Samenvatting Strafrecht
WEEK 1: LEGALITEIT
HOORCOLLEGE
Materiële legaliteitsbeginsel gaat over welke feiten strafbaar zijn (art. 1 lid 1
Sr)
Formele legaliteitsbeginsel gaat over de regels bij opsporing, vervolging,
dwangmiddelen, bewijs (art. 1 Sv)
In Duitsland: legaliteitsbeginsel in de vervolging; het OM is verplicht bij alle
strafbare feiten in te grijpen als er voldoende bewijs is. Maar in de meeste landen
is er geen verplichting tot vervolging; daar geldt het opportuniteitsbeginsel (art.
67 Sv).
Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn de elementen
Ratio achter het legaliteitsbeginsel
Perspectieven om naar het legaliteitsbeginsel te kijken
Rechtsstatelijk perspectief:
Gaat om bescherming van de individuele burger, grondrechten en
machtenscheiding.
Bescherming van vrijheden tegen de overheid; klassieke
vrijheidsrechten. Dus; diefstal is strafbaar omdat het een inbreuk
maakt op het recht op eigendom.
Strafbare feiten leid je terug naar een inbreuk op een grondrecht.
Ratio met legaliteitsbeginsel is
o Het voorkomen van willekeur; we willen niet dat de overheid
allemaal willekeurige dingen kan doen tegen het volk.
o Binding van staatsorganen (inclusief wetgever) aan het recht
o Bescherming van autonomie en (individuele) verwijtbaarheid
o Lex praevia is niet gewenst; inbreuk autonomie,
verwijtbaarheid
Democratisch perspectief:
Wij kiezen met elkaar welke gedragingen wij strafbaar stellen door
participatie, deliberatie en representativiteit. Strafwaardig is dat wat we
met elkaar strafwaardig vinden.
Deliberatie gaat erover dat voor strafbaarstelling er ook een
discussie moet zijn met elkaar en degene die meedoen aan het
debat moeten ook representatief zijn. Risico is dat je makkelijk
terecht komt dat een strafbaar feit niets meer is dan wat je hebt
afgesproken met elkaar.
Symboolwetgeving moet dus kunnen (bijv. verbod op boerka).
Ratio met legaliteitsbeginsel
o Binding van de (niet-democratische) rechter aan de wet; niet
democratisch gekozen dus moet zich eraan houden.
o Binding van de samenleving aan de wet (sociaal contract);
iedereen houdt zich aan de wet
o Aanvullende eis: lex parliamentaria
o Lex praevia mag; als je dat democratisch besloten hebt
Praktische perspectief:
Meer criminologisch; effectiviteit, efficiëntie, onbeoogde neveneffecten.
Verbod op boerka kan hier niet zomaar, want wat wil je ermee bereiken?
Symboolwetgeving is dus altijd een slechte zaak; bereik je er wel
mee wat je wil bereiken?
, Het strafbare feit moet ook makkelijk zijn op te sporen; niet
gedragingen in de privésfeer strafbaar stellen.
Ratio met legaliteitsbeginsel
o Generale preventie (afschrikkende werking en normstelling);
je dient een strafdoel. Duidelijke wetgeving laat zien wat mag
en wat niet.
o Werkbaarheid voor autoriteiten (politie en justitie); kunnen zij
wel optreden als niet is vastgelegd wat hun bevoegdheden
zijn?
o Prototypentheorie; het lex-certa uitleggen als schets van
aantal voorbeelden. Je kijkt naar de praktijk; hoe mensen
daadwerkelijk kijken naar begrippen.
Materiële strafrecht; geformuleerd in Wetboek van Strafrecht.
Gaat over de inhoud; wanneer kan een persoon worden gestraft?
Misdrijven (of serieuze misdaden) moeten altijd geformuleerd
worden in wetten in formele zin
Overtredingen (of minder ernstige feiten) mogelijk ook afkomstig
zijn van de lagere wetgever (bijv. art. 154 lid 1 Gemeentewet).
Formele strafrecht (strafprocesrecht); geformuleerd in het Wetboek van
Strafvordering.
Gaat over de procedure indien iemand een strafbaar feit heeft gepleegd.
Krenkings- en gevaarzettingsdelicten
Krenkingsdelicten = er wordt pas strafrechtelijk gereageerd als een
rechtsdoel daadwerkelijk is aangetast (gekrenkt).
Komt voor in het klassieke strafrecht
Gevaarzettingsdelicten = de bedreiging van een rechtsgoed is de factor
die strafrechtelijke aansprakelijkheid bewerkstelligt. Daadwerkelijke
krenking is niet vereist.
