08/6/2026
Thema 1
Psychopathologie: ziekteleer van de psyche, M.A.W ziekteleer van de
geest, ziekteleer gaat over verschijnselen (symptomen) en ziektebeelden
Deelgebied van de psychiatrie
Deelgebied van de klinische psychologie
invloed van maatschappij op onze houding: vaak een stigmatisering,
afwijzing en uitstoting door hun omgeving van mensen met een
psychische stoornis.
Rol van orthopedagogische begeleider: geconfronteerd met personen met
een psychische kwatsbaarheid, begeleidende of verwijzende rol
afhankelijk van de context
Uitleg van woorden:
- Stigmatisering: iemand krijgt een negatieve stempel waardoor
anderen hun anders of minder behandelen
- labeling: iemand een etiket geven (een diagnose of oordeel) dat
bepaald hoe andere naar die persoon kijken
- Bewustwording: beseffen wat er gebeurt bij jezelf of in een situatie
- psycho – educatie: begrijpelijke uitleg geven over gedrag, emoties of
een diagnose zodat iemand het beter kan begrijpen
Criteria voor afwijkend gedrag:
- Gedrag is uitzonderlijk
- het gedrag is sociaal afwijkend
- het gedrag is een gevolg van een foute perceptie of interpretatie
van de realiteit
- het gedrag vertoont aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon
- ongepast of contraproductief gedrag
- gevaar: voor de betrokkene zelf en voor andere
omschrijving herstelgerichte benadering: herstel is een persoonlijk proces
waarbij iemand een min of meer ontwrichtende levenservaring zodanig te
boven komt, dat hij het eigen leven weer vanuit eigen wensen en
mogelijkheden, vorm kan geven, met of zonder blijvende gevolgen van die
ervaring.
,4 fases van herstel:
1. overweldigd door de aandoening: de aandoening bepaald het leven
helemaal. Gedachten, gevoelens en gedrag worden geheeld bepaald
door de aandoening. Geen verbinding meer met zichzelf of anderen
crisis overspoeld je: ontredderd, machteloos. Bv. na een psychose
totaal de draad kwijt zijn
2. worstelen met de aandoening: ‘wat is me nu overkomen?’ ‘waarom
overkomt me dit nu?’ ‘wat heb ik allemaal gedaan?’ ‘gaat het nog
terugkomen?’ ‘hoe moet het nu verder?’ wat nu? Kleine taken
worden terug opgepakt maar er is nog veel onzekerheid
3. leven met de aandoening: langzaam groeit het vertrouwen dat er
met de aandoening te leven is. Regie wordt weer opgenomen.
Acceptatie, signaleringsplan opmaken, relaties herstellen
4. leven voorbij de aandoening: de aandoening bepaald niet langer het
leven. Nieuw evenwicht, een nieuwe hobby, vrijwilligerswerk,
volgens eigen kracht werken
herstelgerichte benadering is een uniek proces:
- geen resultaat, wel een proces
- onvoorspelbaar, met ups en downs, met vooruitgang en terugval
- eigen tempo
- eigen traject
- je moet het zelf doen
- hulpverlener kan ondersteunen, aanmoedigen en opties aanbieden
- vaak ook trage processen
thema 2
het biopsychosociaal model: hoe ontstaan psychische problemen,
psychisch functioneren word bepaald door 3 factoren. Behandeling en
begeleiding zijn gericht op de 3 factoren sociaal, psychologisch,
biologisch
- biologische factoren: relatie tussen het functioneren van de
hersenen en een psychische aandoening. Stofwisselingen in de
hersenen is van invloed op het psychische functioneren.
Prikkeloverdracht tussen de zenuwen D.M.V neurotransmitters
- psychologische factoren: iemand zijn gedachten, emoties, wensen
en doelen. Een verstoring van de ontwikkeling kan leiden tot een
psychische aandoening. Ervaringen en natuurlijke aanleg (nature)
zijn bepaald. Voor het karakter, voor het gedachtenpatroon
, - sociale factoren: de context, de mensen die ons opvoeden, de
mensen waar we veel mee omgaan
diathese stressmodel:
- als je psychisch in balans bent, als je het leven aankunt en geen last
hebt van een psychische aandoening.
- Als je psychisch uit balans bent, als je het leven niet aankunt zonder
hulp van andere en als je psychiatrische symptomen hebt
Draagkracht: vermogen van iemand om zich aan te passen aan de situatie
waarin hij leeft
Draaglast: kwetsbaarheden die iemand heeft en moeilijk zaken of
gebeurtenissen die hij te verwerken krijgt
Voorbeeld verband: Een begeleider heeft een drukke dienst waarin
meerdere cliënten extra aandacht vragen. Dat is de draaglast. Als die
begeleider goed uitgerust is, steun voelt van collega’s en zich zeker
voelt in zijn werk, heeft hij voldoende draagkracht om dit aan te
kunnen. Maar wanneer hij moe is of weinig steun ervaart, wordt
dezelfde situatie te zwaar. Dan raakt de balans tussen draagkracht en
draaglast verstoord en ontstaat er sneller stress of overbelasting.
Psychotherapie: een vorm van gesprekstherapie,
- Met een psychotherapeut (psychiater, psycholoog, of een andere
hulpverlener)
- Mogelijk een combinatie met medicatie (psychiater of huisarts)
De client leert in psychotherapie:
- Wat hij zelf kan doen om zijn klachten te verminderen
- Realistische verwachtingen