NATUURKUNDE ELEKTRICITEIT
ENERGIE EN VERMOGEN
Het elektrisch vermogen van een apparaat in (W) is de hoeveelheid elektrische energie die het apparaat per
seconde gebruikt (in J/s).
Het energiegebruik van een elektrisch apparaat hangt af van het vermogen en de tijd dat het aanstaat.
E=P*t
Elektrische apparaten zetten elektrische energie om in andere vormen van energie, waaronder altijd ook
warmte.
η= Enuttig / Ein = Pnuttig / Pin
Twee eenheden voor elektrische energie zijn joule (J) en kilowattuur (kWh). Een kilowattuur is gelijk aan
3.600.000 J.
SPANNING EN STROOMSTERKTE
In en metaal bestaat de elektrische stroom uit bewegende vrije elektronen. In een vloeistof bestaat de
elektrische stroom uit bewegende ionen.
Er loopt alleen elektrische stroom door een apparaat als het apparaat is opgenomen in een gesloten
stroomkring. De spanning van de bron veroorzaakt de beweging van de vrije elektronen of van de ionen. Een
grotere spanning zorgt voor een grotere kracht op de geladen deeltjes. De elektrische stroomsterkte is de
hoeveelheid lading die per seconde door een apparaat gaat.
De elektrische spanning is de energie die per coulomb lading wordt omgezet. Het elektrisch vermogen van een
apparaat is evenredig met de energie die elk elektron afgeeft, dus evenredig met de spanning. Het is ook
evenredig met het aantal elektronen dat per seconde door het apparaat stroomt, dus met de stroomsterkte.
P=U*I
I = Q / t (met Q in C en t in seconden)
Elk elektron heeft een elektrische lading van 1,60 * 10 ^-19 C.
Delta E = P * t
U = delta E / Q
ENERGIE EN VERMOGEN
Het elektrisch vermogen van een apparaat in (W) is de hoeveelheid elektrische energie die het apparaat per
seconde gebruikt (in J/s).
Het energiegebruik van een elektrisch apparaat hangt af van het vermogen en de tijd dat het aanstaat.
E=P*t
Elektrische apparaten zetten elektrische energie om in andere vormen van energie, waaronder altijd ook
warmte.
η= Enuttig / Ein = Pnuttig / Pin
Twee eenheden voor elektrische energie zijn joule (J) en kilowattuur (kWh). Een kilowattuur is gelijk aan
3.600.000 J.
SPANNING EN STROOMSTERKTE
In en metaal bestaat de elektrische stroom uit bewegende vrije elektronen. In een vloeistof bestaat de
elektrische stroom uit bewegende ionen.
Er loopt alleen elektrische stroom door een apparaat als het apparaat is opgenomen in een gesloten
stroomkring. De spanning van de bron veroorzaakt de beweging van de vrije elektronen of van de ionen. Een
grotere spanning zorgt voor een grotere kracht op de geladen deeltjes. De elektrische stroomsterkte is de
hoeveelheid lading die per seconde door een apparaat gaat.
De elektrische spanning is de energie die per coulomb lading wordt omgezet. Het elektrisch vermogen van een
apparaat is evenredig met de energie die elk elektron afgeeft, dus evenredig met de spanning. Het is ook
evenredig met het aantal elektronen dat per seconde door het apparaat stroomt, dus met de stroomsterkte.
P=U*I
I = Q / t (met Q in C en t in seconden)
Elk elektron heeft een elektrische lading van 1,60 * 10 ^-19 C.
Delta E = P * t
U = delta E / Q