HOOFDSTUK 4: Schudzeef
Bij verplaatsing volgens negatieve y1-as:
- Als α toeneemt (γ = cte), dan zal Fr afnemen: omdat sin(α) groter
gaat zijn (staat bij fg) en dit ondersteunt de beweging naar links
- fg en fT drukken korrel op schudplaat
- fg en fT verhogen maximumwrijvingskracht fFm (duwen korrel op plaat
-> fn groter -> fFm groter)
- fg en fT ondersteunen beweging naar links, fFm werkt deze tegen
Bij verplaatsing volgens positieve y1-as:
- Als α toeneemt, dan zal Fr ook toenemen: omdat dit ook de
component van fg volgens de y1-as groter maakt in de negatieve
richting, alleen houdt het hier de beweging van het partikel dat naar
rechts wil gaan tegen
- fg drukt korrel op plaat, fT wil korrel van plaat aftrekken
- fg verhoogt fFm (maakt fn groter) en fT verlaagt fFm (maakt fn lager,
doordat het de korrel ‘opheft’)
- fT ondersteunt beweging naar rechts, fg en fFm werken dit tegen
Voor α = cte en veranderende γ:
- Fr voor verplaatsingen volgens negatieve as is kleiner dan volgens
positieve as partikel zal eerder naar links bewegen
- MAAR vanaf omslaghoek (γ0): Fr voor positieve verplaatsing kleiner
en verplaatsing naar rechts wordt bevoordeeld
o Hoe groter α, hoe groter γ0
Algemeen:
- Kleine γ: beweging naar links zal sneller gebeuren dan beweging
naar rechts doordat fg de beweging naar links ondersteunt
- Grotere γ: fFm neemt toe bij beweging naar links & neemt af bij
beweging naar rechts
o Bij positieve beweging: γ groter -> fT zal meer verticaal staan -
> component volgen y1-as zal kleiner zijn & component
volgens positieve x1-as zal groter zijn (ondersteunt fn zodat fn
minder groot zal zijn) -> fFm kleiner waardoor korrel makkelijker
tegen helling in kan bewegen
, G(y) = massastroom afgescheiden materiaal per eenheidslengte en
eenheidsbreedte op y
g(y) = massastroom materiaal
Korte inlooplengte waarbij de laag begint mee te schudden met
bodem
Dan zone van maximale afscheiding
Tot slot zone van exponentiële afscheiding (exponentiële afname
met y)
HOOFDSTUK 5: Partikels in fluïdum
Grenslaagtheorie:
- Wrijvingsweerstand & drukweerstand: in de zone waarbij het fluïdum
tegen het oppervlak van het partikel plakt (viscositeit domineert)
- Potentiaalstroming: buiten de grenslaag waar weerstanden kunnen
worden verwaarloosd doordat de snelheid van het fluïdum daar
gewoon de bulksnelheid is (niet beïnvloed wordt door partikel)
Partikel stroomt trager dan fluïdum:
- Stagnatiepunt aan achterzijde van partikel
- Stuwdruk = statische druk + dynamische druk
o Grijpt aan in het stagnatiepunt: duwt in deze situatie het
partikel vooruit
- Fluïdumlaag aan oppervlak van partikel neemt snelheid van partikel
aan (snelheidsgradiënt gecreëerd, vl stijgt als je verder van partikel
gaat)
o Laminaire grenslaag: profielweerstand = wrijvingsweestand ->
hierdoor wordt partikel meegesleurd door fluïdum
Wrijving: trekt partikel vooruit
o Turbulente grenslaag (beetje verder naar voorkant & als Re
groot genoeg is): profielweerstand = wrijvingsweerstand +
drukweerstand
Verder weg (naar voor) van transitiepunten: dikte van
turbulente laag neemt toe -> stroomlijnen uit elkaar
geduwd -> snelheid verlaagt (verspreid over groter
oppervlak) -> druk verhoogt
Overdruk: remt partikel af
o Turbulent zog: profielweerstand = drukweerstand
Door verhoogde druk aan voorkant -> grenslaag laat los
-> wervelingen ontstaan (verhoogde snelheid) -> druk
verlaagt