Inleiding
Inhoud:
∙ Verschil tussen kwalitatief versus kwantitatief onderzoek
∙ Historiek en paradigma’s van de kwalitatieve onderzoeksbenadering binnen de
psychologie
∙ Ethiek binnen kwalitatief onderzoek
∙ Eigenschappen van de kwalitatief onderzoeker/kwalitatief denken
∙ Onderzoeksdesign
∙ Kwalitatieve data collectie methodes
∙ Kwalitatieve data-analyse
Studiemateriaal:
* HOC: Powerpoints (boek kan verdieping geven, maar leerstof voor examen staat op
slides) + samenvattende lesvideo (na de les zal er op canvas een samenvattende
lesvideo online komen).
* WPO: verdieping en toepassing van de leerstof uit het hoorcollege (we gaan data
verzamelen, analyseren, samenvatten,...) -> hiervoor is één algemene deadline!
Beoordeling:
Schriftelijk examen 60% (meerkeuze met verhoogde cesuur, 20 vragen -> hij vraagt geen
repetitieve kennis, dus geen definities! Inzien, toepassen en integreren. Bv. Hij geeft een
bepaald onderzoeksprobleem → ‘Welke onderzoeksmethode ga je gebruiken bij dit
onderzoeksprobleem?’ Bij een bepaalde onderzoekssituatie: ‘is dit ethisch verantwoord
of niet?’); WPO 40%.
HOOOFDSTUK 1: Kwalitatief onderzoek in psychologie
1.1. Kwalitatief vs kwantitatief onderzoek
Het gaat om verschillende aanpakken om kennis te genereren en data te verzamelen om
kennis op te bouwen. In de wetenschappelijke wereld is er een breuklijn tussen twee types
onderzoekers:
1
, • Kwantitatieve onderzoekers: verzamelen veel data, werken met cijfers, gemiddelden,
percentages en streven naar een 95% zekerheid. Ze meten en berekenen veel om
harde, objectieve resultaten te verkrijgen.
• Kwalitatieve onderzoekers: werken met documentenanalyses, krantenanalyses,
visieteksten, interviews, observaties, enz. Zij gebruiken taal en interpretatie in plaats
van cijfers om kennis op te bouwen.
Beide groepen hebben kritiek op elkaar:
• Kwantitatieve onderzoekers zeggen: “Ze babbelen te veel met mensen, er zijn geen
harde cijfers.”
• Kwalitatieve onderzoekers zeggen: “Ze begrijpen de complexiteit van menselijke
ervaring niet, want ze werken alleen met getallen.”
In de maatschappij voelen mensen zich vaak gerustgesteld door cijfers: “Als we een cijfer
zien, weten we het: het is iets hard en zeker.” Dit illustreert het fundamentele verschil tussen
beide onderzoeksgroepen.
Belangrijk in deze cursus: Gebruik de sterktes van beide groepen om kennis op te bouwen via
een mix method.
Wat is kwalitatief onderzoek?
= “Het is een methode waar geen gebruik gemaakt wordt van cijfers, maar van taal, die
interpretatief en naturalistisch benaderd wordt.” Kwalitatief onderzoek gebruikt dus taal in
plaats van cijfers, bijvoorbeeld:
• Wat mensen zeggen in een interview of focusgroep
• Taal die een onderzoeker gebruikt om een observatie te beschrijven
Dit gebruik van taal wordt geïnterpreteerd, wat moeilijk kan zijn en waar veel kritiek op is. Er
is een controverse over het niet gebruiken van cijfers. Dit leidt tot een
pluraliteit/gevarieerdheid van interpretaties. Om de interpretatie betrouwbaar te maken:
• Kunnen twee observeerders dezelfde data analyseren, waarna ze hun interpretaties
vergelijken en kijken waar overeenkomsten/verschillen zitten.
• Onderzoekers kunnen hun interpretatie terugkoppelen naar de geïnterviewden door
te vragen: “Heb ik dit juist begrepen?”.
