Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Notas de lectura

Uitgewerkte Onderwijsgroepen Ondernemingsrecht | Universiteit Hasselt | 2025/26

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
92
Subido en
12-06-2026
Escrito en
2024/2025

Dit document bevat uitgewerkte oefenvragen voor het vak Ondernemingsrecht aan Universiteit Hasselt, gericht op het onderwerp 'Bijzondere regels voor ondernemingen'. De vragen behandelen het formele ondernemingsbegrip volgens artikel I.1, 1° WER, met concrete casussen over natuurlijke personen, rechtspersonen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid. Het materiaal helpt je de definitie van onderneming goed te begrijpen en toe te passen op praktische situaties, ideaal voor examenvoorbereiding en het verdiepen van je kennis van ondernemingsrecht.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Onderwijsgroep 1: Bijzondere regels voor ondernemingen - bewijs

Vraag 1 Wat wordt begrepen onder het begrip onderneming in de zin van art.
I.1, 1° WER? Hoe wordt het begrip ingevuld?

Dit artikel bepaalt het formele ondernemingsbegrip:

Formeel: ‘wat men is” (undertaker), als je onderneming bent naar de vorm, je kijkt naar
wat je bent en wie je bent.

Art. I.1, lid 1, 1° WER: “Behoudens andersluidende bepaling, wordt voor de toepassing
van dit Wetboek verstaan onder onderneming elk van volgende organisaties:

a) Iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent: Verwijst
niet expliciet naar ‘duurzame’ activiteit, duurzaamheid is echter inherent aan een
beroepsactiviteit. Beroepsactiviteiten omvatten niet louter commerciële
activiteiten, maar ook activiteiten van beoefenaars van een vrij beroep en alle
andere beroepsactiviteiten die onder het oude recht niet op de lijst van objectieve
daden van koophandel stonden.
b) Iedere rechtspersoon: de feitelijke of statutaire activiteit doet er niet toe, Het
maakt niet uit wat er in de papieren staat (de statuten), het gaat om wat je
effectief doet (de feitelijke activiteit).
c) Iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid

Zijn evenwel in beginsel geen ondernemingen (art. I.1, lid 2, 1° WER)
a) organisaties zonder rechtspersoonlijkheid die geen uitkeringsoogmerk hebben en
die ook in feite geen uitkeringen verrichten (feitelijke verenigingen);
b) iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of diensten aanbiedt
op een markt;
c) de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de
hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de gemeenten, de
meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale organen, de Franse
Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare centra voor
maatschappelijk welzijn.”
Vraag 2 Bespreek voor elk van de volgende situaties of de betrokkene handelt
als onderneming in de zin van art. I.1, 1° WER.
a) Bert baat een zelfstandig apotheek uit en verkoopt zijn grasmachine via
een tweedehandswebsite
Bert is een natuurlijk persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent. Als
apotheker is hij dus een onderneming in de zin van art. I.1, 1°, a, WER. De verkoop van
zijn grasmachine is echter het normaal beheer van zijn persoonlijk vermogen en is dus
geen beroepsactiviteit.

Conclusie: Bert handelt dus niet als onderneming in de zin van art. I.1, 1°, WER.

b) Hendrik is advocaat en verleent advies aan een feitelijke vereniging
Hendrik is een natuurlijk persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent (vrij
beroep). Als advocaat is hij dus een onderneming in de zin van art. I.1, 1°, WER. Het
advies verlenen is een activiteit ten voordele van zijn beroepsvermogen.

Conclusie: Hendrik handelt wel als onderneming in de zin van art. I.1, 1°, WER.


1

, c) Kwebbelaars vzw (kinderdagverblijf) schrijft een factuur uit aan Vanessa
voor de opvang van haar dochter
Kwebbelaars vzw is een rechtspersoon en valt onder art. I.1, 1°, b) WER. Ondanks dat
een vzw geen uitkeringsoogmerk heeft, hebben ze wel rechtspersoonlijkheid en zijn ze
dus geen feitelijke vereniging, waardoor ze niet onder de uitzondering vallen. Het
uitschrijven van de factuur is een activiteit ten voordele van het beroepsvermogen.

