KANSEN
THEMA 1: BEGRIPPEN AFBAKENEN
ETNICITEIT
= maatschappelijke veronderstelde gemeenschappelijke afkomst van een groep van
mensen
“Groep van mensen”
o Begrip ‘etnische identiteit’ vaak enkel gebruikt als het gaat om
etnische minderheden
MAAR: Iedereen heeft een etniciteit! ook de etnische
meerderheid
Blanke personen hebben ook gemeenschappelijke
afkomst
notie ‘etnisch’ ≠ ‘exotisch’
Differentiatie van etniciteit
o Etnische meerderheid
= mensen zonder migratie achtergrond
Autochtonen
Socioloog Schinkel: dispensatie van etniciteit autochtonen
vaak niet gezien als dragen van etnie
o Etnische minderheden (geminoriseerde groepen)
= mensen met migratie achtergrond
≠ Allochtonen
“Veronderstelde”
o Etniciteit is geen inherente eigenschap
Etniciteit staat niet vast: vele veranderingen doorheen de tijd
o Sociale constructie hebben we met onze geest gemaakt (niet iets
dat je kan vastpakken/je erft het niet)
Kan dus ook veranderen doorheen de tijd
o Extern: niet noodzakelijk wat je zelf denkt over je eigen afkomst
Ik kan zeggen: “ik ben dat, ik voel mij zo” (feeling, being) vs.
praktiserende kant: “ik voel me Belg, maar doe niet altijd zo”
(doing ethinic)
“Gemeenschappelijke afkomst”
o Etniciteit is multi-dimensioneel: kan verwijzen naar vele dimensies
Nationale/regionale origine, moedertaal, religie, ras
o Historisch & politiek: a.d.h.v. gebeurtenissen en ontwikkelingen in de
tijd kunnen bepaalde dimensies ineens heel belangrijk worden
Bv. moslim als identiteit na 9/11
Bv. “black” als etniciteit na BLM
1
,NATIONALE/REGIONALE ORIGINE
Link migratie geschiedenis: uit welk land of regio zijn mensen in hun (groot)
ouders afkomstig?
Kleiner wordende groep van autochtonen (inboorlingen)
o Belangrijke migratiegolven 20ste eeuw beïnvloede huidige demografische
kaart
o Gastarbeiders: tekort op arbeidsmarkt opvullen
Zuid-Europa, Marokko, Turkije
Geen goede indicator van etniciteit: nationaliteit
o Tot jaren 1980 viel nationale origine samen met nationaliteit (Belgen
vreemdelingen)
Vandaag krijgen echter steeds meer vreemdelingen de Belgische
nationaliteit
o Verschil tussen cijfers zijn belangrijk
Betere indicator: geboorteland (groot)ouders
o 1ste generatie immigrant: zelf in het buitenland geboren
o 2de generatie: zelf in België geboren, minstens één ouder niet
o 3de generatie: beide ouders in België geboren, minstens één grootouder
niet
Nadeel indicator ‘geboorteland’: praktisch onhaalbaar om 4de generatie op
betrouwbare manier te registreren (overgrootouders)
=> Nationaliteit is GEEN goede indicatie meer van nationale origine, je kan immers maar
over één generatie iets zeggen.
