Onderwijs, welzijn en gezin
Lesgevers: Hildegard Gobeyn, Liesbeth Lambert (titularis)
.Introductie
In dit opleidingsonderdeel worden twee grote opvoedingscontexten van kinderen en jongeren
bestudeerd en hoe sociaal werkers hierin interveniëren.
• Onderwijscontext (Hildegard Gobeyn) (les 1-6)
• Gezinscontext (Liesbeth Lambert) (les 7-12)
Introductie (2)
• 6 lesweken bestaande uit hoorcolleges, werkcolleges en gastspreekster.
• Aanwezigheid in de les is niet verplicht
• Studiemateriaal:
o ppt’s
o teksten via chamilo
o gastspreker(s)
o hoorcolleges
Introductie (3)
Overzicht lesinhoud:
• Introductie olod
• Historisch-maatschappelijke exploratie van de onderwijscontext.
• Kennismaking en duiding van het begrip zorg en zorginterventies om het welbevinden van
leerlingen te verhogen.
• Decreet leerlingenbegeleiding (2018).
• Decreet leersteun (2023)
• Topproblemen bij het CLB (autonoom leermateriaal
Introductie (3)
• Gastspreekster Lien De Maegd (psycholoog CLB GO Voskenslaan, Gent)
25 februari van 13.30 - 15.30uur → Wat betekent het decreet leerlingenbegeleiding en
decreet leersteun in de praktijk?
• Labelen van kinderen en jongeren bekeken vanuit een sociaal werk perspectief.
• Dialoogtafel studenten.
• Gastspreekster: Fien Verschelde (Brugfiguur Sint – Janscollege Visitatie) basissschool
• Actuele ontwikkelingen en spanningsvelden in de onderwijscontext a.d.h.v dialoogtafels
Internationale ontwikkeling : Onderwijssysteem in Engeland.
• Toelichting mondeling examen.
1
,Hoofdstuk 1: Introductie
• Opvoeding van kinderen en jongeren is al lang niet meer beperkt tot het gezin. Onderwijs,
kinderopvang, huizen van het kind,…..ondersteunen elk op hun eigen manier de groei van
kinderen en jongeren, families en lokale gemeenschappen.
o Opvoeding kinderen en jongeren -> niet meer enkel gezin OOK onderwijs, kinderopvang,
huizen van het kind… -> kwaliteitsvolle basisvoorzieningen die een basisrecht vormen
voor alle kinderen jongeren, families en lokale gemeenschappen
• In dit opleidingsonderdeel vertrekken we vanuit de overtuiging dat onderwijs, kinderopvang en
gezinsondersteuning (huizen van het kind) kwaliteitsvolle basisvoorzieningen zijn die een
basisrecht vormen voor alle kinderen en jongeren, families en lokale gemeenschappen.
Wat zijn essentiële bouwstenen voor de uitbouw van kwaliteitsvolle basisvoorzieningen mogelijk te
maken? Kwaliteitsvolle basisvoorzieningen waar elk kind en jongeren recht op hebben. Wat is criteria wat
een kwaliteitsvolle basisvoorziening is? -> bouwstenen ontwikkeld
5 bouwstenen voor kwaliteitsvolle basisvoorzieningen:
1. Proportioneel
universalisme
5. Politiserend Kwaliteitsvolle 2.
werken Leefwereldgericht
basisvoorzieningen
Bouwstenen
4. Geïntegreerd
3. Toegankelijk
werken
1. Proportioneel universalisme:
Het basisprincipe van een universele dienstverlening voor iedereen, die varieert in schaal en intensiteit.
Het is m.a.w. dienstverlening die zich richt naar alle burgers, maar waarbij tegelijk bijzondere aandacht
gaat naar ondersteuningsnoden van zwakkere groepen binnen deze universele dienstverlening.
Het doel is om Mattheüs-effecten tegen te gaan en daardoor gezondheids-, onderwijs en
welzijnsongelijkheden verminderen.
