Begrippenlijst Analyse van mediateksten
Les 1: Introductie
Begrip Definitie
Tekst Een georganiseerde verzameling tekens
(woorden, beelden, geluiden) die samen
betekenis creëren / Een literair product (bv
gedicht) / Een georganiseerde verzameling
woorden (meestal geschreven). Teksten
kunnen geschreven, visueel of multimodaal
zijn.
Tekstanalyse De studie van hoe teksten betekenissen
creëren en wat die betekenissen zijn, zowel
via hun inhoud als via hun context. Dit kan
kwantitatief (gericht op waarneembare
patronen) of kwalitatief (gericht op
interpretatie en culturele betekenisgeving)
worden uitgevoerd.
2 manieren van kijken
1. Media als spiegel Teksten worden gezien als reflecties van de
wereld, waarbij de focus ligt op objectieve
representatie.
2. Media als Teksten worden gezien als cultuurspecifieke en
creator / ‘shaper’ geïnterpreteerde constructies die actief
betekenis creëren en beïnvloeden.
Tekens Artefacten of handelingen die verwijzen naar
iets buiten zichzelf; het zijn betekenis
verlenende constructen.
Codes Codes vormen systemen die tekens
organiseren en bepalen hoe tekens zich tot
elkaar verhouden (bv talen)
Theoretisch nut Teksten zijn een vorm van sociale actie en
(tekstanalyse) engagement. (De ‘constructivistische’ aanpak)
(Ze weerspiegelen en beïnvloeden sociale
1
, processen en machtsverhoudingen)
Methodologisch nut Teksten zijn een belangrijke bron van bewijs
(tekstanalyse) voor sociale wetenschappers, als alternatief
voor bv. enquêtes
Historisch nut Teksten fungeren als barometers van sociale
(tekstanalyse) en culturele processen / veranderingen door
de tijd heen.
Politiek nut Teksten zijn loci / kernen van sociale controle
(tekstanalyse) en dominantie. Ze spelen een rol in het in
stand houden of uitdagen van
machtsstructuren en ideologieën.
Encoding Het proces waarbij een zender een boodschap
verpakt in tekens en codes om betekenis over
te brengen.
Decoding Het proces waarbij een ontvanger de
boodschap interpreteert en betekenis geeft
aan de tekens en codes.
Implied audience Het publiek dat de maker van een tekst in
gedachten heeft bij het creëren van de
boodschap. Dit publiek wordt verondersteld de
boodschap op een bepaalde manier te
begrijpen.
Publieksonderzoek De studie van hoe het publiek betekenissen
interpreteert en construeert obv
mediateksten. Die betekenissen zijn niet
vaststaand en daarom ook niet voorspelbaar.
Processchool Een benadering van communicatie die de
nadruk legt op de lineaire overdracht van
boodschappen van zender naar ontvanger,
met focus op effectiviteit en de stappen in het
proces van overdracht.
Structureel- Een benadering die communicatie ziet als de
semiotische school productie en uitwisseling van boodschappen;
het onderzoek betreft voornamelijk de studie
van tekst en cultuur / de ‘works of
communication’.
Works of Georganiseerde boodschappen zoals teksten,
2
, communication beelden of andere media-uitingen die bedoeld
zijn om betekenis over te brengen en te delen
binnen een culturele context.
Ruis Storing / afleiding die de perceptie vd
boodschap kan beïnvloeden (bv krakende
radio, defect tv-scherm, …)
Signaal De fysieke vorm / drager van een boodschap
(bv beelden, radiogolven, teksten, …)
Technisch niveau Het niveau waarop de accuraatheid van de
overdracht van tekens wordt beoordeeld (bv
ruis in een signaal).
Semantisch niveau Het niveau waarop wordt beoordeeld hoe
precies de overgebrachte tekens de gewenste
betekenis uitdrukken.
Psychologisch niveau Het niveau waarop wordt gekeken of de
geproduceerde betekenis daadwerkelijk is
aangekomen zoals bedoeld.
Effectiviteit De mate waarin de boodschap succesvol is in
het bereiken van het gewenste gedrag bij de
ontvanger.
Redundantie Het voorspelbare of conventionele in een
boodschap; veel redundantie lage
informatiewaarde & hoge voorspelbaarheid.
(bv soaps, lessen, Jommeke-strips, …)
Entropie Het onvoorspelbare of nieuwe in een
boodschap; veel entropie hoge
informatiewaarde & lagere voorspelbaarheid.
(bv het nieuws, kranten, …)
Symbolen Tekens die op een conventionele manier
verwijzen naar iets, zoals woorden; hebben
betekenis door afspraak.
