Terugkoppeling opdracht vorige les
Zie eerste 5 minuten
Empirische cyclus
Vorige lessen:
STAP 1: Formuleren interessante vraag
STAP 2: Hypothesen formuleren
STAP 3: Variabelen definiëren en meten
Vandaag:
STAP 4: Identificeer en selecteer participanten (en plan een ethische
aanpak → zie OO “Beroepsethiek”)
5.1: steekproeftrekking
Onderzoeksidee en hypothese
Stel: je wilt onderzoeken of adolescenten vaker risicovol gedrag vertonen
dan volwassenen.
Dit is je hypothese: een veronderstelling die je wilt testen door onderzoek
te doen.
Om uitspraken te kunnen doen, wil je iets zeggen over de gehele populatie van
adolescenten.
Populatie en steekproef
Wat is een populatie?
Populatie = de hele groep waar je in geïnteresseerd bent.
Voorbeelden:
Alle mensen in België
Alle adolescenten
Alle leerkrachten in Vlaanderen
Belangrijk: je kunt meestal niet iedereen meten. Het is praktisch onmogelijk om
de hele populatie te onderzoeken.
1
, Oplossing: steekproef
Omdat je niet de hele populatie kunt meten, neem je een steekproef:
Steekproef = een kleinere groep individuen die een representatieve
afspiegeling is van de populatie.
Je verzamelt data van deze steekproef en probeert de resultaten te
veralgemenen naar de hele populatie.
Voorbeeld: je kan een enquête afnemen bij 200 adolescenten uit verschillende
scholen, en op basis daarvan conclusies trekken over adolescenten in het
algemeen.
Steekproef en statistiek
Er zijn twee soorten statistiek die je gebruikt bij onderzoek:
1: Beschrijvende statistiek (steekproef)
Beschrijft alleen de data van jouw steekproef.
Voorbeeld: “Jan en An (1e bachelor) hebben problemen met planning.”
Dit zegt niets over de hele populatie. = specifieke conclusies
Inferentiële statistiek (populatie)
Hiermee maak je algemene conclusies over de populatie, op basis van je
steekproef.
Voorbeeld: “1e bachelor studenten hebben problemen met planning.”
Je gebruikt dus de steekproef om uitspraken te doen over de hele
populatie.
Belang van steekproeftrekking
Wie je kiest voor je steekproef beïnvloedt de resultaten.
Voorbeeld:
Een onderzoeker in Los Angeles kiest andere leerlingen dan een
onderzoeker in een klein dorp in Kentucky.
Verschillende groepen kunnen verschillende resultaten geven.
Conclusie: de manier waarop je je deelnemers selecteert is cruciaal voor
betrouwbare resultaten.
2