Voor iedereen een basisvoorziening, maar binnenin toch bep doelgroepen extra aangeven
Vb: groeipakket -> kind op wereld krijg je groeipakket (recht van het kind), maar als je tot bep doelgroepen
behoort (vb: kind met beperking, wees) kan je extra toelagen krijgen
Actueel: complete vergrijzing in west europa, Frankrijk stuurt een brief naar 29jarige vrouwen om kinderen
te krijgen (wel veel kritiek op gekomen) vanaf 29 jaar bij vrouw gaat het alleen maar naar beneden met
vruchtbaarheid cellen, bij mannen maakt leeftijd niet echt uit belgie denkt hier nu ook aan
2
, 2. Leefwereld gericht:
• aansluiting vinden bij de problemen, de kwesties en de ervaringen van onrecht die zich voordoen
in de leefwereld van kinderen, jongeren, hun families en lokale gemeenschappen.
• Deze ervaringen als sociaal werker leren kennen en te begrijpen. Ervaringen en noden van
burgers maar ook onderzoeken wat de noden zijn in de buurt, regio en de gemeenschap.
• Een leefwereld benadering mag echter niet blijven hangen in de leefwereld zelf.
• Er dient verbinding te worden gemaakt met de systeemwereld.
o Leefwereld -> noden en behoeften individu
o Systeemwereld -> noden en behoeften systemen, instituten
o Vertrekken vanuit wat heb je nodig
3. Toegankelijkheid:
Basisvoorzieningen zijn toegankelijk voor iedereen en maken constant werk om zoveel mogelijk kinderen,
jongeren, families en lokale gemeenschappen proactief te bereiken. Ze denken kritisch na over hun
bereikbaarheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid, begrijpbaarheid en bruikbaarheid.
Rekening houdend met Mattheuseffect van dienstverlening, grijpen ze in om verschillende doelgroepen op
diverse manieren te bereiken en te betrekken
Werken aan toegankelijkheid betreft zowel voor de deur als na de deur van de voorziening.
! 5B’s rond toegankelijkheid: Kritisch nadenken over bereikbaarheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid,
begrijpbaarheid, bruikbaarheid (5B’s)
4. Geïntegreerd werken:
Integrale zorg legt het perspectief van de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood op als
uitgangspunt van de dienstverlening en maakt oude aanbodsgestuurde modellen van zorgverlening
overbodig. Integrale zorg is flexibel, op maat en naadloos. Dit vraagt een goede coördinatie van de
verleende diensten.
Weg van het gefragmenteerde welzijns/onderwijs en gezondheidsaanbod waardoor mensen tussen de
mazen van het net vallen.
5. Politiserend werken:
• Waarborgen van (toegang tot) rechten -> mensen echt sociale rechten kunnen gebruiken.
o Mensen vaak niet verantwoordelijk maar oorzaak samenlevingsniveau
• Collectiviseren maatschappelijke problemen: aandacht hebben voor structurele oorzaken van
sociale problemen en beleidsmakers erop wijzen dat structurele uitsluitingsmechanismen
moeten worden aangepakt
<-->Doorheen de lessen gebruiken we deze bouwstenen als een ‘bril’ om te kijken naar de onderwijs – en
gezinscontext.
3
, Hoofdstuk 2: Historisch-maatschappelijke exploratie van de onderwijscontext.
Onderwijscontext= Historisch-maatschappelijke exploratie van de onderwijscontext. EN Hoe sociaal
is het instituut Onderwijs?
1. Historiek van het Belgisch onderwijs, in een notendop
• Om het onderwijs beter te begrijpen moeten we teruggaan naar de 19 de eeuw.
