C. Vloerconstructies
1. Terminologie en functies
Definitie vloerconstructies
Vloer = een architectonisch element in de meetkundige vorm van een balk, waarvan de
lengte en de breedte relatief veel groter zijn dan de hoogte die daarom meteen de dikte
wordt genoemd
➔ Brengt verticale lasten over naar horizontaal verwijderde steunlijnen of steunpunten
Terminologie van de vloerconstructies
1. funderingsvloer
2. Steenachtige verdiepingsvloer
3. Vloer boven kruipkelder
4. Vloer op volle grond: tegels op laag beton
5. Verdiepingsvloer in hout
6. Steenachtige draagvloer = dakvloer
7. Dakvloer in hout
8. Zoldervloer
Vloerpas: hoogtepas waarop een begaanbaar vlak van een vloer zich bevindt → nulpas
Houten vloer:
- Roostering van houten balken (2)
- Plankenvloer (plancher) (3)
- Vals plafond of zoldering (4)
Steenachtige vloeren:
- Draagvloer: betonvloer (5)
- Slijtvloer: deel waarop gelopen wordt (6)
- Tussenvloer: sanitair- elektriciteitsleidingen,
ventilatiekanalen (7 + 8)
- Verhoogde vloer: ligt op telescopische dragers →
creëert ruimte voor ventilatiekanaaltjes (9 + 10)
- Vals plafond: opgehangen aan verstelbare
cilpshangers (11)
,Functies van vloerconstructies
1. Lasten opnemen en overdragen naar de steunlijnen of steunpunten
2. Bijdragen aan tektonische stabiliteit van het gebouw
3. Waterpas en veilig loopvlak aanbieden
4. Plateau aanbieden aan het horizontaal tracé van leidingen en kanaaltjes
5. Thermische isoleren, ook tussen verschillende klimaten: (e-i) en (i1-i2)
6. Akoestisch isoleren tussen verschillende gebruiksstatuten (i1-i2)
7. Drager van een bepleistering, vals plafond en of verhoogde vloer
8. In voorkomend geval: integreren in het modulaire bouwsysteem
Overzicht belastingen:
- Permanente belastingen:
• Eigengewicht van de draagvloer
• Dood gewicht van slijt- en tussenvloer en plafond
- Variabele belastingen:
• Gebruikslasten
• Zijdelingse windbelasting door gevel overgedragen naar vloeren
Stabiliseren van de structuur:
De steenachtige vloer van het gelijkvloers biedt weerstand aan
de zijdelingse gronddruk.
De verdiepingsvloeren stabiliseren de muren die dreigen om te
kantelen door een windbelasting op de gevels.
→ Bij lichte houten vloeren: balken verbonden aan
gevelmuren met gevelankers
Waterpas en veilig loopvlak aanbieden:
Vloerpas van gelijkvloers = nulpeil
➔ Wordt uitgezet ten opzichte van aan vast referentiepeil
aan de rand van de werf (bv. riooldeksel)
➔ Elke verdieping krijgt hoogtepeil op de muur getekend
op 1 m boven de te realiseren vloerpas
Horizontaal tracé van leidingen omvatten:
Mantelbuizen voor elektriciteit en waterleidingen gecamoufleerd door een laag thermische
isolatie: PUR in situ gespoten
, 2. Draagvloeren en de structuur
Ontwerpen van draagvloeren
Stappen:
1. Bepaling van de uitwendige krachten = belasting die inwerkt op de constructie
2. Keuze draagsysteem, waarbij ieder element van de draagstructuur herleid wordt tot
een type-constructie met gekend spanningsverloop
3. Berekening van de onderscheiden constructiedelen: plaat, balk, kolom, paal
Logische draagstructuur: architect inzicht in verdeling en spreiding van diverse belastingen,
de lastendaling en de krachtenwerking in structuren
Keuze van het draagsysteem
Draagrichting: kortste overspanning
Steunpunten voor vloeren:
- Dragende muren
- Balken
Steunpunten voor de balken:
- Dragende muren met eventuele verdeelbalken
- Kolommen
Invloed draagsysteem op momentenlijn bij gelijkmatige belasting
