PERSONEN- EN FAMILIERECHT
Volgorde voor het oplossen van een vraag tijdens het examen:
1. Waar in de cursus bevindt zich dat (bv. persoonlijkheidsrechten + meer specifiek)
2. Wetsartikel dat daarop van toepassing is
3. Over wie gaat het (bv. een man, 2 gezinnen, …)
4. Waarover gaat het (bv. uitleg over het vonnis, arrest, …)
5. Eigen mening
Personenrecht: regelt in welke mate personen mogen deelnemen aan het rechtsverkeer
- Onderdeel burgerlijk recht
- Bepaalt in het algemeen wie een persoon is, welke zijn rechten en plichten zijn als enkeling
- Regelt de bescherming van personen
Horizontale zin: ouders die een koppel vormen, gaan huwen en kinderen krijgen.
(levensgemeenschappen)
Verticale zin: in het kader van de afstand (grootouders – ouders – kinderen)
Familierecht:
- Onderdeel burgerlijk recht
- Regelt het statuut van verhouding enerzijds gebaseerd op afstamming en anderzijds op
levensgemeenschap tussen volwassenen.
Personen- en familierecht: vindplaats?
- Burgerlijk Wetboek (personenrecht vind je vooraan)
- “personen” (art. 3 tot art. 502 oud BW)
- Afzonderlijke wetgeving
Bv. bescherming personen met en psychiatrisch aandoening (wet 26.06.1990),
jeugdbescherming (wet 8.04.1964), rechten van patiënten (wet 22.08.2002), …
- Relatievermogensrecht (vermogensrechtelijke gevolgen die ontstaan als 2 mensen een
duurzame relatie aangaan)
- Internationaal recht speelt ook belangrijke rol
- EVRM (Rome,4.11.1950) -> artikel 8 (Recht op eerbiediging van het privé-,familie- en
gezinsleven)
- IVBPR (10.12.1968)
1
, - IVRK (20.11.1989)
- Handvest van de Grondrechten van de EU
Belang van de Rechtspraak:
- Leemten in de wet opvullen
- EHRM : arrest Marckx / België d.d. 13.06.1979 (de Belgische wetgeving over de natuurlijke
kinderen maakt op 3 punten een schending uit van het EVRM)
- GwH: Hoven en Rechtbanken kunnen préjudiciële vragen stellen, wetten toetsen aan
sommige bepalingen van de Gw, o.a. art 10 (gelijkheidsbeginsel) en art. 11
(discriminatieverbod)
Raakvlakken met andere rechtsvakken
- Huwelijksvermogensrecht: “familiaal vermogensrecht” (Boek II, Titel 3, BW
Relatievermogensrecht)
- Het erfrecht: “erfrechtelijke overgang van de goederen binnen de familie” (Boek IV:
nalatenschappen, schenkingen en testamenten, BW)
- Het gerechtelijk privaatrecht:
Familierechtbank binnen de Rechtbank van Eerste Aanleg -> één dossier één rechter
(opgericht door wet 30.07.2013)
bemiddelen via KMS,
hoorrecht
- Het strafrecht:
“familieverlating”, art. 391bis Sw
“kindermisbruik”
- Het fiscaal recht en het sociaalzekerheidsrecht: “ de familiale verhoudingen”
Samenhang tussen personenrecht en familierecht:
- Naamrecht
personenrecht (naam is element van de staat van een persoon)
familierecht (verwerving van de naam via afstamming, adoptie)
- jeugdbeschermingsrecht
personenbeschermingsrecht: belang van het kind
(gedeeltelijk) familierecht: opvoeding
2
,DEEL I. Personenrecht
Titel I. Persoonlijkheid
HFD 1. De persoon
1. Begripsbepaling
De persoon = elke entiteit die drager kan zijn van rechten en plichten (deze eigenschap heet
‘rechtsbekwaamheid’)
Persoonlijkheid = het geheel van zijn rechten en plichten
2. Wie is persoon
Natuurlijke personen: iedere levende persoon (van vlees en bloed)
- alleen mensen zijn personen (dieren NIET -> genieten wel een zekere bescherming)
- elke mens heeft rechten en plichten
- kan goederen kopen, mag huwen, kan erven, mag schenken, …
- alleen de levende men is een persoon (embryo, lijk, foetus hebben geen
rechtspersoonlijkheid wel bijzondere rechtsbescherming)
- zijn allen rechtsbekwaam en principieel in gelijke mate (art. 10 Gw. en art. 4 oud BW)
- er kan GEEN beslag gelegd worden op ‘de handelswaarde’ van een mens (bv. een
profvoetballer -> er wordt geld geboden voor de kwaliteit / het uitoefenen van de sport als
handelswaarde en niet de persoon zelf)
Beperking subjectieve rechten: Wet of Rechter ontneemt of ontzegt aan enkele personen een
beperkt aantal subjectieve rechten (= rechten die een individu kan uitoefenen of afdwingen).
