De Grote Enqueste (1389)
Tekstuitgave Bolsée (1929) Oudergem
WOUTER VAN LIERDE, MEIER (hoge ambtenaar) TE VILVORDEN. – Item (verder),
Marie Mars van Zavelten claecht clagelec (klaagt jammerlijk) over Wouteren van
Lyre, meyer nu ter tijt (tegenwoordig) van Filforden (Vilvoorde), alse dat hi haren
sone ghevangen hadde omme allerhande saken wille (omwille van allerhande
misdaden/vergrijpen), die hi (~Wouter) hem (~zoon) aenlegghende (ten laste leggen)
was, boven goid gheleide (ondanks de goede bescherming) dat hi (~zoon) van den
drossate van Brabant hadde, so sij seit (dat zij zei), ende hueren sone voirs.(haar
voorgenoemde zoon) aldus ghevaen (op die manier gevangen), quam Marie voirs.
(voorgenoemde Marie), ende huere vrienden bi Wouteren voirs. ende maecten
pointinge (schikking treffen/afspraak maken) van haren sone omme 10 gulden (10
goudstukken), dair sij de 6 hem ghereet af gaf (waarvan zij 6 aan hem meteen gaf),
ende dairomme vercocht (verkocht zij) alle ’t dat sij hadde, beide bedden ende
scoenheyde (zowel haar meubelen als kostbaarheden), ende oic som (ook deels) in
de kerke verbidden moist (wat ze in de kerk smeken/bijeenbedelen moest), ende
d’ander 4 gulden geloifde (beloofde) sij den meyer voirs. te betalen tusschen dien
dach (vandaag) ende gonsdach (woensdag) dairnaist volgende. Ende, om welke 4
gulden die huere ontbraken, sij trac te Bruessele (ze trok naar Brussel) ende weende
(hoopte) die (~ 4 gulden) aen vriende vonden hebbe (bij vrienden gevonden te
hebben), dairaf (waarvan) dat sij de twe creech (er twee kreeg) ane goide knapen
scepliede (van goede knapen/knechten van kleermakers) te Bruessele; maar d’ander
twe en const sij niet ghefineren (kon zij niet bijeenbrengen/leveren) ende trac
dairomme ter Vueren tot bi den rintmeester (rentmeester) ende bi her Peter Braeu
die huere enen brief daden hebben (een brief aan haar gaf) van minre (mijn)
vrouwen (~hertogin) wegen (vanwege de hertogin) ane den meyer voirs. dat hi huere
die twe gulden die huere ontbraken bi minre vrouwen bevelen (op bevel van de
hertogin) uutsetten woude (wil uitstellen) tot Sint Jansmesse (24 juni) naestcomende
(eerstvolgende). Den welken brief sij den meyer voirs. droich (aan de voorgenoemde
meier gedragen) dien hi opbrac (die hij open deed), so sij seit, met groter onwerden
(met grote onwaarde → verontwaardiging), ende antwerde huere (:”…“) sij noch
huere sone en souden des briefs niet te bat hebben (zij nog haar zoon zouden baat
Tekstuitgave Bolsée (1929) Oudergem
WOUTER VAN LIERDE, MEIER (hoge ambtenaar) TE VILVORDEN. – Item (verder),
Marie Mars van Zavelten claecht clagelec (klaagt jammerlijk) over Wouteren van
Lyre, meyer nu ter tijt (tegenwoordig) van Filforden (Vilvoorde), alse dat hi haren
sone ghevangen hadde omme allerhande saken wille (omwille van allerhande
misdaden/vergrijpen), die hi (~Wouter) hem (~zoon) aenlegghende (ten laste leggen)
was, boven goid gheleide (ondanks de goede bescherming) dat hi (~zoon) van den
drossate van Brabant hadde, so sij seit (dat zij zei), ende hueren sone voirs.(haar
voorgenoemde zoon) aldus ghevaen (op die manier gevangen), quam Marie voirs.
(voorgenoemde Marie), ende huere vrienden bi Wouteren voirs. ende maecten
pointinge (schikking treffen/afspraak maken) van haren sone omme 10 gulden (10
goudstukken), dair sij de 6 hem ghereet af gaf (waarvan zij 6 aan hem meteen gaf),
ende dairomme vercocht (verkocht zij) alle ’t dat sij hadde, beide bedden ende
scoenheyde (zowel haar meubelen als kostbaarheden), ende oic som (ook deels) in
de kerke verbidden moist (wat ze in de kerk smeken/bijeenbedelen moest), ende
d’ander 4 gulden geloifde (beloofde) sij den meyer voirs. te betalen tusschen dien
dach (vandaag) ende gonsdach (woensdag) dairnaist volgende. Ende, om welke 4
gulden die huere ontbraken, sij trac te Bruessele (ze trok naar Brussel) ende weende
(hoopte) die (~ 4 gulden) aen vriende vonden hebbe (bij vrienden gevonden te
hebben), dairaf (waarvan) dat sij de twe creech (er twee kreeg) ane goide knapen
scepliede (van goede knapen/knechten van kleermakers) te Bruessele; maar d’ander
twe en const sij niet ghefineren (kon zij niet bijeenbrengen/leveren) ende trac
dairomme ter Vueren tot bi den rintmeester (rentmeester) ende bi her Peter Braeu
die huere enen brief daden hebben (een brief aan haar gaf) van minre (mijn)
vrouwen (~hertogin) wegen (vanwege de hertogin) ane den meyer voirs. dat hi huere
die twe gulden die huere ontbraken bi minre vrouwen bevelen (op bevel van de
hertogin) uutsetten woude (wil uitstellen) tot Sint Jansmesse (24 juni) naestcomende
(eerstvolgende). Den welken brief sij den meyer voirs. droich (aan de voorgenoemde
meier gedragen) dien hi opbrac (die hij open deed), so sij seit, met groter onwerden
(met grote onwaarde → verontwaardiging), ende antwerde huere (:”…“) sij noch
huere sone en souden des briefs niet te bat hebben (zij nog haar zoon zouden baat