1. Terminologie en functies
Definitie vloerconstructies
Vloer = een architectonisch element in de meetkundige vorm van een balk, waarvan de
lengte en de breedte relatief veel groter zijn dan de hoogte die daarom meteen de dikte
wordt genoemd
➔ Brengt verticale lasten over naar horizontaal verwijderde steunlijnen of steunpunten
Terminologie van de vloerconstructies
1. funderingsvloer
2. Steenachtige verdiepingsvloer
3. Vloer boven kruipkelder
4. Vloer op volle grond: tegels op laag beton
5. Verdiepingsvloer in hout
6. Steenachtige draagvloer = dakvloer
7. Dakvloer in hout
8. Zoldervloer
Vloerpas: hoogtepas waarop een begaanbaar vlak van een vloer zich bevindt → nulpas
Houten vloer:
- Roostering van houten balken (2)
- Plankenvloer (plancher) (3)
- Vals plafond of zoldering (4)
Steenachtige vloeren:
- Draagvloer: betonvloer (5)
- Slijtvloer: deel waarop gelopen wordt (6)
- Tussenvloer: sanitair- elektriciteitsleidingen,
ventilatiekanalen (7 + 8)
- Verhoogde vloer: ligt op telescopische dragers →
creëert ruimte voor ventilatiekanaaltjes (9 + 10)
- Vals plafond: opgehangen aan verstelbare
cilpshangers (11)
,Functies van vloerconstructies
1. Lasten opnemen en overdragen naar de steunlijnen of steunpunten
2. Bijdragen aan tektonische stabiliteit van het gebouw
3. Waterpas en veilig loopvlak aanbieden
4. Plateau aanbieden aan het horizontaal tracé van leidingen en kanaaltjes
5. Thermische isoleren, ook tussen verschillende klimaten: (e-i) en (i1-i2)
6. Akoestisch isoleren tussen verschillende gebruiksstatuten (i1-i2)
7. Drager van een bepleistering, vals plafond en of verhoogde vloer
8. In voorkomend geval: integreren in het modulaire bouwsysteem
Overzicht belastingen:
- Permanente belastingen:
• Eigengewicht van de draagvloer
• Dood gewicht van slijt- en tussenvloer en plafond
- Variabele belastingen:
• Gebruikslasten
• Zijdelingse windbelasting door gevel overgedragen naar vloeren
Stabiliseren van de structuur:
De steenachtige vloer van het gelijkvloers biedt weerstand aan
de zijdelingse gronddruk.
De verdiepingsvloeren stabiliseren de muren die dreigen om te
kantelen door een windbelasting op de gevels.
→ Bij lichte houten vloeren: balken verbonden aan
gevelmuren met gevelankers
Waterpas en veilig loopvlak aanbieden:
Vloerpas van gelijkvloers = nulpeil
➔ Wordt uitgezet ten opzichte van aan vast referentiepeil
aan de rand van de werf (bv. riooldeksel)
➔ Elke verdieping krijgt hoogtepeil op de muur getekend
op 1 m boven de te realiseren vloerpas
Horizontaal tracé van leidingen omvatten:
Mantelbuizen voor elektriciteit en waterleidingen gecamoufleerd door een laag thermische
isolatie: PUR in situ gespoten
, 2. Draagvloeren en de structuur
Ontwerpen van draagvloeren
Stappen:
1. Bepaling van de uitwendige krachten = belasting die inwerkt op de constructie
2. Keuze draagsysteem, waarbij ieder element van de draagstructuur herleid wordt tot
een type-constructie met gekend spanningsverloop
3. Berekening van de onderscheiden constructiedelen: plaat, balk, kolom, paal
Logische draagstructuur: architect inzicht in verdeling en spreiding van diverse belastingen,
de lastendaling en de krachtenwerking in structuren
Keuze van het draagsysteem
Draagrichting: kortste overspanning
Steunpunten voor vloeren:
- Dragende muren
- Balken
Steunpunten voor de balken:
- Dragende muren met eventuele verdeelbalken
- Kolommen
Invloed draagsysteem op momentenlijn bij gelijkmatige belasting