H1: Extralinguïstische cognitieve aspecten bij afasie 6
1.1 Overlap taal en cognitie 6
1.1.1 Wat is het neurale netwerk? 6
1.1.2 Is er overlap tussen het taalnetwerk en cognitief netwerk? 7
1.2 Cognitieve domeinen en begrippen 9
1.2.1 Aandacht 9
1.2.2 Geheugen 10
1.2.3 Executieve functies 10
1.3 Extra-linguïstische cognitieve stoornissen bij afasie 11
1.3.1 Aandachtsproblemen 11
1.3.2 Geheugenproblemen 11
1.3.3 Problemen met executieve functies 12
1.4 Assessment 12
1.4.1 Algemene cognitieve screening 13
1.4.2 Aandacht assessment 15
1.4.3 Aandacht zelfevaluatie NL 16
1.4.4 Geheugen assessment 16
1.4.5 Assessment executieve functies 17
1.4.6 Extra beschouwingen cognitieve assessment 17
1.5 Interventie 18
1.5.1 Aandachtsinterventie 18
1.5.2 Geheugentraining 20
1.5.3 Interventie executieve functies 21
1.5.4 Aanpassingen in taalinterventies 22
1.6 Casus 22
1.6.1 Michelle (34j) 22
1.6.2 Welke testen? 22
1.6.3 Therapie 23
H2: Natuurlijke spraak bij neurogene communicatiestoornissen 23
2.1 Natuurlijke spraak 23
2.1.1 Terminologie 23
2.1.2 Belang 24
2.1.3 Componenten 24
2.1.4 Neurale basis 25
2.2 Natuurlijke spraak – pathologisch 25
2.2.1 Afasie 25
2.2.2 Rechterhemisfeer communicatiestoornissen 26
2.2.3 Traumatic Brain Injury (TBI) 27
2.2.4 Primair Progressieve Afasie (PPA) 27
2.3 Assessment van natuurlijke spraak 28
2.3.1 Situatieplaat beschrijven 28
2.3.1.1 Main Concept Analysis (MCA) 28
2.3.1.2 CAT-NL situatieplaat: conceptuele analyse 29
1
, 2.3.1.3 Cookie Theft 30
2.3.2 Responsieve spraak: ANTAT- CU 30
2.3.3 ‘Spontane’ spraak 30
2.3.3.1 Akense Afasie test (AAT) 30
2.3.3.2 Analyse van Spontane Taal voor Afasiepatiënten (ASTA) 31
2.3.4 Zelfbeoordeling 31
2.3.4.1 Communicatie Effectiviteit Index (CETI) 31
2.3.4.2 Communicative Success Screener 31
2.4 Behandeling van natuurlijke spraak 32
2.4.1 Interactive Storytelling Therapy 33
2.4.2 Novel Approach to Real-life communication: 34
Narrative Intervention in Aphasia (NARNIA) 34
2.4.3 Language Underpins Narrative in Aphasia (LUNA) 34
2.4.4 Better Conversations with Aphasia (BCA) 35
H3: Taalproblemen na traumatic brain injury (TBI) 36
3.1 Definitie en terminologie 36
3.2 Oorzaken van TBI 36
3.3 Prevalentie van TBI 36
3.4 Neuropathologie van TBI 37
3.4.1 Open vs gesloten letsel 37
3.4.2 Primaire vs secundaire letsels 37
3.4.3 Locatie letsel 38
3.5 Ernst TBI 38
3.5.1 Algemeen 38
3.5.2 Soorten bewustheidtoestanden 39
3.5.2.1 Overgang tussen bewustzijnsniveaus 39
3.5.2.2 Herstelverloop bij TBI: evolutie na coma 40
3.6 Logopedische problemen bij TBI 40
3.6.1 Algemeen 40
3.6.2 Taalstoornissen 40
3.6.3 Cognitieve stoornissen 41
3.7 Diagnostiek van cognitief-communicatieve stoornissen bij TBI 41
3.7.1 Assessment bij TBI 41
3.7.2 Diagnostiek bij algemene bewustzijnstoestand 42
3.7.3 Diagnostiek bij taal- en cognitieve-communicatieve skills 43
3.8 Behandeling van cognitief-communicatieve stoornissen bij TBI 44
3.8.1 Twee vormen van therapie 44
3.8.2 Indirecte therapie 45
3.8.2.1 Omgevingsgericht: algemene adviezen 45
3.8.2.2 Omgevingsgericht: individueel advies 45
3.8.3 Directe therapie 46
3.8.3.1 Cognitieve therapie 46
3.8.3.2 Macrostructuur 46
3.8.3.3 Ondersteunende communicatie 47
2
, 3.8.3.4 Principes directe cognitief-communicatieve therapie 47
3.8.3.5 INCOG aanbelvelingen 47
H4: Communicatiestoornissen bij rechterhemisfeer letsels 48
4.1 Definitie, terminologie en etiologie 48
4.2 Symptomen 49
4.2.1 Geschreven en gesproken taal 49
4.2.1.1 Prosodie 49
4.2.1.2 Macrostructuur 49
4.2.1.3 Lexico-semantisch 50
