HOOFDSTUK 1 BIOLOGIE SAMENVATTING
(HAVO/VWO)
1.1
Biologie gaat over organismen. Een organisme is een levend wezen. Mensen, dieren en
planten zijn organismen, net als bacteriën en schimmels. Alle organismen hebben
levenskenmerken. Door levenskenmerken weet je of iets levend is, en dus een organisme.
Een steen heeft geen levenskenmerken. Een steen is dus geen organisme.
De zeven levenskenmerken zijn:
• ademhalen
• voeden
• uitscheiden
• waarnemen
• bewegen
• voortplanten
• groeien
1.2
Groei is het groter en zwaarder worden van een organisme. veranderingen in de bouw van
een organisme is ontwikkeling
, 1.4
Ook in jouw lichaam vindt ontwikkeling plaats. Verandering in de bouw van je lichaam noem
je lichamelijke ontwikkeling. In afbeelding 1 zie je hoe het lichaam van een meisje groeit en
zich ontwikkelt tot het lichaam van
een volwassen vrouw.
Bij mensen vindt naast lichamelijke
ontwikkeling ook geestelijke
ontwikkeling plaats. Het verstand,
het gevoelsleven en de
persoonlijkheid ontwikkelen zich.
Een derde soort ontwikkeling bij
mensen is motorische
ontwikkeling. Dat betekent dat je
bepaalde bewegingen leert. Een
peuter leert bijvoorbeeld lopen.
Het leven van een mens kun je indelen in levensfasen. In elke fase vindt lichamelijke,
geestelijke en motorische ontwikkeling plaats. Een mensenleven bestaat uit acht fasen:
• baby (Deze levensfase duurt bij de meeste kinderen anderhalf jaar. Een baby is afhankelijk
van andere mensen. Vooral in het eerste levensjaar (van 0 tot 1 jaar) groeit een baby erg
hard.)
• peuter (Kinderen van 1½ tot 4 jaar heten peuters. Dan leren ze ook al praten en lopen.)
• kleuter (Kinderen van 4 tot 6 jaar heten kleuters)
• schoolkind (Een mens van 6 tot 12 jaar wordt een schoolkind genoemd. Een schoolkind
leert onder andere lezen, schrijven en rekenen.)
• puber
• adolescent
• volwassene
• oudere of bejaarde
1.5
Je voedsel levert de voedingsstoffen: stoffen die nodig zijn voor groei en ontwikkeling van je
lichaam. Ook je energie haal je uit het voedsel dat je eet of drinkt.
(HAVO/VWO)
1.1
Biologie gaat over organismen. Een organisme is een levend wezen. Mensen, dieren en
planten zijn organismen, net als bacteriën en schimmels. Alle organismen hebben
levenskenmerken. Door levenskenmerken weet je of iets levend is, en dus een organisme.
Een steen heeft geen levenskenmerken. Een steen is dus geen organisme.
De zeven levenskenmerken zijn:
• ademhalen
• voeden
• uitscheiden
• waarnemen
• bewegen
• voortplanten
• groeien
1.2
Groei is het groter en zwaarder worden van een organisme. veranderingen in de bouw van
een organisme is ontwikkeling
, 1.4
Ook in jouw lichaam vindt ontwikkeling plaats. Verandering in de bouw van je lichaam noem
je lichamelijke ontwikkeling. In afbeelding 1 zie je hoe het lichaam van een meisje groeit en
zich ontwikkelt tot het lichaam van
een volwassen vrouw.
Bij mensen vindt naast lichamelijke
ontwikkeling ook geestelijke
ontwikkeling plaats. Het verstand,
het gevoelsleven en de
persoonlijkheid ontwikkelen zich.
Een derde soort ontwikkeling bij
mensen is motorische
ontwikkeling. Dat betekent dat je
bepaalde bewegingen leert. Een
peuter leert bijvoorbeeld lopen.
Het leven van een mens kun je indelen in levensfasen. In elke fase vindt lichamelijke,
geestelijke en motorische ontwikkeling plaats. Een mensenleven bestaat uit acht fasen:
• baby (Deze levensfase duurt bij de meeste kinderen anderhalf jaar. Een baby is afhankelijk
van andere mensen. Vooral in het eerste levensjaar (van 0 tot 1 jaar) groeit een baby erg
hard.)
• peuter (Kinderen van 1½ tot 4 jaar heten peuters. Dan leren ze ook al praten en lopen.)
• kleuter (Kinderen van 4 tot 6 jaar heten kleuters)
• schoolkind (Een mens van 6 tot 12 jaar wordt een schoolkind genoemd. Een schoolkind
leert onder andere lezen, schrijven en rekenen.)
• puber
• adolescent
• volwassene
• oudere of bejaarde
1.5
Je voedsel levert de voedingsstoffen: stoffen die nodig zijn voor groei en ontwikkeling van je
lichaam. Ook je energie haal je uit het voedsel dat je eet of drinkt.