Komt voor in het hedendaagse strafrecht
o Abstracte gevaarzettingsdelicten; een gedraging wordt
strafbaar gesteld die in algemene zin gevaar kán opleveren.
De wetgever treedt preventief op en legt het accent op
handhaving van normen.
o Concrete gevaarzettingsdelicten; daadwerkelijk gevaar is
ontstaan (art. 164 Sr waarin wordt verboden om opzettelijk
een gevaarlijke situatie te veroorzaken voor het
spoorwegverkeer).
Arrest Elektriciteit
Is iemand die elektriciteit verkrijgt zonder te betalen strafbaar op grond van art.
310 Sr (diefstal). Want; is elektriciteit een goed?
Tandarts gebruikte een breinaald om de elektriciteitsmeter stil te zetten,
zodat het verbruik niet werd geteld.
Diefstal werd tenlastegelegd; maar het moet gaan om ‘enig goed’
Het Elektriciteitsarrest illustreert de problemen waarmee rechters
geconfronteerd worden in moeilijke gevallen: in gevallen waarin het
antwoord niet meteen duidelijk is; hij moet de wet interpreteren.
Interpretatiemethoden:
1. Grammaticale interpretatie: de rechter interpreteert naar de letter van
de wet
, 2. Wetshistorische interpretatie: de rechter kijkt naar de bedoeling die de
wetgever had toen hij de wettelijke bepaling maakte. Gebruikt dan de
parlementaire documenten voor de totstandkoming.
3. Wetssystematische interpretatie: rechter kijkt naar hoe de regel in het
systeem van de wet past.
4. Teleologische interpretatie: er wordt gekeken naar het doel van de wet
Materieel omschreven en formeel omschreven delicten
Formeel omschreven delict = het verrichten van een bepaalde
gedraging is al voldoende om strafrechtelijke aansprakelijkheid op te
leveren
Materieel omschreven delict = nadruk ligt meer op het gevolg
De Hullu zegt dat dit verschil lastig is te zien
Commissiedelict en omissiedelict
Commissiedelict = een strafbaar feit omschrijft een verbod (je mag niet
stelen); je pleegt deze strafbare feiten door iets te doen
Omissiedelict = een delict dat een gebod omschrijft; je moet een
handeling verrichten omdat je anders strafbaar bezig bent; je pleegt het
delict door iets niet te doen/na te laten.
Bijzondere oneigenlijke omissiedelict; volgens de wettelijke
delictsomschrijving opgeschreven als een commissiedelict, maar waarbij
deze wordt verricht door iets niet te doen (een ouder die zijn kind om het
leven brengt door hem of haar geen eten te geven).
JURISPRUDENTIE WEEK 1
Krulsla (art. 1 Sr, art. 7 EVRM en art. 16 Gw)
Mag iemand strafrechtelijk worden vervolgd op basis van een norm die alleen
een algemene soort noemt, terwijl niet duidelijk is of daar ook subcategorieën
onder vallen?
Een groenteteler wordt vervolgd voor overtreding van nitraatgehalte in
groenten, omdat in zijn product krulsla te veel nitraat zag.
De regeling gaat alleen over sla, zonder verdere toelichting
De teler zegt dat krulsla niet onder die categorie valt
Rechter: onder sla valt ook krulsla
HR: bespreekt bepaaldheidsgebod, dat voortvloeit uit art. 1 Sr, art. 7 EVRM
en art. 16 Gw; strafbepalingen moeten duidelijk zijn, zodat burgers weten
wat strafbaar is. De wetgever mag soms wel vage of algemene termen
gebruiken, om te voorkomen dat strafwaardige gedragingen buiten de wet
vallen.
Van professionele marktdeelnemers mag ook worden verwacht dat zij zich
goed informeren.
Muilkorf (art. 1 Sv, legaliteitsbeginsel)
Kan de verdachte worden veroordeeld tot het betalen van een boete voor het
niet opvolgen van de aanwijzingen van de agenten?
Verdachte liet zijn hond in het openbaar rondlopen zonder muilkorf
In de politieverordening stond echter dat het verboden was om honden
langer dan 65 cm zonder muilkorf los te laten lopen. Als een politie een
hond zonder een muilkorf aantrof, mocht die meegenomen worden om te
meten.
, Verdachte weigerde dit en werd schuldig bevonden aan overtreding van de
verordening.
De regel was een regel van strafprocesrecht en dit kon de gemeente niet
opstellen: alleen de formele wetgever.
HOOFDREGEL: ALLEEN DE FORMELE WETGEVER MAG REGELS VAN
HET STRAFPROCESRECHT OPSTELLEN (ART. 1 SV).