4.2.1.4 Schrijven & lezen 50
4.2.2 Non-linguïstisch cognitief 50
4.3 Verklarende theorieën 51
4.3.1 Coarse coding deficit (grove activatie theorie) 51
4.3.2 Suppression deficit 51
4.3.3 Cognitive resources deficit 51
4.3.4 Social cognition deficit 52
4.4 Assessment 52
4.4.1 Rechter hemisfeer communicatie onderzoek (RHCO) 52
4.4.2 ScreeningTest voor Cognitie en Communicatie (STCC) 53
4.5 Behandeling 53
H5: Ernstige afasie 54
5.1 Assessment 54
5.1.1 Gekende assessment 54
5.1.1.1 Richtlijnen Vereniging Klinisch Linguïsten Nederland 54
5.1.1.2 Problemen met stoornisgerichte afasietesten bij ernstige afasie 55
5.1.1.3 Scenariotest 56
5.1.2 Nieuwe assessment 56
5.1.2.1 Assessment specifiek gericht op ernstige afasie 56
1. Boston assessment of severe aphasia (BASA) 56
2. Globamix - dynamische assessment 57
5.1.2.2 Ondersteunende communicatie 58
1. Screening: starten met OC 58
2. The multimodal communication screening tast for PwA (MCST-A) 59
3. GLOBAMIX 59
4. ACC-Aphasia Categories of Communicators Checklist 60
5.1.2.3 Conversatie-analyse 62
5.2 Behandeling 62
5.2.1 Ondersteunde communicatie 63
5.2.1.1 One size doesn’t fit all 63
5.2.1.2 Overzicht 63
5.2.1.3 Emerging en conversational choice communicator 63
1. Emerging communicator 64
2. Conversational choice communicator 64
5.2.1.4 Transitional communicator 65
3
, 1. Stored message retrieval 65
2. Topic initiation 65
3. Gespreksboek/taalzakboek 65
4. Pictokaart 65
5. Storytelling 66
6. Stored massage retrieval strategies 67
5.2.1.5 Independent communicators 68
5.2.2 Conversatietraining 68
5.2.2.1 Partner conversatietraining 68
5.2.2.2 Implementatie 68
5.2.2.3 Rol van logopedist 69
5.2.2.4 Effect? 70
H6: Dementie 70
6.1 Inleiding: rol van de logopedist bij dementie 70
6.2 Dementie algemeen 71
6.2.1 Definitie 71
6.2.2 Prevalentie 71
6.2.3 Oorzaken 72
6.2.4 Taal en communicatie 72
6.3 Types 72
6.3.1 Grote tweedeling: corticale versus subcorticale dementie 73
6.3.2 Overzicht van de types 73
6.3.2.1 Ziekte van Alzheimer 73
1. Effecten van Alzheimer op cognitie 74
2. Taalproductie bij AD 74
3. Taalbegrip bij AD 75
4. Mild Cognitive Impairment (MCI) 75
6.3.2.2 Vasculaire dementie 75
6.3.2.3 Frontotemporaal (lobaire) dementie (FTD) 76
6.3.2.4 Lewy body dementie en dementie bij Parkinson 77
6.3.2.5 Gemengde dementie 77
6.4 Assessment 78
6.4.1 Taak logopedisten bij cognitie? 78
6.4.2 Medische assessment 78
6.4.2.1 Cognitieve screening 78
6.4.3 Specifieke logopedische instrumenten 80
6.4.3.1 Stoornisgericht 80
6.4.3.2 Onderzoeken naar functioneren en impact op dagelijkse communicatie 81
6.5 Behandeling 82
6.5.1 Medicatie 82
6.5.2 Logopedische behandeling: gedragsmatig 82
6.5.2.1 Directe behandeling 82
1. Licht tot matige dementie 82
2. Matige dementie 83
4
, 3. Ernstige dementie 84
6.5.2.2 Indirecte behandeling 84
1. Informatieve counseling 84
2. Communicatie partner training 85
H7: Primair progressieve afasie (PPA) 86
7.1 Inleiding 86
7.1.1 PPA en dementie 86
7.1.2 Definitie PPA 86
7.2 Varianten 87
7.2.1 Semantische variant 87
7.2.2 Niet-vloeiende/agrammatische variant 89
7.2.3 Logopene variant 90
7.3 Differentiaal diagnostiek 92
7.4 Assessment 93
7.4.1 Practice principles 93
7.4.2 Klinisch logopedische benadering 93
7.4.3 Taalonderzoek 94
7.4.3.1 Semantische PPA 95
7.4.3.2 Niet-vloeiende PPA 95
7.4.3.3 Logopene variant 95
7.5 Behandeling en begeleiding 96
7.5.1 Stoornisgerichte logopedie 96
7.5.1.1 Woorden 96
7.5.1.2 Zinnen 96
7.5.2 Ondersteunende communicatie 97
7.5.3 In de praktijk 97
7.5.4 Conversatiepartner training 97