Conclusie: Kwebbelaars vzw handelt wel als onderneming in de zin van art. I.1, 1°, WER.

d) Lien is arts en koopt een brood bij bakkerij de Molen
Lien is een natuurlijk persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent (vrij beroep).
Als arts is zij dus een onderneming in de zin van art. I.1, 1°, a) WER, maar het kopen van
een brood is echter het normaal beheer van haar persoonlijk vermogen en is dus geen
beroepsactiviteit.

Conclusie: Lien handelt niet als onderneming in de zin van art. I.1, 1°, WER.

e) OCMW Antwerpen vordert onrechtmatig uitbetaald leefloon terug van
Benny
OCMW Antwerpen is een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en valt
bijgevolg onder de uitzondering van art. I.1, lid 2, c) WER.

Conclusie: OCMW Antwerpen handelt niet als onderneming in de zin van art. I.1, 1°, WER.

f) Feitelijke vereniging ‘de carnavalisten’ huurt een loods om hun
praalwagen te stallen
Een feitelijke vereniging is een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen
uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite geen uitkeringen verricht aan haar leden, dus
valt zij onder de uitzondering van art. I.1, lid 2, a) WER.

Conclusie: De carnavalisten handelen niet als een onderneming in de zin van art. I.1, 1°,
WER.

Bijkomende vraag: Stel dat die feitelijke vereniging een loods huurt om praalwagens van
andere groepen te poetsen etc. en met dat geld gaan ze naar Ibiza? Dan gaan ze wel in
feite uitkeringen verrichten en vallen ze niet meer onder de uitzondering, dus dan zijn ze
wel een onderneming in de zin van c).

g) Poverello vzw baat een opvangcentrum voor daklozen uit
Poverello vzw is een rechtspersoon en valt onder art. I.1, 1°, b) WER. Ondanks dat een
vzw geen uitkeringsoogmerk heeft, hebben ze wel rechtspersoonlijkheid en zijn ze dus
geen feitelijke vereniging, waardoor ze niet onder de uitzondering vallen. Het uitbaten
van een opvangcentrum is dus een beroepsactiviteit.

Conclusie: Poverello vzw handelt wel als onderneming in de zin van art. I.1, 1°, WER.




2

,Vraag 3 Lees art. I.6, 12° WER. Wat kan je over de regeling in dit artikel
zeggen, als je ze vergelijkt met deze van art. I.1, 1° WER? Welke van de
rechtssubjecten uit vraag 2 zijn ondernemingen in de zin van art. I.6, 12° WER?

Dit is het functionele ondernemingsbegrip:

Functioneel = “wat doet men” (“business”)

Art. I.4/1, I.6, 17°, I.7, 2°, I.8, 39°, I.19, 6°, I.20, 7° en I.21, 8° WER: “Voor de toepassing
van […] geldt/gelden de volgende definitie(s): iedere natuurlijke persoon of
rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn
verenigingen.”
● Economisch doel: bestaat uit het aanbieden van goederen of diensten op een
bepaalde markt, de aanbieder wilt een rendement krijgen en de afnemers van de
goederen of diensten betalen een tegenprestatie die minstens de kosten dekt.
● Duurzaam nastreven van economisch doel: met zekere regelmaat of in het kader
van een zekere organisatie.
Let op: Diensten in ondergeschikt verband brengen niet de kwalificatie als onderneming
met zich mee, een onderneming is een onafhankelijke organisatie.

a) Bert baat een zelfstandig apotheek uit en verkoopt zijn grasmachine via
een tweedehandswebsite
Hij biedt een goed aan op de markt, namelijk een grasmachine. Hij doet dit niet met
regelmaat, maar slechts 1 keer.

Conclusie: Bert handelt niet als een onderneming in de zin van art. I.6, 12° WER.

b) Hendrik is advocaat en verleent advies aan een feitelijke vereniging
Hendrik biedt diensten aan op de markt, namelijk het verlenen van advies. Hij doet dit
met zekere regelmaat, aangezien dit als advocaat een van zijn taken is

Conclusie: Hendrik handelt wel als een onderneming in de zin van art. I.6, 12° WER.

c) Kwebbelaars vzw (kinderdagverblijf) schrijft een factuur uit aan
Vanessa voor de opvang van haar dochter
De Kwebbelaars vzw biedt diensten aan op de markt, namelijk het opvangen van
kinderen. Zij doen dit met regelmaat en op een duurzame wijze en voor een organisatie,
aangezien het hun beroepsactiviteit is.

Conclusie: Kwebbelaars vzw handelt wel als een onderneming in de zin van art. I.6, 12°
WER.

d) Lien is arts en koopt een brood bij bakkerij de Molen
Lien biedt geen diensten of goederen aan op de markt door een brood te kopen, dus
streeft ze geen economisch doel na.
Conclusie: Lien handelt niet als een onderneming in de zin van art. I.6, 12° WER.

e) OCMW Antwerpen vordert onrechtmatig uitbetaald leefloon terug van
Benny
OCMW Antwerpen biedt geen goederen of diensten aan door het uitbetalen of
terugvorderen van een leefloon. Ze willen hier ook geen rendement uithalen, omdat ze



3

, geen winstoogmerk hebben. Een OCMW heeft een maatschappelijk doel, geen
economisch doel.

Conclusie: OCMW Antwerpen handelt niet als een onderneming in de zin van art. I.6, 12°
WER.

f) Feitelijke vereniging ‘de carnavalisten’ huurt een loods om hun
praalwagen te stallen
De carnavalisten bieden geen diensten of goederen aan door een loods te huren, dus ze
streven geen economisch doel na. Daarnaast zijn ze een feitelijke vereniging en hebben
ze dus geen winstoogmerk.

Conclusie: De carnavalisten handelen niet als een onderneming in de zin van art. I.6, 12°
WER.

g) Poverello vzw baat een opvangcentrum voor daklozen uit
Poverello vzw biedt diensten aan op de markt, namelijk het aanbieden van opvang voor
daklozen. Ze willen hier echter geen rendement uithalen, aangezien ze een vzw zijn en
dus geen winstoogmerk hebben. Het is echter niet nodig dat er een winstoogmerk is. Het
louter rendement om uit de kosten te geraken is voldoende, dus daar valt de vzw onder.
De vzw doet dit met regelmaat, aangezien het een beroepsactiviteit is. Maatschappelijk
doel, geen economisch doel.

Conclusie: Poverello vzw handelt niet als een onderneming in de zin van art. I.6, 12°
WER.

Vraag 4 Frank bouwt binnenschepen en Sarah baat een dolfinarium uit. Peter
koopt in naam van Frank en Sarah een kleine motorboot voor 50.000 EUR. Die
motorboot wordt nooit betaald. Wie kan de verkoper hiervoor aanspreken (en
voor welk bedrag)? Motiveer kort.

Op basis van art. 5.160, §2, lid 2 BW bestaat er van rechtswege passieve hoofdelijkheid
tussen ondernemingen die tot eenzelfde contractuele verbintenis gehouden zijn. De
verkoper (SE) kan dus bij elke schuldenaar het volledige bedrag vorderen. De
ondernemingen moeten daarna onderling ervoor zorgen dat ieder zijn deel betaalt.

Let op: Dit geldt niet in het geval indien de onderneming een natuurlijke persoon is en
haar contractuele verbintenis kennelijk vreemd is aan de onderneming.

In casu is Frank een onderneming in de zin van art. I.1, 1°, a) WER, net zoals Sarah. Ze
zijn dus beide ondernemingen, wat inhoudt dat er van rechtswege sprake is van passieve
hoofdelijkheid o.b.v. art. 5.160, §2, lid 2, BW.

De verkoper van de motorboot kan dus zowel bij Frank als bij Sarah de 50.000 euro
(volledige schuld) vorderen.

Frank en Sarah zijn alleen aansprakelijk als die koop aan hen toegerekend kan worden.
Dat is alleen wanneer Peter niet bevoegd was, wanneer er een schijnmandaat was of
wanneer er geen mandaat was, maar Sarah en Frank achteraf de koop bekrachtigen. In
de andere gevallen is Peter aansprakelijk en kan de verkoper ook naar hem gaan voor
het geld.




4

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
12 de junio de 2026
Número de páginas
92
Escrito en
2024/2025
Tipo
NOTAS DE LECTURA
Profesor(es)
Colaert
Contiene
Todas las clases

Temas

$24.74
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
rechtenstudent4123 Universiteit Hasselt
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
32
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
19
Documentos
7
Última venta
3 semanas hace
Rechtenstudent Uhasselt

4.3

6 reseñas

5
3
4
2
3
1
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes