, 439:
- Flotter le drapeau → de vlag wapperen
- Cuire / mijoter / reposer un repas → een maaltijd bereiden / laten sudderen / laten rusten
- Pousser / grimper du lierre → klimop laten groeien / omhoog laten klimmen
- Pendre / sécher le linge → de was ophangen / laten drogen
- Trôner / élever / dresser un chêne → een eik staan / planten / laten groeien (rechtop laten
opgroeien)
- Se situer / résider quelque part → zich ergens bevinden / wonen
- Croupir / stagner de l’eau → water dat stil staat / blijft liggen
- Lire / briller / observer / percer qc dans le regard de qn → iets aflezen / zien / opmerken in iemands
blik
- Cacher / dissimuler qc dans son regard → iets verbergen in iemands blik
441 :
- Joncher la terre → de grond bedekken (met iets verspreid liggens, bv. bladeren/rommel)
- Une foule qui se presse → een menigte die zich verdringt / samenpakt
- Sévir une terrible famine → een zware hongersnood heerst
- Germer un esprit → een idee/gedachte ontstaan
- Flamber un feu → een vuur dat fel brandt / opflakkert
- Une vigne qui pousse autour de qc → een wijnstok die rond iets groeit
- Un silence qui règne → er heerst stilte
- Une source qui jaillit qc part → een bron die ergens ontspringt / opwelt
442 :
- Détenir / exercer un pouvoir → macht hebben / uitoefenen
- Rencontrer / emporter / connaître un succès → succes hebben / behalen / kennen
- Porter / vêtir un costume → een kostuum dragen
- Ressentir / éprouver / montrer un scrupule → scrupules voelen / hebben / tonen
- Jouer / tenir / exercer / occuper un rôle → een rol spelen / hebben / vervullen
- Jouir / bénéficier d’une réputation → een reputatie hebben / genieten van een reputatie
- Compter / contenir / comporter des exceptions → uitzonderingen bevatten / omvatten
- Afficher / montrer un visage → een gezicht tonen / laten zien
- Répandre / dégager / diffuser un parfum → een geur verspreiden / afgeven
- Gagner / attirer la sympathie de quelqu’un → iemands sympathie winnen
- Déposer / pratiquer de nombreux loisirs → (geen vaste natuurlijke uitdrukking hier; bedoeld is
meestal praktiseren / beoefenen van veel vrijetijdsactiviteiten)
- Suivre / adopter / pratiquer une méthode → een methode volgen / toepassen
- Essuyer / subir un revers (défaite) important → een zware nederlaag lijden / oplopen
443 :
- Dégager un air de distinction → een indruk van elegantie/onderscheid uitstralen
- Nourrir des projets → plannen/ideeën koesteren
- Compter des actionnaires → aandeelhouders tellen / omvatten
- Produire un effet → een effect hebben / veroorzaken
- Comporter des avantages → voordelen inhouden / hebben
- Mesurer quelques mètres de long → enkele meters lang zijn
- Plonger ses racines → zijn wortels diep laten groeien
- Recevoir des visiteurs → bezoekers ontvangen
- Supporter des charges → lasten/ kosten dragen
444 :