ONCOLOGIE
Incidentie
Incidentie: aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen in de populatie in een bepaalde periode.
Prevalentie: aantal dieren dat op een willekeurig moment in een populatie rondloopt met een
bepaalde ziekte.
Als een ziekte goed te behandelen is, neemt de prevalentie toe, zonder dat de incidentie
verandert
Verschillen tussen honden en katten:
● Honden hebben vaker tumoren dan katten (121963 vs 51322)
● Katten hebben relatief vaker maligne tumoren dan honden (47% vs 80,3%)
● Bij katten zijn lymfoom en epitheliale tumoren het belangrijkst, bij hond vooral
epitheliaal
Overeenkomst tussen honden en katten:
● Huid is het belangrijkste orgaan, verder zijn ook onderhuid, mammapakket en MDK
belangrijk
Karakteristieken
anker wordt veroorzaakt doordat cellen oneindig blijven delen. Nadat
K
de angiogenese begonnen is, kan de tumor groeien tot >2mm diameter
en uiteindelijk via de bloedbaan metastaseren.
Karakteristieken
, 1. Autonome groei
○ Groei signaal autonomie
○ Evasie van groei inhibitie signalen
○ Evasie van apoptose
○ Ongelimiteerd reproductief potentieel
2. Angiogenese: proces dat in het volwassen leven eigenlijk niet plaats moet vinden
(uitzondering voor wondgenezing) → remmen met medicatie
3. Invasie en metastase: bij <0,1% van de tumorcellen lukt dit. Je hebt ideale
omstandigheden nodig
Oorzaken
Genetische factoren
anker is een genetische afwijking, doordat het te maken heeft met het DNA, maar het is
K
niet per definitie erfelijk.
Er zijn 2 genetische aandoeningen die leiden tot tumorformatie:
● (Proto)oncogenen: deze genen zijn als normale kopie in het DNA aanwezig. Na een
enkele, dominante, mutatie wordt de celdeling gestimuleerd en kan een tumor
ontstaan. Voorbeelden van (proto)oncogenen zijn EGFR, kit, Cyclines/CDKs, E2F,
c-MYC, MDM2, BCL-2
● Tumorsuppressorgenen: deze genen remmen normaal gesproken de groei van
cellen. Na 1 mutatie wordt het dier verhoogd gevoelig voor tumorvorming, na een 2e
mutatie wordt de groei niet meer geremd. Ook is het mogelijk om geboren te worden
met een mutatie, waardoor je je hele leven verhoogd gevoelig bent. Na 1 mutatie zal
de celgroei niet meer geremd worden. Er zijn 2 soorten tumorsuppressorgenen:
○ Gatekeeper genen: Rb, p53
○ Caretaker genen: BRCA-genen, MMP-repair genen
Er bestaan ook raspredisposities voor bepaalde tumoren:
● Deense Dog: osteosarcoom ● Retriever: histiocytoom
● Berner Sennen: histiocytoom, ● Greyhound: osteosarcoom
lymfoom, mastocytoom ● Labrador retriever: lymfoom,
● Boxer: lymfoom, glioom, hemagiosarcoom
mastocytoom ● Mopshond: mastocytoom
● Chow chow: gastrisch carcinoom ● Rottweiler: osteosarcoom, lymfoom
● Cocker spaniel: lymfoom, ● Schotse terrier: TCC, lymfoom,
anaalzakcarcinoom melanoom
● Collie: nasaal carcinoom ● Shar-Pei: mastocytoom
● Engelse springer spaniel: ● Schnauzer: plaveiselcelcarcinoom
mammakliercarcinoom in de tenen
● Golden retriever: lymfoom, ● Brachycefale honden: glioom
hemagiosarcoom
erder is er een erfelijke tumor bij de Duitse herder: renaal cystadenocarcinoom. Deze
V
tumor leidt tot kleine collageen knobbeltjes in de huid. Het genetisch defect bevindt zich in
, xon 7 Birt-Hogg-Dubé gen, wat codeert voor het folliculine eiwit. Deze mutatie kan ook op
e
zichzelf ontstaan, waarna het dier de spontane vorm van de tumor krijgt
Infectieuze oorzaken
r zijn een aantal infectieuze oorzaken van tumoren:
E
Viraal
● Hond
○ Papiloomvirus: oraal and cutaan, papiloom, papillaire SCC
○ Herpes-virus: lymfoom
● Kat
○ Papiloomvirus
○ FeLV (lymfoom): onderdrukt het immuunsysteem en faciliteert het ontstaan
van lymfoom
○ FeSV (sarcoom)
Parasitair
● Hond: spirocerca lupi (oesophagaal sarcoom)
Hormonale factoren
Tumoren kunnen ook ontstaan onder invloed van hormonen:
● Mammakliertumoren: oestrogeen, progestagenen
● Perianaalklieradenoom: androgenen stimuleren de groei, oestrogenen remmen de
groei
○ Intacte reuen en gecastreerde teven
● Prostaatcarcinoom: gecastreerde honden
● Osteosarcoom: gecastreerde honden
Chemische carcinogenen
Chemische oorzaken van tumoren zijn pesticiden, herbiciden, insecticiden, asbest, etc.
