, Begrippenlijst Hoofdstuk 1
1. Wat is een product?
Uitleg: Alles wat op de markt aangeboden wordt om een behoefte te vervullen.
Toelichting: Het gaat niet alleen om een voorwerp, maar ook om diensten, ideeën,
personen…
Voorbeeld: Een smartphone, een reis of een verzekering.
Zin: Een smartphone is een product omdat het helpt om in contact te blijven.
2. Fysiek product
Uitleg: Het tastbare, materiële deel van een product.
Toelichting: Wat je kan zien en vastnemen.
Voorbeeld: De smartphone zelf (het toestel).
Zin: Het fysieke product van een smartphone is het toestel dat je in je hand houdt.
3. Ruiltransactie
Uitleg: Het proces waarbij een klant iets koopt en daarvoor iets teruggeeft (meestal geld).
Toelichting: Het gaat ook om hoe de aankoop gebeurt (service, ervaring).
Voorbeeld: Parfum kopen in een winkel met advies en verpakking.
Zin: Bij een ruiltransactie krijg je een product in ruil voor geld.
2
,PRODUCTNIVEAUS
4. Kernproduct
Uitleg: De basisbehoefte die het product vervult.
Toelichting: Wat de klant écht koopt (het voordeel).
Voorbeeld: Bij een smartphone = verbonden blijven.
Zin: Het kernproduct van een smartphone is communiceren met anderen.
5. Tastbaar of werkelijk product
Uitleg: Het product zoals het echt bestaat met kenmerken.
Toelichting: Dit omvat design, merk, kwaliteit, verpakking…
Voorbeeld: Een iPhone met bepaalde functies en design.
Zin: Het tastbaar product van een smartphone bestaat uit het toestel, merk en functies.
6. Uitgebreid product
Uitleg: Extra diensten en voordelen rond het product.
Toelichting: Niet-tastbare extra’s die waarde toevoegen.
Voorbeeld: Garantie, service, levering, helpdesk.
Zin: De garantie en klantenservice maken deel uit van het uitgebreid product.
7. Totaal product
Uitleg: Het volledige product inclusief alle niveaus en beleving.
Toelichting: = kernproduct + tastbaar product + uitgebreid product + imago/status.
Voorbeeld: Een iPhone + service + imago van Apple.
Zin: Het totaal product van Apple omvat ook het imago en de status.
3
, PRODUCTATTRIBUTEN
8. Productattributen
Uitleg: De kenmerken van een product.
Toelichting: Dit kunnen tastbare en niet-tastbare eigenschappen zijn.
Voorbeeld: Kwaliteit, design, merk, service.
Zin: De productattributen van een smartphone zijn onder andere design en kwaliteit.
Voorbeeld uit de pwp:
- Wat je krijgt (producten)
- Hoe goed het is (kwaliteit)
- Hoe het wordt geleverd (service)
- Wat het kost (waarde)
OVERZICHTELIJK SCHEMA
PRODUCT
│
├── Fysiek product (wat je ziet en vastneemt)
├── Ruiltransactie (hoe je het koopt)
│
└── Productniveaus
├── Kernproduct → behoefte (bv. communiceren)
├── Tastbaar product → toestel + merk + design
├── Uitgebreid product → service + garantie
└── Totaal product → alles + imago/status
+ Productattributen = kenmerken (kwaliteit, design, service, waarde)
4