7.5.5 Informeren en counsellen 97
5
, Masterclass neurologische taal, spraak en cognitie
H1: Extralinguïstische cognitieve aspecten bij afasie
1.1 Overlap taal en cognitie
1.1.1 Wat is het neurale netwerk?
● Hoe vaak (%) komt afasie (na beroerte) samen voor met een of ander cognitief probleem?
○ 88% MAAR zeer variërende resultaten over verschillende studies
○ Twee mogelijke verklaringen:
■ Uitval op cognitieve taken -> opdracht niet goed begrepen: als je cognitieve
test doet heb je vaak taal nodig om de taak te kunnen uitvoeren
■ Gebieden liggen dicht bij elkaar: cognitieve problemen die niet verklaard
kunnen worden door het taalprobleem
○ Overlappende hersengebieden voor taal en cognitie -> transfer
■ Trainen op cognitie/aandacht -> we verwachten ook een verbetering in taal
■ Dezelfde sterker geworden hersencellen worden gebruikt
● Verschillende modellen
○ Geschwind: taalregio’s Broca en Wernicke - voornamelijk dorsale verbindingen
■ Broca: taalproductie + ook belangrijk voor het WG, dus zelfs in dit beperkte
model is er aandacht voor overlap tussen taal en cognitie
■ Wernicke: taalbegrip
■ Fasciculus arcuatus = wittestofbaan die zorgt voor communicatie tussen
Broca en Wernicke
● Aangetast? -> conductie-afasie = moeilijkheden met het nazeggen
○ Modernere modellen: dual-stream model van Hickock & Poeppel
■ Lateralisatie en specialisatie = gebieden hebben elk hun eigen specialisatie
● Langs boven: fonologische verwerking
● Langs onder: semantische en syntactische verwerking
6
, ■ Dorsale (langs boven) en ventrale (langs onder) verbindingen
■ Nog altijd weinig aandacht voor de verbindingen met de cognitieve regio’s,
die voornamelijk prefrontaal en subcorticaal gelegen zijn
○ Taal is een netwerk
■ Regio’s liggen ver uit elkaar en moeten kunnen communiceren
■ Witte materie is belangrijk voor de communicatie -> axonen zorgen voor
efficiëntie en snelheid van transmissie van informatie
■ Vb. beter ontwikkelde fasciculus arcuatus - > beter in fonologische taken
■ Links = fonologie en rechts = semantiek
1.1.2 Is er overlap tussen het taalnetwerk en cognitief netwerk?
● Via fMRI lokalisatie taken voor taal (vb. luisteren naar zinnen vs. niet- verstaanbare spraak)
● Subject-specifiek activatiepatroon
○ Gekleurde gebieden liggen tussen het taalnetwerk (zwarte lijnen)
○ Maar exacte activatiepatroon verschilt van persoon tot persoon
○ Kleine verschillen
● Robuuste responsen in lateral frontal (IFG, MFG) & lateral temporal (STG, MTG)
● Links gelateraliseerd en sterke interconnecties
● Consistent overheen talen - universeel aanwezig
7
,● Neurale taalnetwerk is sterk selectief actief voor taal
○ Wanneer taalregio’s individueel bepaald worden via fMRI, dan zijn deze distinct van
regio’s actief tijdens ‘multiple demand’ taken
○ Belangrijk om subjectspecifiek te kijken om te weten of er overlap is
○ Overlap tijdens visuospatiaal werkgeheugen taak:
■ Twee figuren na elkaar van enkele ingekleurde blokjes in een raster
■ Die twee rasters samenvoegen om het juiste antwoord te kunnen geven
■ Moeilijke en makkelijke conditie: als je dan de moeilijke van de makkelijke
conditie van elkaar aftrekt, krijg je cognitie eruit
○ Bij een enkele proefpersoon zien we geen overlap tussen de geactiveerde regio’s van
de taaltaak en cognitie taak
● Ontwikkeling?
○ Vanaf vroege leeftijd activatie van taalnetwerk
○ Dominantie van links is al aanwezig
○ Taalnetwerk is reeds taal-specifiek en niet actief tijdens cognitieve taken
○ Tegen 2-3j begint de specialisatie op te treden
● Afasie?