Beperking rechtsbekwaamheid:
- Vreemdelingen hebben niet alle politieke rechten (stemrecht, bekleden van een politiek
mandaat)
- Bepaalde door wet opgesomde personen in relatie tot bepaald andere personen (art. 4.142
BW en art. 215 oud BW -> echtgeno(o)t(e) kan de gezinswoning niet verkopen)
- Door rechter (art. 4.6 BW -> onwaardigheid om te erven) en art. 32 Jeugdbeschermingswet
-> ontzetting uit ouderlijk gezag)
-
Rechtspersonen: een groepering van mensen of rechtspersonen die drager zijn als groepering van
rechten en plichten
3
, Gevolg: rechtspersonen kunnen, los van de samenstellende natuurlijke personen, aan het
rechtsverkeer deelnemen zoals een mens, als drager van subjectieve rechten en plichten (bv.
verenigingen (vzw’s), vennootschappen)
3. Ontstaan en beëindigen van de persoonlijkheid van de natuurlijke persoon
Ontstaan
De persoonlijkheid van de mens vangt aan met de geboorte (NIET bij de verwekking)
- Levend: vanaf 24 weken (6 maanden), een doodgeboren kind verwerft geen persoonlijkheid
- Levensvatbaar: dus niet in de onmogelijkheid verkeren om te overleven (bv. extreme
vroeggeboorte niet)
Een verwekt kind: kan al titularis zijn van bepaalde rechten en plichten voor de geboorte in zoverre
het later levend en levensvatbaar geboren wordt (bv. kind van Wouter Weylandt. ‘Infans conceptus
pro iam nato habetur quotiens de commode eius agitur’)
Vermoeden van verwekking : 300 tot 180e dag voor geboorte
Beëindigen
- Eindigt met overlijden
- Bij euthanasie wordt geacht natuurlijke dood gestorven te zijn voor wat betreft uitvoering
overeenkomst waarbij hij partij was (bv. levensverzekring)
- Verdacht overlijden? (Mogelijk dient gerechtsarts ingeschakeld te worden)
- Faillietverklaring is mogelijk 6 maanden na overlijden
- Wet voorziet geen definitie van ogenblik van dood (wanneer alle functies nodig voor
handhaving menselijk leven “volledig” en “onomkeerbaar” uitgevallen zijn)
- Orgaanuitneming ‘ex mortuo’: het overlijden van de donor moet worden vastgesteld door
een college van 3 geneesheren
- Co-morientes-leer: indien de volgorde waarin 2 of meer personen zijn overleden niet kan
worden bepaald, stelt de wet een vermoeden van gelijktijdig overlijden
- Bv. vliegtuigramp, treinramp
HFD 2. De staat van de persoon
1. Algemeen
Begripsbepaling
Staat van de persoon = geheel van persoonlijke en persoonlijke relatiegebonden hoedanigheden van
een persoon die zijn juridische plaats in de maatschappij en de familie bepalen (bv. Belg zijn, gehuwd
zijn, …)
- Het is een rechtstoestand van een persoon die zijn rechten en plichten bepalen.
