Korte puntsgewijze antwoordindicatie tentamen Burgerlijk procesrecht
Algemeen
Let bij het bestuderen van dit document goed op. De vragen zijn bewust niet genummerd, omdat zij in
verschillende volgorde werden aangeboden via ANS tijdens het tentamen. Kijk daarom goed naar de
aanduiding van de casusvraag. Verder zijn van de vragen twee varianten gemaakt. Deze worden in dit
document gezamenlijk behandeld.
Casus van 60 punten met 6 deelvragen
a. Artikel 111 lid 2, aanhef en sub h, Rv is in dit geval niet in acht genomen. (Het betreft immers een
zaak met verplichte procesvertegenwoordiging, aangezien deze zaak niet tot de bevoegdheid van
de kantonrechter behoort, artikel 79 jo. 93 Rv.)
In beginsel leidt dit gebrek tot nietigheid van de dagvaarding ex artikel 120 lid 1 Rv. Op grond van
artikel 121 lid 1 Rv zal de rechter – als het goed is, dat wil zeggen als de rechter het gebrek heeft
onderkend, geen verstek verlenen. (Artikel 121 lid 3 Rv is in casu niet aan de orde.) De rechter zal
op grond van artikel 121 lid 2 Rv een nieuwe dag bepalen en gelasten dat de gedaagde tegen die
dag zal worden opgeroepen met herstel van het gebrek op kosten van de eiser.
Het beginsel dat aan deze wettelijke bepalingen ten grondslag ligt, is het beginsel van hoor en
wederhoor.
b. Op grond van art. 150 Rv wordt degene die zich op de rechtsgevolgen van bepaalde feiten
beroept, belast met het bewijs van die feiten. Mara/Emma vordert schadevergoeding
(rechtsgevolg), omdat de makelaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen uit de overeenkomst,
daaruit bestaande dat de makelaar niet heeft geadviseerd om af te zien van de
eigendomsoverdracht. Dat betekent dat Mara/Emma de bewijslast krijgt van die feiten, waaruit
het rechtsgevolg (recht op schadevergoeding) voortvloeit. De makelaar betwist dat hij tekort is
geschoten, doordat hij stelt dat hij Mara/Emma heeft afgeraden aan de eigendomsoverdracht
mee te werken. De makelaar beroept zich daarmee niet op een rechtsgevolg. Zijn verweer is een
verweer ter betwisting. Het daarvan te leveren bewijs is dientengevolge te beschouwen als
tegenbewijs. Dit vloeit voort uit het arrest Ongeval St. Oedenrode.
c. Dit is een tussenvonnis, nu daarin niet een deel van het gevorderde is toe- of afgewezen. Het is
geen provisioneel vonnis als bedoeld in art. 337 lid 1 Rv, dus het is een 8ander tussenvonnis9 als
bedoeld in art. 337 lid 2 Rv. Tegen een dergelijk vonnis staat alleen hoger beroep open tegelijk
met het nog te wijzen eindvonnis of met toestemming van de rechter. Mara zou alsnog
toestemming kunnen vragen om tussentijds hoger beroep in te stellen. Anders moet zij wachten
tot het eindvonnis voor het instellen van hoger beroep. Zie het arrest Invinco/Postema en de
daarbij horende noot van prof. Van Mierlo onder 3 en 5.
d. i. Op grond van het arrest Ontvanger/Bos is de beslaglegger, wiens vordering waarvoor beslag is
gelegd geheel wordt afgewezen, in beginsel aansprakelijk uit onrechtmatige daad; dit betreft een
risicoaansprakelijkheid. Behoudens bijzondere omstandigheden is de beslaglegger gehouden tot
Gedownload door S. Aas ()