○ Bij gezonde ouderen: geen overlap tussen de gebieden -> weinig cognitie nodig om
taal te begrijpen/produceren
○ Bij afasiepatiënten:
■ MD-gebieden: geen activatie tijdens taaltaak
■ Weinig overlap tussen cognitieve en taalnetwerk
■ Doen meer beroep op cognitieve regio’s
8
, ● Overlap taal - cognitie: conclusie
○ Geen neurale overlap tussen taal- en cognitieve netwerk
■ Ook niet bij personen met afasie!
■ Aangetoond voor passief luisteren & lezen maar niet voor (complexe)
conversaties
● Passief: je laat het op je afkomen, niet nadenken over wat je gaat
antwoorden
○ Bij een fMRI kan je niet veel bewegen
○ Kan wel zijn (weten we nog niet) dat je tijdens dagelijkse
conversaties de cognitieve netwerken meer gaat gebruiken
● Voor passieve taken dus wel -> cognitief netwerk is niet echt actief
■ Nog geen algemene consensus
○ Hoe verklaren we dan hoge co-morbiditeit afasie – cognitieve problemen?
■ 88% stroke-P met afasie heeft deficit in 1 cognitieve aspect
■ Cognitieve testen beïnvloed door taalproblemen
■ Nabijheid van cognitieve en talige netwerk - vnl. frontaal
● Als je daar een letsel hebt -> kans groot dat beide netwerken
aangetast zijn
● Dus toch vaak samen gestoord omdat regio's dicht bij elkaar liggen
en zo samen aangetast raken
○ Belang van cognitieve vaardigheden te testen?
■ Bepalend voor aanpak van assessment en therapie
● Stel aandachtsproblemen - testmomenten opsplitsen
● Stel executieve functieproblemen - moeilijk zelfinzicht of
probleemoplossend vermogen
○ Ondersteunde communicatie zal niet ideaal zijn -> niet door
dat iets niet goed gaat -> partner goed informeren
■ Cognitieve problemen hebben een negatief effect op taalherstel
● Beter herstel indien er geen cognitieve problemen zijn
○ Belang van cognitieve vaardigheden te trainen?
■ Weinig effect van cognitieve training op talige vaardigheden?
■ We verwachten geen directe invloed op de taal
■ Maar het is wel een vaardigheid die relevant kan zijn voor taal
1.2 Cognitieve domeinen en begrippen
Cognitieve vaardigheden laten toe om inkomende info te verwerken, op te slaan en te gebruiken
1.2.1 Aandacht
● Volgehouden aandacht
○ Aandacht vasthouden + stabiele prestatie leveren over lange periode
○ Vb. aandacht houden bij de les
● Selectieve of gefocuste aandacht
○ Laat toe om te concentreren en voorrang te geven aan bepaalde elementen binnen
de omgeving, zelfs als er concurrerende stimuli zijn
○ Vb. op de les blijven focussen terwijl er veel rumoer is op de gang
9
, ● Richten van aandacht
○ Laat toe om aandachtige focus te verplaatsen van een bepaalde stimulus(kenmerk)
of taak naar een andere
○ Vb. switchen van aandacht
● Gedeelde aandacht
○ Laat toe om meer dan een taak aandacht te geven of uit te voeren of tegelijkertijd
meerdere stimuli aandacht te geven of te verwerken
○ Vb. multitasken - aandacht verdelen over verschillende taken
1.2.2 Geheugen
● Lange termijn geheugen: info consolideren
○ Declaratief geheugen: alles wat je kunt navertellen - gebeurtenissen
○ Non-declaratief geheugen: procedureel geheugen vb. leren fietsen - meer ervaringen
■ Moeilijk om verbaal te verwoorden
■ Vaak eerder een handeling die je uitvoert
● Korte termijn geheugen: informatie voor even bijhouden
● Werkgeheugen: bijhouden en verwerken van informatie vb. Getallen in de omgekeerde
volgorde nazeggen
○ Fonologische loop: verbale/auditieve informatie
○ Visuospatiaal: visuele informatie
○ Centrale executieve: aandacht richting bepalen, wordt doorgegeven aan het LTG
○ Episodische buffer: integratie over verschillende modaliteiten heen
1.2.3 Executieve functies
Wat?