• De organisatie van het onderwijs sterk verbonden met de zogenaamde kinderwetgeving die in het
begin van de 20ste eeuw ontstond. (Bouverne-De Bie)
Drieluik kinderwetgeving:
• verbod kinderarbeid (1889)
• de algemene leerplicht (1914)
• kinderbeschermingswet (1912)
→ Burgerlijk beschavingsoffensief als antwoord op de sociale kwestie (dominant disciplineringsdenken,
emancipatorische effect) = Wetgeving gekomen vanuit burgerlijk beschavingsoffensief → de opkomende
burgerij probeerde het volk (lagere klasse) beschaving (waarden en normen) bij te brengen
Een burgerlijk beschavingsoffensief verwijst naar de historische poging van de burgerlijke elite
(voornamelijk in de 19e eeuw) om de lagere klassen, zoals arbeiders, hun eigen normen, waarden en
cultuur bij te brengen. Het doel was het creëren van 'modelburgers' door middel van onderwijs,
fatsoensnormen, matigheid en burgerlijke deugden
→ Heropvoeding arbeiderskinderen, pedagogisch offensief (Depaepe)
→ Heropvoeding: waarden en normen bijleren om de opstanden vanuit hogere sociale wantoestanden
op te lossen
Diepenbeek school in de jaren 50 (filmpje) → veel discipline, structuur, opgesplitst obv geslacht
• Korte schets over scholen in de jaren 50. We volgen aan de hand van beeldmateriaal van die tijd
een dag aan de Diepenbeek school. Zowel de jongensschool als de meisjesschool komen aan
bod. De turnles, de pauze, voordrachten door leerlingen en de schrijnwerkersschool worden
gefilmd.
o School in jaren 50 / Veel discipline, structuur, dril
o Opgesplitst obv geslacht
o Schrijven met een veerpen
o Leerkracht was mannelijk beroep
• Het onderwijs begin 20 ste eeuw was klassengericht en socialisatie speelde een belangrijke rol.
o lager onderwijs voor de lagere klassen
o middelbaar onderwijs voor de middenklasse
o hoger onderwijs voor de elite (Mathijssen, 2004)
• Dankzij democratisering hoger onderwijs -> alle kinderen en jongeren maximale toegang geven
tot hoger onderwijs (via vb: studiebeurzen)
• Flexibilisering ingebracht om jongeren zoveel mogelijk toegang te geven
o nu Zuhal een verstrengen van die flexibilisering -> verstrenging wil men nog
verder te laten gaan
4
Lesgevers: Hildegard Gobeyn, Liesbeth Lambert (titularis)
.Introductie
In dit opleidingsonderdeel worden twee grote opvoedingscontexten van kinderen en jongeren
bestudeerd en hoe sociaal werkers hierin interveniëren.
• Onderwijscontext (Hildegard Gobeyn) (les 1-6)
• Gezinscontext (Liesbeth Lambert) (les 7-12)
Introductie (2)
• 6 lesweken bestaande uit hoorcolleges, werkcolleges en gastspreekster.
• Aanwezigheid in de les is niet verplicht
• Studiemateriaal:
o ppt’s
o teksten via chamilo
o gastspreker(s)
o hoorcolleges
Introductie (3)
Overzicht lesinhoud:
• Introductie olod
• Historisch-maatschappelijke exploratie van de onderwijscontext.
• Kennismaking en duiding van het begrip zorg en zorginterventies om het welbevinden van
leerlingen te verhogen.
• Decreet leerlingenbegeleiding (2018).
• Decreet leersteun (2023)
• Topproblemen bij het CLB (autonoom leermateriaal
Introductie (3)
• Gastspreekster Lien De Maegd (psycholoog CLB GO Voskenslaan, Gent)
25 februari van 13.30 - 15.30uur → Wat betekent het decreet leerlingenbegeleiding en
decreet leersteun in de praktijk?
• Labelen van kinderen en jongeren bekeken vanuit een sociaal werk perspectief.
• Dialoogtafel studenten.
• Gastspreekster: Fien Verschelde (Brugfiguur Sint – Janscollege Visitatie) basissschool
• Actuele ontwikkelingen en spanningsvelden in de onderwijscontext a.d.h.v dialoogtafels
Internationale ontwikkeling : Onderwijssysteem in Engeland.
• Toelichting mondeling examen.
