Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting STOFII - Module 3, 4, 5 | GNBA200406 | UU | 2025/26

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
16
Subido en
07-07-2026
Escrito en
2025/2026

Deze studiestof behandelt modules 3, 4 en 5 van Stofwisseling II aan de Universiteit Utrecht, gericht op de anatomie van het maag-darmkanaal (MDL). De aantekeningen dekken gedetailleerd de structuur van de tractus digestivus, farynx, oesofagus, maag, lever, galwegen en dunne darm met focus op anatomische kenmerken, sfincters en functionele aspecten. Ideaal voor examenvoorbereiding op geneeskunde, met uitgebreide behandeling van alle relevante anatomische structuren en hun rol in het digestieve systeem.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

MODULE 3, 4, 5 – MDL

Anatomie
De organen van de tractus digestivus hebben allemaal een vergelijkbare opbouw:
Lumen -> mucosa -> submucosa -> muscularis -> bindweefsel (fascia,
adventitia, serosa)
Farynx
De farynx (keelholte) is in drie delen te onderscheiden: nasofarynx, orofarynx en
laryngofarynx. Het speelt een rol in zowel de ademhaling als de spijsvertering.
Om verslikking te voorkomen zijn er twee systemen:
 Het zachte verhemelte wordt met de huig omhoog en naar achter
getrokken tijdens inademing -> sluit nasofarynx af
 De epiglottis wordt naar achter bewogen tijdens inademing -> sluit de
larynx af bij het slikken
De achterwand van de farynx is vrij continue, net als de laterale wanden. De
voorwand is vrij discontinu omdat het in verbinding staat met de mond, neus en
larynx. De circulaire (buitenste) spierlaag van de farynxwand bestaat uit een
onderste, middelste en bovenste en worden de constrictoren genoemd. De
longitudinale (binnenste) spierlaag van de farynxwand bestaat ook uit 3 spieren
en worden de levatoren genoemd. De spieren bestaan uit dwarsgestreept
spierweefsel, want ze functioneren middels reflexen.
Oesofagus
Het onderste deel van de farynx constricor wordt ook wel de Upper Esophageal
Sfincter (EUS) genoemd. Deze sfincter voorkomt de aantrekking van maaginhoud
door de lage druk in de farynx. Kenmerkend voor deze overgang is ook de ook de
omkeer van spierlagen: circulair ligt aan de binnenzijde en longitudinaal ligt aan
de buitenzijde, net als in de rest van de TD. Daarnaast zie je nog dat het
bovenste deel van de slokdarmspieren nog uit dwarsgestreept spierweefsel
bestaat en het onderste uit glad spierweefsel.
Onderaan de oesofagus ligt de Lower Esophageal Sfincter (LES), die samen met
de rechter crus van het diafragma een functionele afsluiting van de oesofagus
vormt, zodat er geen maaginhoud terugstroomt. De onderste sfincterfunctie
wordt versterkt door het feit dat de onderste 1,5 cm van de slokdarm in het
abdomen ligt, waar een negatieve druk heerst.
Maag
In de maag wordt voedsel afgebroken middels chemische en mechanische
vertering. Het resultaat wordt de chymus genoemd. De maag moet veel voedsel
kunnen opslaan (tot 2 liter) en krijgt deze bewegelijkheid van het slappe viscerale
peritoneum en de bursa omentalis. Het einde van de maag is het antum en is het
voorportaal van de pylorus (anatomische sfincter) die de maaglediging
controleert (~3 uur).
Hoe strak de maag gespannen is, is variabel. Een “stierhoorn” of hypertone maag
is een strak gespannen maag en komt vaak bij mensen voor die korter en breder
van postuur zijn. Een “vishaak” of hypotone maag is een slap gespannen maag