● Ondersteunt complexe vaardigheden door het betrekken, coördineren en samenvoegen van
meer basis cognitieve processen
● High-level skills -> verantwoordelijk voor genereren, selecteren, organiseren en monitoren
van doelgericht gedrag, met eventuele bijsturing afh van omstandigheden omgeving
● Vaardigheden
○ Probleemoplossend gedrag
○ Plannen en prioriteiten maken
○ Organiseren en categoriseren
○ Inhibitie
10
1.1 Overlap taal en cognitie 6
1.1.1 Wat is het neurale netwerk? 6
1.1.2 Is er overlap tussen het taalnetwerk en cognitief netwerk? 7
1.2 Cognitieve domeinen en begrippen 9
1.2.1 Aandacht 9
1.2.2 Geheugen 10
1.2.3 Executieve functies 10
1.3 Extra-linguïstische cognitieve stoornissen bij afasie 11
1.3.1 Aandachtsproblemen 11
1.3.2 Geheugenproblemen 11
1.3.3 Problemen met executieve functies 12
1.4 Assessment 12
1.4.1 Algemene cognitieve screening 13
1.4.2 Aandacht assessment 15
1.4.3 Aandacht zelfevaluatie NL 16
1.4.4 Geheugen assessment 16
1.4.5 Assessment executieve functies 17
1.4.6 Extra beschouwingen cognitieve assessment 17
1.5 Interventie 18
1.5.1 Aandachtsinterventie 18
1.5.2 Geheugentraining 20
1.5.3 Interventie executieve functies 21
1.5.4 Aanpassingen in taalinterventies 22
1.6 Casus 22
1.6.1 Michelle (34j) 22
1.6.2 Welke testen? 22
1.6.3 Therapie 23
H2: Natuurlijke spraak bij neurogene communicatiestoornissen 23
2.1 Natuurlijke spraak 23
2.1.1 Terminologie 23
2.1.2 Belang 24
2.1.3 Componenten 24
2.1.4 Neurale basis 25
2.2 Natuurlijke spraak – pathologisch 25
2.2.1 Afasie 25
2.2.2 Rechterhemisfeer communicatiestoornissen 26
2.2.3 Traumatic Brain Injury (TBI) 27
2.2.4 Primair Progressieve Afasie (PPA) 27
2.3 Assessment van natuurlijke spraak 28
2.3.1 Situatieplaat beschrijven 28
2.3.1.1 Main Concept Analysis (MCA) 28
2.3.1.2 CAT-NL situatieplaat: conceptuele analyse 29
1
, 2.3.1.3 Cookie Theft 30
2.3.2 Responsieve spraak: ANTAT- CU 30
2.3.3 ‘Spontane’ spraak 30
2.3.3.1 Akense Afasie test (AAT) 30
2.3.3.2 Analyse van Spontane Taal voor Afasiepatiënten (ASTA) 31
2.3.4 Zelfbeoordeling 31
2.3.4.1 Communicatie Effectiviteit Index (CETI) 31
2.3.4.2 Communicative Success Screener 31
2.4 Behandeling van natuurlijke spraak 32
2.4.1 Interactive Storytelling Therapy 33
2.4.2 Novel Approach to Real-life communication: 34
Narrative Intervention in Aphasia (NARNIA) 34
2.4.3 Language Underpins Narrative in Aphasia (LUNA) 34
2.4.4 Better Conversations with Aphasia (BCA) 35
H3: Taalproblemen na traumatic brain injury (TBI) 36
3.1 Definitie en terminologie 36
3.2 Oorzaken van TBI 36
3.3 Prevalentie van TBI 36
3.4 Neuropathologie van TBI 37
3.4.1 Open vs gesloten letsel 37
3.4.2 Primaire vs secundaire letsels 37
3.4.3 Locatie letsel 38
3.5 Ernst TBI 38
3.5.1 Algemeen 38
3.5.2 Soorten bewustheidtoestanden 39
3.5.2.1 Overgang tussen bewustzijnsniveaus 39
3.5.2.2 Herstelverloop bij TBI: evolutie na coma 40
3.6 Logopedische problemen bij TBI 40
3.6.1 Algemeen 40
3.6.2 Taalstoornissen 40
3.6.3 Cognitieve stoornissen 41
3.7 Diagnostiek van cognitief-communicatieve stoornissen bij TBI 41
3.7.1 Assessment bij TBI 41
3.7.2 Diagnostiek bij algemene bewustzijnstoestand 42
3.7.3 Diagnostiek bij taal- en cognitieve-communicatieve skills 43
3.8 Behandeling van cognitief-communicatieve stoornissen bij TBI 44
3.8.1 Twee vormen van therapie 44
3.8.2 Indirecte therapie 45
3.8.2.1 Omgevingsgericht: algemene adviezen 45
3.8.2.2 Omgevingsgericht: individueel advies 45
3.8.3 Directe therapie 46
3.8.3.1 Cognitieve therapie 46
3.8.3.2 Macrostructuur 46
3.8.3.3 Ondersteunende communicatie 47
2
, 3.8.3.4 Principes directe cognitief-communicatieve therapie 47
3.8.3.5 INCOG aanbelvelingen 47