Vanaf jaren 2000 spreken we over superdiversiteit
o Kwantitatief: aantal immigranten neemt sterk toe
Majorty-minorty cities: meerderheid van mensen in deze steden
wordt gevormd door etnische minderheden (bv. Brussel,
Antwerpen)
o Kwalitatief: migratie veranderd van aard (achtergronden worden diverser)
Zowel binnen de groep als buiten de groep grote verschillen
MOEDERTAAL EN THUISTAAL
2
,Taal is gans het volk taal is een middel om leden van gemeenschap met elkaar te
verbinden
Taalmeerderheid Vlaanderen: eentalig Nederlands
Taalminderheid: Franstalig
1/3 kinderen: meertalig (anderstalig)
o Gelijktijdig tweetalig: gelijktijdig Nederlands leren met moedertaal (elk
ouder andere taal)
o Opeenvolgend meertalig: moedertaal thuis leren, daarna op school of
ergens andere Nederlands leren
Thuistaal: officieel geregistreerd voor alle leerlingen
o Onderwijs verzameld info over thuistaal van leerlingen (staat niet op onze
pas/etniciteit)
o School financiering hangt af van thuistaal leerlingen
Hoe meer kinderen anderstalig, hoe meer financiering voor zorg
o Thuistaal best niet gebruikt als indicator voor etniciteit, want…
Ontstaat verwarring tussen meertalige leerlingen van Belgische
origine en meertalige kinderen met een migratieachtergrond
Zorgt voor onderwijskloof tussen anderstaligen en Nederlandstalige
leerlingen Het dichotome onderscheid tussen anderstalige en
Nederlandstalige leerlingen correspondeert nauwelijks met de
complexe werkelijkheid van meertalighei
RELIGIE
2 strijdende meerderheidsgroepen
o Christenen (katholieken): ongeveer 60% sterk geseculariseerd
o Seculieren (vrijzinnigen, atheïsme): ongeveer 30%
Minderheidsgroepen
o Moslims (vooral soennieten): ongeveer 8 %
Dit aantal wordt overschat, want actuele discussies van
minderheidsgroepen gaan vaak over etnisch-religieuze
diversiteit
Geen officiële statistieken rond religieuze achtergrond leerlingen
o Relatief weinig onderzoek: nochtans heel belangrijk
RAS
Twee invullingen voor ‘ras’:
3
, o Ras als biologisch-genetisch afbakende groep
Tijdens WOII: ras gelinkt aan biologische en genetische
kenmerken
o Ras als sociaal constructie
Strikt van elkaar te onderscheiden biologische rassen bestaan niet
Genetisch gezien verschillen rassen weinig van elkaar
‘ras’ verwijst hierbij naar mensen die een groep vormen o.b.v. gelijkenissen en
uiterlijke kenmerken (bv. huidskleur, lichaamsopbouw, stijl van haren,…)
Term ‘ras’ controversieel in West-Europa: ook in het onderzoek
o In US en UK: neutraal begrip (race als sociaal constructie)
Zwarte persoon; Aziatische vrouw;
personen van kleur; witte man;
gekleurde mensen
=> andere raciale groepen spreken we aan
als niet-witte personen of personen van
kleur
(MULTI) CULTUUR
= gedeelde interpretatiekader bij een groep van mensen waaruit gelijkaardige houding
en handelingen ontstaan
Waarden worden vertaald voor normen, die zich vaak omzetten in concreet
gedrag. Deze zijn cultureel bepaald
O.b.v. de definitie kunnen we het verband etniciteit - cultuur verduidelijken:
1) Etnische achtergrond kan een bron van cultuur zijn
o Doordat mensen een gedeelde dimensies van etniciteit hebben, delen ze
vaak eenzelfde interpretatiekader
Bv. een atheïst ziet eten als iets functioneels, een gelovige ziet
eten als een geschenk van God (andere symboliek)
o Interpretatiekader heeft vervolgens invloed op gedrag en houdingen
2) Cultuur is een breder begrip dan etniciteit: jongerencultuur, arbeidscultuur,
lerarencultuur,…
o Zelfs als de samenleving niet multi-etnisch zou zijn, zou ze nog steeds
multicultureel zijn.
3) Gedeeld interpretatiekader leidt wel tot gelijkaardige houdingen en
handelingen, maar dit betekent niet dat deze identiek zijn voor alle leden van de
etnische groep
o Interpretatievrijheid: individuen leggen steeds hun eigen individuele
accenten bij het ‘tentoonstellen’ van hun cultuur
Bv. “wat betekent de hijab voor jou?”
4) Niet alle dimensies van etniciteit zijn per definitie cultureel
o Bestaat geen 1-op-1 relatie tussen etniciteit en cultuur
o Twee personen van hetzelfde ras kunnen volledig andere betekenissen,
houdingen en praktijken hebben
Bv. zwarte moslim uit Nigeria en zwarte christen uit Cuba hebben
wellicht weinig gemeen wat betreft traditie
4