- Zie art. 6, §2 oud BW: “De staat van een persoon is het geheel van bepaalde hoedanigheden
van een persoon die zijn rechtspositie in de familie en in de maatschappij bepalen en die
4
Volgorde voor het oplossen van een vraag tijdens het examen:
1. Waar in de cursus bevindt zich dat (bv. persoonlijkheidsrechten + meer specifiek)
2. Wetsartikel dat daarop van toepassing is
3. Over wie gaat het (bv. een man, 2 gezinnen, …)
4. Waarover gaat het (bv. uitleg over het vonnis, arrest, …)
5. Eigen mening
Personenrecht: regelt in welke mate personen mogen deelnemen aan het rechtsverkeer
- Onderdeel burgerlijk recht
- Bepaalt in het algemeen wie een persoon is, welke zijn rechten en plichten zijn als enkeling
- Regelt de bescherming van personen
Horizontale zin: ouders die een koppel vormen, gaan huwen en kinderen krijgen.
(levensgemeenschappen)
Verticale zin: in het kader van de afstand (grootouders – ouders – kinderen)
Familierecht:
- Onderdeel burgerlijk recht
- Regelt het statuut van verhouding enerzijds gebaseerd op afstamming en anderzijds op
levensgemeenschap tussen volwassenen.
Personen- en familierecht: vindplaats?
- Burgerlijk Wetboek (personenrecht vind je vooraan)
- “personen” (art. 3 tot art. 502 oud BW)
- Afzonderlijke wetgeving
Bv. bescherming personen met en psychiatrisch aandoening (wet 26.06.1990),
jeugdbescherming (wet 8.04.1964), rechten van patiënten (wet 22.08.2002), …
- Relatievermogensrecht (vermogensrechtelijke gevolgen die ontstaan als 2 mensen een
duurzame relatie aangaan)
- Internationaal recht speelt ook belangrijke rol
- EVRM (Rome,4.11.1950) -> artikel 8 (Recht op eerbiediging van het privé-,familie- en
gezinsleven)
- IVBPR (10.12.1968)
1
, - IVRK (20.11.1989)
- Handvest van de Grondrechten van de EU
Belang van de Rechtspraak:
- Leemten in de wet opvullen
- EHRM : arrest Marckx / België d.d. 13.06.1979 (de Belgische wetgeving over de natuurlijke
kinderen maakt op 3 punten een schending uit van het EVRM)
- GwH: Hoven en Rechtbanken kunnen préjudiciële vragen stellen, wetten toetsen aan
sommige bepalingen van de Gw, o.a. art 10 (gelijkheidsbeginsel) en art. 11
(discriminatieverbod)
Raakvlakken met andere rechtsvakken
- Huwelijksvermogensrecht: “familiaal vermogensrecht” (Boek II, Titel 3, BW
Relatievermogensrecht)
- Het erfrecht: “erfrechtelijke overgang van de goederen binnen de familie” (Boek IV:
nalatenschappen, schenkingen en testamenten, BW)
- Het gerechtelijk privaatrecht:
Familierechtbank binnen de Rechtbank van Eerste Aanleg -> één dossier één rechter
(opgericht door wet 30.07.2013)
bemiddelen via KMS,
hoorrecht
- Het strafrecht:
“familieverlating”, art. 391bis Sw
“kindermisbruik”
- Het fiscaal recht en het sociaalzekerheidsrecht: “ de familiale verhoudingen”
Samenhang tussen personenrecht en familierecht:
- Naamrecht
personenrecht (naam is element van de staat van een persoon)
familierecht (verwerving van de naam via afstamming, adoptie)
- jeugdbeschermingsrecht
personenbeschermingsrecht: belang van het kind
(gedeeltelijk) familierecht: opvoeding
2
,DEEL I. Personenrecht
Titel I. Persoonlijkheid
HFD 1. De persoon
1. Begripsbepaling
De persoon = elke entiteit die drager kan zijn van rechten en plichten (deze eigenschap heet
‘rechtsbekwaamheid’)
Persoonlijkheid = het geheel van zijn rechten en plichten
2. Wie is persoon
Natuurlijke personen: iedere levende persoon (van vlees en bloed)
- alleen mensen zijn personen (dieren NIET -> genieten wel een zekere bescherming)
- elke mens heeft rechten en plichten
- kan goederen kopen, mag huwen, kan erven, mag schenken, …
- alleen de levende men is een persoon (embryo, lijk, foetus hebben geen
rechtspersoonlijkheid wel bijzondere rechtsbescherming)
- zijn allen rechtsbekwaam en principieel in gelijke mate (art. 10 Gw. en art. 4 oud BW)
- er kan GEEN beslag gelegd worden op ‘de handelswaarde’ van een mens (bv. een
profvoetballer -> er wordt geld geboden voor de kwaliteit / het uitoefenen van de sport als
handelswaarde en niet de persoon zelf)
Beperking subjectieve rechten: Wet of Rechter ontneemt of ontzegt aan enkele personen een
beperkt aantal subjectieve rechten (= rechten die een individu kan uitoefenen of afdwingen).
Beperking rechtsbekwaamheid:
- Vreemdelingen hebben niet alle politieke rechten (stemrecht, bekleden van een politiek
mandaat)
- Bepaalde door wet opgesomde personen in relatie tot bepaald andere personen (art. 4.142
BW en art. 215 oud BW -> echtgeno(o)t(e) kan de gezinswoning niet verkopen)
- Door rechter (art. 4.6 BW -> onwaardigheid om te erven) en art. 32 Jeugdbeschermingswet
-> ontzetting uit ouderlijk gezag)
-
Rechtspersonen: een groepering van mensen of rechtspersonen die drager zijn als groepering van
rechten en plichten
3
, Gevolg: rechtspersonen kunnen, los van de samenstellende natuurlijke personen, aan het
rechtsverkeer deelnemen zoals een mens, als drager van subjectieve rechten en plichten (bv.
verenigingen (vzw’s), vennootschappen)
3. Ontstaan en beëindigen van de persoonlijkheid van de natuurlijke persoon
Ontstaan
De persoonlijkheid van de mens vangt aan met de geboorte (NIET bij de verwekking)
- Levend: vanaf 24 weken (6 maanden), een doodgeboren kind verwerft geen persoonlijkheid
- Levensvatbaar: dus niet in de onmogelijkheid verkeren om te overleven (bv. extreme
vroeggeboorte niet)
Een verwekt kind: kan al titularis zijn van bepaalde rechten en plichten voor de geboorte in zoverre
het later levend en levensvatbaar geboren wordt (bv. kind van Wouter Weylandt. ‘Infans conceptus
pro iam nato habetur quotiens de commode eius agitur’)
Vermoeden van verwekking : 300 tot 180e dag voor geboorte
Beëindigen
- Eindigt met overlijden
- Bij euthanasie wordt geacht natuurlijke dood gestorven te zijn voor wat betreft uitvoering
overeenkomst waarbij hij partij was (bv. levensverzekring)
- Verdacht overlijden? (Mogelijk dient gerechtsarts ingeschakeld te worden)
- Faillietverklaring is mogelijk 6 maanden na overlijden
- Wet voorziet geen definitie van ogenblik van dood (wanneer alle functies nodig voor
handhaving menselijk leven “volledig” en “onomkeerbaar” uitgevallen zijn)
- Orgaanuitneming ‘ex mortuo’: het overlijden van de donor moet worden vastgesteld door
een college van 3 geneesheren
- Co-morientes-leer: indien de volgorde waarin 2 of meer personen zijn overleden niet kan
worden bepaald, stelt de wet een vermoeden van gelijktijdig overlijden
- Bv. vliegtuigramp, treinramp
HFD 2. De staat van de persoon
1. Algemeen
Begripsbepaling
Staat van de persoon = geheel van persoonlijke en persoonlijke relatiegebonden hoedanigheden van
een persoon die zijn juridische plaats in de maatschappij en de familie bepalen (bv. Belg zijn, gehuwd
zijn, …)
- Het is een rechtstoestand van een persoon die zijn rechten en plichten bepalen.
- Zie art. 6, §2 oud BW: “De staat van een persoon is het geheel van bepaalde hoedanigheden
van een persoon die zijn rechtspositie in de familie en in de maatschappij bepalen en die
4