KENNISCLIPS
Materieel legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr en art. 16 Gw)
Strafrechtelijke normen die een straf of maatregel stellen en de norm ziet op de
inhoud van een regel. Delegatie is toegestaan.
Nulla poena-beginsel (Von Feuerbach) ook wel het legaliteitsbeginsel
genoemd.
Bestaat uit 4 aspecten
1. Lex scripta
Strafbepalingen moeten altijd in het geschreven recht terug te vinden zijn
Ongeschreven recht (gewoonterecht) dus niet
1. Lex praevia (verbod van terugwerkende kracht)
Het feit moet strafbaar zijn voordat het gepleegd is. Ten tijde van het
begaan moest het strafbaar zijn in de wet.
Art. 1 lid 2 Sr
Als het strafrecht ten voordele van de strafbare wordt gewijzigd,
gelden de meer gunstige bepalingen (lex mitior)
1. Lex certa (het Bestimmtheitsgebod)
Strafbepalingen moeten duidelijk zijn geformuleerd
Hangt samen met rechtszekerheid die het legaliteitsbeginsel
nastreeft
Uit de tekst van een delictsomschrijving moet duidelijk blijken wat
precies verboden is.
1. Lex stricta (verbod op analogie)
Verbod op analoge interpretatie; een strafbepaling mag niet te ruim
worden geïnterpreteerd
Als de bepaling niet expliciet in de wet is opgenomen, maar heel erg
lijkt een gedraging die daar wel in staat, mag de rechter niet de
gedraging alsnog analoog toepassen.
De rechter mag wél extensief interpreteren: taalkundig blijf je dan
binnen de bewoordingen van de delictsomschrijving wat bij analogie
niet gebeurt.
1. Lex parliamentaria
Strafbaarstellingen moeten berusten op een democratisch aangenomen
wet
Stellen formele eisen aan hoe strafbepalingen moeten worden opgesteld en
geformuleerd. Gaan dus over de vorm, maar niet over de inhoud van
strafbepalingen.
Formeel legaliteitsbeginsel (art. 1 Sv)
Normen die bepalen wie bevoegd is om strafbaar te stellen en via welke soort
wetten.
Uitgangspunt: het staat opsporingsambtenaren vrij
onderzoekshandelingen te verrichten die zij noodzakelijk achten
WEEK 1: LEGALITEIT
HOORCOLLEGE
Materiële legaliteitsbeginsel gaat over welke feiten strafbaar zijn (art. 1 lid 1
Sr)
Formele legaliteitsbeginsel gaat over de regels bij opsporing, vervolging,
dwangmiddelen, bewijs (art. 1 Sv)
In Duitsland: legaliteitsbeginsel in de vervolging; het OM is verplicht bij alle
strafbare feiten in te grijpen als er voldoende bewijs is. Maar in de meeste landen
is er geen verplichting tot vervolging; daar geldt het opportuniteitsbeginsel (art.
67 Sv).
Wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid zijn de elementen
Ratio achter het legaliteitsbeginsel
Perspectieven om naar het legaliteitsbeginsel te kijken
Rechtsstatelijk perspectief:
Gaat om bescherming van de individuele burger, grondrechten en
machtenscheiding.
Bescherming van vrijheden tegen de overheid; klassieke
vrijheidsrechten. Dus; diefstal is strafbaar omdat het een inbreuk
maakt op het recht op eigendom.
Strafbare feiten leid je terug naar een inbreuk op een grondrecht.
Ratio met legaliteitsbeginsel is
o Het voorkomen van willekeur; we willen niet dat de overheid
allemaal willekeurige dingen kan doen tegen het volk.
o Binding van staatsorganen (inclusief wetgever) aan het recht
o Bescherming van autonomie en (individuele) verwijtbaarheid
o Lex praevia is niet gewenst; inbreuk autonomie,
verwijtbaarheid
Democratisch perspectief:
Wij kiezen met elkaar welke gedragingen wij strafbaar stellen door
participatie, deliberatie en representativiteit. Strafwaardig is dat wat we
met elkaar strafwaardig vinden.
Deliberatie gaat erover dat voor strafbaarstelling er ook een
discussie moet zijn met elkaar en degene die meedoen aan het
debat moeten ook representatief zijn. Risico is dat je makkelijk
terecht komt dat een strafbaar feit niets meer is dan wat je hebt
afgesproken met elkaar.
Symboolwetgeving moet dus kunnen (bijv. verbod op boerka).
