Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Notas de lectura

Complete topsamenvatting met tentamenvragen. Gegarandeerd een 8!

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
29
Subido en
12-07-2026
Escrito en
2025/2026

Deze studienotities behandelen het concept van bestuursorgaan volgens artikel 1:1 Awb, een kernonderwerp in het Bestuursrecht aan Erasmus Universiteit Rotterdam. De stof omvat A-organen en B-organen, de criteria voor privaatrechtelijke rechtspersonen, en uitgewerkte casuïstiek met praktijkvoorbeelden (politie, subsidietoetsing, wijkverenigingen). Dit materiaal is onmisbaar voor examenvoorbereiding omdat het ingewikkelde rechtsleer-stof goed gestructureerd uitlegt met concrete cases waarin je kunt oefenen.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Bestuursorgaan: Art. 1:1 lid 1 Awb
A-organen: orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld (Jo. Art.
2:1 BW). Staat, provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen met
verordende bevoegdheid (art. 134 Gw).
B-organen: een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. ‘Eenzijdig
rechten of plichten voor een ander in het leven te roepen of bindend vast te stellen’.

RS:
VNG: Geen wettelijke basis en dus geen bevoegdheid – tenzij er bijzondere omstandigheden
zijn. Het is dus geen bestuursorgaan.
Schipholregio: Een privaatrechtelijke rechtspersoon kan alleen als bestuursorgaan worden
aangemerkt bij geldelijke uitkeringen (subsidies) of op geld waardeerbare voorzieningen. Er
gelden 2 voorwaarden.

1.Inhoudelijk: De criteria voor uitkeringen worden grotendeels bepaald door een
bestuursorgaan: 1:1-1-a Awb.
2.Financieel: Minstens 2/3 van de financiering komt van een bestuursorgaan.

Casuïstiek:
(1). Is de korpschef van de politie een bestuursorgaan (art. 26-28 Pw)?
Art. 1:1 lid sub a Awb
Rikp? Ja, art. 26 Pw.
Is de korpschef een orgaan van deze RIKP?
Voldoende zelfstandige functie of positie?
Dit kan blijken uit wettelijke voorschriften: i.c. Art. 27 en 28 Pw.
Voorlopige conclusie: A-orgaan. Zijn er uitzonderingen (lid 2): ook niet het geval.

(2).Max wil een zomerfestival organiseren en heeft een aanvraag voor een
evenementenvergunning ingediend. Om de financiering van het festival rond te krijgen, heeft
Max ook een subsidie aangevraagd bij de Stichting Zomerfeesten Zonnehof (SZZ).
SZZ is opgericht door ondernemers uit de gemeente Zonnehof. SZZ heeft geld gekregen van
de gemeente. SZZ mag van het gemeentebestuur zelf beslissen onder welke voorwaarden
er subsidie wordt verleend.

SZZ wijst de subsidieaanvraag van Max af. Max wil weten of SZZ een bestuursorgaan is en
daarmee of hij een bezwaarschrift kan indienen tegen de afwijzing.

Is de Stichting Zomerfeesten Zonnehof een bestuursorgaan in de zin van de Awb?

De stichting is geen a-orgaan in de zin van artikel 1:1 lid 1 onder a Awb. Stichting opgericht
conform BW. De stichting b-orgaan? een persoon met enig openbaar gezag bekleed.
Openbaar gezag kan als hoofdregel alleen worden toegekend bij wet in materiële zin (AVV).
Als de toekenning van een bevoegdheid in een algemeen verbindend voorschrift ontbreekt,
dan is een orgaan van een privaatrechtelijke rechtspersoon geen b-orgaan in de zin van
artikel 1:1 lid 1 onder b Awb. Hierop geldt een uitzondering als de privaatrechtelijke
rechtspersoon geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen aan derden
(bijv. burgers) verstrekt én voldaan wordt aan twee cumulatieve voorwaarden.