Methodologische pluraliteit in de psychologie!
In de psychologie bestaan kwantitatief en kwalitatief onderzoek als twee verschillende
onderzoeksparadigma’s. Net zoals eerder besproken, vullen deze twee benaderingen elkaar
aan en vervangen ze elkaar niet. Het is belangrijk te begrijpen dat het combineren van
kwantitatieve en kwalitatieve methoden essentieel is om psychologische verschijnselen
volledig te begrijpen en een rijker, genuanceerd beeld te krijgen dan elk paradigma
afzonderlijk zou kunnen bieden.
Toch is er in de psychologie een zekere crisis ontstaan. Sommige auteurs stellen de
exclusieve kwantificeerbaarheid in vraag. Ze vragen zich af of het mogelijk is een individu
2
,volledig te reduceren tot een aantal cijfers, en of menselijke ervaringen en gedragingen wel
volledig meetbaar zijn. Ondanks deze kritische vragen blijft het een feit dat kwantitatief
onderzoek duidelijk domineert in de psychologie. Cijfers, statistieken en meetbare
grootheden worden nog steeds het meest gebruikt om psychologische fenomenen te
bestuderen. Kwalitatief onderzoek is echter steeds meer aanwezig en zeker niet te
verwaarlozen!
Gebruik van cijfers in kwalitatief onderzoek
Hoewel kwalitatief onderzoek wordt gedefinieerd als “een methode waar geen gebruik
gemaakt wordt van cijfers, maar van taal”, betekent dit niet dat er helemaal geen cijfers
gebruikt worden. Cijfers kunnen namelijk helpen om context, data en het onderzoeksproces
te beschrijven, maar ze dienen niet als bewijs of kwantitatieve claim.
▪ Bij het beschrijven van deelnemers en contexten gebruiken onderzoekers bijvoorbeeld
cijfers. Voorbeelden hiervan zijn het aantal deelnemers, de leeftijdsrange, functies, het
aantal interviews of observaties en de duur van de sessies. Het doel hiervan is niet
generaliseerbaarheid: kwalitatief onderzoek probeert niet na een beperkt aantal
focusgroepen of interviews te zeggen “nu weten we het”. Het doel is juist het ontwikkelen
van een theorie. Daarbij speelt het concept van saturatie een belangrijke rol: na een bepaald
aantal interviews hoor je niets nieuws meer. Bij korte vragen kan dit snel gebeuren, terwijl
diepgaande vragen vaak leiden tot veel rijkere en diverse antwoorden, waardoor saturatie
later bereikt wordt.
▪ Bij het beschrijven van de data kunnen onderzoekers bijvoorbeeld vermelden dat ze “18
interviews codeerden”, dat er “142 pagina’s transcript” waren of dat ze “zes veldbezoeken”
deden. Dit helpt de onderzoeker zelf vertrouwd te raken met de data en het
onderzoeksproces transparant te maken voor anderen.
▪ Cijfers worden ook gebruikt om patronen in de data te tonen, zonder deze te
kwantificeren als bewijs. In plaats van te zeggen dat “70% van de deelnemers over een
thema sprak”, gebruikt men termen als “het merendeel van de deelnemers” of “dit thema
kwam vaak voor”. Op deze manier kan men beschrijven welke thema’s regelmatig, zelden of
opvallend verdeeld zijn over groepen of cases, zonder te claimen dat het statistisch
significant is.
▪ Bij vergelijkingen tussen groepen of cases blijft men voorzichtig. Zo kan men bijvoorbeeld
aangeven dat “in groep A thema Y vaker naar voren kwam dan in groep B”, maar men
vermijdt harde conclusies, zeker bij kleine aantallen deelnemers.
▪ Tot slot kunnen cijfers gebruikt worden om kwaliteit en rigor (stijfheid) van het onderzoek
te onderbouwen, bijvoorbeeld door het melden van intercodeur-overeenkomsten, het
aantal coderingsrondes, hoeveel data dubbel gecodeerd werd, of het aantal member checks.