H4: Communicatiestoornissen bij rechterhemisfeer letsels 48
4.1 Definitie, terminologie en etiologie 48
4.2 Symptomen 49
4.2.1 Geschreven en gesproken taal 49
4.2.1.1 Prosodie 49
4.2.1.2 Macrostructuur 49
4.2.1.3 Lexico-semantisch 50
4.2.1.4 Schrijven & lezen 50
4.2.2 Non-linguïstisch cognitief 50
4.3 Verklarende theorieën 51
4.3.1 Coarse coding deficit (grove activatie theorie) 51
4.3.2 Suppression deficit 51
4.3.3 Cognitive resources deficit 51
4.3.4 Social cognition deficit 52
4.4 Assessment 52
4.4.1 Rechter hemisfeer communicatie onderzoek (RHCO) 52
4.4.2 ScreeningTest voor Cognitie en Communicatie (STCC) 53
4.5 Behandeling 53
H5: Ernstige afasie 54
5.1 Assessment 54
5.1.1 Gekende assessment 54
5.1.1.1 Richtlijnen Vereniging Klinisch Linguïsten Nederland 54
5.1.1.2 Problemen met stoornisgerichte afasietesten bij ernstige afasie 55
5.1.1.3 Scenariotest 56
5.1.2 Nieuwe assessment 56
5.1.2.1 Assessment specifiek gericht op ernstige afasie 56
1. Boston assessment of severe aphasia (BASA) 56
2. Globamix - dynamische assessment 57
5.1.2.2 Ondersteunende communicatie 58
1. Screening: starten met OC 58
2. The multimodal communication screening tast for PwA (MCST-A) 59
3. GLOBAMIX 59
4. ACC-Aphasia Categories of Communicators Checklist 60
5.1.2.3 Conversatie-analyse 62
5.2 Behandeling 62
5.2.1 Ondersteunde communicatie 63
5.2.1.1 One size doesn’t fit all 63
5.2.1.2 Overzicht 63
5.2.1.3 Emerging en conversational choice communicator 63
1. Emerging communicator 64
2. Conversational choice communicator 64
5.2.1.4 Transitional communicator 65
3
, 1. Stored message retrieval 65
2. Topic initiation 65
3. Gespreksboek/taalzakboek 65
4. Pictokaart 65
5. Storytelling 66
6. Stored massage retrieval strategies 67
5.2.1.5 Independent communicators 68
5.2.2 Conversatietraining 68
5.2.2.1 Partner conversatietraining 68
5.2.2.2 Implementatie 68
5.2.2.3 Rol van logopedist 69
5.2.2.4 Effect? 70
H6: Dementie 70
6.1 Inleiding: rol van de logopedist bij dementie 70
6.2 Dementie algemeen 71
6.2.1 Definitie 71
6.2.2 Prevalentie 71
6.2.3 Oorzaken 72
6.2.4 Taal en communicatie 72
6.3 Types 72
6.3.1 Grote tweedeling: corticale versus subcorticale dementie 73
6.3.2 Overzicht van de types 73
6.3.2.1 Ziekte van Alzheimer 73
1. Effecten van Alzheimer op cognitie 74
2. Taalproductie bij AD 74
3. Taalbegrip bij AD 75
4. Mild Cognitive Impairment (MCI) 75
6.3.2.2 Vasculaire dementie 75
6.3.2.3 Frontotemporaal (lobaire) dementie (FTD) 76
6.3.2.4 Lewy body dementie en dementie bij Parkinson 77
6.3.2.5 Gemengde dementie 77
6.4 Assessment 78
6.4.1 Taak logopedisten bij cognitie? 78
6.4.2 Medische assessment 78
6.4.2.1 Cognitieve screening 78
6.4.3 Specifieke logopedische instrumenten 80
6.4.3.1 Stoornisgericht 80
6.4.3.2 Onderzoeken naar functioneren en impact op dagelijkse communicatie 81
6.5 Behandeling 82
6.5.1 Medicatie 82
6.5.2 Logopedische behandeling: gedragsmatig 82
6.5.2.1 Directe behandeling 82
1. Licht tot matige dementie 82
2. Matige dementie 83
4
, 3. Ernstige dementie 84
6.5.2.2 Indirecte behandeling 84
1. Informatieve counseling 84
2. Communicatie partner training 85
H7: Primair progressieve afasie (PPA) 86
7.1 Inleiding 86
7.1.1 PPA en dementie 86
7.1.2 Definitie PPA 86
7.2 Varianten 87
7.2.1 Semantische variant 87
7.2.2 Niet-vloeiende/agrammatische variant 89
7.2.3 Logopene variant 90
7.3 Differentiaal diagnostiek 92
7.4 Assessment 93
7.4.1 Practice principles 93
7.4.2 Klinisch logopedische benadering 93
7.4.3 Taalonderzoek 94
7.4.3.1 Semantische PPA 95
7.4.3.2 Niet-vloeiende PPA 95
7.4.3.3 Logopene variant 95
7.5 Behandeling en begeleiding 96
7.5.1 Stoornisgerichte logopedie 96
7.5.1.1 Woorden 96
