Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 50 páginas
Resumen

Samenvatting Geschiedenis Nederlandse Letterkunde | Fin de siècle | VUB | 2025/26

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 50 páginas

Samenvatting van het college Geschiedenis van de Nederlandse Letterkunde aan de VUB, gericht op de Beweging van 80 en De Nieuwe Gids in de 19de eeuw. Het document behandelt de sociale en culturele context van het fin de siècle (), het decadentisme, degeneratie, en de opkomst van literaire tijdschriften zoals De Gids en De Nieuwe Gids, met aandacht voor auteurs zoals Oscar Wilde en Louis Couperus. Ideaal voor examenvoorbereiding en het begrijpen van de belangrijkste stromingen in de Nederlandse literatuurgeschiedenis van deze periode.

Vista previa del contenido

SAMENVATTING GESCHIEDENIS VAN DE
NEDERLANDSE LETTERKUNDE
DE BEWEGING VAN 80 EN DE NIEUWE GIDS (19 D E EEUW)

SOCIALE EN CULTURELE CONTEXT

We bevinden ons op het einde van de 19de eeuw, een periode waarin alles door elkaar
vloeit en alles elkaar beïnvloedt. Het is een periode die gebaseerd is op wetenschap,
meer specifiek de natuurwetenschappen waar belangrijke ontdekkingen gedaan worden
(röntgenstralen, bacterie…).

We krijgen een bredere aanpak van de realiteit op een positivistische manier. Alles wordt
meetbaar en de resultaten leveren constanten op (ze zijn bijna altijd hetzelfde). Hierdoor
verschijnt het idee dat er eeuwige wetmatigheden ontstaat. Het leidt tot het idee dat
alles te ontdekken valt en dat alles waar kan zijn. Dit zal leiden tot een universele
zekerheid en tot veel positivisme.

In dit tijdperk heerst de idustriële evolutie waardoor veel meer mensen rijker worden. In
grote steden zal de burgerij opkomen wat grote herenhuizen zal opleveren in de betere
wijken (ook in Brussel: Elsene, Schuman…). Er wordt veel aandacht besteed aan het
materiële.

Net als in de 18de eeuw zal er veel aandacht gaan naar de rede. We zitten in een periode
van ontkerkelijking (ook een erfenis van de Verlichting). Steeds minder mensen geloven
in God, de kerken beginnen stilaan leeg te lopen. Mensen blijven toch met vragen zitten
dus gaan ze opzoek naar mystieke antwoorden (het bovenzinnelijke). De vatbaarheid
voor het bovenzinnelijke zal een nieuwe mystiek opleveren (dit zullen we ook terugzien in
werken van Louis Couperus).

Er worden veel spiristisch tendensen gevoerd (= het spiritisme). Een van die tendensen
heet theosofie en deze gaat zich toespitsen op het idee of er een andere werkelijkheid
bestaat die we niet kunnen waarnemen met onze zintuigen. Door de kolonisaties, krijgt
het Westen een fascinatie voor het Oosterse en voor de Oosterse mystiek (reïncarnatie
en karma).

Er ontstaan begrippen zoals evolutie en ontstaan (Charles Darwin) en filosofie (Spinoza
(1632 – 1677)).

MAAR op het einde van de 19de eeuw begint in bepaalde esthetische en mystieke
maatschappijen het positivisme af te brokkelen. Mensen beginnen alles in twijfel te
trekken. Ze vragen zich af wat de zin is van het bestaan. De vragen die niet beantwoord
kunnen worden door de wetenschap, worden beantwoord door de literatuur. Dit gevoel
van onzekerheid noemen we het fin de siécle (1880 – 1920).


FIN DE SIÉCLE EN DECADENTISME

Fin de siécle heeft bepaalde kenmerken. Eén van die kenmerken is het decadentisme.
Decadentisme staat voor de verfijnde uitgeputheid. Mensen stellen vragen als: naderen

,we het einde van het bestaan dat we kennen? Naderen we het einde van onze
beschaving? Als antwoord hierop: ‘als we toch allemaal doodgaan, dan kunnen we beter
uitgebreid feesten’, dit is het decadentisme (de overvloed).

Een schrijver die het gevoel van de fin de siécle goed representeert is Oscar Wilde. Oscar
Wilde was een dandy die als decadent gezien werd mede door zijn homoseksualiteit. In
die tijd was rijkdom een cultureel gegeven. De beste manier om je rijkdom te tonen, was
door te laten zien hoeveel vrije tijd je hebt. Oscar Wilde ging daarom wandelen met zijn
schildpad.