Iconen Tekens die een fysieke gelijkenis vertonen met
wat ze representeren (bv een foto van
iemand, emoji’s, …)
Indices (index) Tekens die een directe, causale relatie hebben
met wat ze representeren; zintuiglijk
3
Les 1: Introductie
Begrip Definitie
Tekst Een georganiseerde verzameling tekens
(woorden, beelden, geluiden) die samen
betekenis creëren / Een literair product (bv
gedicht) / Een georganiseerde verzameling
woorden (meestal geschreven). Teksten
kunnen geschreven, visueel of multimodaal
zijn.
Tekstanalyse De studie van hoe teksten betekenissen
creëren en wat die betekenissen zijn, zowel
via hun inhoud als via hun context. Dit kan
kwantitatief (gericht op waarneembare
patronen) of kwalitatief (gericht op
interpretatie en culturele betekenisgeving)
worden uitgevoerd.
2 manieren van kijken
1. Media als spiegel Teksten worden gezien als reflecties van de
wereld, waarbij de focus ligt op objectieve
representatie.
2. Media als Teksten worden gezien als cultuurspecifieke en
creator / ‘shaper’ geïnterpreteerde constructies die actief
betekenis creëren en beïnvloeden.
Tekens Artefacten of handelingen die verwijzen naar
iets buiten zichzelf; het zijn betekenis
verlenende constructen.
Codes Codes vormen systemen die tekens
organiseren en bepalen hoe tekens zich tot
elkaar verhouden (bv talen)
Theoretisch nut Teksten zijn een vorm van sociale actie en
(tekstanalyse) engagement. (De ‘constructivistische’ aanpak)
(Ze weerspiegelen en beïnvloeden sociale
1
, processen en machtsverhoudingen)
Methodologisch nut Teksten zijn een belangrijke bron van bewijs
(tekstanalyse) voor sociale wetenschappers, als alternatief
voor bv. enquêtes
Historisch nut Teksten fungeren als barometers van sociale
(tekstanalyse) en culturele processen / veranderingen door
de tijd heen.
Politiek nut Teksten zijn loci / kernen van sociale controle
(tekstanalyse) en dominantie. Ze spelen een rol in het in
stand houden of uitdagen van
machtsstructuren en ideologieën.
Encoding Het proces waarbij een zender een boodschap
verpakt in tekens en codes om betekenis over
te brengen.
Decoding Het proces waarbij een ontvanger de
boodschap interpreteert en betekenis geeft
aan de tekens en codes.
Implied audience Het publiek dat de maker van een tekst in
gedachten heeft bij het creëren van de
boodschap. Dit publiek wordt verondersteld de
boodschap op een bepaalde manier te
begrijpen.
Publieksonderzoek De studie van hoe het publiek betekenissen
interpreteert en construeert obv
mediateksten. Die betekenissen zijn niet
vaststaand en daarom ook niet voorspelbaar.
Processchool Een benadering van communicatie die de
nadruk legt op de lineaire overdracht van
boodschappen van zender naar ontvanger,
met focus op effectiviteit en de stappen in het
proces van overdracht.
Structureel- Een benadering die communicatie ziet als de
semiotische school productie en uitwisseling van boodschappen;
het onderzoek betreft voornamelijk de studie
van tekst en cultuur / de ‘works of
communication’.
Works of Georganiseerde boodschappen zoals teksten,
2
, communication beelden of andere media-uitingen die bedoeld
zijn om betekenis over te brengen en te delen
binnen een culturele context.
Ruis Storing / afleiding die de perceptie vd
boodschap kan beïnvloeden (bv krakende
radio, defect tv-scherm, …)
Signaal De fysieke vorm / drager van een boodschap
(bv beelden, radiogolven, teksten, …)
Technisch niveau Het niveau waarop de accuraatheid van de
overdracht van tekens wordt beoordeeld (bv
ruis in een signaal).
Semantisch niveau Het niveau waarop wordt beoordeeld hoe
precies de overgebrachte tekens de gewenste
betekenis uitdrukken.
Psychologisch niveau Het niveau waarop wordt gekeken of de
geproduceerde betekenis daadwerkelijk is
aangekomen zoals bedoeld.
Effectiviteit De mate waarin de boodschap succesvol is in
het bereiken van het gewenste gedrag bij de
ontvanger.
Redundantie Het voorspelbare of conventionele in een
boodschap; veel redundantie lage
informatiewaarde & hoge voorspelbaarheid.
(bv soaps, lessen, Jommeke-strips, …)
Entropie Het onvoorspelbare of nieuwe in een
boodschap; veel entropie hoge
informatiewaarde & lagere voorspelbaarheid.
(bv het nieuws, kranten, …)
Symbolen Tekens die op een conventionele manier
verwijzen naar iets, zoals woorden; hebben
betekenis door afspraak.
Iconen Tekens die een fysieke gelijkenis vertonen met
wat ze representeren (bv een foto van
iemand, emoji’s, …)
Indices (index) Tekens die een directe, causale relatie hebben
met wat ze representeren; zintuiglijk
3