Deze cijfers zijn geen bewijs van een theoretische claim, maar tonen transparant hoe
zorgvuldig en systematisch het onderzoeksproces is verlopen.
3
, Kenmerken van kwalitatief onderzoek:
(Kenmerk 1) Kwalitatief onderzoek wordt gekenmerkt door het werken met rijke data. Dit
zijn data waar veel informatie in zit en waar je diepgaand veel uit kan halen. Door mensen
open vragen te stellen en door te vragen op hun antwoorden, kan de onderzoeker dieper
ingaan op bepaalde ervaringen, betekenissen en processen.
(Kenmerk 2) Een belangrijk kenmerk van kwalitatief onderzoek is dat het het positivisme
gedeeltelijk verwerpt. Positivisme vertrekt vanuit het idee dat we door het verzamelen van
data wetmatigheden kunnen ontdekken die altijd en overal gelden. Dit is typisch voor de
natuurwetenschappen, zoals fysica en chemie. In deze disciplines voert men experimenten
uit om universele wetten te formuleren, zoals bijvoorbeeld de wetten van Newton in de
fysica. Daar werkt dit goed: men kan meten, controleren en experimenteren om tot
algemene kennis te komen.
In sommige wetenschappen is dit echter veel moeilijker of zelfs onmogelijk. In de biologie
kan men bijvoorbeeld niet met dieren praten, waardoor men vooral via observatie kennis
moet opbouwen. Ook in de sociologie geldt dit: als men wil begrijpen hoe iemand in
armoede terechtkomt, volstaat het niet om te meten, maar moet men het verhaal achter de
cijfers verkennen. Hier ligt de focus veel meer op kwalitatief onderzoek, omdat men
menselijke ervaringen en betekenissen wil begrijpen in hun context.
Toch zien we een soort tweespel tussen disciplines. In de fysica geldt het idee: meten
betekent weten. De psychologie heeft zich hier sterk aan gespiegeld en hoopt eveneens via
metingen tot zekere kennis te komen. Dit heeft geleid tot een sterke expansie (toename) van
het positivisme binnen de psychologie, vooral in domeinen zoals de klinische psychologie,
educatie, het forensische en marketing. In marketing probeert men bijvoorbeeld via
kwantitatief onderzoek gedrag te voorspellen, zoals koopgedrag, door te meten wat mensen
doen en hoe ze reageren op stimuli (bijvoorbeeld producten op ooghoogte plaatsen).
└ Hierdoor is er een duidelijke dominantie van kwantitatieve benaderingen in de psychologie
ontstaan. Deze dominantie komt voort uit een sterke zoektocht naar wetenschappelijke
nauwkeurigheid. Psychologen willen hun discipline zo objectief en exact mogelijk maken,
vergelijkbaar met de natuurwetenschappen. Daarom wordt de werkelijkheid gezien als
opgebouwd uit variabelen. Een variabele is iets dat kan verschillen tussen mensen en dat je
kan meten, zoals stress, intelligentie, motivatie of angst. Het begrip variabele is typisch voor
kwantitatief onderzoek en wordt niet gebruikt in kwalitatief onderzoek. Men gaat er dus van
uit dat psychologische fenomenen herleid kunnen worden tot meetbare grootheden.
→ Vanuit deze manier van denken werkt men met hypothesetesten. Dat betekent dat men
vooraf verwachtingen formuleert, bijvoorbeeld: “Mensen met meer stress zullen
slechter slapen.” Vervolgens gaat men deze verwachting statistisch testen met data om
te zien of ze klopt of niet.
→ Om dit zo gecontroleerd mogelijk te doen, gebruikt men experimentele designs. Een
klassiek voorbeeld hiervan is het experiment van Fisher met de “Lady Tasting Tea”. In
dit experiment beweerde een dame dat zij kon proeven of de thee eerst bij de melk
werd gegoten of omgekeerd. Fisher liet haar acht tassen proeven, waarbij elke situatie
4