Handboek
Hoofdstuk 1
1. Wat is cultuur?
1.1. Cultuur is gedeeld
Altijd betrekking op groep mensen (Niet op eentje cultuur
hebben)
Niet omdat we zaken delen met anderen in bepaalde groep,
iedereen precies dezelfde eigenschappen (Persoonlijkheid +
Levenservaringen)
1.2. Cultuur is overgeleverd
Aangeleerd, niet biologische (Genen)
Kennis en waarom moet je een bepaald gedrag stellen?
Cultureel voorgeschreven gedrag is dwingend (Anders
reactie!)
Primaire vs. Secundaire vs. Tertiaire socialisatie
1.3. Cultuur is dynamisch
Verandert over tijd
Verandert via mensen (Constante wederkerigheid: Cultuur
heeft invloed op ons via socialisatie, maar wij hebben invloed
op cultuur)
2. Wat is cross-culturele psychologie?
Wisselwerking tussen individu en culturele omgeving
Verschillend of gelijkaardig over culturen heen?
2 benaderingen: Absolutisme vs. Relativisme
Absolutisme: Menselijke psychologie universeel hetzelfde over
culturen heen (Niet beïnvloed door cultuur)
Relativisme: Cultuur wel invloed op psychologie en menselijk
denken, voelen en gedrag (Eenzelfde gedrag enkel te
begrijpen in bepaalde context)
3. De geschiedenis van crossculturele psychologie
4. Waarom is crossculturele psychologische belangrijk?
3 belangrijkse redenen:
- WEIRD: western, Educated, Industrialised, Rich en
Democratic
- Leren over andere culturen Meer leren over eigen
cultuur (Etnocentrisme: Houding waarbij eigen omgeving,
eigen volk of eigen cultuur bewust of onbewust als
maatstap gebruikt wordt om rest van wereld te beoordelen)
, - Toekomstig psychologisch consulent of psycholoog zal in
contact komen met mensen die verschillende
achtergronden hebben!
Hoofdstuk 2
Wetenschappelijke methode: Systematische waarnemingen!
Theorieontwikkeling + Waarnemingen!
Methodologie (Methoden: Procedures die vaste en doordachte
manier van waarnemen waarborgen en zo de kwaliteit van die
waarneming bevorderen)
1. Onderscheid kwalitatieve en kwantitatieve methoden van
onderzoek
Kwalitatieve methoden: Kijk van onderzochte zelf in kaart
brengen + Rijke data verzamelen zonder al te vaste structuur
of vooraf bepaalde selectie die data meestal verzamelen in
natuurlijke setting (Omgeving, context in rekening brengen)
Op niet-gereduceerde manier bestuderen met aandacht voor
specifieke kijk van 1 of enkele individuen in natuurlijke
omgeving
Kwantitatieve methoden: Waarnemingen vatten in cijfers +
Alleen waarnemingen binnen vooraf gespecifieerd kader +
Veelal data verzamelen in gecontroleerde setting
Deductie vs. Inductie vs. Mixed methods designs
2. Waarom kwalitatief en kwantitatief onderzoek combineren
belangrijk is
3. Veel gebruikte kwalitatieve onderzoeksmethoden in
crossculturele psychologie
3.1. Interviews
Volledig gestructureerd vs. Ongestructureerd vs. Semi-
gestructureerd
Thematische analyse: Antwoorden coderen en groeperen op
basis van grotere thema’s + Samenhang tussen verschillende
thema’s bestuderen
3.2. Focusgroepen
Kleine homogene groepen praten doelgericht over bepaald
thema
Spontante reacties en ideeën vatten die ontstaan in interactie
tussen deelnemers
3 belangrijke kenmerken:
- Alledaagse aal
- Gelijkenissen (/Zijn ze het eens met elkaar)
, - Redeneringen en verantwoordingen voor eigen posities
Discoursanalyse: Verschillende manieren van praten over
thema in kaart brengen
Ook thematische analyse op inhoud
3.3. Observatieonderzoek
Onderzoeker: Passieve rol (Achteraf coderen) vs. Actievere of
partciperende rol (Vb. Participerende observatie)
3.4. Culturele producten
Bestuderen van culturele producten op praktijken
Thematische analyse + Discoursanalyse
4. Voor- en nadelen van kwalitatieve methoden
Inductie > Deductie
Uitdaging in crosscultureel onderzoek: Opstelling van vragen
of observatie van gedragingen die betekenisvol en relevant
zijn in die cultuur (Open karakter vermindert uitdaging)
Specifieke uitdaging aan kwalitatief cross-cultureel onderzoek:
Vloeiend spreken van specifieke taal en bewust zijn van
culturele prakijken
Specifieke uitdaging voor interviews: Respondent antwoorden
afstemmen op houding van onderzoeker? (Afhankelijk van
interviewers)
Specifieke uitdaging voor focusgroepen: Visies van minder
dominante respondenten gehoord? (Niet durven
tegenspreken?)
Moeilijkheid van observaties: Paradox van waarneming
(Vaststelling dat gedrag van mensen kan veranderen puur en
alleen omdat ze geobserveerd worden)
2 grote mogelijke valkuilen in interpretatie van resultaten:
- Zo sterk geïnterpreteerd binnen kader van onderzoeker dat
andere onderzoeker die volledig anders zou interpreteren
- Individuele beleving gezien als verklaring voor
psychologische verschijnselen (Mensen niet noodzakelijk
bewust waarom ze dingen doen)
Transparant, triangulatie,
interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
Hoofdstuk 3
1. Experimentele onderzoeksmethoden
Oorzakelijke verbanden!
