HC11: Inleidend college longziekten
*Let op! Ook lesmateriaal is tentamenstof.
Anatomie
De rechter long bestaat uit 3 longkwabben en de linker heeft er 2, hier neemt het
hart deels de ruimte in. Het uiteinde van de luchtwegen zitten de alveoli, hier
vindt de gaswisseling plaats. De longen krijgt via twee arteriële systemen bloed:
a. en v. pulmonalis: zuurstofarm bloed, waar gaswisseling mee plaatsvind
a. en v. bronchialis: zuurstofrijk bloed, dat het longweefsel
voedt
Longfysiologie
De long heeft vanuit zichzelf de neiging om in te klappen, een
inwaartse kracht. Vanuit de borstkast is er een uitwaartse kracht.
Dit resulteert in een negatieve pleurale druk, waardoor de long
mooi ontplooit wordt.
Longziekten
Astma = ziekte van je luchtwegen (grote en kleine), reversibele obstructie
Allergisch vs. niet allergisch
Eosinofiel vs. niet eosinofiel
Behandeling door middel van medicatie en met leefstijl (prikkelvermijding)
COPD = ziekte van je luchtwegen en emfyseem (alveoli), wisselende mate, niet-
reversibele obstructie = paraplu diagnose
Mn. door roken maar ook door geïnhaleerde schadelijke stoffen
Diffusie stoornis = stoornis in de gaswisseling
Hyperinflatie = meer lucht in de longen
Pneumonie = ontsteking van de longen
Mn. door pneumokokken
Typische verwekker: S. pneumoniae, Haemophilus influenzae, Moraxella
catarrhalis, Staphylococcus aureus
Atypische verwekker: legionella spp, Mcoplasma pneumoniae, chlamydia
pneumoniae
AB keuze is afhankelijk van ernst, verwekker en risicofactoren
Pneumothorax = verlies van de negatieve pleuradruk geeft inklapping van de
long.
Primair vs. secundair = bekend met longziekten?
Spontaan vs. iatrogeen = door arts veroorzaakt? Zegt wat over de kans op
recidief?
Behandeling afhankelijk van grootte en kliniek (draineren, negatieve druk
herstellen)
Pleuravocht = verhoogde productie (> 200 ml per dag) van pleuravocht
Maligne vs. niet-maligne
Transsudaat (eiwitarm) vs. exsudaat (eiwitrijk)
Diagnostiek: echo thorax / pleurapunctie
,Longembolie = een trombus in het pulmonale systeem van de longen, vaak
vanuit een trombosebeen.
Acuut vs. chronisch
Hemodynamisch stabiel vs. instabiel = belangrijk voor de behandeling
Hoe groter de trombus, hoe eerder deze vastloopt, hoe groter de gevolgen
Interstitiële longziekten (ILD) = ziekten die inflammatie en/of fibrose
veroorzaken.
> 150 verschillende ziekten, ook zeldzame ziekten
Restrictie en diffusiestoornis
Sarcoïdose = multisysteemziekte met verschillende uitingen (vaak in
longen en lymfe bij de longen), oorzaak is onbekend en manifestatie kan
zeer uiteenlopen.
HC12: Longpathologie (voorbereiding practicum)
Longfysiologie
Aan het einde van de luchtwegen zitten de alveoli, na ongeveer 23 vertakkingen.
Deze vertakkingen zorgen voor een maximale oppervlakte vergroting. In de
bronchiën zitten trilharen en slijmklieren om de afvalstoffen naar proximaal te
bewegen.
Bronchus Bronchiolus alveoli
o Pseudomeerlagig o Eenlagig kubisch tot o Type I pneumocyt
trilhaardragend cilindrisch epitheel (= plat, faciliteert
cilindrisch epitheel o Spierweefsel stofwisseling)
o Slijmklieren o X slijmklieren o Type II pneumocyt
o Glad spierweefsel o X kraakbeenringen (= niet plat, maakt
o Kraakbeenringen (= o Clubcellen surfactant)
diameterregulatie) (surfactant o Capillairen
productie) o “Kohn pores” =
drukverdeling tussen
alveoli
*De arteriën van het a. pulmonale vaatsysteem, lopen mee met de luchtwegen.
Niet-oncologische longpathologie
Long-embolus = een intra-arteriele massa wordt meegevoerd met het
bloed, waarbij dit verderop in het lichaam schade veroorzaakt. Meestal
komt dit uit een trombus (= trombo-embolie), wat afhankelijk is van:
o Abnormale bloed flow
o Stollingsfactoren
o Endovasculaire schade
Een embolus kan ook ontstaan door beenmergcellen of een immuunreactie
(bijv. bij vruchtwaterembolus). Als gevolg van een longembolus, kan er een
(rood) longinfarct ontstaan of een (wit) miltinfarct.
Pneumonie (broncho-/lobaire) = een inflammatoire reactie op een
verwekker. Microscopisch zie je veel neutrofiele granulocyten (= rode
ontsteking).
Sarcoïdose = multisysteemziekte met een onbekende etiologie, meestal
zijn de long en de lymfeklieren aangedaan. Je ziet granulomen (uit
macrofagen) zonder necrose onder de microscoop. Dit beeld is niet
specifiek voor sarcoïdose, granulomen kunnen ook bij andere ziekten
voorkomen (TBC)
, o Hypercalciëmie, door de activatie van vitamine D uit de granulomen
o Overactiviteit van ACE-enzym.
Emfyseem = irreversibele vergroting van de luchtruimte, door destructie
van de alveolaire septa. Bij dit ziektebeeld is er minder oppervlakte voor
de gasuitwisseling. Rook stimuleert de:
o Afname protease (elastase) = minder elastine
o Toename anti-protease = minder elastine
Acute Respiratoire Distress Syndroom (ARDS) = klinische diagnose
bij een doorbroken barrière door diffuse alveolaire schade aan het epitheel
en endotheel.
Exsudaat Transsudaat
o Ontsteking (= verhoogde o Verstoorde
doorlaatbaarheid) hydrostatische/osmotische druk
o Eiwitrijk o Eiwitarm
o Veel ontstekingscellen o Weinig ontstekingscellen
o Troebel o Helder
Longfibrose = groepsziekte waarbij er fibroseafzetting (verlittekening)
van de longen ontstaat. De pathofysiologie is complex en ontstaat door
omgevingsfactoren in combinatie met at-risk epitheel.
HC13: Pneumothorax/pleuravocht
Pleuravocht
De pleura zijn sereuze membranen. De pleura viscerale ligt tegen het
longweefsel aan, de pariëtale pleura ligt tegen de borstholte. Tussen deze
pleura ligt de intra-pleurale ruimte, met pleuravocht (~200 ml/dag). Deze
pleura zijn niet op beeldvorming te zien, pas als er iets mis is ga je afwijkingen
zien op bijvoorbeeld een X-thorax.
Pleura pariëtalis (tegen borstkast) Pleura visceralis (tegen long)
o 30-40 μm o 20-80 μm
o Enkele laag mesotheelcellen o Enkele laag mesotheelcellen
o Tegen de endothoratische fascie o Tegen pleuraal weefsel aan
o Lymfe lacunes o Subpleurale lymfevaten
o Bloedvaatjes uit systemische o Subpleurale bloedvaatjes
circulatie o GEEN zenuwen
o Sensorische zenuwuiteinden
*Alleen de pariëtale pleura heeft dus sensibele innervatie!
De pleura produceren dus vocht en houden de lucht ontplooit
door een negatieve druk. Belangrijk is dus dat compliantie
van de long behouden wordt; als de pleura strakker wordt,
verminderd de compliantie.
Bij teveel pleuravocht zie je op de X-thorax:
Afgeronde sinus pleurae (costofrene hoek)
Basale longvelden -> witte densiteit
Vocht in de fissuur
Bij een pleurapunctie wordt er over de rib heen geprikt en
onderscheid gemaakt tussen transsudaat en exsudaat. Ook