1. Herkennen van benaderingen van beleid (Bekkers)
→ Welke bril gebruik je om het beleid te begrijpen?
Rationele benadering: beleid = doelgericht, planmatig, gebaseerd op kennis en analyse
(oorzaak-gevolg).
o Top-down, lineair proces.
o Focus op effectiviteit, efficiëntie, haalbaarheid.
Politieke benadering: beleid = resultaat van belangen, macht, onderhandelingen en
waarden.
o Compromissen, strategisch gedrag, strijd en coalities.
o Politieke realiteit en machtsverhoudingen centraal.
2. Typeren van het maatschappelijk probleem (LET OP: niet de casus)
→ Wat voor type probleem is het?
Getemd probleem: duidelijke oorzaak, eenduidige oplossing, technisch of
organisatorisch oplosbaar.
o Geschikt voor rationele, top-down aanpak.
(On)tembaar wetenschappelijk probleem: consensus over waarden en doelen, maar
kennis is beperkt of betwist
o Rationele benadering is leidend, maar politieke dimensie (strijd tussen
wetenschappelijke visies) speelt mee
(On)tembaar ethisch probleem: consensus over kennis, maar verschillen in waarden en
opvattingen over wat wenselijk is. Moet er überhaupt iets gebeuren?
o Politieke benadering is passend
Ontembaar (wicked) probleem: onduidelijke oorzaak, meerdere waarden/belangen,
dynamisch en veranderlijk.
o Vraagt politieke, netwerk- of lerende aanpak.
Hoge zekerheid over kennis Lage zekerheid over kennis
Hoge consensus over Getemde problemen (On)tembare
maatstaven wetenschappelijke problemen
Lage consensus over (On)tembare ethische Ongetemde politieke
maatstaven problemen problemen
3. Welke actoren zijn betrokken en met welke belangen?
→ Maak een kleine netwerkanalyse:
Wie: overheid, maatschappelijke organisaties, bedrijven, burgers, uitvoeringsinstanties.
Wat zijn hun taken en posities: vanuit welke verantwoordelijkheid, bevoegdheid of rol is
iemand betrokken? In welke mate is hij/zij mede-eigenaar van het probleem?
Wat zijn hun belangen: wat willen ze bereiken of beschermen?
Welke machtsbronnen: geld, kennis, positie, informatie, netwerk, legitimiteit.