Ratio met legaliteitsbeginsel
o Binding van de (niet-democratische) rechter aan de wet; niet
democratisch gekozen dus moet zich eraan houden.
o Binding van de samenleving aan de wet (sociaal contract);
iedereen houdt zich aan de wet
o Aanvullende eis: lex parliamentaria
o Lex praevia mag; als je dat democratisch besloten hebt
Praktische perspectief:
Meer criminologisch; effectiviteit, efficiëntie, onbeoogde neveneffecten.
Verbod op boerka kan hier niet zomaar, want wat wil je ermee bereiken?
Symboolwetgeving is dus altijd een slechte zaak; bereik je er wel
mee wat je wil bereiken?
, Het strafbare feit moet ook makkelijk zijn op te sporen; niet
gedragingen in de privésfeer strafbaar stellen.
Ratio met legaliteitsbeginsel
o Generale preventie (afschrikkende werking en normstelling);
je dient een strafdoel. Duidelijke wetgeving laat zien wat mag
en wat niet.
o Werkbaarheid voor autoriteiten (politie en justitie); kunnen zij
wel optreden als niet is vastgelegd wat hun bevoegdheden
zijn?
o Prototypentheorie; het lex-certa uitleggen als schets van
aantal voorbeelden. Je kijkt naar de praktijk; hoe mensen
daadwerkelijk kijken naar begrippen.
Materiële strafrecht; geformuleerd in Wetboek van Strafrecht.
Gaat over de inhoud; wanneer kan een persoon worden gestraft?
Misdrijven (of serieuze misdaden) moeten altijd geformuleerd
worden in wetten in formele zin
Overtredingen (of minder ernstige feiten) mogelijk ook afkomstig
zijn van de lagere wetgever (bijv. art. 154 lid 1 Gemeentewet).
Formele strafrecht (strafprocesrecht); geformuleerd in het Wetboek van
Strafvordering.
Gaat over de procedure indien iemand een strafbaar feit heeft gepleegd.
Krenkings- en gevaarzettingsdelicten
Krenkingsdelicten = er wordt pas strafrechtelijk gereageerd als een
rechtsdoel daadwerkelijk is aangetast (gekrenkt).
Komt voor in het klassieke strafrecht
Gevaarzettingsdelicten = de bedreiging van een rechtsgoed is de factor
die strafrechtelijke aansprakelijkheid bewerkstelligt. Daadwerkelijke
krenking is niet vereist.
Komt voor in het hedendaagse strafrecht
o Abstracte gevaarzettingsdelicten; een gedraging wordt
strafbaar gesteld die in algemene zin gevaar kán opleveren.
De wetgever treedt preventief op en legt het accent op
handhaving van normen.
o Concrete gevaarzettingsdelicten; daadwerkelijk gevaar is
ontstaan (art. 164 Sr waarin wordt verboden om opzettelijk
een gevaarlijke situatie te veroorzaken voor het
spoorwegverkeer).
Arrest Elektriciteit
Is iemand die elektriciteit verkrijgt zonder te betalen strafbaar op grond van art.
310 Sr (diefstal). Want; is elektriciteit een goed?
Tandarts gebruikte een breinaald om de elektriciteitsmeter stil te zetten,
zodat het verbruik niet werd geteld.
Diefstal werd tenlastegelegd; maar het moet gaan om ‘enig goed’
Het Elektriciteitsarrest illustreert de problemen waarmee rechters
geconfronteerd worden in moeilijke gevallen: in gevallen waarin het
antwoord niet meteen duidelijk is; hij moet de wet interpreteren.
Interpretatiemethoden:
1. Grammaticale interpretatie: de rechter interpreteert naar de letter van
de wet
, 2. Wetshistorische interpretatie: de rechter kijkt naar de bedoeling die de
wetgever had toen hij de wettelijke bepaling maakte. Gebruikt dan de
parlementaire documenten voor de totstandkoming.
3. Wetssystematische interpretatie: rechter kijkt naar hoe de regel in het
systeem van de wet past.
4. Teleologische interpretatie: er wordt gekeken naar het doel van de wet
Materieel omschreven en formeel omschreven delicten
Formeel omschreven delict = het verrichten van een bepaalde
gedraging is al voldoende om strafrechtelijke aansprakelijkheid op te
leveren
Materieel omschreven delict = nadruk ligt meer op het gevolg
De Hullu zegt dat dit verschil lastig is te zien
Commissiedelict en omissiedelict
Commissiedelict = een strafbaar feit omschrijft een verbod (je mag niet
stelen); je pleegt deze strafbare feiten door iets te doen
Omissiedelict = een delict dat een gebod omschrijft; je moet een
handeling verrichten omdat je anders strafbaar bezig bent; je pleegt het
delict door iets niet te doen/na te laten.
