H1
Inleiding
Ziektes door het consumeren van voedsel
- 85% door microbiële besmetting
Oorzaken van microbiële besmetting:
Onwetendheid
Onverschilligheid
Onhygiënisch werken
Onvoldoende koeling van VM
Onvoldoende verhitting van VM
MO = levende wezens die niet met blote oog waargenomen kunnen
worden
microscoop of elektronenmicroscoop
Minstens 1 periode doormaken waarin 1 enkele cel zich als individu
verdubbelt
Bv; microben en kiemen
Lichtmicroscoop: prokaryote MO en eukaryote MO, dieren- en
plantencellen, celkernen
Elektronenmicroscoop: virussen, organellen, moleculen, atomen
MO: noodzakelijk voor het leven en helpen goede balans te onderhouden
Mariene en zoetwater MO = basis van voedselketen in oceanen,
meren en rivieren
Bodem MO: zorgen voor
o afbraak afvalproducten
o incorporeren stikstofgas in organische componenten zodat
deze weer beschikbaar zijn voor andere organismen
,sommige MO spelen rol in fotosynthese
mens afhankelijk van MO in de darm:
- vertering van voedsel
- synthese van beoaalde vitamines die we nodig hebben om te
kunnen leven
Veel commerciële toepassingen: synthese van bepaalde chemische
producten (aceton, vit.B2, vit.B12)
Bereiding van producten: azijn, sojasaus, kaas, yoghurt, brood,
alcoholische dranken
Indeling van MO
prokaryoten
o bacteriën
rickettsiën hebben zowel eigenschappen van virussen
als van
bacteriën
o archaea
eukaryoten
o fungi
o protista
protozoa diverse groep ééncellige eukaryoten zonder
gemeenschappelijke voorouder
algen
virussen geen levende organismen maar horen wel bij de micro-
organismen
,Eukaryote cellen:
- DNA afgebakend door membraan in celkern
- Meerdere lineaire chromosomen
- Meerdere celorganellen omgeven door een membraan
- 80S ribosomen
- Cytoplasmamembraan met sterolen, kan endocytose en pinocytose
uitvoeren
- Dieren: geen celwand, planten: wel celwand
Prokaryote cellen
- DNA los in cytoplasma
- 1 circulair chromosoom
- Extrachromosomale DNA-elementen: plasmiden
- Geen membraan omgeven organellen in het cytoplasma
- 70S ribosomen
- Cytoplasmamembraan zonder sterolen, wel grote verscheidenheid
aan proteïne met belangrijke functies, zoals ademhaling of transport
van VM, geen endocytose of pinocytose
- Complexe celwand
Benaming MO:
Binomiale nomenclatuur
= elk organisme 2 namen
Altijd: Genus species
Bv; Escherichia coli E. coli
Taxonomisch hiërarchie
, Rest: zie andere samenvatting
Indeling van bacteriën
Vroeger: o.b.v. fenotype
o Morfologie
o Metabole eigenschappen
Nu: o.b.v. genetische en moleculaire data
o 16S rRNA sequence
o Whole genome sequence
Binnen bepaalde taxonomische soort kunnen nog variaties van
eigenschappen zijn.
Biotype = metabole verschillen
Serotype = antigene kenmerken
Faagtype = indeling naar reacties met bepaalde virussen
Bacteriofaag = een virus dat andere MO (vooral bacteriën) infecteerd
Genotype = genetische verschillen
Stam = alle individuen van een soort die door deling zijn ontstaan uit 1
enkele cel
Historische achtergrond
Oorsprong microbieel leven
Spontane generatie
o Uit niet-levend materiaal
Padden, slangen, muizen vochtige aarde
Vliegen mest
Maden rottende lijken