Een ander kenmerk van het fin de siécle was degeneratie, dit stond tegenover
regeneratie. Regeneratie was een fenomeen van Charles Darwin’s surivival of the fittest.
Engkel degene die het meest geschikt waren om te overleven, zouden overleven. Denk
hierbij aan de giraffen met hun lange of korte nek. Daarnaast ontstaat er de vraag of
evolutie ook niet neerwaarts kan gaan. Dit fenomeen heet degeneratie. Voorbeelden van
wat gezien werd als degeneratie zijn flaporen, moord, alcholisme, vrouwenemancipatie,
homoseksualiteit, doen aan kunst… Het was een teken dat het ‘slecht’ gaat. Deze lijst is
problematisch, deze studies werden overgenomen door de nazi-ideologie.

Een laatste kenmerk van de fin de siécle komt uit de romantiek, waar de auteur als een
genie wordt gezien. In het fin de siécle wordt dit kenmerk tot het uiterst uitgevoerd.
Schrijven en het auteurschap wordt een soort van Goddelijke gave. Er wordt steeds meer
aandacht besteed aan het individualisme. Op dit moment is België het op één na rijkste
land ter wereld (na het VK), dit zorgde voor een grote opkomst wat de kunst en literatuur
betreft. Tijdens het fin de siécle wordt kunst als iets heel individualistisch beleefd. De
vraag wordt gesteld: wat gaat de persoon doen met zijn kunst? Op deze manier werd
kunst dan weer iets heel collectiefs.

LITERATUUR IN DE 19 D E EEUW

In de 19de eeuw ontstaat er een nieuw literair tijdschrift genaamd De Nieuwe Gids (1885).
Dit tijdschrift komt er als reactie op De Gids (1837 – heden)


DE GIDS (1837 – HEDEN)

De Gids werd opgericht door E.J. Potgieter (1808 – 1875). Dit was een literair tijdschrift
met een goede reputatie. Het was het toonaangevende tijdschrift dat zei wat al dan niet
goede literatuur was. De bijnaam van De Gids was de Blauwe Beul. Het tijdschrift klampte
zich te hard vast aan haar waarde en evolueerde niet mee met zijn tijd. Mensen zeggen
dat de waarde van De Gids te moraliserend zijn. Conrad Busken Huet verliet de redactie
van de Gids.


DE NIEUWE GIDS (1885 – 1943)

De Nieuwe Gids wil het beter doen dan De Gids. Het zal een spreekbuis worden voor de
beweging van 80. De namen die in de Nieuwe Gids verschijnen zullen sterk
overeenkomen met de namen uit de beweging van 80. Deze namen zullen deel uitmaken
van de vernieuwing. De legende rond de Nieuwe Gids gaat als volgt: een oude rijke dame
liep Willem Kloos (1859 – 1938) tegen het lijf en zij gaf hem een enveloppe met 1000
gulden waar Kloos mee mocht doen wat hij wilde. Met dat geld richt Willem Kloos dus een
nieuw literair tijdschrijft op, en zo is de Nieuwe Gids geboren. Kloos wil zich in het nieuwe
tijdschrift afzetten tegen De Gids en vernieuwde literatuur brengen.

,Lodewijk van Deyssel (1864 – 1952) en Frederik van Eeden (1860 – 1932) sluiten zich aan
bij Willem Kloos en schrijven mee. Het eerste nummer draagt een hoofdstuk uit De kleine
Johannes (1885) van Frederik van Eeden. Dit is een bildungsroman over een kleine
jongen die in een fantasiewereld leeft.

Volgens de Nieuwe Gids moet literatuur geen morele doelsteling hebben, maar
neutraliteit uiten. De auteurs van dit literair tijdschrift willen de vorm en de taal
vernieuwen. Zo kunnen ook immorele dingen mooi zijn (vb. foto van de atoombom op
Hiroshima). Willem Kloos probeert literatuur een definitie te geven: ‘literatuur is de
allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’.

Een werk dat ook in de Nieuwe Gids werd opgenomen is Een Liefde (1887) van Lodewijk
van Deyssel. De tekst is heel neutraal en niet per se moraliserend. De vrouw heeft het
patriarchaal bang gemaakt, en als de vrouw de man te veel bang maakt dan zal hij haar
opsluiten en beslissen over haar seksualiteit. Hier wordt uitgelegd dat ook vrouwen
seksueel plezier kunnen hebben. Het fragment gaat over zelfbevrediging.

Verder kenmerken van de Nieuwe Gids zijn:

o Protest tegen de oude generatie
o Nieuwe beeldspraak (de natuur wordt een inspiratiebron), loopt gelijk met het
impressionisme in de kunst in Frankrijk
o Het is individueel, subjectief en anti-moraliserend
o De vorm en inhoud zijn één, daarom kiezen zoveel dichters voor het sonnet
o Lodewijk van Deyssel, Een Liefde (1887)
o Herman Gorter, Mei (1889)
o Louis Couperus (1889)


JACQUES PERK (1858 – 1881)

Een apart figuur binnen de Nieuwe Gids is Jacques Perk. Hij stierf op 23-jarige leeftijd aan
tuberculose maar leverde een belangrijke bijdrage aan de Nieuwe Gids. Hij stuurde een
gedicht naar de Gids maar werd daar afgewezen omwille van één regel: ‘schoonheid, o
gij, wier naam geheiligd zij’ (je kan niet publiceren over schoonheid en je kan het woord
‘heilig’ niet afbeelden). Jacques Perk had een relatie met Willem Kloos en Kloos schreef in
een memoriam over Perk. Hij maakt van Perk een legende, een martelaar, een offer dat
moest vallen om De Nieuwe Gids te kunnen schrijven.

