Nederlands
Het vertelperspectief (les 41)
Ik-vertellers
Vertellende ik
o In terugblik, zelf in actie
Belevende ik
o In het nu, je weet niets meer dan de ik-persoon
Hij/ zij-vertellers
Alwetend/ auctorieel perspectief
o Verteller buiten verhaal, toekomst voorspellen, op de hoogte van
gevoelens
Personeel perspectief
o Verteller buiten het verhaal, schuilt achter 1 persoon
Meervoudig perspectief
Perspectief wisselt
Leenwoorden (les 44)
Inheemse woorden
o Zijn van Nederlandse oorsprong (mens, meisje) of woorden die heel hard
‘vernederlandst’ zijn ( Kasteel, venster)
Neologismen
o Nieuwvormingen, nieuw gevormde woorden die we niet vaak gebruiken
Bv; Smirten ( Flirten tijdens het roken)
Leenwoorden
o Woorden die we uit een andere taal hebben overgenomen
Bv; Downloaden, toilet
Twee groepen leenwoorden
Vreemde woorden
o Klant-en-klaar overgenome
Bv; Smiley, Spaghetti
Bastaardwoorden
o Leenwoorden met een ‘Nederlands tintje’
Bv; Intresseren (Frans: intrésser)
Het vertelperspectief (les 41)
Ik-vertellers
Vertellende ik
o In terugblik, zelf in actie
Belevende ik
o In het nu, je weet niets meer dan de ik-persoon
Hij/ zij-vertellers
Alwetend/ auctorieel perspectief
o Verteller buiten verhaal, toekomst voorspellen, op de hoogte van
gevoelens
Personeel perspectief
o Verteller buiten het verhaal, schuilt achter 1 persoon
Meervoudig perspectief
Perspectief wisselt
Leenwoorden (les 44)
Inheemse woorden
o Zijn van Nederlandse oorsprong (mens, meisje) of woorden die heel hard
‘vernederlandst’ zijn ( Kasteel, venster)
Neologismen
o Nieuwvormingen, nieuw gevormde woorden die we niet vaak gebruiken
Bv; Smirten ( Flirten tijdens het roken)
Leenwoorden
o Woorden die we uit een andere taal hebben overgenomen
Bv; Downloaden, toilet
Twee groepen leenwoorden
Vreemde woorden
o Klant-en-klaar overgenome
Bv; Smiley, Spaghetti
Bastaardwoorden
o Leenwoorden met een ‘Nederlands tintje’
Bv; Intresseren (Frans: intrésser)