Fysische carcinogenen
ysische oorzaken van tumoren zijn UV, ioniserende radiatie, trauma/chronische ontsteking,
F
vaccin adjuvans, magnetische velden, metalen implantaten, etc.
Omgevingsfactoren
mgevingsfactoren die bijdragen aan het ontstaan van tumoren zijn tabakrook, wonen in de
O
stad, vuilverbrander, luchtvervuiling, radioactief afval, etc.
Diagnostiek
● namnese
A
● Lichamelijk onderzoek
● Hematologie & klinische chemie
● Retrovirale screening
● Diagnostische beeldvorming
, ● Tumor morfologie (→ specifieke diagnose en tumorgradering)
○ Cytologie (DNAB, effusie, etc)
○ Histologie
○ Immunohistochemie / Immunocytochemie
○ Flow-cytometrie
● Biomarkers
○ Metabolieten (bv. calcium, cobalamin, glucose)
○ Eiwitten (electroforese, APP, specifieke eiwitten)
○ Hormonen
● DNA-gebaseerd
○ PARR (clonality testing)
○ Mutatie analyse (bv. c-kit, BRAF)
Cytologie
ytologie wordt gedaan van meerdere laesies en van meerdere hoeken/meerdere plekken
C
per laesie. Afhankelijk van de hoeveelheid bloed kan een andere techniek
(aspiratie/non-aspiratie) of andere grootte naald/meer of minder vacuüm gebruikt worden.
DNAB wordt onder echogeleiding gedaan. Voordat je het uitstrijkje opstuurt moet je zelf even
kijken of hij gelukt is. Kleur en evalueer evt. een van de uitstrijkjes zelf.
an een cytoloog moet je geen wonderen verwachten. Cytologie is voor het uitsluiten van
V
een ziekte, margin assessment of gradering. Ook is het niet altijd mogelijk om laaggradige
maligniteiten te diagnosticeren, en om te differentiëren tussen reactieve en neoplastische
mesenchymale laesies.
Histologie
istologie wordt uitgevoerd door een patholoog en wordt gebruikt voor de gradering van de
H
tumor. De patholoog beoordeelt de marges van de tumor, is de tumor volledig verwijderd?
Dit kan natuurlijk alleen gedaan worden als de volledige tumor is ingestuurd.
● Incomplete marges: neoplastische cellen zijn continu, in in ieder geval 1 chirurgische
marge
● Krappe marges: afstand tussen chirurgische marge en neoplastische cellen is <3mm
dikte, of chirurgische marges bevatten geen normaal weefsel buiten de
pseudocapsule
● Complete marges: afstand tussen chirurgische marge en neoplastische cellen is
minimaal 3-5mm
iopten moeten altijd binnen het operatiegebied zitten. Wanneer je de overgang tussen
B
gezond en afwijkend biopteert, creëer je een groter gebied dat later misschien weggehaald
moet worden. Ook is het belangrijk om het biopt niet in het necrotische centrum van de
tumor te doen. Dus, neem je biopt in het midden van de tumor, maar niet helemaal door tot
het centrum.
Stagering
oor de stagering van een tumor, wordt er gelet op 3 dingen: tumorgrootte, node
V
(lymfeklieren) en metastasen.