7.5.1.2 Zinnen 96
7.5.2 Ondersteunende communicatie 97
7.5.3 In de praktijk 97
7.5.4 Conversatiepartner training 97
7.5.5 Informeren en counsellen 97
5
, Masterclass neurologische taal, spraak en cognitie
H1: Extralinguïstische cognitieve aspecten bij afasie
1.1 Overlap taal en cognitie
1.1.1 Wat is het neurale netwerk?
● Hoe vaak (%) komt afasie (na beroerte) samen voor met een of ander cognitief probleem?
○ 88% MAAR zeer variërende resultaten over verschillende studies
○ Twee mogelijke verklaringen:
■ Uitval op cognitieve taken -> opdracht niet goed begrepen: als je cognitieve
test doet heb je vaak taal nodig om de taak te kunnen uitvoeren
■ Gebieden liggen dicht bij elkaar: cognitieve problemen die niet verklaard
kunnen worden door het taalprobleem
○ Overlappende hersengebieden voor taal en cognitie -> transfer
■ Trainen op cognitie/aandacht -> we verwachten ook een verbetering in taal
■ Dezelfde sterker geworden hersencellen worden gebruikt
● Verschillende modellen
○ Geschwind: taalregio’s Broca en Wernicke - voornamelijk dorsale verbindingen
■ Broca: taalproductie + ook belangrijk voor het WG, dus zelfs in dit beperkte
model is er aandacht voor overlap tussen taal en cognitie
■ Wernicke: taalbegrip
■ Fasciculus arcuatus = wittestofbaan die zorgt voor communicatie tussen
Broca en Wernicke
● Aangetast? -> conductie-afasie = moeilijkheden met het nazeggen
○ Modernere modellen: dual-stream model van Hickock & Poeppel
■ Lateralisatie en specialisatie = gebieden hebben elk hun eigen specialisatie
● Langs boven: fonologische verwerking
● Langs onder: semantische en syntactische verwerking
6
, ■ Dorsale (langs boven) en ventrale (langs onder) verbindingen
■ Nog altijd weinig aandacht voor de verbindingen met de cognitieve regio’s,
die voornamelijk prefrontaal en subcorticaal gelegen zijn
○ Taal is een netwerk
■ Regio’s liggen ver uit elkaar en moeten kunnen communiceren
■ Witte materie is belangrijk voor de communicatie -> axonen zorgen voor
efficiëntie en snelheid van transmissie van informatie
■ Vb. beter ontwikkelde fasciculus arcuatus - > beter in fonologische taken
■ Links = fonologie en rechts = semantiek
1.1.2 Is er overlap tussen het taalnetwerk en cognitief netwerk?
● Via fMRI lokalisatie taken voor taal (vb. luisteren naar zinnen vs. niet- verstaanbare spraak)
● Subject-specifiek activatiepatroon
○ Gekleurde gebieden liggen tussen het taalnetwerk (zwarte lijnen)
○ Maar exacte activatiepatroon verschilt van persoon tot persoon
○ Kleine verschillen
● Robuuste responsen in lateral frontal (IFG, MFG) & lateral temporal (STG, MTG)
● Links gelateraliseerd en sterke interconnecties
● Consistent overheen talen - universeel aanwezig
7
,● Neurale taalnetwerk is sterk selectief actief voor taal
○ Wanneer taalregio’s individueel bepaald worden via fMRI, dan zijn deze distinct van
regio’s actief tijdens ‘multiple demand’ taken
○ Belangrijk om subjectspecifiek te kijken om te weten of er overlap is
○ Overlap tijdens visuospatiaal werkgeheugen taak:
■ Twee figuren na elkaar van enkele ingekleurde blokjes in een raster
■ Die twee rasters samenvoegen om het juiste antwoord te kunnen geven
■ Moeilijke en makkelijke conditie: als je dan de moeilijke van de makkelijke
conditie van elkaar aftrekt, krijg je cognitie eruit
○ Bij een enkele proefpersoon zien we geen overlap tussen de geactiveerde regio’s van
de taaltaak en cognitie taak
● Ontwikkeling?
○ Vanaf vroege leeftijd activatie van taalnetwerk
○ Dominantie van links is al aanwezig
○ Taalnetwerk is reeds taal-specifiek en niet actief tijdens cognitieve taken
○ Tegen 2-3j begint de specialisatie op te treden
● Afasie?