,en komt vaker voor bij mensen die langer en dunner van postuur zijn. Het
grootste deel van de populatie zit hier tussenin.
Lever
Aan de curvatura minor van de maag hangt het omentum majus, dat vast zit aan
de lever. In dit vlies zit een verdikking: het ligamentum hepatoduodenale, waarin
de a. hepatica propria, v. portae en de ductus choledochus van/naar de leverhilus
lopen. Het ligamentum falciforme houdt de lever op zijn plek door de verbinding
met het peritoneum.
De lever is verdeeld in 8 segementen die gebaseerd zijn op de derde orde van
vertakkingen van de bloedvaten. Op microscopisch niveau is te zien hoe de lever
is opgebouwd uit leverlobjes en zijn bloed ontvang vanuit de portale gebieden.
De v. portae verzorgd 75% van de flow en bevat ook nog veel zuurstof. Doordat
de sinussen met bloed gefenestreed endotheel hebben, stroomt het bloed rustig
in de ruimte van Disse, wat optimaal is voor de stofwisseling. In de ruimte van
Disse liggen ook stellaatcellen, die vitamine A opslaan en collageen kunnen
vormen. De Kupffercellen liggen in het lumen van de sinusoïden en hebben een
fagocyterende functie (immuuncel).
In het kanaal van Hering zijn stamcellen gelokaliseerd, die kunnen differentiëren
tot cholangiocyten of hepatocyten. De kanalen van Hering vormen het eerste
deel van de galwegen na de kleine paadjes tussen de hepatocyten.
Galwegen/galblaas
De galwegen ontvangen gal uit de kleine galcaniculi die tussen de hepatocyten
liggen. Deze grotere ducten verzamelen zich in een linker en een rechter ductus
hepaticus, die samen de ductus hepaticus communis vormen. Deze voegt
vervolgens samen met de ductus cysticus (vanuit de galblaas) en wordt daarna
de ductus choledochus genoemd.
De ductus choledochus en de ductus pancreaticus monden gezamenlijk uit in het
duodenum via de papil van Vater. De sfincter van Oddi controleert dit. Als deze
dicht zit, stuwt het gal terug naar de galblaas, waar het opgeslagen wordt.
Dunne darm (duodenum + jejunum + ileum)
Het duodenum ligt met het eerste gedeelte nog intraperitoneaal, daarna ligt het
(secundair) retroperitoneaal. Dit eerste gedeelte is plooiloos en wordt de bulbus
duodeni genoemd. Hierop volgt het jejunum dat grote plooien bevat, de plooien
van Kerckring. Het jejunum is namelijk bij veel verteringsprocessen betrokken en
heeft zo het grootste oppervlak. Ook zie je hier een grotere vaatdichtheid om alle
stoffen op te nemen.
Er is geen harde grens van jejunum naar ileum, maar er zijn wel belangrijke
verschillen. Omdat de dunne darm minder actief is zie je hier minder bloedvaten,
plooien en een grotere vetopslag (minder bewegelijkheid nodig). Toch is het ileum
belangrijk voor de opname van o.a. vitamine B12 en galzouten.
De ductus vitellinus is een embryologische verbinding tussen de dooierzak en de
primitieve darmbuis ter hoogte van het ileum. In principe verdwijnt dit, maar laat
bij veel mensen een divertikel achter, het divertikel van Meckel. Dit geeft geen
klachten, tenzij er zuur producerend weefsel op het divertikel zit.

, Dikke darm (colon)
Het eerste deel van de dikke darm is het ceacum met de appendix, waarop het
colon volgt. De dikke darm heeft een drietal karakteristieken: taeniae (bundels
van longitudinale spieren), haustra (zakvormige uitstulpingen door spanning) en
appendices omentalis (vetuitstulpingen). Aan de binnenzijde zie je plicae
semilunaris die de haustra begrensen. Dit zijn halve maanvormige plooien ter
hoogte van circulaire spieren.
Anorectum
Het rectum is een sub-/extraperitoneaal orgaan dat deels aan de ventrale zijde
bekleed is met peritoneum. Het deel van het rectum dat geen peritoneale
bekleding meer heeft, heet de amulla recti en is iets verwijd voor de opslag van
feces. Het anale kanaal begint waar de amulla recti vernauwd.
Het rectum is bekleed met cilindrisch epitheel,
net als in de darmen, en is afkomstig van een
endodermale oorsprong. Ter hoogte van de
pecten zie je niet-verhoornend
plaveiselepitheel wat daarna overloopt in huid
(verhoornend), dit weefsel heeft een
ectodermale oorsprong. De linea
pectinata/dentata vormt deze precieze
scheiding, zie tabel.
Het corpus carvernosum (7) vormt een
ringvormig zwellichaam dat zorgt voor de
afsluiting voor gas een vloeistoffen. Zonder dit zwellichaam wordt je incontinent.
Als dit uitzakt in het anale kanaal, heten het haemorroïden (aambeien).
Daarnaast heeft het anale kanaal ook een interne en een externe sfincter. De m.
sfincter ani internus (75%) zit boven de columnae analis, bestaat uit glad
spierweefsel en is sympatisch geïnnerveerd. De m. sfincter ani externus (25%) zit
net onder de columnae analis, bestaat uit dwarsgestreept spierweefsel en heeft
dus willekeurige aansturing. Tot slot kan de m. puborectalis een hoek in de
anorectale overgang maken, waardoor de sfincterfunctie nog verder ondersteund
wordt, met name tijdens drukverhogingen in het abdomen.

Endodermaal Ectodermaal
 Cilindrisch epitheel  Meerlagig plaveiselepitheel
 Autonome zenuwen (rek)  Somatische zenuwen (tast, pijn)
 Vascularisatie: a./v. rectalis  Vascularisatie: a./v. rectalis
superior inferior
 Lymfe drainage: lnn. iliaci  Lymfe drainage: lnn. inguinalis
interni superficialis.

Motiliteit
De normale motiliteit bestaat uit verschillende onderdelen:
 Eenvoudige motiliteit
o Peristaltische contracties
o Segementerende contracties
 Complexe motiliteit

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
7 de julio de 2026
Número de páginas
16
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$5.89
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
indypietersen

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
indypietersen Universiteit Utrecht
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
6
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
0
Documentos
67
Última venta
1 día hace

Welkom op mijn account! Ik ben Indy, 3e jaars geneeskunde student aan de Universiteit Utrecht. Ik post al mijn samenvattingen los, maar ook in voordeelbundels. In die bundels krijg je wel 50% korting op de prijs, dan dat je de documenten los koopt. Ideaal voor een tentamen dus. Goed om te weten; al mijn prijzen zijn gebaseerd op het aantal pagina's van het document. Een grotere samenvatting kost dus ook ietsje meer. Ik hoop dat mijn samenvattingen je kunnen helpen met studeren!

Lee mas Leer menos
0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes