonstaat A biedt géén renteaftrek aan wie dan ook
o Geen discriminatie of belemmering binnen het systeem van A
o Zie ook arrest Gschwind en Kerckhaert-Morres
✅
Conclusie: Geen strijd met EU-recht → A mag renteaftrek weigeren.
2
, Internationaal en Europees belastingrecht 05-07-2025
1C)
Indien ervan wordt uitgegaan dat het vrije verkeer van werknemers van toepassing
is, is de niet-toekenning van hypotheekrenteaftrek aan mw. Van der Steegen in EU-
lidstaat B met de EU-verdragsvrijheden verenigbaar?
Nabespreking
Hypotheekrenteaftrek geweigerd in Werkstaat B
EU-vrijheid: Vrij verkeer van werknemers
• Werkstaat B verleent alleen hypotheekrenteaftrek aan inwoners
• Vraag: Is Van der Steegen als niet-inwoner toch vergelijkbaar met een inwoner?
→ Toepassing Schumacker-doctrine (HvJ EG, Schumacker-arrest):
• Niet-inwoners kunnen vergelijkbaar zijn als nagenoeg hun volledige inkomen
in werkstaat wordt verdiend
• Hier verdient zij slechts 60% in B → niet "geheel of nagenoeg geheel"
• Tenzij A niets doet met renteaftrek → mogelijk kwalitatieve benadering
✅
Conclusie:
• Bij kwantitatieve toets (≤ 90%): geen schending
• Bij kwalitatieve toets: mogelijk strijd met EU-recht → belemmering, want
woonstaat A biedt niets en werkstaat B weigert zonder goede reden
3