○ Bij gezonde ouderen: geen overlap tussen de gebieden -> weinig cognitie nodig om
taal te begrijpen/produceren
○ Bij afasiepatiënten:
■ MD-gebieden: geen activatie tijdens taaltaak
■ Weinig overlap tussen cognitieve en taalnetwerk
■ Doen meer beroep op cognitieve regio’s
8
, ● Overlap taal - cognitie: conclusie
○ Geen neurale overlap tussen taal- en cognitieve netwerk
■ Ook niet bij personen met afasie!
■ Aangetoond voor passief luisteren & lezen maar niet voor (complexe)
conversaties
● Passief: je laat het op je afkomen, niet nadenken over wat je gaat
antwoorden
○ Bij een fMRI kan je niet veel bewegen
○ Kan wel zijn (weten we nog niet) dat je tijdens dagelijkse
conversaties de cognitieve netwerken meer gaat gebruiken
● Voor passieve taken dus wel -> cognitief netwerk is niet echt actief
■ Nog geen algemene consensus
○ Hoe verklaren we dan hoge co-morbiditeit afasie – cognitieve problemen?
■ 88% stroke-P met afasie heeft deficit in 1 cognitieve aspect
■ Cognitieve testen beïnvloed door taalproblemen
■ Nabijheid van cognitieve en talige netwerk - vnl. frontaal
● Als je daar een letsel hebt -> kans groot dat beide netwerken
aangetast zijn
● Dus toch vaak samen gestoord omdat regio's dicht bij elkaar liggen
en zo samen aangetast raken
○ Belang van cognitieve vaardigheden te testen?
■ Bepalend voor aanpak van assessment en therapie
● Stel aandachtsproblemen - testmomenten opsplitsen
● Stel executieve functieproblemen - moeilijk zelfinzicht of
probleemoplossend vermogen
○ Ondersteunde communicatie zal niet ideaal zijn -> niet door
dat iets niet goed gaat -> partner goed informeren
■ Cognitieve problemen hebben een negatief effect op taalherstel
● Beter herstel indien er geen cognitieve problemen zijn
○ Belang van cognitieve vaardigheden te trainen?
■ Weinig effect van cognitieve training op talige vaardigheden?
■ We verwachten geen directe invloed op de taal
■ Maar het is wel een vaardigheid die relevant kan zijn voor taal
1.2 Cognitieve domeinen en begrippen
Cognitieve vaardigheden laten toe om inkomende info te verwerken, op te slaan en te gebruiken
1.2.1 Aandacht
● Volgehouden aandacht
○ Aandacht vasthouden + stabiele prestatie leveren over lange periode
○ Vb. aandacht houden bij de les
● Selectieve of gefocuste aandacht
○ Laat toe om te concentreren en voorrang te geven aan bepaalde elementen binnen
de omgeving, zelfs als er concurrerende stimuli zijn
○ Vb. op de les blijven focussen terwijl er veel rumoer is op de gang
9
, ● Richten van aandacht
○ Laat toe om aandachtige focus te verplaatsen van een bepaalde stimulus(kenmerk)
of taak naar een andere
○ Vb. switchen van aandacht
● Gedeelde aandacht
○ Laat toe om meer dan een taak aandacht te geven of uit te voeren of tegelijkertijd
meerdere stimuli aandacht te geven of te verwerken
○ Vb. multitasken - aandacht verdelen over verschillende taken
1.2.2 Geheugen
● Lange termijn geheugen: info consolideren
○ Declaratief geheugen: alles wat je kunt navertellen - gebeurtenissen
○ Non-declaratief geheugen: procedureel geheugen vb. leren fietsen - meer ervaringen
■ Moeilijk om verbaal te verwoorden
■ Vaak eerder een handeling die je uitvoert
● Korte termijn geheugen: informatie voor even bijhouden
● Werkgeheugen: bijhouden en verwerken van informatie vb. Getallen in de omgekeerde
volgorde nazeggen
○ Fonologische loop: verbale/auditieve informatie
○ Visuospatiaal: visuele informatie
○ Centrale executieve: aandacht richting bepalen, wordt doorgegeven aan het LTG
○ Episodische buffer: integratie over verschillende modaliteiten heen
1.2.3 Executieve functies
Wat?
● Ondersteunt complexe vaardigheden door het betrekken, coördineren en samenvoegen van
meer basis cognitieve processen
● High-level skills -> verantwoordelijk voor genereren, selecteren, organiseren en monitoren
van doelgericht gedrag, met eventuele bijsturing afh van omstandigheden omgeving
● Vaardigheden
○ Probleemoplossend gedrag
○ Plannen en prioriteiten maken
○ Organiseren en categoriseren
○ Inhibitie
10