Via de dood van Perk is die poëzie beginnen bloeien. Kloos brengt de poëzie van Perk uit
en schrijft hierbij een voorwoord. Dat voorwoord wordt beschouwd als het manifest van
de beweging van tachtig.

‘Poëzie is een gave van weinigen voor weinigen’

‘De poëzie is geen zachtogige maagd, die, ons de hand reikend op de levensbaan, met
een glimlach leert bloemen tot een tuitje te binden… doch eene vrouw, fier en geweldig,
wier zengende adem niet van ons laat.

HERMAN GORTER, MEI (1889)

Mei (1889) is een lang allegorisch episch gedicht over de maand mei. Het is een soort
beschrijving van de nieuwe dingen die de Nieuwe Gids bracht. In het eerste fragment

, hebben ze het over de vernieuwing die wordt opgenomen in de Nieuwe Gids (de trein).
Het gedicht bestaat uit drie delen:

Deel 1: mei was de dochter van de zon en de maan. Op een nacht wordt ze wakker op het
strand waar ze April nog naast haar ziet sterven.

Deel 2: mei kan vliegen dus neemt ze een vlucht, ze gaat de hoogte in en daar ontmoet
ze een mooie jongen genaamd Balder. Balder is een zanger en de zoon van de oppergod
Wodan. De twee worden verliefd maar plots gaat Balder weg, want mei is van de grond
en van de natuur terwijl Balder van de lucht en de hemel is. (Het gedicht gaat over de
kunstenaar die ver van de realiteit staat)

Deel 3: mei is verdrietig en ze reist niet meer. Ze verblijft bij de lyrische ik in een kamer
in een oude stad. Ze kijkt over de stad heen maar kan Balder niet vergeten. Op het einde
zal ze sterven.

Het gedicht is typisch voor Gorter. Hij schrijft teksten met zoveel vernieuwende taal, dit
noemen we sensitivisme. Je laat de werkelijkheid op je afkomen en drukt de ervaring uit.
Bij het impressionisme werd het omgekeerde gedaan, de eigen innerlijke wereld werd
opgelegd aan de realiteit.

HERMAN GORTER, VERZEN (1890)

Er wordt hier geschreven hoe hij de lente ervaart en als er een taalvernieuwing nodig is
om zijn gevoel uit te drukken dan zal hij dat doen. Hij heeft het over het effect van het
licht op de schaduwen.

Het einde van de beweging van tachtig heeft te maken met de spanning tussen het
individualisme en de opkomst van het socialisme. Steeds meer schrijvers van de Nieuwe
Gids gaan kiezen voor het socialisme. Een goed voorbeeld hiervan is Frederik van Eeden
met De kleine Johannes (1887). Op het einde van het derde verhaal kiest de kleine
Johannes voor zijn industriële stad, samen met een Christusfiguur. Hij kiest voor het
collectivisme en niet langer voor het individualisme.

Ook Gorter zal kiezen voor het socialisme, hij leest Karl Marx en wordt lid van de
communistische partij (sociaal democratische arbeiderspartij). Zo schrijft hij Pan (1912)
wat zal gaan over de sociale revolutie. Op deze manier valt de Nieuwe Gids in stukjes en
zal hij stilaan verdwijnen.

HET NATURALISTISCHE PROZA (19 D E EEUW)

SOCIALE EN CULTURELE CONTEXT

We zitten in een periode waar er steeds meer verzuiling is. Het tekent het begin van de
politieke partijen die proberen aanwezig te zijn in zoveel mogelijk verschillende aspecten
van de maatschappij. De zuilen regelen het bestaan van de mensen.

We staan ook aan het begin van het Belgische koloniale bestaan. Leopold II wil dat zijn
land bij de koloniale grootmachten hoort, volgens hem heeft België een kolonie nodig.
Leopold II ging op ontdekking (vb. Guatemala) en vestigt zich uiteindelijk in Congo. In
1884 – 1885 worden, op de Conferentie van Berlijn, de grenzen van de kolonies
vastgelegd. In Europa was België een bufferstaat tussen Frankrijk en Duitsland, en ook in
Afrika vormt Belgisch Congo een bufferzone.

Información del documento

Estudio
Subido en
13 de junio de 2026
Número de páginas
50
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$13.24

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
1
Seguidores
0
Artículos
1
Última venta
2 meses hace


Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes