Psychodiagnostiek= de wetenschap die erop gericht is om op een gefundeerde manier
informatie over een persoon en zijn omgeving te verzamelen met het oog op het nemen
van verantwoorde beslissingen.
1.1 Het verzamelen van informatie over een persoon en zijn omgeving
Trekken: stabiel: wie
Het in kaart brengen van psychologische eigenschappen je meestal bent
Wat mensen KUNNEN en hoe mensen ZIJN
Toestanden:
fluctuerend= hoe je je
nu voelt of gedraagt.
Construct= is een begrip dat we gebruiken om iets te benoemen dat we niet rechtsreeks
kunnen zien of meten, maar waarvan we wel aannemen dat het bestaan omdat we het
kunnen afleiden uit gedrag, gevoelens of gedachten.
Die constructen zijn slechts hypothetisch. Toch worden psychologische eigenschappen
verondersteld te bestaan. Dat veronderstelde karakter van die constructen impliceert
echter twee zaken:
1) Het is van belang om uitspraken over psychologische eigenschappen steeds heel
voorzichtig of tentatief te formuleren.
2) Één van de grootste uitdagingen in de psychodiagnostiek is de kwestie hoe we die
psychologische eigenschappen toch op een wetenschappelijke manier meetbaar
kunnen maken= operationaliseren
1
,1.2 Gericht op het kunnen nemen van verantwoorde beslissingen
Psychodiagnostiek is erop gericht om uitspraken te doen op basis waarvan bepaalde
beslissingen kunnen genomen worden.
Het doel van het onderzoek moet eerst helder omschreven worden, en dat kan op vier
niveaus: psychologische eigenschappen kunnen beschreven worden, er kan een
ordening in aangebracht worden, men kan ze proberen te verklaren en eventueel zelfs
voorspellen hoe ze de toekomst kunnen evolueren.
In kaart brengen van psychologische eigenschappen.
• Beschrijven= in kaart brengen van bepaalde kenmerken van een persoon of de
context waarin hij zich bevindt.
o Vb. de leerling kijkt vaak weg tijdens uitleg, friemelt met zijn handen en
vraagt herhaaldelijk om verduidelijking.
• Ordenen= de beschreven kenmerken ordenen, clusteren in een hanteerbaar
patroon
Om een ordening aan te brengen, kunnen classificatiesystemen aangewend
worden. Die kunnen zowel categoriaal als dimensionaal zijn.
o Stap om tot klinisch beeld of diagnose te komen categoriale
classificatie
o Overzicht krijgen: ontbrekende info, kapstokken voor advies en aanpak
Verschillende systemen:
• DSM-5(Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)=
categoriaal classificatiesysteem
• ICF-model (International Classification System of Functionning,
Disability and Health)
• KOP-model(Klachten – Omstandigheden – Persoon)= dimensionaal
classificatiesysteem
• Verklaren= zoeken naar oorzaken en onderhoudende factoren van wat er binnen
de persoon of zijn omgeving omgaat.
o Vb. wat is de oorzaak van de slaapproblemen van Theo?
• Voorspellen= toekomstig gedrag voorspellen in een bepaalde situatie
o Vb. zal Karel zijn oude job terug kunnen hervatten na zijn werkongeval
waarbij hij een hersenletsel opliep?
2
,1.3 Op een gefundeerde manier
Met gebruik van wetenschappelijke onderbouwde onderzoeksmethoden
Methodisch handelen
Met gebruik van wetenschappelijke onderbouwde
onderzoeksmethoden
kwantitatief • Reactietijdmetingen
• Fysiologische metingen
• Psychologische metingen
turven
vragenlijsten
vrij gestructureerd
• Ongestructureerd • Gestructureerd interview
interview met open met gesloten vragen
vragen
• Gestructureerde
• Analyse van kwalitatief observatie
kindertekeningen
• Projectieve test
• Poppenspel
• vrije observatie
- Inhoudelijk- theoretisch eigen kennis onderbouwde onderzoeksmethoden
- Technisch- kwalitatief psychometrische kenmerken
Betrouwbaarheid= je bekomt voortdurend dezelfde resultaten.
Validiteit= de test meet wat het moet meten.
3
, 1.3.1 Pyschodiagnostistische methoden
= omvatten een ruim arsenaal aan technieken en instrumenten.
Wat de mate van vooraf bepaalde structuur betreft, kan men ofwel een eigen koers
varen, ofwel gebruikmaken van een voor gestructureerd instrument.
Het tweede onderscheid is makkelijker te omschrijven. Bij kwantitatieve methoden is
de uitkomst voornamelijk cijfermatig, zijn ze eerder verbaal en beschrijvend van aard,
dan werden kwalitatieve methoden ingezet.
Het inzetten van die methoden staat echter nooit op zichzelf. Het is slechts één stap in
een veel omvangrijkers psychodiagnostisch proces.
1.3.2 Wetenschappelijke onderbouwing
• Inhoudelijk- theoretisch aspect
• Technisch- kwalitatieve aspect
Betrouwbaarheid validiteit
Intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid= Begrips- en constructvaliditeit
interne processen
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid=
gelijklopende processen
Test- hertestbetrouwbaarheid
• Betrouwbaarheid= geeft aan hoe standvastig het resultaat van de methode is.
• Valide= drukt uit in hoeverre de onderzoeksmethode de eigenschap meet die je
voor ogen had, en niet iets heel anders in kaart brengen.
Leerdoelen:
• Je kent de definitie van wat psychodiagnostiek is.
• Je weet wat psychologische eigenschappen zijn en wat er kenmerkend voor is.
• Je kent het verschil tussen trekken en toestanden.
• Je weet wat bedoeld wordt met een tentatieve formulering.
• Je weet wat operationaliseren is.
• Je kent de vier verschillende doelen van psychodiagnostiek: beschrijven,
ordenen, verklaren, en voorspellen.
• Je kent verschillende psychodiagnostische methoden, en kunt ze ordenen
volgens de mate waarin er een vooraf bepaalde structuur bij gehanteerd wordt,
en op basis van het soort data (kwalitatieve of kwantitatieve die ze opleveren).
• Je weet in grote lijnen wat betrouwbaarheid en validiteit inhouden'.
4