1
,Hoofdstuk 1: Introductie
• Opvoeding van kinderen en jongeren is al lang niet meer beperkt tot het gezin. Onderwijs,
kinderopvang, huizen van het kind,…..ondersteunen elk op hun eigen manier de groei van
kinderen en jongeren, families en lokale gemeenschappen.
o Opvoeding kinderen en jongeren -> niet meer enkel gezin OOK onderwijs, kinderopvang,
huizen van het kind… -> kwaliteitsvolle basisvoorzieningen die een basisrecht vormen
voor alle kinderen jongeren, families en lokale gemeenschappen
• In dit opleidingsonderdeel vertrekken we vanuit de overtuiging dat onderwijs, kinderopvang en
gezinsondersteuning (huizen van het kind) kwaliteitsvolle basisvoorzieningen zijn die een
basisrecht vormen voor alle kinderen en jongeren, families en lokale gemeenschappen.
Wat zijn essentiële bouwstenen voor de uitbouw van kwaliteitsvolle basisvoorzieningen mogelijk te
maken? Kwaliteitsvolle basisvoorzieningen waar elk kind en jongeren recht op hebben. Wat is criteria wat
een kwaliteitsvolle basisvoorziening is? -> bouwstenen ontwikkeld
5 bouwstenen voor kwaliteitsvolle basisvoorzieningen:
1. Proportioneel
universalisme
5. Politiserend Kwaliteitsvolle 2.
werken Leefwereldgericht
basisvoorzieningen
Bouwstenen
4. Geïntegreerd
3. Toegankelijk
werken
1. Proportioneel universalisme:
Het basisprincipe van een universele dienstverlening voor iedereen, die varieert in schaal en intensiteit.
Het is m.a.w. dienstverlening die zich richt naar alle burgers, maar waarbij tegelijk bijzondere aandacht
gaat naar ondersteuningsnoden van zwakkere groepen binnen deze universele dienstverlening.
Het doel is om Mattheüs-effecten tegen te gaan en daardoor gezondheids-, onderwijs en
welzijnsongelijkheden verminderen.
Voor iedereen een basisvoorziening, maar binnenin toch bep doelgroepen extra aangeven
Vb: groeipakket -> kind op wereld krijg je groeipakket (recht van het kind), maar als je tot bep doelgroepen
behoort (vb: kind met beperking, wees) kan je extra toelagen krijgen
Actueel: complete vergrijzing in west europa, Frankrijk stuurt een brief naar 29jarige vrouwen om kinderen
te krijgen (wel veel kritiek op gekomen) vanaf 29 jaar bij vrouw gaat het alleen maar naar beneden met
vruchtbaarheid cellen, bij mannen maakt leeftijd niet echt uit belgie denkt hier nu ook aan
2
, 2. Leefwereld gericht:
• aansluiting vinden bij de problemen, de kwesties en de ervaringen van onrecht die zich voordoen
in de leefwereld van kinderen, jongeren, hun families en lokale gemeenschappen.
• Deze ervaringen als sociaal werker leren kennen en te begrijpen. Ervaringen en noden van
burgers maar ook onderzoeken wat de noden zijn in de buurt, regio en de gemeenschap.
• Een leefwereld benadering mag echter niet blijven hangen in de leefwereld zelf.
• Er dient verbinding te worden gemaakt met de systeemwereld.
o Leefwereld -> noden en behoeften individu
o Systeemwereld -> noden en behoeften systemen, instituten
o Vertrekken vanuit wat heb je nodig
3. Toegankelijkheid:
Basisvoorzieningen zijn toegankelijk voor iedereen en maken constant werk om zoveel mogelijk kinderen,
jongeren, families en lokale gemeenschappen proactief te bereiken. Ze denken kritisch na over hun
bereikbaarheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid, begrijpbaarheid en bruikbaarheid.
Rekening houdend met Mattheuseffect van dienstverlening, grijpen ze in om verschillende doelgroepen op
diverse manieren te bereiken en te betrekken
Werken aan toegankelijkheid betreft zowel voor de deur als na de deur van de voorziening.
! 5B’s rond toegankelijkheid: Kritisch nadenken over bereikbaarheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid,
begrijpbaarheid, bruikbaarheid (5B’s)
4. Geïntegreerd werken:
Integrale zorg legt het perspectief van de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood op als
uitgangspunt van de dienstverlening en maakt oude aanbodsgestuurde modellen van zorgverlening
overbodig. Integrale zorg is flexibel, op maat en naadloos. Dit vraagt een goede coördinatie van de
verleende diensten.
Weg van het gefragmenteerde welzijns/onderwijs en gezondheidsaanbod waardoor mensen tussen de
mazen van het net vallen.
5. Politiserend werken:
• Waarborgen van (toegang tot) rechten -> mensen echt sociale rechten kunnen gebruiken.
o Mensen vaak niet verantwoordelijk maar oorzaak samenlevingsniveau
• Collectiviseren maatschappelijke problemen: aandacht hebben voor structurele oorzaken van
sociale problemen en beleidsmakers erop wijzen dat structurele uitsluitingsmechanismen
moeten worden aangepakt
<-->Doorheen de lessen gebruiken we deze bouwstenen als een ‘bril’ om te kijken naar de onderwijs – en
gezinscontext.
3
, Hoofdstuk 2: Historisch-maatschappelijke exploratie van de onderwijscontext.
Onderwijscontext= Historisch-maatschappelijke exploratie van de onderwijscontext. EN Hoe sociaal
is het instituut Onderwijs?
1. Historiek van het Belgisch onderwijs, in een notendop
• Om het onderwijs beter te begrijpen moeten we teruggaan naar de 19 de eeuw.
• De organisatie van het onderwijs sterk verbonden met de zogenaamde kinderwetgeving die in het
begin van de 20ste eeuw ontstond. (Bouverne-De Bie)
Drieluik kinderwetgeving:
• verbod kinderarbeid (1889)
• de algemene leerplicht (1914)
• kinderbeschermingswet (1912)
→ Burgerlijk beschavingsoffensief als antwoord op de sociale kwestie (dominant disciplineringsdenken,
emancipatorische effect) = Wetgeving gekomen vanuit burgerlijk beschavingsoffensief → de opkomende
burgerij probeerde het volk (lagere klasse) beschaving (waarden en normen) bij te brengen
Een burgerlijk beschavingsoffensief verwijst naar de historische poging van de burgerlijke elite
(voornamelijk in de 19e eeuw) om de lagere klassen, zoals arbeiders, hun eigen normen, waarden en
cultuur bij te brengen. Het doel was het creëren van 'modelburgers' door middel van onderwijs,
fatsoensnormen, matigheid en burgerlijke deugden
→ Heropvoeding arbeiderskinderen, pedagogisch offensief (Depaepe)
→ Heropvoeding: waarden en normen bijleren om de opstanden vanuit hogere sociale wantoestanden
op te lossen
Diepenbeek school in de jaren 50 (filmpje) → veel discipline, structuur, opgesplitst obv geslacht
• Korte schets over scholen in de jaren 50. We volgen aan de hand van beeldmateriaal van die tijd
een dag aan de Diepenbeek school. Zowel de jongensschool als de meisjesschool komen aan
bod. De turnles, de pauze, voordrachten door leerlingen en de schrijnwerkersschool worden
gefilmd.
o School in jaren 50 / Veel discipline, structuur, dril
o Opgesplitst obv geslacht
o Schrijven met een veerpen
o Leerkracht was mannelijk beroep
• Het onderwijs begin 20 ste eeuw was klassengericht en socialisatie speelde een belangrijke rol.
o lager onderwijs voor de lagere klassen
o middelbaar onderwijs voor de middenklasse
o hoger onderwijs voor de elite (Mathijssen, 2004)
• Dankzij democratisering hoger onderwijs -> alle kinderen en jongeren maximale toegang geven
tot hoger onderwijs (via vb: studiebeurzen)
• Flexibilisering ingebracht om jongeren zoveel mogelijk toegang te geven
o nu Zuhal een verstrengen van die flexibilisering -> verstrenging wil men nog
verder te laten gaan
4