Bijzondere oneigenlijke omissiedelict; volgens de wettelijke
delictsomschrijving opgeschreven als een commissiedelict, maar waarbij
deze wordt verricht door iets niet te doen (een ouder die zijn kind om het
leven brengt door hem of haar geen eten te geven).
JURISPRUDENTIE WEEK 1
Krulsla (art. 1 Sr, art. 7 EVRM en art. 16 Gw)
Mag iemand strafrechtelijk worden vervolgd op basis van een norm die alleen
een algemene soort noemt, terwijl niet duidelijk is of daar ook subcategorieën
onder vallen?
Een groenteteler wordt vervolgd voor overtreding van nitraatgehalte in
groenten, omdat in zijn product krulsla te veel nitraat zag.
De regeling gaat alleen over sla, zonder verdere toelichting
De teler zegt dat krulsla niet onder die categorie valt
Rechter: onder sla valt ook krulsla
HR: bespreekt bepaaldheidsgebod, dat voortvloeit uit art. 1 Sr, art. 7 EVRM
en art. 16 Gw; strafbepalingen moeten duidelijk zijn, zodat burgers weten
wat strafbaar is. De wetgever mag soms wel vage of algemene termen
gebruiken, om te voorkomen dat strafwaardige gedragingen buiten de wet
vallen.
Van professionele marktdeelnemers mag ook worden verwacht dat zij zich
goed informeren.
Muilkorf (art. 1 Sv, legaliteitsbeginsel)
Kan de verdachte worden veroordeeld tot het betalen van een boete voor het
niet opvolgen van de aanwijzingen van de agenten?
Verdachte liet zijn hond in het openbaar rondlopen zonder muilkorf
In de politieverordening stond echter dat het verboden was om honden
langer dan 65 cm zonder muilkorf los te laten lopen. Als een politie een
hond zonder een muilkorf aantrof, mocht die meegenomen worden om te
meten.
, Verdachte weigerde dit en werd schuldig bevonden aan overtreding van de
verordening.
De regel was een regel van strafprocesrecht en dit kon de gemeente niet
opstellen: alleen de formele wetgever.
HOOFDREGEL: ALLEEN DE FORMELE WETGEVER MAG REGELS VAN
HET STRAFPROCESRECHT OPSTELLEN (ART. 1 SV).
KENNISCLIPS
Materieel legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr en art. 16 Gw)
Strafrechtelijke normen die een straf of maatregel stellen en de norm ziet op de
inhoud van een regel. Delegatie is toegestaan.
Nulla poena-beginsel (Von Feuerbach) ook wel het legaliteitsbeginsel
genoemd.
Bestaat uit 4 aspecten
1. Lex scripta
Strafbepalingen moeten altijd in het geschreven recht terug te vinden zijn
Ongeschreven recht (gewoonterecht) dus niet
1. Lex praevia (verbod van terugwerkende kracht)
Het feit moet strafbaar zijn voordat het gepleegd is. Ten tijde van het
begaan moest het strafbaar zijn in de wet.
Art. 1 lid 2 Sr
Als het strafrecht ten voordele van de strafbare wordt gewijzigd,
gelden de meer gunstige bepalingen (lex mitior)
1. Lex certa (het Bestimmtheitsgebod)
Strafbepalingen moeten duidelijk zijn geformuleerd
Hangt samen met rechtszekerheid die het legaliteitsbeginsel
nastreeft
Uit de tekst van een delictsomschrijving moet duidelijk blijken wat
precies verboden is.
1. Lex stricta (verbod op analogie)
Verbod op analoge interpretatie; een strafbepaling mag niet te ruim
worden geïnterpreteerd
Als de bepaling niet expliciet in de wet is opgenomen, maar heel erg
lijkt een gedraging die daar wel in staat, mag de rechter niet de
gedraging alsnog analoog toepassen.
De rechter mag wél extensief interpreteren: taalkundig blijf je dan
binnen de bewoordingen van de delictsomschrijving wat bij analogie
niet gebeurt.
1. Lex parliamentaria
Strafbaarstellingen moeten berusten op een democratisch aangenomen
wet
Stellen formele eisen aan hoe strafbepalingen moeten worden opgesteld en
geformuleerd. Gaan dus over de vorm, maar niet over de inhoud van
strafbepalingen.
Formeel legaliteitsbeginsel (art. 1 Sv)
Normen die bepalen wie bevoegd is om strafbaar te stellen en via welke soort
wetten.
Uitgangspunt: het staat opsporingsambtenaren vrij
onderzoekshandelingen te verrichten die zij noodzakelijk achten