- Dekweefsel/ epitheel
Weefsels die de in- of uitwendige oppervlakken bedekken. Bij klieren scheiden ze
product af. à Cellen zijn dicht opeengepakt. Bv huid, inwendige compartimenten
(bloedvaten), inwendige transportbuis (luchtwegen).
Bevat een basaalmembraan à verbindt epitheel met onderliggende BW. Bestaat
uit netwerk van eiwitvezels en bevat geen cellen. Helpt tegen weerstand tegen
vervorming en het is ook een barrière tegen verplaatsing van eiwitten en andere
grote moleculen vanuit BW richting epitheel. (Laat voedingsstoDen, O2 en
afvalstoDen door).
Avasculair = geen bloedvaten
o Functie
1) Fysieke bescherming
Tegen externe invloeden en schadelijke stoDen. Bv uitdrogen, bacteriën
2) Doorlaatbaarheid reguleren
Alle vloeistof gaat bv door diDusie of osmose doorheen dekweefsel
Sommige dekweefsel zijn meer doorlaatbaar dan andere
3) Zintuigfunctie
Nemen verandering in omgeving waar en geven deze info door aan het
zenuwstelsel
4) Vorming gespecialiseerde klierproducten
Kliercellen zijn dekweefselcellen die klierproducten vormen.
Exocriene klieren: geven product af naar uit- of inwendige opp van
epitheel. Bv zweet, melk. Via afvoerbuizen
Endocriene klieren: geven product af aan omringende
weefselvocht/bloed zonder afvoerbuis. Bv hormonen
Het epitheel opp.= apicale opp. is blootgesteld aan een interne en externe
omgeving. Bevat gespecialiseerde structuren zoals microvilli (plaatsen voor
opname/afgifte en trilharen, verplaatsen stoDen door bewegingen.
Er gebeurt permanente vernieuwing van epitheel door voortdurende deling van
ongediDerentieerde cellen in de diepste lagen van het dekweefsel.
,o Aantal cellen
Eenlagig: boven het basaalmembraan. Op plaatsen voor opname/afgifte
bv bekleding maag, darmkanalen, …
Meerlagig/gelaagd: Betere bescherming op plaatsen met mechanische of
chemische belastingen zoals de huid, mond, slokdarm, anus
o Celvorm
Plaveisel: dunne afgeplatte cellen
Kubisch: vierkantige cellen
Cilindrisch: grotere en smallere cellen
§ Eenlagig plaveiselepitheel
Bekleed ventrale lichaamsholte, hart en bloedvaten; delen van de
nierbuisjes. Binnenbekleding van hoornvlies alveoli van de longen.
à Vermindert wrijving, reguleert doorlaatbaarheid van vaten,
opname en afscheiding
§ Eenlagig kubisch epitheel
Bij klieren, afvoerbuizen, delen van nierbuisjes, thyroid. Zorgt voor
beperkte bescherming, afscheiding en opname.
§ Eenlagig cilindrisch epitheel
Bij bekleding van de maag, darmen, galblaas, oviducten en
verzamelbuizen van nieren. Zorgt voor bescherming, afscheiding en
opname
§ Gelaagd plaveiselepitheel
Op huidopp, bekleding van de mond, keel, oesophagus, rectum,
anus en vagina. Biedt fysieke bescherming tegen slijtage,
ziekteverwekkers en chemische stoDen.
§ Pseudogelaagd met trilhaar met cilindrisch epitheel
, Bij bekleding van neusholte, trachea en bronchiën, gedeelten van
de mannelijke voortplantingsorganen.
§ Overgangsepitheel
Urineblaas, nierbekken en ureters. Kan worden uitgerekt worden en
keert terug na uitrekking tot oorspronkelijke vorm terug.
o Uitscheiding klierepitheel
§ Merocrien
Via exocytose: afgeven van stoDen naar buitenwereld.
Vorming van mucine dat de vreemde stoDen en micro-organismen
omvat (speeksel, mucus uit spijsverteringskanaal en luchtwegen...)
§ Apocrien
Zowel cytoplasma als klierproduct worden afgescheiden.
Bv apocriene zweetklieren, melkvorming (deels), oorsmeer
§ Holocrien
Volledige cel raakt vol met klierproduct, scheurt af en sterft
Bv talgklier
, - Bindweefsel
Zijn gespecialiseerde cellen omgeving door extracellulaire eiwitvezels en die
grondsubstantie bevat. Grondsubstantie is extracellulaire vloeistof die de ruimte
tussen de eiwitvezels en de cellen opvult. Samen met de extracel. Eiwitvezels
vormt de grondsubstantie een voor BW kenmerkende tussenstof/matrix. BW
bestaat bijna volledig uit cellen waarbij het volume voornamelijk uit extracell
matrix bestaat.
Bindweefsel komt overal voor behalve aan uitwendige milieu, het is sterk
vasculair en bevatten zintuigen: sensorische receptoren voor pijn, druk,
temperatuur, … Het is nodig om het epitheel te bevoeden.
o Functies
1) Stevigheid en bescherming
Bescherming kwetsbare organen door vorming stevig raamwerk. Bv
botweefsel; columna vertebralis, sternum (borstbeen), crostae
Omgeving en onderling verbinden van andere weefseltypen Bv
collageenweefsels.
2) Transport van stoDen
Vloeibare bindweefsel vormen een zeer goed transpportmedium. Bv
bloed, lymfe
3) Opslag van energiereserves.
Speciale BWcellen (vetcellen/adipocyten) slaan vetten op tot het
ogenblik ze nodig zijn.
4) Verdediging van het lichaam.
Gespecialiseerde BWcel zullen binnendringende micro-organismen
bestrijden door onderling samen te werken en antistoDen te vormen.
Bv een macrofaag eet een bacterie op door fagocytose en zal via
signaalstof (cytokines) lymfocyten activeren om antistoDen aan te
maken.
o Soorten BW
§ Bw in strikte zin
Bevat uiteenlopende celtype; fibroblasten, macrofagen, vetcellen,
mastcellen. Stroperige heldere kleurloze grondsubstantie en ook
extracellulaire vezels zoals collagene, elastische en reticulaire
vezels. De stevigheid van de extracellulaire bepaalt welke type BW
je zal hebben.
Extracellulaire vezels kan opgedeeld worden in;