H7. Goederenrecht vs verbintenissenrecht, overdracht en derdenbescherming
Algemeen goederenrecht
Vermogensrecht gevormd door goederenrecht + verbintenissenrecht
Goederenrecht Verbintenissenrecht
Contractenrecht Aansprakelijkheidsrecht
Deel van het objectieve vermogensrecht dat de Regelt de rechten en plichten tegenover partijen on
rechtsverhouding van een persoon t.o.v. een goed en alleen tussen die partijen (open stelsel met relati
regelt (gesloten systeem met absolute rechten) rechten)
- Gaat over goederen: alle zaken en
vermogensrechten
Gesloten systeem: numerus clausus = alle Open systeem (contractsvrijheid)
goederenrechtelijke rechten zijn geregeld in de HR Quint/ Te Poel (art 6:1 BW)
wet
In beginsel dwingend recht: je kan er niet vanaf In beginsel regelend recht: bepalingen die in de wet
wijken kan je vaak vanaf wijken
Verbintenissenrecht en goederenrecht zijn 2 dimensies van hetzelfde verschijnsel
- Ze hebben hetzelfde feitencomplex
Je kan 2 soorten verhoudingen die je tot een goed kan hebben:
1. Feitelijke verhouding: je bent bezitter of houder van een goed
- Bezit van goed: dan houd je het goed voor jezelf
- Houder van goed: dan heb je een goed onder je wat van een ander is
2. Juridische verhouding: dit kan verbintenisrechtelijk of goederrechtelijk van aard zijn
- Verbintenisrechtelijke verhouding: heb je recht op betrekking van een goed
- Goederenrechtelijke verhouding: recht op een goed
Terminologie goederenrecht
Goederenrechtelijke rechten Verbintenissenrechtelijke rechten
Absoluut: ze kunnen tegen iedereen Relatief: kunnen tegen een bepaalde
worden ingeroepen, anderen dienen de persoon worden ingeroepen
rechten te respecteren
(Eigendomsrecht 5:1 BW: kan je tegen
iedereen inroepen)
Exlusief: men onthoudt zich van handelen
en anderen kunnen worden uitgesloten
van inmenging ent betrekking tot het goed
Droit de suite (zaaksgevolg): het recht Geen droit de suite (blaauboer/berlips):
volgt de zaak waar het is gevestigd geen zaaksgevolg
Prioriteit: berusten op 1 goed meerdere Paritas creditorum: alle schuldeisers zijn
goederenrechtelijke rechten, dan gaat het gelijk (Pos/ Van den Bosch)
oudste goederenrechtelijk recht voor
Separatisme: wanneer meerdere schuldeisers zich willen verhalen op de opbrengst van de
persoon, dan kan een schuldeiser met een goederenrechtelijk recht de opbrengst zijn recht
uitoefenen zonder daarbij rekening te hoeven houden met andere schuldeisers
, Wat is een goed: alle zaken en alle vermogensrechten
Goed (art 3:1 BW)
Zaak (art 3:2 BW) Vermogensrecht (art 3:6 BW)
Roerende zaak
(art 3:3 lid 2 BW) Onroerende zaak
(art 3:3 lid 1 BW)
Zaak:
Alle voor menselijke beheersing vatbare stofbare objecten (telefoon, auto, koelkast)
Een zaak is tastbaar, waarneembaar en eventueel verhandelbaar
1. Onroerende zaken: onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met
grond verenigde beplantingen, gebouwen die duurzaam met de grond zijn verenigd
2. Roerende zaken: alles wat geen onroerende zaak is = roerende zaak
Dieren zijn (art 3:2a BW) geen zaken maar worden in het goederenrecht wel als zaken
behandelt
Een zaak bestaat uit meerdere componenten:
- Bv een auto bestaat uit motorblok, deuren, stuur: deze aan de auto gekleefde
onderdelen zijn onzelfstandig
- Art 3:4 BW bepaalt dat deze onderdelen bestanddelen zijn
1. Lid 1: iets kan een bestanddeel zijn o.g.v. een hechte ideële band. Verkeersopvatting
is doorslaggevend
- Criterium van incompleetheid: ‘is de zaak incompleet zonder het onderdeel?’ Ja,
dan een bestanddeel van de zaak
2. Lid 2: iets kan een bestanddeel zijn o.g.v. een hechte materiële band.
- Toets is feitelijk van aard en het criterium van afscheiding geld: ‘kan afscheiding
plaatsvinden zonder substantiële schade toe te brengen aan de zaak of aan het
bestanddeel?’ nee, dan is het onderdeel een bestanddeel van de zaak
Vermogensrechten:
Kenmerken genoemd in art 3:6 BW, als een goed aan een van deze kenmerken voldoet, dan
is er sprake van een vermogensrecht:
- Rechten die voor overdracht vatbaar zijn
- Rechten die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen
- Rechten die zijn verkregen voor een in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel
Vermogensrechten altijd rechten zijn die in het economisch verkeer een bepaalde waarde
vertegenwoordigen. Voorbeelden:
- Vorderingen
- Beperkte rechten (art 3:8 BW):
- Aandelen: eigensoortig recht
- Auteursrechten: vloeit voort uit de auteurswet
Registergoederen vs niet-registergoederen
Algemeen goederenrecht
Vermogensrecht gevormd door goederenrecht + verbintenissenrecht
Goederenrecht Verbintenissenrecht
Contractenrecht Aansprakelijkheidsrecht
Deel van het objectieve vermogensrecht dat de Regelt de rechten en plichten tegenover partijen on
rechtsverhouding van een persoon t.o.v. een goed en alleen tussen die partijen (open stelsel met relati
regelt (gesloten systeem met absolute rechten) rechten)
- Gaat over goederen: alle zaken en
vermogensrechten
Gesloten systeem: numerus clausus = alle Open systeem (contractsvrijheid)
goederenrechtelijke rechten zijn geregeld in de HR Quint/ Te Poel (art 6:1 BW)
wet
In beginsel dwingend recht: je kan er niet vanaf In beginsel regelend recht: bepalingen die in de wet
wijken kan je vaak vanaf wijken
Verbintenissenrecht en goederenrecht zijn 2 dimensies van hetzelfde verschijnsel
- Ze hebben hetzelfde feitencomplex
Je kan 2 soorten verhoudingen die je tot een goed kan hebben:
1. Feitelijke verhouding: je bent bezitter of houder van een goed
- Bezit van goed: dan houd je het goed voor jezelf
- Houder van goed: dan heb je een goed onder je wat van een ander is
2. Juridische verhouding: dit kan verbintenisrechtelijk of goederrechtelijk van aard zijn
- Verbintenisrechtelijke verhouding: heb je recht op betrekking van een goed
- Goederenrechtelijke verhouding: recht op een goed
Terminologie goederenrecht
Goederenrechtelijke rechten Verbintenissenrechtelijke rechten
Absoluut: ze kunnen tegen iedereen Relatief: kunnen tegen een bepaalde
worden ingeroepen, anderen dienen de persoon worden ingeroepen
rechten te respecteren
(Eigendomsrecht 5:1 BW: kan je tegen
iedereen inroepen)
Exlusief: men onthoudt zich van handelen
en anderen kunnen worden uitgesloten
van inmenging ent betrekking tot het goed
Droit de suite (zaaksgevolg): het recht Geen droit de suite (blaauboer/berlips):
volgt de zaak waar het is gevestigd geen zaaksgevolg
Prioriteit: berusten op 1 goed meerdere Paritas creditorum: alle schuldeisers zijn
goederenrechtelijke rechten, dan gaat het gelijk (Pos/ Van den Bosch)
oudste goederenrechtelijk recht voor
Separatisme: wanneer meerdere schuldeisers zich willen verhalen op de opbrengst van de
persoon, dan kan een schuldeiser met een goederenrechtelijk recht de opbrengst zijn recht
uitoefenen zonder daarbij rekening te hoeven houden met andere schuldeisers
, Wat is een goed: alle zaken en alle vermogensrechten
Goed (art 3:1 BW)
Zaak (art 3:2 BW) Vermogensrecht (art 3:6 BW)
Roerende zaak
(art 3:3 lid 2 BW) Onroerende zaak
(art 3:3 lid 1 BW)
Zaak:
Alle voor menselijke beheersing vatbare stofbare objecten (telefoon, auto, koelkast)
Een zaak is tastbaar, waarneembaar en eventueel verhandelbaar
1. Onroerende zaken: onroerend zijn de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met
grond verenigde beplantingen, gebouwen die duurzaam met de grond zijn verenigd
2. Roerende zaken: alles wat geen onroerende zaak is = roerende zaak
Dieren zijn (art 3:2a BW) geen zaken maar worden in het goederenrecht wel als zaken
behandelt
Een zaak bestaat uit meerdere componenten:
- Bv een auto bestaat uit motorblok, deuren, stuur: deze aan de auto gekleefde
onderdelen zijn onzelfstandig
- Art 3:4 BW bepaalt dat deze onderdelen bestanddelen zijn
1. Lid 1: iets kan een bestanddeel zijn o.g.v. een hechte ideële band. Verkeersopvatting
is doorslaggevend
- Criterium van incompleetheid: ‘is de zaak incompleet zonder het onderdeel?’ Ja,
dan een bestanddeel van de zaak
2. Lid 2: iets kan een bestanddeel zijn o.g.v. een hechte materiële band.
- Toets is feitelijk van aard en het criterium van afscheiding geld: ‘kan afscheiding
plaatsvinden zonder substantiële schade toe te brengen aan de zaak of aan het
bestanddeel?’ nee, dan is het onderdeel een bestanddeel van de zaak
Vermogensrechten:
Kenmerken genoemd in art 3:6 BW, als een goed aan een van deze kenmerken voldoet, dan
is er sprake van een vermogensrecht:
- Rechten die voor overdracht vatbaar zijn
- Rechten die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen
- Rechten die zijn verkregen voor een in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel
Vermogensrechten altijd rechten zijn die in het economisch verkeer een bepaalde waarde
vertegenwoordigen. Voorbeelden:
- Vorderingen
- Beperkte rechten (art 3:8 BW):
- Aandelen: eigensoortig recht
- Auteursrechten: vloeit voort uit de auteurswet
Registergoederen vs niet-registergoederen