Prof. Meyts
1. Infectie en immuniteit Vraag: kind met Foto van unilaterale opgezwollen oog, kon het oog
wel nog open doen en leek neurologisch in orde.
A: Periorbitale cellulitis
B: HSV periorbitaal
C: surinfectie eczeem
D: nierfalen
Antwoord: A
Vraag: Kind dat moeilijk dingen kon verstaan, de TV luid zette etc.
Had laatst aantal verkoudheden gehad. Hij had geen koorts en
geen pijn, de klachten sleepten al langer aan.
Welk otoscopie beeld past hierbij?
A: mastoiditis foto van extern oor
B: otitis media
C: otitis serosa met effusie
D: normaal trommelvlies
Antwoord: C
Vraag: Kind met anemie, bleekheid na ParvoB19 infectie. Welke
parameters passen hierbij?
A: Gedaald Hb, gedaalde reticulocyitose, gestegen bilirubine
B: Gedaald Hb, gestegen reticulocytose, gestegen bilirubine
C: Gedaald Hb, gedaalde reticulocytose, normaal bilirubine
D: Gedaald Hb, gestegen reticulocytose, normaal bilirubine
Antwoord: C
Vraag: hele casus over jongen van 12 maanden (denk ik?) die al
enkele keren bronchitis had gehad ofzo. Hij had alle vaccins gehad.
Daarna allemaal bloedwaarden waarbij IgG’s veel te laag waren.
Had geen tonsillen. Afwijkend auscultair ademgeruis in een lob.
Welke ziekte?
A: SCID
B: X hypogammaglobulienmie
C: complementdeficientie
D: Chronische glanulomateuze ziekte
Antwoord: B
1
, 2. Metabole ziekten Vraag: Kind met metabole aandoening. Wat doe je?
A: Stoppen eiwit en vetinname, geef glucose via infuus
B: Stop eiwit inname, geef glucose en vetemulsie via infuus
C: Stop vet en glucose, start aminozuurinfuus
D: stop vet en geef glucose infuus en eiwit
Antwoord: A
3. Respiratoire ziekten Vraag: wat geeft geen stridor, maar een ander ademgeluid
A: kroep
B: bacteriele tracheitis
C: epiglottis
D: astma-aanval
antwoord: D
Vraag: Kind met aspiratie van borrelnootje. Zit in rechter hoofd
bronchus. Wat past erbij als het niet de volledige bronchus
obstrueert?
A: stridor
B: symmetrische wheezing
C: Ipsilaterale wheezing
D: Contralaterale wheezing
Antwoord: C
Vraag: Kindje van 3 maanden oud dat thuis geboren was en ouders
hadden geen medische opvolging voorzien, nu komen ze met een
heel ziek kind, ze vertellen ook dat hij heel vaak infecties heeft,
vaak slijmen ophoest en dat hij vaak heel kleverige, stinkende
stoelgang heeft.
Welke test doe je initieel?
A: pilocarpine zweettest
B: CFTR gen controle
C: alfafoetoproteinetest
D:
Antwoord: A
Vraag: welke meeste kans op astma, bij een kindje van 4 jaar die
wheezing heeft
A: wheezing eerste levensjaar bij een prematuur kindje, maar
spontaan weg
B: recidieve wheezing, ook zonder infecties en voorafbestaande
atopie/eczeem
C: wheezing enkel bij infecties
D:
Antwoord: B
2