Incidentie
Incidentie: aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen in de populatie in een bepaalde periode.
Prevalentie: aantal dieren dat op een willekeurig moment in een populatie rondloopt met een
bepaalde ziekte.
Als een ziekte goed te behandelen is, neemt de prevalentie toe, zonder dat de incidentie
verandert
Verschillen tussen honden en katten:
● Honden hebben vaker tumoren dan katten (121963 vs 51322)
● Katten hebben relatief vaker maligne tumoren dan honden (47% vs 80,3%)
● Bij katten zijn lymfoom en epitheliale tumoren het belangrijkst, bij hond vooral
epitheliaal
Overeenkomst tussen honden en katten:
● Huid is het belangrijkste orgaan, verder zijn ook onderhuid, mammapakket en MDK
belangrijk
Karakteristieken
anker wordt veroorzaakt doordat cellen oneindig blijven delen. Nadat
K
de angiogenese begonnen is, kan de tumor groeien tot >2mm diameter
en uiteindelijk via de bloedbaan metastaseren.
Karakteristieken
, 1. Autonome groei
○ Groei signaal autonomie
○ Evasie van groei inhibitie signalen
○ Evasie van apoptose
○ Ongelimiteerd reproductief potentieel
2. Angiogenese: proces dat in het volwassen leven eigenlijk niet plaats moet vinden
(uitzondering voor wondgenezing) → remmen met medicatie
3. Invasie en metastase: bij <0,1% van de tumorcellen lukt dit. Je hebt ideale
omstandigheden nodig
Oorzaken
Genetische factoren
anker is een genetische afwijking, doordat het te maken heeft met het DNA, maar het is
K
niet per definitie erfelijk.
Er zijn 2 genetische aandoeningen die leiden tot tumorformatie:
● (Proto)oncogenen: deze genen zijn als normale kopie in het DNA aanwezig. Na een
enkele, dominante, mutatie wordt de celdeling gestimuleerd en kan een tumor
ontstaan. Voorbeelden van (proto)oncogenen zijn EGFR, kit, Cyclines/CDKs, E2F,
c-MYC, MDM2, BCL-2
● Tumorsuppressorgenen: deze genen remmen normaal gesproken de groei van
cellen. Na 1 mutatie wordt het dier verhoogd gevoelig voor tumorvorming, na een 2e
mutatie wordt de groei niet meer geremd. Ook is het mogelijk om geboren te worden
met een mutatie, waardoor je je hele leven verhoogd gevoelig bent. Na 1 mutatie zal
de celgroei niet meer geremd worden. Er zijn 2 soorten tumorsuppressorgenen:
○ Gatekeeper genen: Rb, p53
○ Caretaker genen: BRCA-genen, MMP-repair genen
Er bestaan ook raspredisposities voor bepaalde tumoren:
● Deense Dog: osteosarcoom ● Retriever: histiocytoom
● Berner Sennen: histiocytoom, ● Greyhound: osteosarcoom
lymfoom, mastocytoom ● Labrador retriever: lymfoom,
● Boxer: lymfoom, glioom, hemagiosarcoom
mastocytoom ● Mopshond: mastocytoom
● Chow chow: gastrisch carcinoom ● Rottweiler: osteosarcoom, lymfoom
● Cocker spaniel: lymfoom, ● Schotse terrier: TCC, lymfoom,
anaalzakcarcinoom melanoom
● Collie: nasaal carcinoom ● Shar-Pei: mastocytoom
● Engelse springer spaniel: ● Schnauzer: plaveiselcelcarcinoom
mammakliercarcinoom in de tenen
● Golden retriever: lymfoom, ● Brachycefale honden: glioom
hemagiosarcoom
erder is er een erfelijke tumor bij de Duitse herder: renaal cystadenocarcinoom. Deze
V
tumor leidt tot kleine collageen knobbeltjes in de huid. Het genetisch defect bevindt zich in
, xon 7 Birt-Hogg-Dubé gen, wat codeert voor het folliculine eiwit. Deze mutatie kan ook op
e
zichzelf ontstaan, waarna het dier de spontane vorm van de tumor krijgt
Infectieuze oorzaken
r zijn een aantal infectieuze oorzaken van tumoren:
E
Viraal
● Hond
○ Papiloomvirus: oraal and cutaan, papiloom, papillaire SCC
○ Herpes-virus: lymfoom
● Kat
○ Papiloomvirus
○ FeLV (lymfoom): onderdrukt het immuunsysteem en faciliteert het ontstaan
van lymfoom
○ FeSV (sarcoom)
Parasitair
● Hond: spirocerca lupi (oesophagaal sarcoom)
Hormonale factoren
Tumoren kunnen ook ontstaan onder invloed van hormonen:
● Mammakliertumoren: oestrogeen, progestagenen
● Perianaalklieradenoom: androgenen stimuleren de groei, oestrogenen remmen de
groei
○ Intacte reuen en gecastreerde teven
● Prostaatcarcinoom: gecastreerde honden
● Osteosarcoom: gecastreerde honden
Chemische carcinogenen
Chemische oorzaken van tumoren zijn pesticiden, herbiciden, insecticiden, asbest, etc.