Ingrijpen + Storende variabelen vasthouden
Hoofdstuk 1
1. Wat is cultuur?
1.1. Cultuur is gedeeld
Altijd betrekking op groep mensen (Niet op eentje cultuur
hebben)
Niet omdat we zaken delen met anderen in bepaalde groep,
iedereen precies dezelfde eigenschappen (Persoonlijkheid +
Levenservaringen)
1.2. Cultuur is overgeleverd
Aangeleerd, niet biologische (Genen)
Kennis en waarom moet je een bepaald gedrag stellen?
Cultureel voorgeschreven gedrag is dwingend (Anders
reactie!)
Primaire vs. Secundaire vs. Tertiaire socialisatie
1.3. Cultuur is dynamisch
Verandert over tijd
Verandert via mensen (Constante wederkerigheid: Cultuur
heeft invloed op ons via socialisatie, maar wij hebben invloed
op cultuur)
2. Wat is cross-culturele psychologie?
Wisselwerking tussen individu en culturele omgeving
Verschillend of gelijkaardig over culturen heen?
2 benaderingen: Absolutisme vs. Relativisme
Absolutisme: Menselijke psychologie universeel hetzelfde over
culturen heen (Niet beïnvloed door cultuur)
Relativisme: Cultuur wel invloed op psychologie en menselijk
denken, voelen en gedrag (Eenzelfde gedrag enkel te
begrijpen in bepaalde context)
3. De geschiedenis van crossculturele psychologie
4. Waarom is crossculturele psychologische belangrijk?
3 belangrijkse redenen:
- WEIRD: western, Educated, Industrialised, Rich en
Democratic
- Leren over andere culturen Meer leren over eigen
cultuur (Etnocentrisme: Houding waarbij eigen omgeving,
eigen volk of eigen cultuur bewust of onbewust als
maatstap gebruikt wordt om rest van wereld te beoordelen)
, - Toekomstig psychologisch consulent of psycholoog zal in
contact komen met mensen die verschillende
achtergronden hebben!
Hoofdstuk 2
Wetenschappelijke methode: Systematische waarnemingen!
Theorieontwikkeling + Waarnemingen!
Methodologie (Methoden: Procedures die vaste en doordachte
manier van waarnemen waarborgen en zo de kwaliteit van die
waarneming bevorderen)
1. Onderscheid kwalitatieve en kwantitatieve methoden van
onderzoek
Kwalitatieve methoden: Kijk van onderzochte zelf in kaart
brengen + Rijke data verzamelen zonder al te vaste structuur
of vooraf bepaalde selectie die data meestal verzamelen in
natuurlijke setting (Omgeving, context in rekening brengen)
Op niet-gereduceerde manier bestuderen met aandacht voor
specifieke kijk van 1 of enkele individuen in natuurlijke
omgeving
Kwantitatieve methoden: Waarnemingen vatten in cijfers +
Alleen waarnemingen binnen vooraf gespecifieerd kader +
Veelal data verzamelen in gecontroleerde setting
Deductie vs. Inductie vs. Mixed methods designs
2. Waarom kwalitatief en kwantitatief onderzoek combineren
belangrijk is
3. Veel gebruikte kwalitatieve onderzoeksmethoden in
crossculturele psychologie
3.1. Interviews
Volledig gestructureerd vs. Ongestructureerd vs. Semi-
gestructureerd
Thematische analyse: Antwoorden coderen en groeperen op
basis van grotere thema’s + Samenhang tussen verschillende
thema’s bestuderen
3.2. Focusgroepen
Kleine homogene groepen praten doelgericht over bepaald
thema
Spontante reacties en ideeën vatten die ontstaan in interactie
tussen deelnemers
3 belangrijke kenmerken:
- Alledaagse aal
- Gelijkenissen (/Zijn ze het eens met elkaar)
, - Redeneringen en verantwoordingen voor eigen posities
Discoursanalyse: Verschillende manieren van praten over
thema in kaart brengen
Ook thematische analyse op inhoud
3.3. Observatieonderzoek
Onderzoeker: Passieve rol (Achteraf coderen) vs. Actievere of
partciperende rol (Vb. Participerende observatie)
3.4. Culturele producten
Bestuderen van culturele producten op praktijken
Thematische analyse + Discoursanalyse
4. Voor- en nadelen van kwalitatieve methoden
Inductie > Deductie
Uitdaging in crosscultureel onderzoek: Opstelling van vragen
of observatie van gedragingen die betekenisvol en relevant
zijn in die cultuur (Open karakter vermindert uitdaging)
Specifieke uitdaging aan kwalitatief cross-cultureel onderzoek:
Vloeiend spreken van specifieke taal en bewust zijn van
culturele prakijken
Specifieke uitdaging voor interviews: Respondent antwoorden
afstemmen op houding van onderzoeker? (Afhankelijk van
interviewers)
Specifieke uitdaging voor focusgroepen: Visies van minder
dominante respondenten gehoord? (Niet durven
tegenspreken?)
Moeilijkheid van observaties: Paradox van waarneming
(Vaststelling dat gedrag van mensen kan veranderen puur en
alleen omdat ze geobserveerd worden)
2 grote mogelijke valkuilen in interpretatie van resultaten:
- Zo sterk geïnterpreteerd binnen kader van onderzoeker dat
andere onderzoeker die volledig anders zou interpreteren
- Individuele beleving gezien als verklaring voor
psychologische verschijnselen (Mensen niet noodzakelijk
bewust waarom ze dingen doen)
Transparant, triangulatie,
interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
Hoofdstuk 3
1. Experimentele onderzoeksmethoden
Oorzakelijke verbanden!
Ingrijpen + Storende variabelen vasthouden