Terugkoppeling opdrachten
Kijk eerste 15 minuten van les 3!!
Stap 3 van de empirische cyclus: Van algemene hypothese naar
specifieke predicties
Wat is een hypothese?
Een hypothese is een algemene veronderstelling of uitspraak over een
onderzoeksvraag.
Voorbeeld: “Therapie vermindert depressieve symptomen.”
Hypothesen bevatten vaak variabelen zoals stress, empathie, motivatie,
enz.
Wat is een predictie?
Een predictie vertaalt de algemene hypothese naar een concrete,
toetsbare uitspraak.
Dit betekent dat je kunt observeren of meten of de voorspelling klopt.
Bijvoorbeeld: Als de hypothese zegt dat therapie depressie vermindert, kan een
predictie zijn: “Studenten die 8 weken therapie volgen, scoren lager op de
depressieschaal dan studenten die geen therapie volgen.”
Belangrijke punten bij predicties:
Concrete toepassing: Je past de hypothese toe op een specifieke situatie.
Directe observatie: Predicties kunnen worden ondersteund of weerlegd
door echte observaties.
Meerdere predicties: Eén hypothese kan leiden tot verschillende predicties
en dus verschillende onderzoeksopzetten.
1
, 3.1: Variabelen definiëren en meten
Wat is een variabele?
Een variabele is een kenmerk of conditie die kan veranderen tussen
individuen of situaties.
Voorbeelden: empathie, leeftijd, werktevredenheid, aantal uren wiskunde
gevolgd, depressieve symptomen, slaapkwaliteit.
Waarom variabelen meten?
Om te zien hoe variabelen samenhangen of verschillen tussen groepen.
Voorbeelden:
Impact van therapie op depressie
Verschil in jobtevredenheid tussen arbeiders en bedienden
Effect van onderwijsstijl op schoolprestaties
Soorten variabelen in onderzoek
Onafhankelijke variabele (OV/X):
De veronderstelde oorzaak of predictor
Wordt vaak gemanipuleerd in experimenten
Voorbeeld: “Therapie” in het voorbeeld van depressie
Afhankelijke variabele (AV/Y):
Het effect of uitkomst dat wordt gemeten
Wordt niet gemanipuleerd, enkel geobserveerd
Voorbeeld: “Depressieve symptomen” na therapie
Voorbeeld van OV en AV:
Hypothese: Meer uren wiskunde gevolgd in het secundair onderwijs voorspelt
hogere scores op Statistiek I bij studenten.
OV = Aantal uren wiskunde gevolgd
AV = Score op Statistiek I
2
, Datastructuur:
Voor een steekproef van 10 studenten meet je voor elke student:
X = aantal uren wiskunde
Y = score op Statistiek I
Deze gegevens kun je invoeren in software zoals SPSS om analyses te doen.
Oefening: bepaal OV en AV
1. Mannen hebben meer werkzekerheid dan vrouwen → OV = geslacht, AV =
werkzekerheid
2. Quality of life neemt toe met leeftijd → OV = leeftijd, AV = QoL
3. Piekeren en catastroferen leiden tot verminderde slaapkwaliteit → OV =
piekeren/catastroferen, AV = slaapkwaliteit
4. Deelnemers die twee taken tegelijk uitvoeren maken meer fouten dan bij
één taak → OV = taakconditie (dual task/één taak), AV = fouten
5. Meer uren wiskunde voorspelt hogere scores op Statistiek I → OV = aantal
uren wiskunde, AV = score Statistiek I
Kort gezegd:
Stap 3 van de empirische cyclus vertaalt je hypothese naar concrete
voorspellingen, en variabelen zijn de meetbare elementen van die
voorspellingen.
Door deze variabelen goed te definiëren en te meten, kun je
wetenschappelijk onderzoeken of je hypothese klopt of niet.
3