Fysische carcinogenen
ysische oorzaken van tumoren zijn UV, ioniserende radiatie, trauma/chronische ontsteking,
F
vaccin adjuvans, magnetische velden, metalen implantaten, etc.
Omgevingsfactoren
mgevingsfactoren die bijdragen aan het ontstaan van tumoren zijn tabakrook, wonen in de
O
stad, vuilverbrander, luchtvervuiling, radioactief afval, etc.
Diagnostiek
● namnese
A
● Lichamelijk onderzoek
● Hematologie & klinische chemie
● Retrovirale screening
● Diagnostische beeldvorming
, ● Tumor morfologie (→ specifieke diagnose en tumorgradering)
○ Cytologie (DNAB, effusie, etc)
○ Histologie
○ Immunohistochemie / Immunocytochemie
○ Flow-cytometrie
● Biomarkers
○ Metabolieten (bv. calcium, cobalamin, glucose)
○ Eiwitten (electroforese, APP, specifieke eiwitten)
○ Hormonen
● DNA-gebaseerd
○ PARR (clonality testing)
○ Mutatie analyse (bv. c-kit, BRAF)
Cytologie
ytologie wordt gedaan van meerdere laesies en van meerdere hoeken/meerdere plekken
C
per laesie. Afhankelijk van de hoeveelheid bloed kan een andere techniek
(aspiratie/non-aspiratie) of andere grootte naald/meer of minder vacuüm gebruikt worden.
DNAB wordt onder echogeleiding gedaan. Voordat je het uitstrijkje opstuurt moet je zelf even
kijken of hij gelukt is. Kleur en evalueer evt. een van de uitstrijkjes zelf.
an een cytoloog moet je geen wonderen verwachten. Cytologie is voor het uitsluiten van
V
een ziekte, margin assessment of gradering. Ook is het niet altijd mogelijk om laaggradige
maligniteiten te diagnosticeren, en om te differentiëren tussen reactieve en neoplastische
mesenchymale laesies.
Histologie
istologie wordt uitgevoerd door een patholoog en wordt gebruikt voor de gradering van de
H
tumor. De patholoog beoordeelt de marges van de tumor, is de tumor volledig verwijderd?
Dit kan natuurlijk alleen gedaan worden als de volledige tumor is ingestuurd.
● Incomplete marges: neoplastische cellen zijn continu, in in ieder geval 1 chirurgische
marge
● Krappe marges: afstand tussen chirurgische marge en neoplastische cellen is <3mm
dikte, of chirurgische marges bevatten geen normaal weefsel buiten de
pseudocapsule
● Complete marges: afstand tussen chirurgische marge en neoplastische cellen is
minimaal 3-5mm
iopten moeten altijd binnen het operatiegebied zitten. Wanneer je de overgang tussen
B
gezond en afwijkend biopteert, creëer je een groter gebied dat later misschien weggehaald
moet worden. Ook is het belangrijk om het biopt niet in het necrotische centrum van de
tumor te doen. Dus, neem je biopt in het midden van de tumor, maar niet helemaal door tot
het centrum.
Stagering
oor de stagering van een tumor, wordt er gelet op 3 dingen: tumorgrootte, node
V
(lymfeklieren) en metastasen.