Deze twee voorwaarden zijn:
1.Als de uitkering in overwegende mate, dat wil zeggen in beginsel voor twee derde of meer,
door een a-orgaan wordt gefinancierd (het financiële vereiste). I.c is het geld afkomstig van
een bestuursorgaan van de gemeente Zonnehof. De stichting beschikt zelf niet over
middelen uit andere bron voor het verstrekken van gelden.

,2. Als de inhoudelijke criteria voor het verstrekken van gelden of op geld waardeerbare
voorzieningen in beslissende mate bepaald worden door een a-orgaan (inhoudelijke
vereiste). Het bestuursorgaan moet daadwerkelijke zeggenschap hebben over de criteria in
het algemeen. Het bestuursorgaan moet dus de mogelijkheid hebben om de
uitkeringscriteria in het algemeen te bepalen. Er is geen zeggenschap ter zake van een
concrete toekenning vereist. I.c. mag de stichting zelf bepalen wanneer subsidie wordt
verstrekt. Er is geen bestuursorgaan die daarop invloed kan uitoefenen.

Conclusie: Nu niet voldaan is aan beide vereisten komen de uitvoeringswerkzaamheden
van de privaatrechtelijke instelling niet neer op de uitoefening van een overheidstaak. De
stichting is daarom niet aan te merken als een bestuursorgaan idzv van art. 1:1 lid 1 Awb.

(3).Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Appelhof in de provincie
Groningen, wil buurtprojecten stimuleren. Het college geeft daarvoor geld aan een aantal
particuliere wijkverenigingen. De landelijke stichting Buren in de Wijk verhoogt dat bedrag
met 15%. De wijkverenigingen zijn vrij om zelf te bepalen aan welke projecten ze geld zullen
gaan geven. Merel vraagt aan haar wijkvereniging een bijdrage voor brei- en naailessen. De
wijkvereniging wijst het verzoek af.

Is de wijkvereniging bij het nemen van deze beslissing een bestuursorgaan?

De vereniging is geen orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld
en daarom geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 lid 1 onder a Awb.
Sprake van een b-orgaan?: een persoon met enig openbaar gezag bekleed (art. 1:1 lid 1
onder b Awb).

Het publieke taakcriterium is hier van toepassing. Zie de uitspraak van RvS Schiphol). RvS
hanteert in deze uitspraak twee cumulatieve eisen:

1.Het financiële vereiste. De verstrekking van de uitkeringen of voorzieningen moet in
overwegende mate worden gefinancierd door een of meer organen van publiekrechtelijke
rechtspersonen (a-organen). Aan deze in overwegende mate-eis wordt in beginsel voldaan
als de verstrekking voor twee derde of meer wordt gefinancierd door die andere
bestuursorganen. Daarbij dient te worden gekeken naar de financiering van de verstrekking
in kwestie en niet naar de totale middelen van de privaatrechtelijke rechtspersoon. I.c. is het
geld voor 85% afkomstig van het college, dus aan dit criterium is voldaan.

2.Het inhoudelijke vereiste. De inhoudelijke criteria voor het verstrekken van geldelijke
uitkeringen of voorzieningen moeten in beslissende mate worden bepaald door een of meer
organen van publiekrechtelijke rechtspersonen (ook wel a-organen genoemd). Dat
bestuursorgaan of die bestuursorganen hoeven echter géén zeggenschap te hebben over
een beslissing ten aanzien van een verstrekking in een individueel geval.
I.c. is de wijkvereniging helemaal vrij gelaten om zelf te bepalen aan welke projecten ze geld
doneert. Aan het inhoudelijke vereiste wordt dus niet voldaan.

Conclusie: wijkvereniging geen bestuursorgaan in de zin van de Awb is.

(4). De gemeente Oosterstad heeft een stichting opgericht, Stichting Duurzaam Oosterstad
(SDO), die als doel heeft om verduurzaming van woningen binnen de gemeentegrenzen te
bevorderen. De stichting ontvangt jaarlijks 80% van haar financiering via gemeentelijke
subsidies en voert het gemeentelijk beleid uit door het verstrekken van
duurzaamheidsleningen en subsidies aan inwoners. SDO wijst een aanvraag van een
inwoner, mevrouw Jansen, voor een duurzaamheidslening af zonder een motivering.
Mevrouw Jansen dient vervolgens bezwaar in bij de stichting, maar de stichting stelt zich op

, het standpunt dat zij geen bestuursorgaan is en dat bezwaar en beroep op grond van de Awb
niet openstaan.

Is SDO een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 Awb?

Op grond van RvS Schipholregio: wordt een privaatrechtelijke entiteit als bestuursorgaan
aangemerkt indien cumulatief is voldaan aan:
1.Het inhoudelijke vereiste: de inhoudelijke criteria voor de verstrekking van subsidies en
leningen worden in beslissende mate bepaald door de gemeente Oosterstad, een
bestuursorgaan in de zin van art. 1:1, eerste lid, onder a, Awb. SDO voert gemeentelijk
beleid uit en hanteert door de gemeente vastgestelde criteria.
2.Het financiële vereiste: de stichting wordt voor 80% gefinancierd door gemeentelijke
subsidies, wat voldoet aan de vereiste drempel van 2/3 financiering uit publieke middelen.

Conclusie: beide vereisten zijn vervuld, SDO is een bestuursorgaan. Dit betekent dat de
afwijzing van mevrouw Jansen een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb en bezwaar en
beroep op grond van de Awb openstaan.


Belanghebbende
Art. 1:2 lid 1 Awb
‘Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken’.

Degene
1.Natuurlijke personen
2.Bestuursorganen
3.Rechtspersonen
4.Organisaties en groepen (entiteiten) zonder rechtspersoonlijkheid ‘Occupy’ – Herkenbaar
in het rechtsverkeer.

Feitelijke invulling begrip:
-Het belang hoeft niet de zwaarte hebben van een potentiële inbreuk op iemand
rechtspositie: er hoeft dus geen wijziging van de rechtspositie te zijn.
-Het hoeft zelfs niet een belang te zijn dat kan worden meegewogen bij het besluit in kwestie.
-Het belang moet wel kunnen worden geraakt door het rechtsgevolg dat het besluit in het
leven wil roepen.

Normadressaat/geadresseerde is in beginsel belanghebbende.
Derde-belanghebbende: OPERA-criteria

Objectief: ‘Een belang dat alleen bestaat in iemands persoonlijke belevingswereld maar dat
door anderen niet kan worden gedeeld .. is niet een belang als vereist door art.1:2 Awb.
Persoonlijk: Onderscheidt men zich met het belang van willekeurige anderen?
-Uitstraling op fysieke leefomgeving
-Feitelijke gevolgen: moeten wel van ‘enige betekenis zijn’ Zie: Mestbassin en Efteling.
-# Invulling bij concurrentiebelangen: aantoonbare invloed van het besluit op de belangen.
-Belang van concurrent moet rechtstreeks betrokken zijn bij een besluit (Concurrenten).
Rechtstreeks: Het belang moet door het besluit worden geraakt, oorzakelijk verband – geen
afgeleid belang. Parallel belang is in beginsel afgeleid:
Eigen: geen belang van een ander
Actueel: geen onzeker, in de toekomst gelegen belang
Zaakoverstijgend belang? Zwarte Piet

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
12 de julio de 2026
Número de páginas
29
Escrito en
2025/2026
Tipo
NOTAS DE LECTURA
Profesor(es)
.
Contiene
Todas las clases

Temas

$13.17
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Max1998 Universiteit Leiden
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
42
Miembro desde
5 año
Número de seguidores
19
Documentos
72
Última venta
2 semanas hace

3.0

2 reseñas

5
0
4
1
3
0
2
1
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes