De neus
Anatomie
De uitwendige neus bestaat uit een aantal onderdelen: os nasales
(1), cartilago septi nasi (2), cartilago lateralis nasi (3),
cartilago alaris nasi major (4) met een laterale en een mediale
crus. Aan de onderzijde van de neus zie je twee neusvleugels, de
nares anterior. De neus is in twee helften verdeeld door het
cartilago septi nasi, de lamina perpendicularis ossis
ethomoidalis en het vormer (achter onderin). Aan de voorzijde zie
je het neustussenschot als columella (8) nasi.
Als we alleen naar de benige elementen kijken, vormt het os nasalis
een peervormige opening aan de voorzijde van de schedel; de
apetura piriformis. De onderzijde van de benige neus bestaat uit
het palatum durum (harde gehemelte). De bovenzijde van de
benige neus bestaat uit de lamina cribrosa, waar de vele kleine zenuwvezels
van de n. olfactorius doorheen komen.
De binnenkant van de neus is bekleedt met mucoperiost (neusslijmvlies +
blotslijmvlies) en mucoperichondrium (neusslijmvlies + kraakbeenvlies).
Aan de laterale neuswand zitten de conchae nasales (neusschelpen) met
daaronder de meatus nasi (neusdoorgangen). In de meatus nasi bevinden zich
openingen van de sinus paranasales (ostiomeataal complex en de recessus
sphenoethmoidalis) en de ductus nasolacrimalis. In de nasofarynx ligt ook de
uitmonding van de tuba auditiva. Hieromheen liggen de adenoïden, dit is
lymfoïd weefsel dat een functie in de afweer heeft.
De bloedvaten die de neus verzorgen van zuurstofrijk bloed zijn afkomstig uit de
a. carotis interna en externa. Bovenin ligt de aa. ethmoidalis van de a.
opthalmicus, onderin de takken van de a. facialis en in het midden de a.
sphenopalatina en a. palatina major van de a. maxillaris, die laatste heeft
het grootste aandeel in de bloedvoorziening. Deze arteriën komen samen en
vormen de plexus van Kiesselbach. Het veneuze bloed wordt afgevoerd via de
v. opthalmica, v. maxillaris en de v. facialis. Deze komen grotendeels samen
in de sinus cavernosus.
De innervatie van het neusslijmvlies wordt gefaciliteerd door de n. ethmoidalis
anterior, een tak van de n. opthalmicus (N. V1), en de n. nasopalatuinus,
de n. palatinus major en de n. infraorbitalis, takken van de n. maxillaris (N.
V2), die voor de sensibiliteit zorgen. De n. olfactorius (N. I) zorgt voor het
reukvermogen en loopt door de lamina cribrosa in het os ethmoidale.
Neusbijholten
Rondom de neus liggen 4 neusbijholten; de sinus paranasales. De sinus
frontalis ligt in de os frontalis, boven de orbita. De sinus maxillaris in de
maxilla, onder de orbita en lateraal van de cavitas nasi. De sinus ethmoidale
(cellulae ethmoidales anterior/posterior) ligt tussen de oogkassen, mediaal van
, de orbita. Tot slot ligt de sinus sphenoidalis diep en centraal in de schedel,
achter de cavitas nasi.
De sinus sphenoidalis mondt uit boven de concha nasalis superior, in de
recessus spheno-ethmoidalis. In de meatus nasi superior mondt ook de
cellulae ethmoidalis posterior uit. Onder de concha nasalis superior ligt de
meatus medius waarin de hiatus semilunaris en het infidibulum (trechter)
gelegen zijn. Samen wordt dit het ostiomeatale complex (OMC) genoemd. In
de hiatus semilunaris monden de cellulae ethmoidalis anterior en de sinus
maxillaris uit. In het infidibulum de sinus frontalis via de ductus nasofrontalis.
Het traanvocht draineert ook in de cavitas nasi. Via de ductus nasolacrimalis
dat in het os lacrimale ligt, draineert het in de meatus nasi inferior.
Fysiologie
De vorm van het septum nasi en de conchae nasalis is erg belangrijk voor de flow
en turbulentie van de ingeademde lucht.
Pathofysiologie
Bij rhinoplastie (= neuscorrectie) kan de vorm/functie van de neus veranderd
worden. Dit kan vanuit een medisch of cosmetisch oogpunt.
Septum deviatie is een aandoening waarbij het septum van de neus scheef
staat. Dit kan door trauma komen of aangeboren zijn. De patiënt kan gaan
snurken of makkelijk sinusitis krijgen.
Nasale klepinsufficiëntie is een aandoening waarbij de kraakbenige
neusvleugels invallen tijdens de onderdruk van de inademing.
Een septumhematoom is een ophoping van bloed tussen het kraakbeen en het
mucoperichondrium door neusletsel of een operatie. Deze aandoening heeft
spoed, want het kan leiden tot kraakbeennecrose of een infectie.
Bij het verkeerd gebruik van neusspray (naar mediaal gericht) kunnen de
bloedvaten die daar zeer oppervlakkig liggen, beschadigd raken. Daarom richt je
neusspray naar lateraal, waar het dikke mucoperichondrium ligt.
Bij sinusitis wordt het neusslijmvlies opgezwollen, waardoor de openingen van
de bijholten dichtgedrukt kunnen worden. Dit kan behandeld worden met
neusdruppels, om het slijmvlies tot rust te laten komen. Is het een chronisch
probleem kan er ook een infundibulotomie uitgevoerd worden.
Vergrote adenoïden kunnen voor klinische problemen zorgen. Er ontstaan dan
makkelijker OME’s en neusverstoppingen, waardoor de patiënt een
mondademhaling krijgt en mogelijk snurkt of apneu heeft. Bij een chronische
nasale obstructie kan adenotomie gedaan worden; als een kind 7 of meer OMA’s
per jaar heeft bijvoorbeeld. Recidiverende infecties of OME zijn dus geen
indicatie.